Schending privacy: Wat is redelijkerwijs noodzakelijk?

door Frits van Exter

Frits van Exter

Voorzitter Raad voor de Journalistiek

De bekendste klager bij de Raad voor de Journalistiek heet X. Veel mensen willen anoniem blijven. Vaak is dat ook een reden voor hun klacht: zij waren niet blij dat zij met naam en toenaam of, in ieder geval, herkenbaar in de publiciteit zijn gekomen. De Raad willigt verzoeken om X te mogen zijn bij de behandeling van hun klacht altijd in, maar dat betekent natuurlijk niet dat hij de klacht bij voorbaat ook onderschrijft.

De Raad publiceerde dit jaar tot nog toe al zes conclusies in zaken waarin herkenbaarheid (deel van) de klacht was. Telkens ging het om een afweging tussen bescherming van de privacy en het publiek belang.
Zijn uitgangspunt: ‘In een publicatie mag de privacy van personen niet verder worden aangetast dan in het kader van de berichtgeving redelijkerwijs noodzakelijk is. Een inbreuk op de privacy is onzorgvuldig wanneer deze niet in redelijke verhouding staat tot het maatschappelijk belang van de publicatie.’
Maar uit twee zaken blijkt dat je behoorlijk van mening kunt verschillen over de vraag wat ‘redelijkerwijs noodzakelijk is’.

Een onderneemster uit Utrecht klaagt over berichtgeving in het AD Utrechts Nieuwsblad over het kort geding dat zij heeft aangespannen tegen de gemeente en de eigenaar van het bedrijfspand waar zij kantoor houdt. Zij wil voorkomen dat er een opvang voor vluchtelingen komt. De rechtbank meldt in de aankondiging van de procedure dat de vrouw zelf ooit gevlucht is. De redactie zou later dat laatste  ‘een saillant detail’ noemen; net dat ene dingetje dat van een bericht een bijzonder bericht maakt.
In de tweede zaak klaagt een vrouw over het bericht in De Twentsche Courant Tubantia over de civiele procedure waarin zij is betrokken. Haar ex-partner eist de hond terug die zij volgens hem zou hebben ontvoerd. Ook hier is er sprake van een detail, dat net die kleine draai geeft aan het nieuwtje, waardoor het meer de moeite waard lijkt: de vrouw is eigenaresse van een trimsalon voor honden.
Beide vrouwen legden hun klachten uiteindelijk voor aan de Raad. Zij maakten vooral bezwaar tegen vermelding van hun naam, bedrijfsnaam en vestigingsplaats.

Bij strafrechtelijke zaken is de anonimisering van daders en slachtoffers de regel waarop uitzondering mogelijk is. Voor civiele procedures geldt het omgekeerde. Geschillen moeten in alle openheid beslecht kunnen worden. Anonimiteit dient geen doel, of doet zelfs afbreuk aan het belang van openbaarheid, betoogden ook de hoofdredacties van beide kranten. De vermelding van persoonsnamen en andere feitelijke details zijn misschien niet altijd strikt noodzakelijk om kennis te kunnen nemen van het nieuws, maar zij zijn wel nodig voor het fundament in de relatie tussen journalist en publiek: vertrouwen. Namen en rugnummers maken een bericht beter te verifiëren. Het voorkomt bovendien verwarring - ze kunnen het wel over iedereen hebben. Dat klemt nog meer bij regionale en lokale media. In zijn conclusies (beide zaken werden in verschillende kamers behandeld) volgde de Raad dit betoog een eind. Maar niet helemaal.

In de eerste zaak gaat het om een ondernemer die vreest dat de vestiging van een vluchtelingenopvang niet goed is voor haar eigen onderneming. Het is een zakelijk geschil. De bedrijfsnaam mag dan relevant zijn, haar personalia zijn dat niet. De vermelding van haar verleden als vluchteling was volgens de Raad overigens niet onzorgvuldig, al was het maar omdat de rechtbank dit zelf zo uitdrukkelijk had vermeld – kennelijk speelde dat een rol in de procedure.
De tweede zaak is persoonlijk: de ex-partner eist de hond op. Dat haar personalia worden vermeld, mag in een civiele procedure te billijken zijn, maar dat geldt weer niet voor haar bedrijfsnaam. De trimsalon is misschien een leuk detail, maar heeft er verder niets mee te maken. Vermelding zou haar kunnen schaden in haar zakelijk belang. In beide zaken concludeert de Raad dat de redacties verder zijn gegaan dan wat ‘redelijkerwijs noodzakelijk’ was.

Ik las in een van de conclusies een mooi motto: ‘Waar met het mindere kan worden volstaan, moet in zo’n situatie niet naar het meerdere worden gegrepen.’
 
De voorzitter van de Raad voor de Journalistiek heeft geen stem in de beoordeling van klachten. Hij verwoordt slechts zijn eigen mening.

Reacties

Nog geen reacties



Wij stellen prijs op een pluriform debat, uw reactie is daarom van harte welkom. Wel hanteren wij een aantal spelregels:

  1. Wij modereren alle reacties vóór publicatie. Daarom kan het soms even duren voordat uw reactie wordt geplaatst. Onbeduidende correcties – zoals taalkundige aanpassingen – leggen we níet eerst aan u voor, ingrijpende wijzigingen wél.
  2. Onderteken uw reactie met uw echte voor- en achternaam en houd u er rekening mee dat uw reactie tot in lengte van dagen op internet toegankelijk blijft. Verzoeken tot verwijdering van eigen bijdragen honoreren wij in principe niet. Dat geldt ook voor het anonimiseren van uw naam.
  3. Houd het beknopt, zakelijk en blijf bij het onderwerp. Reageert u op een andere reageerder, maak dat dan duidelijk in uw bericht (bijvoorbeeld met @naam).
  4. Houd het beschaafd. Reacties die discriminerende uitlatingen, beledigingen of scheldwoorden bevatten, worden niet geplaatst. Dit geldt ook voor reacties die oproepen tot geweld of provoceren.
  5. Het is de bedoeling dat uw reactie de discussie bevordert. Steeds weer hameren op hetzelfde punt heeft geen zin, tenzij met nieuwe argumenten.

Reacties die niet aan deze spelregels voldoen, worden niet geplaatst. Bent u van mening dat een bepaalde reactie van een ander verwijderd moet worden, stelt u ons daarvan dan op de hoogte via raad@rvdj.nl.

Laat een reactie achter
  • Wordt niet openbaar gemaakt