2019/37 zorgvuldig onzorgvuldig

Samenvatting

W. Groeneveld, Sikkom.nl, Dagblad van het Noorden en NDC mediagroep B.V. (gezamenlijk: NDC) hebben in diverse publicaties aandacht besteed aan de handelwijze van Woldring United B.V., J.J. Woldring, F. Woldring en M. Riegman (klagers).
Publicaties op Sikkom.nl
Hoewel de berichtgeving op Sikkom.nl op sommige punten zwaar is aangezet, is daarmee niet journalistiek onzorgvuldig gehandeld. Er bestond voldoende aanleiding om over klagers te berichten op de wijze zoals is gedaan. J.J. Woldring en Woldring United kunnen in de berichtgeving vereenzelvigd worden. Niet is aannemelijk geworden dat klagers ten onrechte of onjuist zijn geciteerd. Verder is niet gebleken dat de publicaties relevante onjuistheden bevatten dan wel onnodig grievend zijn. Voorafgaand aan de publicatie van 7 november 2018 is aan klagers  herhaaldelijk de mogelijkheid van wederhoor geboden. De omstandigheid dat klagers hebben volstaan met een algemene reactie en de mogelijkheid dat zij de impact van de berichtgeving niet goed hebben overzien, dienen voor hun rekening te komen. De algemene reactie van klagers is bovendien adequaat in het artikel verwerkt. Gezien de opstelling van klagers is het niet onzorgvuldig dat Groeneveld klagers niet meer heeft benaderd voorafgaand aan de publicatie van 27 november 2018.
Publicatie van Dagblad van het Noorden
Ten onrechte is als feit gepresenteerd, althans is sterk de indruk gewekt, dat de Huurcommissie zich heeft uitgelaten over de vermeende ‘constructie’ die door klagers zou worden toegepast – te weten: verplichte koppelverhuur van woonruimte met parkeerplaats – en die constructie als ontoelaatbaar heeft beoordeeld. Op dit punt is journalistiek onzorgvuldig gehandeld.
Facebook-bericht Groeneveld
In een Facebook-bericht van 8 november 2018 heeft Groeneveld – weliswaar kort, maar niettemin duidelijk – als feit gepresenteerd dat ‘Woldring Verhuur misleidt, oplicht, intimideert en bedreigt’. Deze zeer vergaande beschuldigingen zijn verder niet onderbouwd of genuanceerd. Bovendien bevat het bericht geen reactie van klagers. De plaatsing van dit bericht is daarom eveneens journalistiek onzorgvuldig.
De Raad doet de aanbeveling om deze conclusie integraal of in samenvatting te publiceren door Dagblad van het Noorden en op de Facebook-pagina van Groeneveld.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

Woldring United B.V., J.J. Woldring, F. Woldring en M. Riegman

tegen

W. Groeneveld, journalist en hoofdredacteur van Sikkom.nl, de hoofdredacteur van Dagblad van het Noorden en NDC mediagroep B.V.

De heer mr. J.F. Koenders, advocaat te Groningen, heeft op 24 januari 2019 namens Woldring United B.V., de heer J.J. Woldring, de heer F. Woldring en de heer M. Riegman (klagers) een klacht ingediend tegen de heer W. Groeneveld, journalist en hoofdredacteur van Sikkom.nl, de hoofdredacteur van Dagblad van het Noorden en NDC mediagroep B.V. (hierna gezamenlijk: NDC). Op 31 januari 2019 heeft mr. Koenders namens klagers uitdrukkelijk verklaard dat de klachten tevens zijn gericht tegen de hoofdredacteur van Dagblad van het Noorden. Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie van verweerders betrokken van 21 februari 2019.

De zaak is behandeld op de zitting van de Raad van 5 april 2019. Aan de zijde van klagers zijn daar de heren F. Woldring, Riegman en mr. Koenders verschenen. Namens NDC waren de heren Groeneveld en mr. J.J. Gevers, advocaat te Assen, aanwezig. Mr. Koenders heeft het standpunt van klager toegelicht aan de hand van een pleitnotitie.

DE FEITEN

Op 7 november 2018 is op de website Sikkom.nl een artikel van de hand van Groeneveld verschenen met de kop “Huurders van Woldring moeten kilometers lopen voor dure en volle parkeerplek”. De intro van het artikel luidt:
“Het kan nooit een keer normaal gaan in de Groningse verhuurwereld. Althans, zo lijkt het. Er zijn natuurlijk zat goede verhuurders. Maar er zijn ook velen die oplichten, misleiden, chanteren, intimideren en/of bedreigen. In die zwendel worden ze, onder de toenemende druk vanuit politiek en media, steeds vindingrijker. Voorbeeld daarvan is de koppelverhuur met parkeerplaatsen die Woldring Verhuur hanteert.”

Het artikel bevat onder meer de volgende passages:
“Woldring, in eigen persoon en niet bij monde van de directeur Riegman, vertelt bijvoorbeeld tegen een huurder dat de parkeerplek eigenlijk niet bestaat. Maar dat ze hem in het contract jassen om de huurprijs omhoog te krikken. Dat is gunstig voor de huurder, zo zegt Woldring. Omdat die dan in aanmerking komt voor huurtoeslag. Dat luistert nogal nauw. Een kamer mag niet te duur en ook niet te goedkoop zijn. Door het toevoegen van de parkeerplek komt de totale huur precies op het bedrag uit waarvan de wet voorschrijft dat toeslag mogelijk is. Keiharde win-win, volgens Woldring. De belastingbetaler dekt het gat. Maar de praktijk is veel weerbarstiger. Tegen een andere huurder verklaart Woldring dat het niet de bedoeling is dat de parkeerplek ook daadwerkelijk gebruikt wordt.”
en
“Uiteraard hebben we contact gezocht met Woldring Verhuur voor wederhoor. Maar daar is het bedrijf niet echt happig op. Na meerdere bezoekjes, telefoontjes en mailtjes krijgen we twee summiere elektronische briefjes met een beknopte toelichting, of beter gesteld: een beknopte maar keiharde ontkenning van aantoonbare feiten. Volgens directeur Riegman klopt niks van onze bevindingen. Hij bezigt woorden als schrikbarend, allerlei onwaarheden en sensatiejournalistiek, maar hij wil niet vertellen wat er dan exact niet klopt. Ook de concrete vragen laat hij onbeantwoord. Wel gaat hij in de tegenaanval. Zo dreigt de directeur met het verhalen van de schade op ons naar aanleiding van deze publicatie. Dat mag uiteraard.
Tot slot stelt Riegman dat enig aandeelhouder Woldring niet werkzaam is bij Woldring Verhuur. Op papier is hij inderdaad alleen aandeelhouder. Maar van verschillende huurders horen we dat ze met Woldring zelf moeten dealen. Ook hebben we documentatie ingezien waaruit blijkt dat aandeelhouder Woldring zelf via Woldring Verhuur verhuurt. En de dude die de telefoon aanneemt op het kantoor van Woldring Verhuur meldt ook doodleuk dat de heer Woldring die dag, net als vele andere dagen, gewoon aan het werk is voor Woldring Verhuur. Het is alsof Woldring Verhuur het bestaan van de Martinitoren ontkent, terwijl iedereen die zijn ogen open heeft kan zien dat d’Olle Grieze al honderden jaren fier overeind staat.”

Diezelfde dag is op de website van Dagblad van het Noorden een artikel verschenen, eveneens van de hand van Groeneveld, met de kop “Kilometers lopen voor parkeerplek bij huurwoning” en het intro:
“Wie bij Woldring Verhuur een huis wil huren, wordt geregeld verplicht om via een apart contract ook een parkeerplek voor honderd tot tweehonderd euro per maand te huren. Zelfs als de huurder geen auto heeft.”
Het artikel luidt verder:
“Dat blijkt uit huurcontracten die de Groningse nieuwssite Sikkom heeft ingezien.
De parkeerplekken liggen bovendien niet vlakbij de huurhuizen, maar een paar kilometer verderop. Parkeerplekken liggen bijvoorbeeld bij het kantoor van Woldring aan de Friesestraatweg, pal naast de Westelijke ringweg, terwijl de woningen in hartje centrum zijn.
Volgens Denise Zonnebeld van juridisch adviesbureau Frently, worden daarnaast veel meer huurders verplicht een parkeerplaats af te nemen dan Woldring aan parkeerplekken heeft.
Woldring maakt bij de verhuur gebruik van afzonderlijke contracten, eentje voor de woning en eentje voor de parkeerplek. Die zijn volgens de verhuurder vervolgens wel onlosmakelijk met elkaar verbonden.
Volgens Zonnebeld doet Woldring dat omdat de Huurcommissie zich dan niet over het parkeercontract kan uitlaten. “De Huurcommissie kan eisen dat de huur van de woning naar beneden wordt bijgesteld, maar over de kosten van de parkeerplek kunnen ze niks zeggen in deze constructie.”
Verschillende huurders maakten de constructie aanhangig bij de Huurcommissie, advocaten, juridische dienstverleners en Woldring zelf. Een uitspraak van de Huurcommissie stelt de huurder in het gelijk.
Volgens de commissie mag de parkeerplaats - ook door de afstand tot de woonruimte - niet bij de woning worden geteld en ook niet in de puntentelling worden opgenomen. De commissie oordeelde dat de huur met 60 euro per maand omlaag moest.
Woldring Verhuur wil niet inhoudelijk reageren op vragen hoeveel parkeerplaatsen de organisatie verhuurt, aan hoeveel huurders deze parkeerplaatsen zijn verhuurd en waarom een parkeerplaats huren een voorwaarde is voor het huren van het appartement.
Directeur Marcel Riegman ontkent bovendien dat Woldring parkeerplaatsen verhuurt. "Verder hebben we besloten om niet meer te reageren. Wat we ook zeggen, het zal toch tegen ons gebruikt worden.’’
Een nagenoeg gelijkluidend artikel is de volgende dag (op 8 november 2018) in de papieren editie van Dagblad van het Noorden gepubliceerd.

Voorafgaand aan de publicaties van 7 en 8 november 2018 hebben Riegman en Groeneveld via e-mail gecorrespondeerd.
Op 31 oktober 2018 heeft Riegman het volgende aan Groeneveld bericht:
“Van mijn medewerkers heb ik begrepen, dat u graag contact met mij wil opnemen. Middels deze mail laat ik u weten geen behoefte te hebben om u mondeling te woord te staan. Wanneer u vragen voor mij heeft, kunt u deze per mail aan mij kenbaar maken. Tevens wil ik u kenbaar maken dat u mijn medewerkers op kantoor niet dient te benaderen. En gezien mijn drukke agenda en de vele afspraken hoeft u ook voor mij niet persoonlijk langs te komen.”
Hierop heeft Groeneveld op 1 november 2018 gereageerd als volgt:
“Ik heb een aantal vragen omtrent de koppelverhuur met woningen en parkeerplaatsen. Ik heb meerdere huurders en instanties gesproken. Contracten en verklaringen ingezien. En bijvoorbeeld ook geluidsfragmenten gehoord waarin Woldring zelf het een en ander bevestigt. Al die informatie heb ik gestopt in onderstaand artikel. Dit stuk verschijnt op Sikkom en in Dagblad van het Noorden. Graag op korte termijn uw reactie op onze bevindingen. [hierna volgt het concept artikel]”
 Riegman heeft daarop diezelfde dag als volgt gereageerd:
“Uw mail heb ik in goede orde ontvangen, vanwege mijn vele vergaderingen vandaag, zal ik u morgen een inhoudelijke (wederhoor) reactie sturen op onderstaande bevindingen. Toch wil ik u alvast wijzen op het feit dat er bevindingen door elkaar worden gehaald en dat u foutief bent geïnformeerd.”
Op 2 november heeft Groeneveld vervolgens het volgende aan Riegman gemaild:
“Kunt u mij enige indicatie geven hoe laat u een reactie stuurt. Dan kan ik daar rekening mee houden in de planning. Gaarne voor vanmiddag 16:00 uur, dan kan het mee in de krant van morgen.”
Diezelfde dag heeft Riegman het volgende aan Groeneveld bericht:
“In vervolg op mijn email van gistermiddag bericht ik u als volgt. Na lezing van uw artikel wil ik vooropgesteld hebben dat u blijkbaar onjuist geïnformeerd bent en dat u in het wilde weg maar wat roept. Dat is stuitend te noemen. Het is zelfs schrikbarend om te lezen dat u in staat bent om allerlei onwaarheden op papier te zetten en zo het publiek denkt te kunnen misleiden. U bent blijkbaar alleen maar uit op sensatie journalistiek en daar werken wij niet aan mee. Het valt mij erg tegen van uw organisatie, het Dagblad van het Noorden en NDC mediagroep, dat u op deze wijze te werk gaat. Als u van mening bent dat u ons op deze wijze, ten onrechte in een kwaad daglicht denkt te kunnen stellen dan moet u er ernstig rekening mee houden dat alle schade die hierdoor ontstaat op u verhaald zal gaan worden. Wilt u daar goede nota van nemen? Woldring United B.V. en haar medewerkers hebben overigens niets te maken met hetgeen u in uw artikel aanhaalt. Dat had u overigens ook kunnen constateren als u op een juiste wijze onderzoek had gedaan. Voor het overige onthoud ik mij van ieder commentaar en betwisten wij de inhoud van uw artikel. Die inhoud is zondermeer in strijd met de werkelijkheid!”
Groeneveld heeft op 4 november 2018 nog het volgende aan Riegman geschreven:
“Wilt u alstublieft nog reageren op de laatste mail? Juist als u vindt dat er onwaarheden in staan, is het belangrijk om deze recht te zetten. Vandaar ook dat ik mijn uiterste best doe voor wederhoor. Tegelijk heb ik inmiddels vele huurders gesproken die deze lezing bevestigen. Er zijn zelfs opnames waarin Woldring aangeeft dat het niet de bedoeling is dat de parkeerplek wordt gebruikt. Dus ik ben erg benieuwd naar wat er niet klopt. Ook als het eventueel een zaak wordt, wat u suggereert, is het raadzaam om juist wel in te gaan op de vragen. Mijn ervaring leert dat rechters daar waarde aan hechten.”
Riegman heeft daarop op 5 november 2018 gereageerd als volgt:
“In mijn emailbericht van 2 november jl. heb ik u een duidelijke reactie gegeven. Ook in uw email van gistermiddag blijft u maar met onwaarheden komen. Wanneer u gedegen onderzoek had gedaan, kon u tot de conclusie komen dat Woldring United B.V. geen woonruimtes verhuurt met een parkeerplaats. Ook had u dan kunnen vaststellen dat dhr. Woldring niet bij ons werkzaam is, en dus niet namens ons kan spreken. Wanneer u dus vragen over of voor dhr. Woldring heeft dient u niet bij ons te zijn. Verder hebben we besloten om niet meer te reageren. Wat we ook zeggen, het zal toch tegen ons gebruikt worden. Vandaar dat wij niet bereid zijn om verder te reageren en handhaven wij al hetgeen vermeld in ons bericht van 2 november jl. Op verdere verzoeken/berichten zal dan ook niet meer gereageerd worden. Zoals reeds eerder gemeld hebben Woldring United en haar medewerkers niets te maken met hetgeen u vermeldt in het artikel.”
Daarop heeft Groeneveld nog op 6 november 2018 geantwoord als volgt:
“Ik begrijp werkelijk niks van uw reactie. We hebben contracten ingezien, verklaringen tegenover de Huurcommissie ingezien en huurders gesproken. Uit dat alles blijkt dat Woldring Verhuur huurders opzadelt met parkeerplekken waar ze niks aan hebben, en dat ontkent u nu? Dan weet ik voldoende. Ik heb mijn uiterste best gedaan voor wederhoor. Dan gaat het artikel naar de krant en online.”
en ten slotte later die dag:
“Ik zou toch graag met u of de heer Woldring willen spreken. Uit documentatie en getuigenissen blijkt onomstotelijk dat u parkeerplekken koppelt aan de verhuur van woningen. In tegenstelling tot wat u in de mails stelt. Daarom de laatste poging om in contact te komen met u of de aandeelhouder. Het verhaal wordt met uw ontkenning tegen de bewijzen in namelijk alleen maar opmerkelijker.”

Vervolgens is op 27 november 2018 op de website Sikkom.nl een artikel van de hand van Groeneveld verschenen met de kop “Woldring Verhuur daagt ons voor rechter, maar krabbelt op laatste moment terug”. De intro van dit artikel luidt:
“Woldring Verhuur zadelt huurders op met dure parkeerplekken die niet bestaan of op kilometers afstand van de woning liggen. Zelfs als de huurder geen auto heeft. Huurders moeten wel akkoord gaan, anders krijgen ze geen huisje. Dat publiceren we begin deze maand. Maar daar is niks van waar, stelt de verhuurder. Die daarom een kort geding aanspant bij de rechter in Groningen. Komende woensdag is de dag.”

De op Sikkom.nl gepubliceerde artikelen zijn ook op de Facebook-pagina van Sikkom verschenen. Daarnaast heeft Groeneveld zich op zijn eigen Facebook-pagina over de kwestie uitgelaten.
Op 7 november 2018 heeft hij de publicatie van diezelfde dag met de kop “Huurders van Woldring moeten kilometers lopen voor dure en volle parkeerplek” gedeeld met de begeleidende tekst “Het zoveelste schandaal in de Groningse verhuursector”.
Vervolgens heeft hij op 8 november 2018 een bericht gepubliceerd met de tekst “Wat een tijd om te leven. Stoppen met roken (al zeven dagen zonder sigaret) en fit worden tijdens kantoorwerk. Nog een paar weekjes trainen en ik ga voor de Vamberg!” Hierbij is een video geplaatst waarop aan het eind een bericht is te lezen met de tekst “Stadhuis koketteert met Woldring Verhuur, terwijl het bedrijf misleidt, oplicht, intimideert en bedreigt”.

Sikkom.nl en Dagblad van het Noorden behoren beide tot NDC mediagroep.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klagers voeren – kort samengevat – aan dat Woldring United, handelend onder de naam Woldring Verhuur, diverse wooneenheden verhuurt en onroerend goed beheert voor andere partijen. Directeur en bestuurder van Woldring United is Riegman. J.J. Woldring, woonachtig in Gibraltar, is aandeelhouder van Woldring United en hij verhuurt als privé-persoon woonruimten.
Volgens klagers is de rode draad van deze zaak dat Groeneveld steevast als journalist op de stoel van de rechter gaat zitten en dat dit journalistiek onzorgvuldig is. Dit journalistiek onzorgvuldige gedrag begon al voorafgaand aan de publicaties, toen klagers op onheuse wijze door Groeneveld werden benaderd. Eind oktober 2018 heeft Groeneveld op verschillende manieren Riegman benaderd over het onderwerp koppelverhuur. Daarbij heeft Groeneveld zich opdringerig gedragen en hij had binnenkomst op het kantoor van Woldring United opnameapparatuur aanstaan, zonder daarvan melding te maken. Riegman heeft vervolgens in een e-mail van 31 oktober 2018 meegedeeld dat hij geen behoefte heeft aan mondeling contact en dat vragen schriftelijk gesteld konden worden. Hij heeft toen ook verzocht medewerkers van Woldring United niet te benaderen en duidelijk gemaakt dat Groeneveld niet persoonlijk langs hoefde te komen om Riegman te spreken. Klagers verwijzen vervolgens naar de e-mailcorrespondentie tussen Riegman en Groeneveld. Volgens Groeneveld zou hij hoor en wederhoor hebben toegepast, maar steevast heeft hij zaken die in zijn ogen als vaststaand feit zouden moeten worden aangenomen voor de voeten van klagers geworpen waarop klagers maar moesten reageren. Het artikel van 27 november 2018 is overigens zonder enige vorm van hoor en wederhoor gepubliceerd. Volgens klagers zou een correcte toepassing van het beginsel van hoor en wederhoor ertoe moeten leiden dat zij eerst gehoord worden en dat daarna pas een conclusie wordt getrokken. Zij hebben zich echter telkenmale moeten verdedigen terwijl Groeneveld zijn oordeel al had geveld. Door steeds op verdacht makende wijze allerlei zaken te insinueren heeft Groeneveld onzorgvuldig gehandeld. Bovendien opereert Groeneveld jegens klagers niet onpartijdig.
Verder doen klagers hun beklag omdat Groeneveld in strijd met de waarheid ten nadele van hen heeft gepubliceerd, waarbij de weergave van de feiten in de publicaties en de door Groeneveld gegeven juridische kwalificaties geen steun vinden in bewijsstukken en/of rechterlijke uitspraken. Zo is Woldring United ten onrechte zwart gemaakt door haar te vergelijken met verhuurders die oplichten, misleiden, chanteren, intimideren en bedreigen. Als voorbeeld wordt genoemd de koppelverhuur met parkeerplaatsen die Woldring Verhuur hanteert. Woldring Verhuur heeft echter geen enkele woning verhuurd met een parkeerplaats. Dat is ook herhaaldelijk aan Groeneveld voorgehouden. Woldring United had dan ook niet in het artikel genoemd mogen worden. Wel verhuurt J.J. Woldring wooneenheden met een parkeerplaats. Er worden dan twee huurcontracten gemaakt. Die zijn rechtmatig en de parkeerplaatsen bestaan daadwerkelijk. Het is onjuist dat honderden huurders verplicht een parkeerplaats moeten huren; niemand is verplicht een huurtransactie aan te gaan. Van bedreiging, intimidatie, oplichting, chantage en/of misleiding – strafrechtelijke kwalificaties – is in het geheel geen sprake. Groeneveld had deze kwalificaties nooit mogen gebruiken, aldus klagers. Zij wijzen in dit verband ook op de publicaties van Groeneveld op zijn Facebook-pagina. Verder is in het door Dagblad van het Noorden gepubliceerde artikel ten onrechte de indruk gewekt dat de Huurcommissie de huurder in het gelijk heeft gesteld ten aanzien van de vermeende ‘constructie’ (de koppelverhuur van woonruimte met parkeerplaats). De Huurcommissie heeft slechts de puntentelling van de woonruimte naar beneden gesteld en een kleine aanpassing verricht op de huurprijs. De Huurcommissie heeft zich niet willen uitlaten over de vraag met betrekking tot de parkeerplaats. Juist op dat punt heeft de huurder bij de Huurcommissie verloren. In dit artikel is dus een onjuiste (juridische) kwalificatie gegeven van de uitspraak van de Huurcommissie, terwijl tegelijkertijd gezag uitgaat van een uitspraak van de Huurcommissie.
Klagers voeren voorts aan dat zij in verschillende publicaties ten onrechte en onjuist zijn geciteerd. Zo heeft J.J. Woldring zich nimmer uitgelaten op de wijze zoals is weergegeven in het artikel dat op 7 november 2018 op Sikkom.nl is gepubliceerd. Groeneveld heeft nog nooit contact gehad met J.J. Woldring. En in het artikel van 27 november 2018 is de aan F. Woldring toegeschreven zin “We doen het alleen voor de toeslag.” door Groeneveld verzonnen.
Ten slotte menen klagers dat Groeneveld zich niet ontziet om hen op schofferende wijze neer te zetten, hetgeen totaal onnodig is en ook afbreuk doet aan de naam van klagers die zij hebben hoog te houden. Zij wijzen in dat verband onder meer op een passage in het artikel van 7 november 2018 dat op Sikkom.nl is gepubliceerd: Omdat de Poolse bouwvakkers als aasgieren om ons heen blijven cirkelen, besluiten we het gesprek voort te zetten via de mail.” Op de betreffende locatie zijn echter geen bouwvakkers werkzaam.
Klagers hebben hun standpunten uitvoerig toegelicht en ter ondersteuning daarvan verwezen naar diverse bijlagen. Zij concluderen dat verweerders journalistiek onzorgvuldig hebben gehandeld.

NDC stelt hier allereerst tegenover dat de klacht gericht is tegen publicaties van Sikkom. In het klaagschrift wordt slechts kort vermeld dat ook sprake is van een publicatie in Dagblad van het Noorden, maar uit niets blijkt dat de klacht zich ook richt tegen Dagblad van het Noorden. Nu beide uitgaven zelfstandig van elkaar verschijnen en publiceren, er sprake is van verschillende (hoofd)redacties en er geen afzonderlijke klacht is ingediend tegen het handelen en de publicatie van Dagblad van het Noorden zal niet worden ingegaan op de klacht ter zake. De redactie van Dagblad van het Noorden is van oordeel dat de tegen haar gerichte klacht moet worden afgewezen nu deze klacht niet inhoudelijk is onderbouwd en de publicatie van Dagblad van het Noorden een voor een groot deel overgenomen artikel van Sikkom van de hand van Groeneveld betreft.
Verder voert NDC – eveneens samengevat – aan dat zij diverse artikelen heeft gewijd aan kosten die in rekening worden gebracht bij de bemiddeling van huurruimtes. Daarbij zijn diverse grote lokale spelers op de verhuurmarkt onderzocht en zijn de geconstateerde misstanden benoemd. In dat verband is ook bericht over de wijze waarop klagers omgaan met de verhuur van woonruimte en dan met name de gekoppelde verhuur van parkeerplaatsen.
Volgens NDC zijn alle door haar in de publicaties ingenomen standpunten juist en op aantoonbare feiten gebaseerd. Daarbij is de vorm van de publicaties niet van belang. Evenmin is relevant of er Polen bij een van de panden van Woldering aan het werk waren en of J.J. Woldring formeel in dienst is bij Woldring. Deze elementen maken onderdeel uit van het verhaal dat Groeneveld heeft willen vertellen. Overigens zijn wel degelijk Poolse bouwvakkers bij het project van Woldring waargenomen en is meegedeeld dat J.J. Woldring werkzaam is voor Woldring United.
NDC betwist dat klagers in het op 7 november 2018 op Sikkom.nl gepubliceerde artikel zijn beticht van oplichten, misleiden, chanteren, intimideren en/of bedreigen. Er is geschetst dat in de Groningse verhuurwereld, waarin diverse misstanden aan de orde van de dag zijn, de vindingrijkheid hoogtij viert. Daarvan is als voorbeeld genoemd dat ook klagers een creatieve manier hebben gevonden om de regels te omzeilen: de koppelverhuur van parkeerplaatsen met woonruimte. Uit de diverse overgelegde bijlagen blijkt overduidelijk dat deze koppelverhuur door klagers is toegepast en dat huurders daarop niet zitten te wachten. Voor zover er al een verwijt jegens klagers blijkt, dan is dat het verwijt dat zij zeer vindingrijk zijn. Daarbij komt dat het taalgebruik van Sikkom is gericht op een jonge doelgroep, meer specifiek: studenten. Om deze doelgroep te bereiken, maakt Sikkom gebruik van een voor dit publiek aantrekkelijke, onderscheidende schrijfstijl, die wordt gekenmerkt door een grover taalgebruik dan traditionele media. Sikkom heeft de termen zoals ‘oplichting’ ook niet in een strafrechtelijke betekenis gebruikt, maar enkel overeenkomstig gangbaar spraakgebruik. De termen worden niet opgevat als (strafrechtelijke) kwalificaties maar als weergave van een feitelijke situatie. Als je betaalt voor een parkeerplaats die je niet mag gebruiken en ook helemaal niet nodig hebt dan is er sprake van oplichten en misleiden, en die situatie doet zich hier voor, aldus NDC. De huur van de parkeerplaats wordt daarbij door klagers voorgespiegeld als een voordeel voor de huurder in verband met de te verkrijgen huursubsidie, maar dat blijkt niet het geval te zijn. Daarnaast blijkt dat deze door klagers toegepaste constructie enkel is bedoeld voor hun eigen gewin. Volgens NDC is het twijfelachtig dat klagers het probleem bij J.J. Woldring privé trachten neer te leggen. In dat verband wijst zij op diverse huurovereenkomsten waaruit blijkt J.J. Woldring en Woldring United een en dezelfde partij zijn. Er is dan ook terecht vermeld dat Woldring United huurders verplicht een parkeerplaats te huren.
In het artikel van Dagblad van het Noorden is vermeld dat een huurder bij de Huurcommissie in het gelijk is gesteld inzake een geschil met verhuurder Woldring. Feitelijk is dit ook het geval: de huurder is in het gelijk gesteld en de huur is naar beneden bijgesteld. Verder heeft de Huurcommissie beslist dat zij niet kan oordelen over de huur voor de parkeerplaats, omdat deze in haar optiek geen onderdeel vormt van de gehuurde woonruimte. De parkeerplaats kan om die reden niet in de puntentelling worden meegenomen. Ten aanzien van dit geschil is niets gesteld wat feitelijk onjuist is.
Naast het feit dat NDC zich heeft gebaseerd op feiten bij het opstellen van de berichtgeving, heeft zij ook hoor en wederhoor toegepast. Dat klagers er zelf voor hebben gekozen om eerst niet inhoudelijk te reageren en vervolgens zich te beperken tot een algehele ontkenning, waarbij zij stelselmatig ieder contact met Groeneveld hebben vermeden, kan niet aan NDC worden tegengeworpen.
NDC betwist verder dat zij ten onrechte citaten aan klagers heeft toegeschreven. Het gaat om uitlatingen van F. Woldring tegen huurders – en niet tegen Groeneveld – zoals duidelijk is vermeld. Uit de transcriptie van een door een van de huurders opgenomen telefoongesprek blijkt dat F. Woldring zich heeft uitgelaten zoals in de berichtgeving is weergegeven. Die weergave is weliswaar tekstueel niet exact gelijk aan hetgeen Woldring heeft gezegd, maar inhoudelijk wel.
Ten aanzien van de Facebook-pagina van Groeneveld stelt NDC ten slotte dat het videofragment door klagers uit zijn verband wordt gehaald. Groeneveld deed destijds fietsoefeningen tijdens zijn werk op de computer. Hij was bezig met een artikel over klagers, maar dit had net zo goed een ander artikel kunnen zijn geweest. Groeneveld heeft toen ook een video opgenomen van een aantal seconden, waarop is te zien dat hij fietst achter zijn computer. In dat videofragment is zijn computerscherm een seconde zichtbaar. Daarop is de titel van het artikel waaraan hij werkte zeer kort en zeer slecht zichtbaar. Daarbij komt dat de video niet in de context van de publicaties over klagers openbaar is gemaakt. De kans is dan ook vrijwel nihil dat bezoekers van de Facebook-pagina van Groeneveld de betreffende tekst hebben gelezen, laat staan dat zij hebben begrepen wat er met deze enkele zin werd bedoeld. Dit videofragment kan op geen enkele wijze benadelend voor klagers zijn.
Ook NDC heeft haar standpunten uitvoerig toegelicht en ter ondersteuning daarvan verwezen naar diverse bijlagen. Zij concludeert dat journalistiek zorgvuldig is gehandeld.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad stelt allereerst vast dat in het verweerschrift van NDC enerzijds is opgemerkt dat – kort gezegd – niet zal worden ingegaan op de klacht over de berichtgeving van Dagblad van het Noorden, maar dat het verweerschrift anderzijds een inhoudelijke reactie ter zake bevat. Bovendien is in het verweerschrift opgenomen dat de redactie van Dagblad van het Noorden van oordeel is dat de tegen haar gerichte klacht moet worden afgewezen. Verder heeft NDC erop gewezen dat de publicatie van Dagblad van het Noorden een voor een groot deel overgenomen artikel van Sikkom van de hand van Groeneveld betreft. Voorts neemt de Raad in aanmerking dat Sikkom.nl en Dagblad van het Noorden beide deel uitmaken van NDC mediagroep B.V., die formeel verweer heeft gevoerd. De Raad ziet dan ook geen aanleiding om de klacht over de publicatie van Dagblad van het Noorden niet te beoordelen.

Klagers hebben in het klaagschrift de kern van de (vermeende) klachtwaardige gedragingen van NDC weergegeven als volgt:
·         zij zijn op onjuiste wijze door Groeneveld benaderd;
·         er is in strijd met de waarheid over hen gepubliceerd, waarbij ten onrechte strafrechtelijke kwalificaties zijn gebruikt;
·         zij zijn ten onrechte en onjuist geciteerd;
·         de berichtgeving is onnodig grievend.
De Raad zal zich tot deze kernpunten beperken en die in onderlinge samenhang beoordelen.

De Raad stelt voorop dat media een belangrijke taak hebben om misstanden in de samenleving aan de kaak te stellen. Het is dan ook maatschappelijk relevant en journalistiek geboden om onderzoek te verrichten naar en/of te berichten over de (mogelijk) ontoelaatbare handelwijze van klagers als verhuurders van huurruimte aan Groningse studenten.
Daarbij zijn de journalist en zijn redactie vrij in de selectie van nieuws. Het is aan de journalist om te bepalen vanuit welke invalshoek(en) een onderwerp wordt belicht en in welke context het bericht wordt gebracht.

Publicaties op Sikkom.nl
De door klagers afzonderlijk benoemde onjuistheden en beschuldigingen moeten worden bezien in de context van de gehele berichtgeving. NDC heeft aannemelijk gemaakt dat er voldoende aanleiding bestond om over klagers te berichten op de wijze zoals is gedaan. Hetgeen in de berichtgeving naar voren is gebracht, aangevuld met wat NDC heeft aangevoerd, vormt een deugdelijke basis voor de berichtgeving.

Uit de intro van het artikel van 7 november 2019 volgt niet zonder meer dat klagers worden beschuldigd van ‘oplichten, misleiden, chanteren, intimideren en/of bedreigen’. Het voorbeeld van klagers kan evenzeer worden betrokken op het ‘vindingrijker worden’ van verhuurders. In de tekst van het artikel wordt dit verder genuanceerd.

Het standpunt van klagers dat Woldring United niet genoemd had mogen worden omdat de besproken huurconstructie een gedraging van J.J. Woldring in privé betreft, kan niet worden gevolgd. Uit hetgeen NDC heeft aangevoerd – waarin begrepen de door haar overlegde documenten – blijkt genoegzaam dat klagers zodanig verwarring scheppen ter zake, dat J.J. Woldring en Woldring United in de berichtgeving vereenzelvigd kunnen worden. Dat er juridisch een onderscheid tussen hen bestaat, doet daar niet aan af.

Niet is gebleken dat klagers ten onrechte of onjuist zijn geciteerd. Desgevraagd hebben klagers ter zitting erkend dat de weergave van de aan hen toegeschreven woorden in ieder geval overeenkomt met de strekking ervan.

Verder is niet gebleken dat de publicaties op Sikkom.nl relevante onjuistheden bevatten dan wel onnodig grievend zijn. Hoewel de berichtgeving op sommige punten zwaar is aangezet, vindt de Raad dat daarmee niet journalistiek onzorgvuldig is gehandeld. Er is geen zodanig vertekend beeld of onzorgvuldige weergave van de kwestie gegeven, dat daarmee op een of meer onderdelen sprake is van niet-waarheidsgetrouwe of tendentieuze berichtgeving.

Verder blijkt uit de e-mailcorrespondentie tussen Riegman en Groeneveld dat klagers voorafgaand aan de publicatie van 7 november 2018 herhaaldelijk de mogelijkheid van wederhoor is geboden. Het had dan ook op de weg van klagers gelegen om gedegen inhoudelijk te reageren en daarmee de voorgenomen berichtgeving te nuanceren. De omstandigheid dat klagers hebben volstaan met een algemene reactie en de mogelijkheid dat zij de impact van de berichtgeving niet goed hebben overzien, dienen voor hun rekening te komen. Dat klagers zich niet konden vinden in de – in hun ogen: opdringerige en vooringenomen – opstelling van Groeneveld, kan daaraan niet afdoen. De algemene reactie van klagers is bovendien adequaat in het artikel verwerkt.
Gezien de opstelling van klagers acht de Raad het in dit geval ook niet onzorgvuldig dat Groeneveld klagers niet meer heeft benaderd voorafgaand aan de publicatie van 27 november 2018.

Het voorgaande leidt ertoe dat NDC met de publicaties op Sikkom.nl niet journalistiek onzorgvuldig heeft gehandeld.

Publicatie van Dagblad van het Noorden
In eerdere zaken heeft de Raad overwogen dat indien een journalist zich baseert op juridische stukken, hij moet voorkomen dat parafrases en citaten van dien aard zijn dat daarmee een andere betekenis of lading aan de feiten wordt gegeven.
Het artikel bevat de volgende passage:
“Verschillende huurders maakten de constructie aanhangig bij de Huurcommissie, advocaten, juridische dienstverleners en Woldring zelf. Een uitspraak van de Huurcommissie stelt de huurder in het gelijk.”
De Raad vindt dat hiermee als feit is gepresenteerd, althans sterk de indruk is gewekt, dat de Huurcommissie zich in ten minste één zaak heeft uitgelaten over de vermeende ‘constructie’ die door klagers zou worden toegepast – te weten: verplichte koppelverhuur van woonruimte met parkeerplaats – en die constructie als ontoelaatbaar heeft beoordeeld. Klagers hebben gemotiveerd gesteld dat dit niet juist is, hetgeen door NDC niet is betwist.

Door zo te berichten over de wijze waarop de Huurcommissie zich over de kwestie zou hebben uitgelaten, heeft NDC journalistiek onzorgvuldig gehandeld.

Facebook-pagina Groeneveld
De Raad stelt vast dat Groeneveld de door klagers gewraakte berichten voor iedereen toegankelijk heeft gemaakt, en dat deze dus niet slechts voor een beperkte groep (vrienden) zichtbaar zijn. Daarbij zijn de berichten duidelijk gerelateerd aan het werk van Groeneveld, meer specifiek: zijn artikel over klagers op Sikkom.nl. De Raad acht zich dan ook bevoegd daarover te oordelen.

Verder overweegt de Raad dat de inleiding van zijn Leidraad de volgende passage bevat:
“De Leidraad heeft als uitgangspunt dat iedereen die zich met journalistiek bezighoudt, verantwoordelijkheid dient te nemen voor de informatie die zij of hij verspreidt en de manier waarop zij of hij opereert.
Het is daarbij niet van belang in welk medium of op welk platform dit gebeurt. (…) De journalistieke principes en uitgangspunten hebben in ieder medium en op ieder platform zeggings- en geldingskracht.”

In het Facebook-bericht van 8 november 2018 heeft Groeneveld – weliswaar kort, maar niettemin duidelijk – als feit gepresenteerd dat ‘Woldring Verhuur misleidt, oplicht, intimideert en bedreigt’. Deze zeer vergaande beschuldigingen zijn verder niet onderbouwd of genuanceerd. Bovendien bevat het bericht geen reactie van klagers. Aldus zijn de algemene normen uit de Leidraad ten aanzien van het publiceren van ernstige beschuldigingen geschonden en is de plaatsing van dit bericht derhalve journalistiek onzorgvuldig.

Relevante punten uit de Leidraad van de Raad: A. en B.3
Relevante eerdere conclusies van de Raad: RvdJ 2019/16, RvdJ 2019/9 en RvdJ 2019/4

CONCLUSIE

Voor zover de klacht is gericht tegen de publicaties van 7 en 27 november 2018 op Sikkom.nl hebben W. Groeneveld, Sikkom.nl en NDC Mediagroep B.V. journalistiek zorgvuldig gehandeld.

Voor zover de klacht is gericht tegen de publicatie van 7/8 november 2018 door Dagblad van het Noorden en het bericht van 8 november 2018 op de Facebook-pagina van Groeneveld, hebben W. Groeneveld, Dagblad van het Noorden en NDC Mediagroep journalistiek onzorgvuldig gehandeld.

De Raad doet de aanbeveling om deze conclusie integraal of in samenvatting te publiceren door Dagblad van het Noorden alsmede op de Facebook-pagina van Groeneveld.

Zo vastgesteld door de Raad op 8 augustus 2019 door mr. Th. Groeneveld, voorzitter, S.A. Agterberg, J. Hoogenberg, mw. M. ten Katen en S. Kuijper, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.