2019/25 zorgvuldig

Samenvatting

H. Bijleveld en de Leeuwarder Courant hebben in een reeks artikelen over de Friesche Jacht Centrale op journalistiek zorgvuldige wijze over klager bericht. Waar nodig is wederhoor toegepast. Niet is gebleken dat de artikelen relevante feitelijke onjuistheden bevatten. Van een nodeloos grievende toonzetting is geen sprake. Er bestaat geen aanleiding voor de conclusie dat de berichtgeving niet-waarheidsgetrouw of tendentieus is. De vermelding van de achternaam van klager was journalistiek relevant en zijn belangen zijn niet onevenredig geschaad.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van  

X

tegen

H. Bijleveld en de hoofdredacteur van de Leeuwarder Courant

De heer X (klager) heeft op 21 juni 2018 een klacht ingediend tegen de heer H. Bijleveld en de hoofdredacteur van de Leeuwarder Courant. Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie van klager en de heer S. Warmerdam, hoofdredacteur, betrokken van 27 juni 2018, 20 november 2018 en 11 januari 2019.

De klacht is behandeld op de zitting van de Raad van 1 februari 2019 in aanwezigheid van de heren Bijleveld en Warmerdam. Klager is daar niet verschenen.

DE FEITEN

Op 2 juni 2018 is in de Leeuwarder Courant een artikel van de hand van Bijleveld verschenen met de kop “De Friesche Jacht Centrale Heeg stopt”. De intro van het artikel luidt:
“De Friesche Jacht Centrale in Heeg stopt. Het bedrijf van [X] (81) heeft inmiddels tientallen jachten laten veilen.”

Vervolgens zijn over de kwestie nog de volgende artikelen, eveneens van de hand van Bijleveld, in de Leeuwarder Courant gepubliceerd:
-        op 9 juni 2018 met de koppen “Beslag [X] Heeg en aangifte wegens diefstal jachten” en “Ik een bedrieger?”;
-        op 12 juni 2018 met de kop “Wat verkoopt [X]?”;
-        op 16 juni 2018 met de kop “Schuldeisers [X] gefopt met hulp van makelaar”.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt – samengevat – dat sprake is van onjuiste en tendentieuze berichtgeving, die het proces verstoort waarbij klager juist probeert de schuldeisers op een correcte wijze tegemoet te komen. Hij licht toe dat het schuldeiser-verhaal dateert van april 2018 en alleen te maken heeft met het bedrijf Friesche Jacht Centrale Heeg, waarvan hij de eigenaar is. Ten onrechte is in de berichtgeving ook de manege van zijn dochter betrokken, die volledig losstaat van klager en zijn bedrijf. Bijleveld doet voorkomen alsof klager de schuldeisers een loer draait door de manege te verkopen, maar daarover geen openheid te geven jegens hen. Dat is apert onjuist en schaadt zijn belangen aanzienlijk, aldus klager. Hij wijst erop dat hij vanaf 2014 is geconfronteerd met een crisis, met forse prijsdalingen tot meer dan 50%, en mede daardoor in financiële problemen is gekomen. Dat is versterkt door zijn boten in het goedkopere segment – met veel ruil en inruil – waarin de prijzen ook sterk zijn gezakt. Aangezien er geen goede toekomst meer was in deze sector, besloot hij ermee te stoppen. Zijn wens was wel om in overleg met zijn klanten/schuldeisers de zaken zo goed mogelijk af te wikkelen. Om dit te volbrengen heeft hij in april 2018 met zijn advocaat het plan opgesteld om zijn bedrijf met de in zijn eigendom behorende percelen, haven en steigers te verkopen. Voor de courantheid koos hij voor de optie om alles in één koop te regelen, maar wel gescheiden voor de eigenaren. Over dit plan is bericht in het artikel van 2 juni 2018. Klager zou vervolgens proberen om met de bank en schuldeisers tot een vergelijk te komen. In de berichtgeving is ten onrechte onrust gecreëerd door voortijdig bij de schuldeisers de indruk te wekken dat het plan zal stranden. Daarbij heeft Bijleveld veelvuldig gebruik gemaakt van termen als ‘onethisch’, ‘gedragscode’, ‘schorsing’ en ‘tuchtrechten’, en is een bekende goede makelaar ten onrechte de grond in geboord.
Verder maakt klager bezwaar tegen de vermelding van zijn achternaam, die volgens hem alleen is gebruikt omdat deze dezelfde is als van een algemeen bekende ondernemer. Bovendien wordt zijn achternaam herhaaldelijk in het meervoud gebruikt, terwijl zijn kinderen of andere familieleden niets met de zaak te maken hebben. Zij worden nu ten onrechte in de beschuldigingen betrokken en daarop aangekeken. Overigens heeft de krant onjuist bericht over (de domeinnaam van) de manege van zijn dochter, aldus klager.
Hij wijst er voorts op dat de krant al een rectificatie heeft moeten plaatsen naar aanleiding van de onjuiste bewering in het artikel van 9 juni 2018 dat sprake was van een faillissement van de Friesche Jacht Centrale. Klager wil juist een faillissement voorkomen, zodat er voor de schuldeisers wat over blijft.
Klager concludeert dat in de berichtgeving een onjuiste sfeer is gecreëerd, waardoor het vertrouwen bij veel schuldeisers is verdwenen. Als gevolg daarvan zijn de belangen van klager en zijn bedrijf op onevenredige wijze geschaad.
Hij voegt hieraan nog toe dat de hoofdredacteur hem heeft aangeboden om de redactie te voorzien van een nadere reactie met bijbehorende stukken. De berichtgeving wordt dan echter een eindeloos feuilleton, waaraan klager niet wil meewerken.

Bijleveld en de Leeuwarder Courant stellen daar – eveneens samengevat – tegenover dat het hun taak is om te beschrijven wat er leeft in de samenleving. Door het grote aantal gedupeerden en schuldeisers was het gerechtvaardigd om de kwestie op de agenda te zetten en daarover te publiceren.
Volgens Bijleveld en de krant was het niet onzorgvuldig om de achternaam van klager te vermelden. Die naam wordt in (vrijwel) alle rechtbankstukken genoemd, niet ‘Friesche Jacht Centrale’. Daarbij komt dat klager heeft toegezegd gedupeerden tegemoet te komen middels verkoop van de bedrijfs- en privébezittingen van klager en bezittingen die deels op naam van zijn kinderen staan. Dat de schuldeisers geen verbinding hebben met de naastliggende manege van klagers dochter is onjuist; de artikelen van 12 en 16 juni 2018 maken dat duidelijk.
Verder menen Bijleveld en de krant dat zij juist over de kwestie hebben bericht. Het artikel van 16 juni 2018 gaat over een makelaar die onroerend goed van klager te koop heeft laten staan terwijl dat al was verkocht. De makelaar geeft in het weergegeven wederhoor toe dat hij het onroerend goed ‘te koop’ heeft laten staan op verzoek van de familie (klager en zijn dochter). Deze bezittingen zijn voor de kwestie relevant. In het artikel van 9 juni 2018 zijn diverse gedupeerden geciteerd, die meedelen dat ze niet gelukkig zijn met de handelwijze van de Friesche Jacht Centrale, en dat ze hun geld of boot kwijt zijn. In dit artikel komt klager uitgebreid aan het woord, waarbij hij toegeeft dat de jachtenhandel inzakte, maar dat alle schuldeisers hun geld zullen krijgen “als alles is verkocht”. Nergens is ten onrechte melding gemaakt van een faillissement. In het artikel van 2 juni 2018 staat juist dat klager een faillissement probeert te voorkomen. Ongelukkig genoeg heeft de bijlage-redactie in de bijlage van ‘Sneon & Snein’ van 9 juni 2018 het artikel van Bijleveld ten onrechte aangekondigd als: “Faillissement Friesche Jacht Centrale: ’Ziet u in mij een grote bedrieger?’”. Die onzorgvuldigheid is direct gerectificeerd. In het artikel zelf wordt niet over een faillissement gesproken. Later in 2018 komt het faillissement wel in berichtgeving ter sprake als verschillende malen door schuldeisers het faillissement wordt aangevraagd. Die aanvragen zijn in twee gevallen ook weer ingetrokken. Ook dat heeft de krant bericht.
Bijleveld heeft voorafgaand aan de publicaties steeds de feiten gecheckt en zorgvuldig hoor en wederhoor toegepast, zoals ook in de artikelen is weergegeven. Verder heeft hij (met een collega) verschillende malen klager en zijn advocaat bezocht en interviews afgenomen, bijvoorbeeld voorafgaand aan het langere artikel dat is gepubliceerd op 9 juni 2018. Daarna is er altijd via e-mail of telefoon commentaar gevraagd.
Verder betwisten Bijleveld en de krant dat is gegrossierd in termen van ‘onethisch’, ‘gedragscode’, ‘schorsing’ en ‘tuchtrechten’; dit blijkt niet uit de artikelen. Ook is niet onjuist bericht over (de domeinnaam van) de manege van klagers dochter. De manege op het perceel naast de woning van klager behoort tot de opstallen die worden meeverkocht om schuldeisers tegemoet te komen. Die manege was ooit van de ene dochter, maar is nu deels eigendom van een andere dochter. Daarnaast is de schoonzoon schuldeiser. De zoon van klager werkt op de werf en zet de activiteiten daar voort (althans tot recentelijk voor zover bekend). Waar de kinderen commentaar wilden geven is dat ook gemeld en geciteerd.
Bijleveld en de krant benadrukken dat het niet de intentie is geweest om klager te beschadigen. Zij betreuren het dat klager zich onvoldoende in de berichtgeving herkent en begrijpen dat de berichtgeving hem onaangenaam treft. Dat is echter geen reden om niet over de kwestie te berichten.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad stelt voorop dat journalisten vrij zijn in de selectie van wat zij publiceren. Dat brengt mee dat het aan de redactie is om te bepalen vanuit welke invalshoek(en) een onderwerp wordt belicht en in welke context het bericht wordt gebracht.

Bijleveld en de krant hebben aannemelijk gemaakt dat er voldoende aanleiding bestond om over klager en zijn onderneming te berichten op de wijze zoals zij hebben gedaan.

In de berichtgeving is een duidelijk onderscheid gemaakt tussen feiten, beweringen en meningen. Bovendien blijkt uit de artikelen dat waar nodig wederhoor is toegepast. Gesteld noch gebleken is dat de reacties van (de advocaat van) klager onjuist en/of onvoldoende zijn verwerkt. Verder is evenmin gebleken dat de artikelen relevante feitelijke onjuistheden bevatten. Weliswaar is kennelijk in de aankondiging van het artikel van 9 juni 2018 in de bijlage ‘Sneon en Snein’ ten onrechte vermeld dat de Friesche Jacht Centrale failliet was, maar deze fout is direct hersteld. In het artikel zelf – waartegen de klacht zich richt – is echter niet over een faillissement gesproken. Hoewel de Raad zich kan voorstellen dat de berichtgeving klager niet welgevallig is, deelt hij klagers standpunt niet dat de toonzetting nodeloos grievend is.

Er bestaat dan ook geen aanleiding voor de conclusie dat een zodanig vertekend beeld of onzorgvuldige weergave van de kwestie is gegeven, dat daarmee sprake is van niet-waarheidsgetrouwe of tendentieuze berichtgeving.

Ten slotte is de Raad van oordeel dat de vermelding van de achternaam van klager journalistiek relevant was en dat daarmee zijn belangen niet onevenredig zijn geschaad. Daarbij neemt de Raad mede in aanmerking dat klager als eigenaar van de Friesche Jacht Centrale – in ieder geval in de regio – een zekere bekendheid geniet. Het was dan ook niet ontoelaatbaar om de achternaam van klager te vermelden.

Een en ander leidt tot de conclusie dat Bijleveld en de Leeuwarder Courant journalistiek zorgvuldig hebben gehandeld.
Relevante punten uit de Leidraad van de Raad: A., B.3 en C.1
Relevante eerdere conclusies van de Raad: RvdJ 2019/5 en RvdJ 2017/30

BESLISSING

Bijleveld en de Leeuwarder Courant hebben journalistiek zorgvuldig gehandeld.

Zo vastgesteld door de Raad op 17 mei 2019 door prof.mr. B.E.P. Myjer, voorzitter, mr. I.R.J. Barends, mw. dr. Y.M. de Haan, J. Hoogenberg en H.P.M.J. Schneider, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.