2019/5 zorgvuldig

Samenvatting

G. Kuitert en De Twentsche Courant Tubantia hebben in het artikel “Curieuze club BWO houdt justitie in Twente goed bezig” op journalistiek zorgvuldige wijze aandacht besteed aan de Bond van Wetsovertreders (klaagster). Er bestond voldoende aanleiding om over klaagster en haar voorzitter te berichten op de wijze zoals is gedaan, waarbij duidelijk onderscheid is gemaakt tussen feiten, beweringen en meningen. Niet is gebleken dat het artikel relevante onjuistheden bevat. Bovendien is waar nodig een reactie van (de voorzitter van) klaagster verwerkt.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

Bond van Wetsovertreders

tegen

G. Kuitert en de hoofdredacteur van De Twentsche Courant Tubantia

De heer mr. P. Vleeming, voorzitter, heeft op 24 september 2018 namens de vereniging Bond van Wetsovertreders te Amsterdam (klaagster) een klacht ingediend tegen G. Kuitert en de hoofdredacteur van De Twentsche Courant Tubantia. Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie van klaagster en mevrouw M. Riemsma, hoofdredacteur, betrokken van 2, 7, 18, 19, 20, 26, 27 en 30 oktober 2018.

De zaak is behandeld op de zitting van de Raad van 2 november 2018 in aanwezigheid van mr. Vleeming, die het standpunt van klaagster heeft toegelicht aan de hand van een notitie, de heer Kuitert en mevrouw Riemsma.

DE FEITEN

Op 18 september 2018 is op de website van De Twentsche Courant Tubantia een artikel van de hand van Kuitert verschenen met de kop “Curieuze club BWO houdt justitie in Twente goed bezig”. De intro van het artikel luidt:
“De Bond van Wetsovertreders (BWO) die hotel Marcant in Tubbergen voor de rechter wilde slepen voor het plaatsen van Facebook-foto’s van de hotelpiraten Henk en Jolanda, maar dat uiteindelijk toch maar niet deed, is een merkwaardige club. Of éénmansguerilla van voorzitter Pieter Vleeming, zoals sommigen beweren.
Het door de BWO aangespannen kort geding, werd maandag in Almelo een half uur voor de zitting door Vleeming ingetrokken. Na veel publicitair lawaai, dreigt ook deze door de BWO begonnen rechtszaak in de kiem te smoren. „Het spoedeisend karakter, waar bij een kort geding sprake van moet zijn, was verdwenen”, zei Vleeming er over.”
Verder bevat het artikel onder meer de volgende passage:
“Op de eigen website beweert de Bond van Wetsovertreders een organisatie te zijn met 1025 leden. Een regel verder wordt gerept over 1142 leden. „Onlangs zijn er in één klap 195 tbs’ers bijgekomen.”
Van die leden zouden er 400 vastzitten in de gevangenis, 525 tot tbs zijn veroordeeld en de overige leden zouden buiten het gevang leven. De Volkskrant kwam vier jaar geleden na eigen onderzoek tot de conclusie dat de BWO slechts uit één persoon bestaat: voorzitter Pieter Vleeming. „In kringen van justitie, (ex-)gedetineerden en advocaten wordt ervan uitgegaan dat Vleeming in zijn eentje handelt en dat de bond helemaal geen leden heeft, een enkeling daargelaten”, schreef De Volkskrant.
Het Brabants Dagblad nam die zinsnede eind vorig jaar over en dat kwam de krant prompt op een veroordeling van de Raad voor Journalistiek te staan. Volgens de BWO had de krant kunnen weten dat de bond drie bestuursleden heeft, want het staat op de website. Sinds 2017 is het bestuur met drie leden weer ‘compleet’.”

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster stelt – kort samengevat – dat het artikel diverse onjuistheden bevat en suggestief is. Zij meent dat Kuitert de kwestie ten onrechte op de man heeft gespeeld – in de persoon van voorzitter Vleeming – met de bedoeling hem zwart te maken. In dat verband maakt klaagster vooral bezwaar tegen het gebruik van de term ‘eenmansguerilla’.
Verder legt klaagster uit dat zij het kort geding tegen hotel Marcant kort voor de zitting heeft ingetrokken omdat de dag ervoor de foto’s van Facebook waren verwijderd. Had klaagster het kort geding niet ingetrokken, dan had zij wegens gebrek aan het spoedeisend belang de procedure verloren of was zij niet-ontvankelijk verklaard. Verder is onder meer bericht over een niet-bestaand onderzoek van de Volkskrant, waaruit zou zijn gebleken dat de organisatie van klaagster slechts uit één persoon bestaat, hetgeen niet juist is.
Klaagster voert verder aan dat de redacteur ten onrechte geen wederhoor heeft toegepast. Hij had bijvoorbeeld aan de woordvoerder van klaagster kunnen vragen de ledenlijst te mogen inzien.
Naar de mening van klaagster is journalistiek onzorgvuldig gehandeld doordat in het artikel beweringen zijn gedaan, die feitelijk onjuist zijn. Als de redacteur zich had gebaseerd op de juiste feiten, dan had hij geen verhaal gehad, aldus klaagster. Zij heeft haar standpunten uitgebreid toegelicht aan de hand van een groot aantal producties.

Kuitert en De Twentsche Courant Tubantia stellen hier – eveneens kort samengevat – tegenover dat het op het laatste moment intrekken van het kort geding aanleiding was voor de publicatie over klaagster. De timing van het intrekken was bijzonder omdat de eis – het onherkenbaar maken van de personen op de foto – al een maand eerder was ingewilligd. Het merkwaardige optreden van klaagster motiveerde Kuitert om haar functioneren nader te beschouwen en er een nieuws- en achtergrondartikel over te schrijven. Uit nader onderzoek bleek dat klaagster af en toe aantoonbaar niet op verzoek van de betrokken wetsovertreders handelt. Bovendien worden door haar handelwijze politie en justitie, bestuurders en ambtenaren nodeloos belast. Zowel de gemeenschap als particulieren worden hierdoor onnodig op kosten gejaagd. Het is de taak van de journalistiek om dit te signaleren en openbaar te maken. Van het bewust of onnodig zwart maken van klaagster en/of haar voorzitter is geen sprake. In het artikel is terecht vermeld dat sommigen klaagster zien als een ‘eenmansguerilla’. Daarmee wordt onder meer gedoeld op de Volkskrant en GeenStijl. Daarnaast is echter uitdrukkelijk vermeld dat het bestuur van klaagster uit drie leden bestaat.
Verder voeren Kuitert en de krant aan dat wel degelijk met de voorzitter van klaagster is gesproken en dat zijn reactie in het artikel is verwerkt.
Kuitert en de krant menen dat het artikel zorgvuldig en met voldoende wederhoor tot stand is gekomen. Ook zij hebben hun standpunten uitvoerig toegelicht.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad stelt voorop dat journalisten vrij zijn in de selectie van wat zij publiceren. Dat brengt mee dat het aan de redactie is om te bepalen vanuit welke invalshoek(en) een onderwerp wordt belicht en in welke context het bericht wordt gebracht.

Kuitert en de krant hebben in het door hun uitgevoerde onderzoek voldoende aanleiding kunnen zien om over klaagster en haar voorzitter te berichten op de wijze zoals is gedaan. Daarbij hebben zij een duidelijk onderscheid gemaakt tussen feiten, beweringen en meningen.

Het voorgaande in aanmerking genomen is het niet journalistiek ontoelaatbaar om te vermelden dat ‘sommigen beweren’ dat de organisatie van klaagster kan worden beschouwd als een ‘eenmansguerilla van haar voorzitter’. Daarbij komt dat uitdrukkelijk is bericht dat het bestuur van klaagster uit drie personen bestaat. De lezer kan de eerdere bewering dus op waarde schatten. Ook overigens is niet gebleken dat het artikel relevante onjuistheden bevat.
Bovendien bevat het artikel waar nodig een reactie van (de voorzitter van) klaagster. Niet is gebleken dat de reactie onjuist en/of onvoldoende in het artikel is verwerkt.

Een en ander leidt tot de conclusie dat Kuitert en De Twentsche Courant Tubantia journalistiek zorgvuldig hebben gehandeld.

Relevante punten uit de Leidraad van de Raad: A., B.3 en C.
Relevante eerdere conclusies van de Raad: RvdJ 2018/45 en RvdJ 2018/1

CONCLUSIE

G. Kuitert en De Twentsche Courant Tubantia hebben journalistiek zorgvuldig gehandeld.

Zo vastgesteld door de Raad op 18 januari 2019 door mw. mr. J.W. Bockwinkel, voorzitter, J. Hoogenberg, S. Kuijper, A. Olgun en F.Th.H. Ruys, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.