2019/20 onbevoegd deels-onzorgvuldig niet-inhoudelijk-behandeld

Samenvatting

Joop.bnnvara.nl heeft journalistiek onzorgvuldig gehandeld door in het artikel “Oud-kandidaat-raadslid VVD Almere bedreigt Marokkaanse-Nederlanders” te vermelden dat het betreffende oud-kandidaat-raadslid (een van de klagers) “Marokkaanse-Nederlanders met de dood [heeft] bedreigd”. Het staat een journalist vrij over een bepaald feit zijn mening te verkondigen, maar die vrijheid is niet onbegrensd. Een grondslag voor deze zeer ernstige beschuldiging valt niet te ontlenen aan het Facebook-bericht van de betrokken persoon.
Verder was de handelwijze van Joop.bnnvara.nl zorgvuldig. Het artikel bestaat voor een groot deel uit de feitelijke weergave van (citaten uit) een aantal berichten. Voorts mag een artikel in de kop scherp worden aangezet. Het toepassen van wederhoor was in dit geval niet nodig. Ten slotte is het in de gegeven omstandigheden journalistiek toelaatbaar dat de betrokken persoon als publiek figuur is aangemerkt en zijn naam in het artikel is vermeld.
Voor zover de klacht is ingediend door een stichting van de betrokken persoon is deze – vanwege het ontbreken van een rechtstreeks belang – niet inhoudelijk behandeld. Voor zover de klacht is gericht tegen R.J. Konrad heeft deze geen betrekking op een ‘journalistieke gedraging’, zodat de Raad niet bevoegd is daarover te oordelen.
De Raad voor de Journalistiek doet de aanbeveling aan Joop.nl om deze conclusie ruimhartig te publiceren.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

X en Y-stichting

tegen

R.J. Konrad en de hoofdredacteur van Joop.bnnvara.nl (BNNVARA)

De heer X te […] heeft op 26 oktober 2018 mede namens zijn Y-stichting (hierna gezamenlijk: klagers) een klacht ingediend tegen de heer R.J. Konrad en de hoofdredacteur van Joop.bnnvara.nl. Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie betrokken van klagers en de heer mr. B. Priem, Juridische Zaken van BNNVARA, van 8 november 2018 en 18 december 2018.

De klacht is behandeld op de zitting van de Raad van 11 januari 2019. De heer X was daar aanwezig vergezeld door zijn partner. Namens Joop.bnnvara.nl (hierna: JOOP) waren de heer F. van Jole, eindredacteur, en de heer Priem aanwezig. De heer Priem heeft het standpunt van JOOP toegelicht aan de hand van een pleitnotitie.

Bij aanvang van de mondelinge behandeling hebben klagers een verzoek om wraking van Raadslid mevrouw A. Karadarevic ingediend.

BEOORDELING VAN HET VERZOEK OM WRAKING

Klagers hebben verzocht om wraking van Raadslid mevrouw A. Karadarevic en stellen daartoe – samengevat – het volgende. Zij hebben alle Raadsleden nagetrokken en van diverse bronnen informatie ontvangen. Mevrouw Karadarevic zou in 2001 bepaalde uitlatingen hebben gedaan over Pim Fortuyn en moslims, die erop neerkwamen dat zij zich persoonlijk beledigd voelde. Bovendien schrijft mevrouw Karadarevic pro-Turken en pro-moslimgemeenschap, aldus klagers. Zij menen dat mevrouw Karadarevic daarom niet objectief over hun klacht kan oordelen.

Mevrouw Karadarevic heeft daarop – eveneens samengevat – geantwoord dat wat zij ook voor een uitspraken heeft gedaan en/of heeft geschreven, dit geen betrekking had op de onderhavige kwestie en daarom niet relevant is. Mevrouw Karadarevic meent dat zij onbevooroordeeld over de klacht kan oordelen en berust daarom niet in de wraking.

Gehoord het verzoek en de respons hebben de niet-gewraakte leden van de Raad zo spoedig mogelijk, te weten: ter zitting, over de wraking beslist conform artikel 7 lid 5 van het Reglement voor de werkwijze van de Raad voor de Journalistiek.

Gelet op hetgeen klagers en mevrouw Karadarevic ter zake hebben aangevoerd is, naar het oordeel van de niet-gewraakte Raadsleden, niet gebleken van feiten en omstandigheden die tot vooringenomenheid en partijdigheid van mevrouw Karadarevic zouden kunnen leiden.

Het verzoek om wraking is derhalve afgewezen en de klacht is vervolgens inhoudelijk behandeld.

DE FEITEN

Op 17 juni 2018 verscheen op de website Joop.bnnvara.nl – een interactieve online opiniepagina van BNNVARA – het artikel “Oud-kandidaat-raadslid VVD Almere bedreigt Marokkaanse-Nederlanders” met de volgende intro:
“[X], kandidaat-raadslid voor de Almeerse VVD bij de gemeenteraads-verkiezingen van maart, heeft in een reactie op Facebook Marokkaanse-Nederlanders racistisch uitgescholden en met de dood bedreigd. De VVD heeft afstand van de man genomen.”

Het bericht luidt verder:
“Onder een bericht op het sociale medium schrijft [X]:
“Holy crab…. Sorry Nederlanders maar wanneer zeggen wij NEDERLANDERS eens: We zijn klaar met die buitenlanders! Zeker weer zo’n kenker Marokkaan. Ik deins geen centimeter meer terug voor dat soort rattenvolk. Ik neem nu altijd een mes mee als ik ga stappen en timmer ze sowieso in elkaar als ze weer eens mensen op straat lastig vallen of vrouwen beledigen! Leg trouwens een splijthamer bij de deur voor de volgende x. Dit krijg je ervan als we de deuren wagenwijd open zetten. HUP HOLLAND!”
De Almeerse fractie van de VVD heeft op haar website in een verklaring laten weten afstand te nemen van de uitspraken van [X] en dat de man inmiddels geen lid meer is van de partij:
“Via onze Facebookpagina werden wij attent gemaakt op een reactie van een voormalig lid en kandidaat, de heer [X]. Wij zijn erg geschrokken van de inhoud van dit bericht en distantiëren ons hiervan. De heer [X] is inmiddels geen lid van de Almeerse VVD. Lees hier onze volledige reactie. De heer [X] spreekt op geen enkele wijze namens de VVD en zijn uitlatingen passen ook totaal niet bij ons. Ondanks een zorgvuldige selectieprocedure waren wij niet bekend met deze opvattingen van de heer [X]. Een van de kernwaarden van de VVD is gelijkwaardigheid en daarom werpen wij discriminatie ver van ons. De Almeerse VVD distantieert zich dan ook van deze persoon.”
Omroep Flevoland schrijft dat de oud-VVD’er op Facebook reageerde op een filmpje waarop te zien is hoe een man aangevallen wordt door een postbode omdat hij te laat de deur opengedaan zou hebben:
““Ik heb dergelijk agressief gedrag zelf ook meegemaakt. En het maakt niet uit of het om een Marokkaan, een Pool of een Nederlander gaat”, zegt [X] over het filmpje. Verder voert hij aan dat Marokkanen volgens het CBS bovengemiddeld voor problemen zouden zorgen: “Ik ben trots dat ik dit soort uitlatingen durf te doen”, zegt hij.”
[X] is niet de eerste oud-kandidaat voor de Almeerse VVD die in opspraak komt. In april werd […] gearresteerd en aangeklaagd omdat hij had ingebroken in tientallen computers van vrouwen en meisjes. Daar maakte hij privéfoto’s buit die hij online verspreidde.”

Onder het artikel – waarin een afbeelding van het geciteerde bericht van klager is opgenomen – is het volgende vermeld: “H/t: @RJKonrad / cc-foto: Wikimedia Commons”

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klagers stellen – samengevat – dat X op Facebook in een persoonlijk (althans niet voor iedereen toegankelijk) bericht heeft gereageerd op een filmpje op de tijdlijn van een vriend. Hij heeft die reactie destijds geplaatst omdat hij zijn vriend, die werd bedreigd en uitgescholden, wilde ondersteunen. Klagers wijzen erop dat de Facebook-reactie van X al was verwijderd op het moment dat het artikel werd gepubliceerd. Op de zitting licht X nog toe dat zijn opmerking over de splijthamer duidelijk was bedoeld als middel ter verdediging – voor het geval er iemand aan de deur komt – en niet als bedreiging om iemand mee aan te vallen.
Klagers menen dat sprake is van smaad en laster, omdat Konrad die reactie openbaar heeft gemaakt op JOOP, inclusief het portret en de volledige naam van X. In het artikel zijn bovendien beschuldigende teksten opgenomen en is de reactie van X uit zijn verband getrokken, waarbij hij ten onrechte voor racist is uitgemaakt, aldus klagers. Volgens hen heeft de desbetreffende journalist niet naar de toedracht gekeken en de waarheid achter het verhaal niet nagetrokken. Zij hebben de indruk dat klakkeloos een print-screen is gemaakt van een reactie die is toegestuurd door Marokkaanse jongeren. Konrad heeft geen contact met X opgenomen om te informeren naar de toedracht en heeft het artikel ten onrechte aangedikt met verdere leugens. Vervolgens heeft Konrad het artikel verspreid via zijn Twitter-account, waarbij hij diverse uitlatingen heeft gedaan die de naam van X schaden. Volgens klagers is het Twitter-account van Konrad gekoppeld aan zijn artikel op JOOP.
Klagers vinden dat sprake is van een persoonlijke aanval op X als burger, waarbij hij ten onrechte als een publiek persoon is aangemerkt, en dat hij daardoor in levensgevaar is gebracht.
Ten slotte merken klagers op dat Konrad noch JOOP heeft voldaan aan het verzoek om het artikel te verwijderen.

JOOP stelt allereerst dat de Y-stichting geen rechtstreeks belanghebbende is bij het artikel, omdat zij daarin niet wordt genoemd.
Voor zover de klacht is gericht tegen Konrad voert JOOP aan dat Konrad zich onder meer manifesteert op Twitter. Daar omschrijft hij zichzelf als ‘progressieve Europeaan’, ‘ongewone Nederlander’ en ‘Ariërkritische cultuur-ontblanker’ en verwijst hij naar zijn eigen blog ‘kopjetheemetsuikergraag.com’. Konrad is niet als journalist of anderszins verbonden aan JOOP dan wel BNNVARA. Het artikel is ook niet door (of met) Konrad geschreven, maar door de redactie van JOOP. De redactie heeft zich daarbij gebaseerd op openbare journalistieke bronnen. De vermelding onderaan het artikel “H/t: @RJKonrad” betreft niet meer dan de gebruikelijke ‘hat tip’-aanduiding, die betekent dat de redactie door Konrad op de kwestie is geattendeerd. In dit geval verwijst de aanduiding naar een Twitter-bericht van Konrad, waarin hij aandacht schonk aan het Facebook-bericht van X en de reactie van de VVD daarop. Voor zover de klacht betrekking heeft op Konrad, moet die dan ook worden afgewezen, aldus JOOP.
Ten aanzien van de inhoud van de klacht stelt JOOP verder – samengevat – dat de Raad recent een klacht van X over een publicatie van Omroep Flevoland heeft afgewezen. Aangezien JOOP op een vergelijkbare wijze als Omroep Flevoland aandacht heeft besteed aan de kwestie, is ook de onderhavige klacht ongegrond.
Ter aanvulling wijst JOOP erop dat het Facebook-bericht van X opmerkelijk en nieuwswaardig was, gelet op de inhoud daarvan in combinatie met de relatie van X met de VVD Almere. X stond immers op nummer 21 van de kandidatenlijst voor de verkiezingen van 21 maart 2018. Kort na die verkiezingen was al ophef ontstaan over de nummer 8 van de kandidatenlijst van de VVD in Almere en nu was opnieuw sprake van ophef.
JOOP betwist dat de berichtgeving niet waarheidsgetrouw dan wel tendentieus en/of eenzijdig is. Het artikel is gebaseerd op een Facebookbericht van X waarvan de authenticiteit door hemzelf aan Omroep Flevoland is bevestigd. X staat ook achter het betreffende bericht. Daarnaast baseerde JOOP zich op verschillende bronnen zoals de berichten van de VVD, Konrad en Omroep Flevoland. De berichtgeving is feitelijk van aard omdat het grotendeels is opgebouwd uit (citaten uit) het Facebook-bericht van X, de reactie daarop van de VVD en de reactie van X in het artikel van Omroep Flevoland. Dat blijkt voor de lezer ook voldoende uit het artikel. Mede door deze feitelijke weergave én doordat het bericht van X integraal is opgenomen in het artikel, is het Facebook-bericht niet uit zijn verband getrokken. Het is voor de lezer duidelijk in welke context X zijn bericht op Facebook heeft geschreven, immers als reactie op de video van een relatie van X over een postbode die de betreffende man heeft uitgescholden. De inhoud van het Facebook-bericht van X laat er verder geen misverstand over bestaan dat hij – na te hebben vermeld dat het ‘zeker om weer zo’n kenker Marokkaan gaat’ – aanduidt ‘ze sowieso in elkaar te timmeren’ en dat hij lezers adviseert om een splijthamer (die normaliter wordt gebruikt om hout mee te kloven) bij de deur te leggen ‘voor de volgende keer’. Dergelijk taalgebruik kan niet anders worden opgevat dan als een bedreiging van X, en dan met name aan het adres van Marokkaanse Nederlanders. Dat verklaart en rechtvaardigt de titel van het artikel en de vermelding in de tekst dat sprake is van een racistische scheldpartij en/of doodsbedreiging. Dergelijke kwalificaties en stijlmiddelen zijn geoorloofd op een opiniërend medium als JOOP en vinden hun grondslag in de uitingen van X, aldus JOOP.
Verder voert JOOP aan dat X een duidelijk publiek profiel heeft en dat hij zich uitte in het openbaar. Er is sprake van berichtgeving waarvan de aanleiding mede ligt in een openbare publicatie van de VVD en de daardoor elders in de media ontstane ophef. De VVD zag zich juist genoodzaakt haar bericht te plaatsen omwille van het publieke profiel van X als kandidaat voor de gemeenteraadsverkiezingen een aantal maanden eerder. Daar komt bij dat het belang bij publicatie van een artikel evident is als daarmee aantoonbaar blijkt van bedreigende en discriminerende uitingen van een voormalig kandidaat-volksvertegenwoordiger. Daarnaast waren de uitlatingen van X op Facebook voor een grote groep mensen inzichtelijk en was daaraan ook al door de VVD en Omroep Flevoland ruchtbaarheid gegeven. De reactie van X aan Omroep Flevoland – “ik ben trots dat ik dit soort uitlatingen durf te doen” – onderstreept de ernst van de kwestie.
JOOP stelt voorts dat het toepassen van wederhoor niet nodig was omdat sprake is van een bericht van (voornamelijk) feitelijke aard op een opiniërend platform. Wat verder – met name in de titel en de intro – wordt weergegeven, is de duiding die de redactie heeft gegeven aan wat feitelijk is gebeurd. De stijlmiddelen die de redactie daarbij heeft gebruikt, zijn geoorloofd gelet op de ernstige uitlatingen van X en zijn reactie aan Omroep Flevoland daar achter te staan en trots op te zijn. JOOP concludeert dat het artikel niet in strijd is met de regels van goede, zorgvuldige journalistiek.
 
BEOORDELING VAN HET RECHTSTREEKS BELANG voor zover de klacht is ingediend door de Y-stichting

Volgens artikel 2 lid 1 van het Reglement voor de werkwijze van de Raad moet een klacht worden ingediend door een ‘rechtstreeks belanghebbende’. Volgens het oordeel van de Raad kan een klager als zodanig worden aangemerkt, indien zijn belang bij de gewraakte publicatie direct betrokken is en hij door die publicatie persoonlijk in zijn belang is geraakt.

De Raad stelt vast dat de Y-stichting niet in de berichtgeving is genoemd en dat de berichtgeving ook geen betrekking heeft op haar. Gesteld noch gebleken is van omstandigheden die kunnen leiden tot het oordeel dat het belang van de Y-stichting direct betrokken is bij de gewraakte berichtgeving en dat zij door de berichtgeving in enig belang is geraakt.

De Raad concludeert dan ook dat de Y-stichting niet als rechtstreeks belanghebbende kan worden aangemerkt.

BEOORDELING VAN DE BEVOEGDHEID voor zover de klacht is gericht tegen Konrad

De klacht is zowel gericht tegen Konrad als JOOP. JOOP heeft aangevoerd dat Konrad geen journalist is en ook anderszins niet aan de redactie dan wel BNNVARA is verbonden.

Onder ‘journalistieke gedragingen’ die aan het oordeel van de Raad kunnen worden onderworpen, zijn ingevolge artikel 4 lid 1 en lid 2 van de Statuten van de Stichting Raad voor de Journalistiek niet alleen te verstaan het handelen of nalaten van een journalist in de uitoefening van zijn beroep, maar ook het handelen of nalaten in het kader van journalistieke werkzaamheden van een niet-journalist die regelmatig en tegen betaling meewerkt aan de redactionele inhoud van dagbladen, nieuwsbladen, huis-aan-huisbladen of tijdschriften voor zover de inhoud daarvan bestaat uit nieuws, foto's en andere illustraties, verslagen of artikelen.
 
Buiten discussie is dat Konrad geen journalist is. Verder is niet gebleken dat hij regelmatig en tegen betaling meewerkt aan de redactionele inhoud van JOOP. Dit betekent dat de klacht, voor zover deze is gericht tegen Konrad, geen betrekking heeft op een journalistieke gedraging in de zin van de Statuten, zodat de Raad niet bevoegd is om daarvan kennis te nemen.

BEOORDELING VAN DE KLACHT voor zover de klacht is gericht tegen Joop.bnnvara.nl

De Raad stelt voorop dat de journalist en zijn redactie vrij zijn in de selectie van nieuws. Dit brengt mee dat het JOOP vrijstond aandacht te besteden aan de kwestie. Dat het bewuste filmpje – met de reactie van klager – inmiddels niet meer online stond, doet daaraan niet af.

Voor de gemiddelde lezer is verder voldoende duidelijk dat het artikel is gebaseerd op het Facebook-bericht van X, de reactie daarop van de VVD in Almere en op berichtgeving van Omroep Flevoland. Het artikel bestaat voor een groot deel uit de feitelijk weergave van (citaten uit) deze berichten en daarmee is dan ook niet journalistiek onzorgvuldig gehandeld.

Ook de wijze waarop het Facebook-bericht van klager is geparafraseerd in de kop “Oud-kandidaat-raadslid VVD Almere bedreigt Marokkaanse-Nederlanders” is volgens de Raad toelaatbaar. Het is immers journalistiek gebruikelijk dat een artikel in de kop scherp wordt aangezet; een kop mag een vergroving van de inhoud van het bijbehorende artikel bevatten. Daarmee worden de grenzen van journalistieke zorgvuldigheid alleen overschreden als de kop geen grond vindt in het artikel, en daarvan is hier geen sprake.

De Raad vindt echter dat JOOP wél journalistiek onzorgvuldig heeft gehandeld, door te vermelden dat X “Marokkaanse-Nederlanders met de dood [heeft] bedreigd”. Het staat een journalist vrij over een bepaald feit zijn mening te verkondigen, maar die vrijheid is niet onbegrensd. Een grondslag voor deze zeer ernstige beschuldiging valt niet te ontlenen aan het Facebook-bericht van X. Het gaat te ver om de door X in deze specifieke omstandigheid gebezigde woorden over de splijthamer op te vatten als een (strafbare) bedreiging met de dood. Daarbij neemt de Raad mede in aanmerking dat uit de woorden van X niet kan worden opgemaakt dat hij de splijthamer in voorkomend geval ook daadwerkelijk zal gebruiken.

Verder behoeft een journalist bij berichtgeving van feitelijke aard – waarvan hier grotendeels sprake is – in beginsel geen wederhoor toe te passen. Niet is gebleken van bijzondere omstandigheden, waardoor toch wederhoor bij X had moeten worden toegepast.

Ten slotte vindt de Raad het journalistiek toelaatbaar dat JOOP X in de gegeven omstandigheden heeft aangemerkt als publiek figuur en zijn naam in het artikel heeft vermeld. Het gaat hier immers om een publicatie naar aanleiding van een openbaar bericht van de VVD Almere over een voormalig lid en kandidaat voor de gemeenteraadsverkiezingen, welke verkiezingen nog geen drie maanden daarvoor hadden plaatsgevonden. De VVD heeft zich in haar bericht gedistantieerd van X als publiek figuur en niet als ‘gewone burger’.

Een en ander leidt tot de conclusie dat JOOP journalistiek onzorgvuldig heeft gehandeld door te vermelden dat X “Marokkaanse-Nederlanders met de dood [heeft] bedreigd”. Verder was haar handelwijze zorgvuldig.

Relevante punten uit de Leidraad van de Raad: A., B.3, C. en C.1
Relevante eerdere conclusies van de Raad: RvdJ 2018/48, RvdJ 2018/24, RvdJ 2017/33, RvdJ 2016/47, RvdJ 2011/39 en RvdJ 2010/24
Relevante artikelen uit het Reglement voor de werkwijze van de Raad: 7 lid 5 en 9 lid 3

CONCLUSIE

Voor zover de klacht van X betrekking heeft op de bewering dat hij “Marokkaanse-Nederlanders met de dood [heeft] bedreigd” heeft Joop.bnnvara.nl journalistiek onzorgvuldig gehandeld. Verder was haar handelwijze zorgvuldig.

Voor zover de klacht is ingediend door de Y-stichting is deze – vanwege het ontbreken van een rechtstreeks belang – niet inhoudelijk behandeld. Voor zover de klacht betrekking heeft op de handelwijze van R.J. Konrad acht de Raad zich onbevoegd daarover te oordelen.

De Raad voor de Journalistiek doet de aanbeveling aan Joop.bnnvara.nl om deze conclusie ruimhartig te publiceren.

Zo vastgesteld door de Raad op 15 april 2019 door mw. mr. J.W. Bockwinkel, voorzitter, S.A. Agterberg, mw. A. Karadarevic, mw. L.M. van de Langenberg MSc en F.Th. Ruys, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.



Publicatie op www.joop.bnnvara.nl d.d. 19 april 2019