2019/17 onzorgvuldig

Samenvatting

BN DeStem heeft in het bericht “Uitspraak Raad voor de Journalistiek over Fakkers” op journalistiek onzorgvuldige wijze aandacht besteed aan de conclusie van de Raad van 5 juli 2018 (RvdJ 2018/26). De Raad heeft expliciet beslist dat de krant op twee punten journalistiek onzorgvuldig heeft gehandeld. Door slechts aandacht te besteden aan één onzorgvuldigheid en daarna te vermelden “Volgens de Raad is niet gebleken dat het artikel verder relevante onjuistheden bevat.” heeft de krant onvoldoende recht gedaan aan de conclusie van de Raad. De Raad voor de Journalistiek doet de aanbeveling aan BN DeStem om deze conclusie ruimhartig te publiceren.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

F. Fakkers

tegen

de hoofdredacteur van BN DeStem

De heer F. Fakkers te Fijnaart (klager) heeft op 19 november 2018 een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van BN DeStem. Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie betrokken van klager en BN DeStem van 26 november 2018, 3 december 2018 en 7 januari 2019.

De klacht is behandeld op de zitting van de Raad van 11 januari 2019. Partijen zijn daar niet verschenen.

DE FEITEN

Op 13 juli 2017 verscheen in BN DeStem een artikel van de hand van H. den Ridder met de kop “Fakkers, bestuurder met enkele affaires” en de bovenkop “Moerdijkse wethouder weggestuurd na onvolledigheid bij jaarstukken”. Klager heeft over deze publicatie een klacht ingediend.

In zijn conclusie van 5 juli 2018 heeft de Raad beslist dat H. den Ridder, J. Lazaroms en H. van der Kaa, hoofdredacteur van BN DeStem, deels journalistiek onzorgvuldig hebben gehandeld. De Raad heeft daartoe het volgende overwogen:
“Uit de toelichting van klager begrijpt de Raad dat de kern van zijn klacht is dat onvolledig – en daardoor tendentieus – is bericht over de rol van klager in de benoemingsprocedure bij het Werkvoorzieningsschap West Noord-Brabant (WVS) en over zijn vertrek bij deze organisatie.
Ten aanzien van zijn rol in de benoemingsprocedure bij WVS heeft klager uitdrukkelijk gesteld dat hij direct is opgestapt uit de sollicitatie- c.q. selectiecommissie, nadat hem was gevraagd zich kandidaat te stellen en hij had besloten daarop in te gaan. Dit is door BN DeStem niet betwist.
Door onvermeld te laten dat klager zich uit de commissie heeft teruggetrokken, is ten onrechte de indruk gewekt dat klager in die procedure ‘een dubbele pet’ heeft opgehad.
Voor wat betreft het vertrek van klager bij WVS heeft BN DeStem erkend dat het beter was geweest als was vermeld dat de geschillencommissie later OAF en klager in het gelijk had gesteld. Bovendien valt niet in te zien waarom de krant – gezien haar eerdere berichtgeving in september/oktober 1998 – niet duidelijk heeft vermeld dat klager ‘eervol’ is ontslagen en dat zijn integriteit niet ter discussie stond.
Bezien in het licht van de kop boven het artikel “Fakkers, bestuurder met enkele affaires” vindt de Raad dat de krant met deze omissies de integriteit van klager onnodig heeft aangetast. BN DeStem heeft op deze punten onvolledig en daarmee tendentieus over klager bericht.
Niet is gebleken dat het artikel verder relevante onjuistheden bevat. Voor zover klager bezwaar heeft gemaakt tegen andere passages, bestaat geen aanleiding voor de conclusie dat de krant ontoelaatbaar heeft gehandeld.
Een en ander leidt tot de conclusie dat voor zover de klacht is gericht tegen de wijze waarop is bericht over de rol van klager in de benoemingsprocedure bij het Werkvoorzieningsschap West Noord-Brabant (WVS) en over zijn vertrek bij deze organisatie, Den Ridder, Lazaroms en Van der Kaa (BN DeStem) journalistiek onzorgvuldig hebben gehandeld. Voor het overige was hun handelwijze zorgvuldig.”
De Raad heeft aan BN De Stem de aanbeveling gedaan om de conclusie ruimhartig te publiceren.

Op 2 augustus 2018 is in BN DeStem een bericht geplaatst met de kop “Uitspraak Raad voor de Journalistiek over Fakkers” en de volgende inhoud:
“Op 13 juli 2017 is in BN DeStem een artikel verschenen met de kop ‘Fakkers, bestuurder met enkele affaires’.
De heer Fakkers stelde eerder dit jaar dat dit artikel op een aantal punten niet volledig is, waardoor hij ten onrechte negatief is neergezet. Op verzoek van de heer Fakkers heeft de Raad voor de Journalistiek hiernaar gekeken.
De Raad oordeelt nu dat de krant over de rol van klager in de benoemingsprocedure bij het Werkvoorzieningsschap West Noord-Brabant (WVS) in het gewraakte artikel had moeten vermelden dat de heer Fakkers direct is opgestapt uit de sollicitatie- c.q. selectiecommissie, nadat hem was gevraagd zich kandidaat te stellen. Volgens de Raad is niet gebleken dat het artikel verder relevante onjuistheden bevat.”

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt – samengevat – dat de krant in het bericht van 2 augustus 2018 alleen is ingegaan op de onjuistheid ten aanzien van de benoemingsprocedure en niet op die met betrekking tot het vertrek van klager bij WVS. Kern van zijn klacht is dat ten onrechte niet is vermeld dat de Raad tot de conclusie kwam ‘dat de integriteit van klager onnodig is aangetast en dat BN DeStem op deze punten journalistiek onzorgvuldig heeft gehandeld’.
Verder meent klager dat de uitspraak van de Raad niet over hém gaat, maar over het handelen van de krant, en dat dit ook zo in de kop van het bericht weergegeven had moeten worden.
Klager komt tot de slotsom dat de aanbeveling van de Raad om de conclusie ruimhartig te publiceren niet is gevolgd. Het is hem bekend dat het geen verplichting is voor de krant om aan de conclusie van de Raad aandacht te besteden en dat het een aanbeveling betreft die niet kan worden afgedwongen. Dat zou eigenlijk wel moeten, want doordat de krant met allerlei woordkeuze-trucs de kern van de uitspraak niet heeft gepubliceerd, wordt te kort gedaan aan de conclusie van de Raad en aan klagers integriteit. Als BN DeStem de Raad respecteert, dan zou zij aan het verzoek van de Raad moeten voldoen. Het zou de krantenwereld sieren als er gehandeld zou worden zoals de Raad dat voorstaat, aldus klager.

BN DeStem stelt hier – eveneens samengevat – tegenover dat de Raad aan de krant heeft verzocht de conclusie te publiceren en dat daaraan is voldaan. De krant wijst erop dat zij niet verplicht was om aandacht aan de conclusie van de Raad te besteden. Uit respect voor de Raad heeft zij een bericht over de uitspraak geplaatst. Daarbij heeft de krant haar best gedaan om de conclusie zo helder mogelijk te verwoorden. Het kan goed zijn dat buitenstaanders die eerder geen kennis hebben genomen van het artikel, het bericht niet goed begrijpen. BN DeStem is er echter van overtuigd dat lezers die zich de kwestie wel kunnen herinneren, het bericht voldoende zullen begrijpen.
Het bericht heeft gestaan in dezelfde editie als waarin het gewraakte artikel is gepubliceerd. Het lijkt de krant dan ook onnodig om de editie nog expliciet te noemen.
Ten slotte weerspreekt de krant nadrukkelijk dat sprake is van een persoonlijk ‘zeer’ jegens klager. Dit heeft de heer Lazaroms tijdens de zitting waarop de eerdere klacht is behandeld, ook aan klager geprobeerd duidelijk te maken.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De klacht is dat BN DeStem op onzorgvuldige wijze heeft bericht over de eerdere conclusie van de Raad (RvdJ 2018/26), waarin is beslist dat H. den Ridder, J. Lazaroms en H. van der Kaa (BN DeStem) deels journalistiek onzorgvuldig hebben gehandeld.

De Raad stelt voorop dat hij media niet voorschrijft op welke wijze zij in voorkomende gevallen aandacht moeten besteden aan zijn conclusies. Overigens kan de Raad zich voorstellen dat de samenvattingen die hij boven zijn conclusies opstelt, daarvoor als voorbeeld kunnen dienen.

Verder heeft de Raad eerder overwogen dat indien een conclusie niet integraal maar in samenvatting wordt gepubliceerd, deze samenvatting een evenwichtige weergave van de conclusie moet zijn. Dat is hier niet het geval.

In zijn conclusie heeft de Raad uitdrukkelijk overwogen dat niet alleen ten aanzien van de rol van klager in de benoemingsprocedure bij WVS onzorgvuldig is gehandeld, maar óók met betrekking tot zijn vertrek bij WVS. Dit is samengevat in de passage “Bezien in het licht van de kop boven het artikel “Fakkers, bestuurder met enkele affaires” vindt de Raad dat de krant met deze omissies de integriteit van klager onnodig heeft aangetast. BN DeStem heeft op deze punten onvolledig en daarmee tendentieus over klager bericht.” De Raad spreekt hier over ‘omissies’ en ‘punten’, dus in meervoud.
De Raad heeft vervolgens expliciet beslist dat “voor zover de klacht is gericht tegen de wijze waarop is bericht over de rol van klager in de benoemingsprocedure bij het Werkvoorzieningsschap West Noord-Brabant (WVS) en over zijn vertrek bij deze organisatie, Den Ridder, Lazaroms en Van der Kaa (BN DeStem) journalistiek onzorgvuldig hebben gehandeld.” (onderstreept RvdJ).

De Raad stelt vast dat BN DeStem in het bericht van 2 augustus 2018 alleen aandacht heeft besteed aan de eerste onzorgvuldigheid en daarna heeft vermeld: Volgens de Raad is niet gebleken dat het artikel verder relevante onjuistheden bevat.” Hiermee heeft de krant onvoldoende recht gedaan aan de conclusie van de Raad en aldus journalistiek onzorgvuldig gehandeld.

Relevant punt uit de Leidraad van de Raad: A.
Relevante eerdere conclusies van de Raad: RvdJ 2017/32 en RvdJ 2014/24

CONCLUSIE

BN DeStem heeft journalistiek onzorgvuldig gehandeld.

De Raad voor de Journalistiek doet de aanbeveling aan BN DeStem om deze conclusie ruimhartig te publiceren.

Zo vastgesteld door de Raad op 18 maart 2019 door mw. mr. J.W. Bockwinkel, voorzitter, S.A. Agterberg, mw. A. Karadarevic, mw. L.M. van de Langenberg MSc en F.Th. Ruys, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.