2017/32 zorgvuldig

Samenvatting

De Twentsche Courant Tubantia heeft in een artikel met de kop “Uitspraak klachten” op journalistiek zorgvuldige wijze aandacht besteed aan de conclusie van de Raad van 27 februari 2017 (RvdJ 2017/5). In het bericht is de door de Raad opgestelde samenvatting – die onderdeel is van de conclusie – nagenoeg volledig overgenomen. Hoewel het naschrift de indruk wekt dat de krant de conclusie niet goed heeft begrepen, is dit naschrift niet ontoelaatbaar.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

X

tegen

de hoofdredacteur van De Twentsche Courant Tubantia

Mevrouw X te […] (klaagster) heeft op 8 juni 2017 een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van De Twentsche Courant Tubantia. Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie van mevrouw M. Riemsma, hoofdredacteur, betrokken van 19 juni 2017.

De klacht is behandeld op de zitting van de Raad van 7 juli 2017. Partijen zijn daar niet verschenen.

FEITEN

Op 10 september 2016 verscheen in De Twentsche Courant Tubantia een artikel van de hand van L. van Raaij met de kop “Onderduiken voor jeugdbescherming”. Klaagster heeft over deze publicatie een klacht ingediend. In zijn conclusie van 27 februari 2017 (RvdJ 2017/5) heeft de Raad beslist dat Van Raaij en de krant deels journalistiek onzorgvuldig hebben gehandeld.

De door de Raad opgestelde samenvatting van de conclusie luidt:
L. van Raaij en De Twentsche Courant Tubantia hebben in het artikel “Onderduiken voor jeugdbescherming” aandacht besteed aan de minderjarige zoon van klaagster en zijn gezinssituatie. De kwestie is (vooral) belicht vanuit de invalshoek van de vader, met wie klaagster in conflict is, en de jongen. Aangezien klaagster – de enige ouder met wettig gezag – door de publicatie wordt gediskwalificeerd, hadden Van Raaij en de krant het artikel voor wederhoor aan haar moeten voorleggen. Dat zij Van Raaij bij de voorbereiding niet van informatie heeft willen voorzien, kan daaraan niet afdoen. Bovendien had Van Raaij de advocaat van de jongen moeten benaderen, om zich ervan te vergewissen dat de belangen van de jongen voldoende in ogenschouw zouden worden genomen. Door een en ander na te laten hebben Van Raaij en de krant journalistiek onzorgvuldig gehandeld. Ten aanzien van de privacy van klaagsters zoon is de handelwijze van Van Raaij en de krant niet ontoelaatbaar. Het is niet aannemelijk dat hij in de publicatie voor het grote publiek identificeerbaar is geworden. De Raad doet de aanbeveling aan De Twentsche Courant Tubantia deze conclusie ruimhartig te publiceren.”

Op 15 april 2017 verscheen in De Twentsche Courant Tubantia een artikel met de kop “Uitspraak klachten” waarvan de intro luidt:
“In het afgelopen half jaar zijn twee klachten ingediend tegen artikelen van De Twentsche Courant Tubantia. Op verzoek van de Raad voor de Journalistiek publiceren we de uitspraken. De raad is een onafhankelijk instituut waar personen of instanties bezwaar kunnen maken tegen een publicatie of onderdelen daarvan. Deze krant is bij de raad aangesloten.”
Onder de subkop “Jeugdbescherming” is verder bericht:
In het artikel ‘Onderduiken voor jeugdbescherming’ (september 2016) is aandacht besteed aan een minderjarige zoon en zijn gezinssituatie. De kwestie is belicht vanuit de invalshoek van de vader, met wie de klaagster (de moeder) in conflict is, en de jongen zelf. Aangezien klaagster door de publicatie wordt gediskwalificeerd, had de krant het artikel na afronding alsnog voor wederhoor aan haar moeten voorleggen. Dat klaagster bij de voorbereiding van het artikel de krant niet van informatie heeft willen voorzien, kan daaraan niet afdoen. Bovendien had de krant de advocaat van de jongen moeten benaderen. De raad twijfelt niet aan de integere bedoelingen van de krant en het maatschappelijk belang dat gemoeid is met publicatie. Maar door een en ander na te laten heeft de krant in deze journalistiek onzorgvuldig gehandeld. Ten aanzien van het bewaken van de privacy van de zoon is de handelwijze toelaatbaar.
Naschrift: de redactie hecht eraan te wijzen op het feit dat klaagster elk contact met de krant weigerde, ook bij een verzoek tot wederhoor tijdens het schrijven van het artikel. Het vragen van wederhoor werd met die afwijzing in feite onmogelijk.”

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster voert – kort samengevat – aan dat de berichtgeving over de conclusie van de Raad niet correct is. Volgens haar heeft de krant ten onrechte bepaalde delen uit de conclusie niet vermeld. Zij vergelijkt in dat verband de overwegingen van de Raad met de tekst van het artikel. Verder maakt klaagster bezwaar tegen het onjuiste naschrift en vraagt zij zich af waarom de naam van de journalist niet is vermeld.

De hoofdredacteur van De Twentsche Courant Tubantia stelt daartegenover dat de krant niet goed uit de voeten kan met de conclusie. Om die reden wilde zij dan ook in eerste instantie niet tot publicatie overgaan. Omdat de krant hecht aan de functie van de Raad en de Raad had gesuggereerd dat de krant de publicatie van een naschrift kon voorzien, is een verkorte versie van de uitspraak met naschrift geplaatst. Daarmee is de zaak afgerond.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De klacht is dat De Twentsche Courant Tubantia op onzorgvuldige wijze heeft bericht over de eerdere conclusie van de Raad (RvdJ 2017/5), waarin de Raad naar aanleiding van de klacht van klaagster heeft beslist dat de krant deels journalistiek onzorgvuldig heeft gehandeld.

De Raad heeft eerder overwogen dat indien een conclusie niet integraal maar in samenvatting wordt gepubliceerd, deze samenvatting een evenwichtige weergave van de conclusie moet zijn. In het artikel van 15 april 2017 is de door de Raad opgestelde samenvatting – die onderdeel is van de conclusie – nagenoeg volledig overgenomen. Aan de lezer is duidelijk gemaakt waarom de krant volgens de Raad deels journalistiek onzorgvuldig heeft gehandeld. Daarmee voldoet het bericht aan de hiervoor geformuleerde norm.

Het stond de krant vrij om tevens enkele overwegingen van de Raad over de bedoelingen van de krant en het belang van de publicatie in eigen woorden weer te geven. Hoewel het de krant had gesierd als ook de naam van de journalist was vermeld, is het achterwege laten daarvan niet onzorgvuldig.

In het naschrift heeft de (hoofd)redactie tot uitdrukking gebracht dat zij zich niet kan vinden in de conclusie. De tekst wekt de indruk dat de krant het door de Raad gemaakte onderscheid tussen het raadplegen van bronnen bij de voorbereiding van het artikel en het toepassen van wederhoor bij betrokkenen na afronding, niet goed heeft begrepen. Dit is echter onvoldoende voor het oordeel dat het naschrift ontoelaatbaar is.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat De Twentsche Courant Tubantia journalistiek zorgvuldig heeft gehandeld.

Relevant punt uit de Leidraad van de Raad: A.
Relevante eerdere conclusies van de Raad: RvdJ 2014/14 en RvdJ 2008/58

CONCLUSIE

De Twentsche Courant Tubantia heeft journalistiek zorgvuldig gehandeld.

Zo vastgesteld door de Raad op 24 augustus 2017 door mw. mr. J.W. Bockwinkel, voorzitter, mw. M.J.H. Doomen, dr. H.J. Evers, L.C. Hauben en A. Mellink MPA, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.