2019/1 onbevoegd deels-onzorgvuldig

Samenvatting

M. Beijer, Almere DEZE WEEK en Rodi Media B.V. hebben in het artikel “Werkrelatie ADW en wethouder ernstig verstoord” aandacht besteed aan zeer ernstige aantijgingen van Beijer aan het adres van T. Herrema (klager). Beijer en de krant zijn in deze kwestie belanghebbenden en zijn als zodanig partij geworden bij een extern verricht onderzoek. Onder deze specifieke omstandigheden hadden zij niet tot publicatie mogen overgaan voordat het definitieve onderzoeksrapport was vrijgegeven. Door toch voor het verschijnen van het rapport het artikel te publiceren hebben zij journalistiek onzorgvuldig gehandeld.
De publicatie van het artikel “Ombudsman acht klacht Almere DEZE WEEK niet bewezen” was niet onzorgvuldig. Het stond de krant vrij aandacht te besteden aan het rapport van de Ombudsman op de wijze zoals zij heeft gedaan, waarbij zij opnieuw Beijer aan het woord heeft gelaten. In het artikel is een duidelijk onderscheid gemaakt tussen feiten, beweringen en meningen, waarbij ook aandacht is besteed aan de mening van klager. Van niet-waarheidsgetrouwe berichtgeving is geen sprake.
Voor zover de klacht is gericht tegen uitlatingen van Beijer in Het Parool is de Raad niet bevoegd daarover te oordelen. De Raad doet de aanbeveling aan Almere DEZE WEEK om deze conclusie integraal of in samenvatting te publiceren.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

T. Herrema

tegen

M. Beijer, de hoofdredacteur van Almere DEZE WEEK en Rodi Media B.V.

De heer T. Herrema te Almere (klager) heeft op 26 jul 2018 een klacht ingediend tegen M. Beijer, de hoofdredacteur van Almere DEZE WEEK en Rodi Media B.V. Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie betrokken van klager van 13, 23 en 28 augustus 2018.
Mevrouw mr. K. Valentien, advocaat te Almere, heeft in een e-mail van 5 oktober 2018 meegedeeld dat M. Beijer, de hoofdredacteur van Almere DEZE WEEK en Rodi Media B.V. (hierna gezamenlijk: Almere DEZE WEEK) niet zullen reageren op c.q. meewerken aan de behandeling van deze klacht.

De klacht is behandeld op de zitting van de Raad van 19 oktober 2018 in aanwezigheid van klager. Namens Almere DEZE WEEK is niemand verschenen.

DE FEITEN

Op 12 juni 2018 verscheen op de website van Almere DEZE WEEK een artikel met de kop “Werkrelatie ADW en wethouder ernstig verstoord”. De intro van het artikel luidt:
“De werkrelatie tussen wethouder Tjeerd Herrema (PvdA) en de redactie van Almere DEZE WEEK is vorige week ernstig verstoord geraakt, nadat de wethouder zeer persoonlijke berichten naar een verslaggever had gestuurd. De krant heeft afgelopen maandag een officiële klachtbrief naar burgemeester Franc Weerwind gestuurd.”
Het bericht bevat verder onder meer de volgende passages:
“De verslaggever in kwestie ontving maandagavond via Messenger een eenzijdig en zeer persoonlijk telefoontje van Herrema waarin het niet tot een gesprek kwam. De journalist verbrak daarop geschrokken de verbinding. Eerder die week had de wethouder via Messenger namelijk ook al persoonlijke berichten verstuurd waar de verslaggever opheldering over had gevraagd, maar niet kreeg.
De verslaggever riep Herrema dinsdag opnieuw ter verantwoording over het eenzijdige telefoontje. Die kwam niet met excuses, maar reageerde onverschillig: ‘Hoop niet dat je rode oortjes hebt gekregen’. Dat was naar mening van de redactie van deze krant een intimiderende en onbetamelijke reactie en stelt dat daarmee de werkrelatie ernstig is verstoord.
Herrema ontkent ten stelligste de persoonlijke berichten bewust te hebben verstuurd. Alle berichten zouden per ongeluk zijn verzonden. In bijzijn van burgemeester Franc Weerwind is de kwestie later die week met de betrokkenen besproken. De avond na dat confronterende gesprek ontving de verslaggever opnieuw een persoonlijk bericht van Herrema via Messenger dat in relatie kan worden gebracht met de eerdere berichten. Ook daarvan zegt de wethouder dat het bericht per ongeluk is verstuurd.”
en
“Wethouder Herrema laat in een reactie aan Omroep Flevoland weten dat hij verontwaardigd is over de aantijgingen van deze krant en dat de krant het integriteitrapport over hem niet wilde inzien, dat enkele weken geleden voor hem en alle overige wethouders is opgesteld. Ook wilde deze krant niet wachten op de onderzoeksresultaten van het externe bureau. Almere DEZE WEEK heeft dat inderdaad geweigerd omdat die resultaten niets afdoen aan het feit dat de berichten zijn verzonden en het gesprek is gevoerd.”

Vervolgens verscheen op 25 juni 2018 op de website van Almere DEZE WEEK een artikel met de kop “Ombudsman acht klacht Almere DEZE WEEK niet bewezen”. De intro van dit artikel luidt:
“Ombudsman Arre Zuurmond acht de klacht van deze krant tegen ex-wethouder Tjeerd Herrema niet bewezen. De klachten zijn volgens de Ombudsman niet bewijsbaar en trekt daarmee de conclusie dat ze ongegrond zijn.”
Het bericht bevat verder onder meer de volgende passages:
“Marcel Beijer, de betreffende journalist, is teleurgesteld over de bevindingen van de Ombudsman. “De Ombudsman heeft de incidenten per stuk geanalyseerd en gesteld dat ze alle vier erg toevallig zijn, maar niet bewijsbaar. Dat maakt de klacht in zijn optiek ongegrond. Maar helaas ziet hij de vier toevalligheden niet in een breder verband. Omdat teveel zaken niet bewezen kunnen worden had hij beter geen oordeel kunnen geven. Persoonlijk ben ik vooral ontdaan dat de Ombudsman het eenzijdige telefoontje niet bewijsbaar acht: het gaat mijns inziens om seksuele intimidatie. […] Ik voel me daarin niet gehoord in mijn klacht en afgewezen als slachtoffer.”
en
“Op zijn Facebook-account laat Herrema weten blij te zijn met de bevindingen van de Ombudsman. ‘Ik heb met instemming en blijdschap kennis genomen van de vaststellingen en conclusies van de Ombudsman.’ Hij geeft aan een klacht in te dienen bij de Raad voor de Journalistiek.”

Verder verscheen op 16 juni 2018 op de website van Het Parool een door Marc Kruyswijk geschreven artikel met de kop “’Meer dan een broekzakgesprek dat wethouder de kop kostte’”, waarin Beijer over de kwestie aan het woord wordt gelaten.

HET STANDPUNT VAN KLAGER

Klager voert – kort samengevat – aan dat de publicaties louter zijn gebaseerd op de waarneming van Beijer. Daarbij is er ten onrechte van uitgegaan dat klager bewust zou hebben gehandeld, terwijl al voor de eerste publicatie duidelijk was dat sprake kon zijn geweest van een onbedoeld ‘broekzakgesprek’. Er zijn geen andere aanwijzingen van seksuele intenties van klager naar Beijer en klager heeft ook geen andere geschiedenis op dit vlak. Klager vindt het kwalijk dat Almere DEZE WEEK niet heeft willen wachten op het definitieve rapport van onderzoeksbureau Hoffmann en de afhandeling van de klacht door de Ombudsman.
Ook meent hij dat de rollen van slachtoffer, journalist en rechter erg door elkaar zijn gaan lopen. Dit volgt onder meer uit het feit dat Beijer zich als slachtoffer eerst terugtrok uit een onderling overleg, maar daarna als journalist weer aan tafel zat.
Klager heeft de achtergrond van de kwestie uitvoerig toegelicht. Op 31 mei 2018 nam Beijer – zoals hij vaker deed – contact met hem op, met het verzoek om een reactie over een bouwplan. Zij probeerden elkaar te bereiken via de telefoonfunctie van Messenger, die klager anders bijna nooit gebruikt en met Beijer nog nooit daarvoor gebruikt had, maar zonder succes. Later hebben zij via de gewone telefoon contact gehad en heeft klager een reactie gegeven, die ook in de gedrukte versie van de krant is verwerkt. Rond die tijd heeft klager via Messenger drie icoontjes en het woord ‘cymbub’ aan Beijer gestuurd, die daarop antwoordde met ‘??’ Klager heeft hierop niet meer gereageerd en Beijer vroeg in het latere telefoongesprek ook niet meer naar de betekenis van het Messenger-bericht. Op 5 juni 2018 liet Beijer via Messenger weten dat hij van klager een ongebruikelijk telefoontje had gekregen, dat het onbedoeld zou zijn geweest en dat hij er niets mee zou doen, maar dat hij klager waarschuwde om herhaling te voorkomen. Klager heeft Beijer hiervoor bedankt, niet wetend wat deze precies had gehoord, want dat werd uit het bericht niet duidelijk. Omdat klager die avond bij een fractievergadering was, berichtte hij nog “ik hoop dat je geen rode oortjes gekregen heb”, daarmee bedoelend dat Beijer geen dingen had gehoord die niet voor hem bestemd waren. De volgende dag werd klager gebeld door de burgemeester, die was benaderd door de hoofdredacteur van Almere DEZE WEEK met het bericht dat de krant voornemens was een artikel te schrijven over de onhoudbare positie van klager en dat Beijer aangifte van seksuele intimidatie zou doen tegen hem. Hierna hebben drie gesprekken plaatsgevonden, waarbij de hoofdredacteur, Beijer, de burgemeester, de gemeentesecretaris en klager aanwezig waren. Hieruit bleek dat tussen Beijer en klager een 11 seconde durend telefooncontact heeft plaatsgehad, waarvan overigens geen opname beschikbaar was. Beijer dacht aanvankelijk dat klager onwel was geworden, maar dacht later – in combinatie met het Messenger-bericht – geluiden met een seksuele lading te hebben gehoord en dat klager dit bewust zou hebben gedaan. Klager heeft toen excuses aangeboden voor het telefoontje (niet voor wat Beijer gehoord dacht te hebben) en heeft zijn medewerking toegezegd om het telefoongebruik te kunnen duiden. Hiervoor is Hoffmann Bedrijfsrecherche ingeschakeld die de berichten heeft onderzocht. Met de krant is vooraf de vraagstelling gedeeld en zij heeft hiermee ingestemd. Op 11 juni 2018 – de dag vóór publicatie – heeft Hoffmann telefonisch een tussenstand van het onderzoek doorgegeven. Daaruit volgde dat een onbedoeld broekzakgesprek zeer wel mogelijk was geweest, wat in het laatste gesprek met Almere DEZE WEEK diezelfde dag is meegedeeld. In dat scenario was het bewuste karakter van het telefoontje weggenomen en daarmee ook de essentie van de klacht. Niettemin is de krant overgegaan tot publicatie, waartoe zij – blijkens het feitenrelaas van de burgemeester naar de gemeenteraad – al op de vrijdag daarvoor hadden besloten. Na deze publicatie heeft klager, via een brief van zijn advocaat, nogmaals excuses aangeboden, een opening voor een gesprek gemaakt en de krant gewaarschuwd niet meer details van haar/Beijers versie van het verhaal naar buiten te brengen. Deze brief is voor kennisgeving aangenomen, waarna Beijer in Het Parool in detail heeft verteld wat hij dacht te hebben gehoord.
Verder voert klager aan dat de Ombudsman van Amsterdam de klacht op verzoek van de burgemeester heeft onderzocht en in zijn rapport de kern van de klacht ongegrond heeft verklaard.
Hij maakt er bezwaar tegen dat de krant die uitkomst niet op de voorpagina én niet zonder commentaar heeft geplaatst, maar Beijer opnieuw alle ruimte heeft gegeven om zijn kant van het verhaal te vertellen. Ook aan een sommatie om de uitspraak van de Ombudsman zonder eigen commentaar op de voorpagina te plaatsen, heeft de krant geen gehoor gegeven.
Volgens klager heeft Almere DEZE WEEK als enige geschreven krant in de regio een extra verantwoordelijkheid in het medialandschap van Almere. Bij een dergelijk zware aanklacht moet ook rekening worden gehouden met de mogelijke gevolgen, zeker daar een ander scenario zeer wel mogelijk blijkt te zijn, aldus klager.

BEOORDELING VAN DE BEVOEGDHEID
voor zover de klacht betrekking heeft op de uitlatingen van Beijer in Het Parool

Op grond van artikel 3 lid 1 van de Statuten van de Stichting Raad voor de Journalistiek heeft de Raad tot taak om in de bij hem aanhangig gemaakte zaken betreffende journalistieke gedragingen te beoordelen of daarmee al dan niet journalistiek zorgvuldig is gehandeld. In artikel 4 lid 1 van de Statuten is bepaald wat wordt verstaan onder journalistieke gedraging: ‘een handelen of nalaten van een journalist in de uitoefening van zijn beroep’.

De uitlatingen van Beijer in het op de website van Het Parool van 16 juni 2018 gepubliceerde artikel van de hand van Marc Kruyswijk zijn gedaan in het kader van de verslaglegging (in een ander medium dan waarin Beijer werkzaam is) van een conflict tussen twee personen onderling en hebben een overwegend persoonlijk karakter. Hierdoor moeten zij als van niet-journalistieke aard worden aangemerkt. Het journalistieke normenstelsel is voor de beoordeling van dergelijke berichten niet bedoeld. De Raad acht zich daarom niet bevoegd over deze uitlatingen te oordelen.

BEOORDELING VAN DE KLACHT
voor zover de klacht betrekking heeft op de publicaties van Almere DEZE WEEK

De Raad stelt voorop dat Beijer, Almere DEZE WEEK en Rodi Media via hun advocaat duidelijk hebben gemaakt dat zij zich in deze zaak niet wensen te verweren. Van een principiële afwijzing van de Raad is niet gebleken. De Raad zal de klacht dan ook inhoudelijk beoordelen.

Het artikel van 12 juni 2018
Uit wat klager heeft aangevoerd is aannemelijk geworden dat naar aanleiding van het eerste contact op 5 juni 2018 tussen Almere DEZE WEEK en de burgemeester van Almere uitvoerig overleg heeft plaatsgevonden. In het kader van dat overleg zijn op vrijdag 8 juni 2018 in samenspraak met de burgemeester, de gemeentesecretaris, de krant en klager de vragen geformuleerd voor Hoffmann Bedrijfsrecherche. Op basis daarvan heeft Hoffmann onderzoek gedaan naar de relevante inhoud van de privé telefoon van klager. Partijen hebben afgesproken dat wanneer het rapport van Hoffmann klaar was en vrijgegeven door klager, dit ook voor de krant beschikbaar zou zijn. Diezelfde avond heeft de krant bij de burgemeester aangekondigd dat zij op 12 juni tot publicatie zou overgaan. Op 11 juni heeft de gemeente het concept-artikel ontvangen, waarbij haar de gelegenheid is geboden te reageren op feitelijke onjuistheden en een weerwoord te geven. Omdat het rapport van Hoffmann nog niet gereed was, heeft de gemeentesecretaris telefonisch geïnformeerd naar de tussenstand. Het definitieve rapport is op woensdag 13 juni vrijgegeven.

De Raad overweegt dat journalisten in beginsel vrij zijn in de selectie van nieuws, maar dat neemt niet weg dat zij zo volledig mogelijk dienen te berichten en eenzijdige berichtgeving behoren te vermijden. In ieder geval dient het belang dat met een publicatie is gediend te worden afgewogen tegen de belangen die eventueel door de publicatie worden geschaad. Bovendien dienen journalisten hun werk in onafhankelijkheid te verrichten en (de schijn van) belangenverstrengeling te vermijden.

Het is evident dat Beijer en de krant betrokken zijn bij de kwestie en als zodanig belanghebbenden zijn. Doordat zij hebben meegewerkt aan het opstellen van de vragen voor het onderzoeksbureau, waarna afspraken zijn gemaakt over de verspreiding van het rapport, zijn zij ook partij geworden bij dit onderzoek. Daarbij gaat het bovendien om zeer ernstige aantijgingen aan het adres van klager, die voor hem grote gevolgen kunnen hebben.

De Raad vindt dat Almere DEZE WEEK onder deze specifieke omstandigheden niet tot publicatie had mogen overgaan voordat het definitieve onderzoeksrapport was vrijgegeven. Immers, pas op dat moment kon zo volledig en onafhankelijk als in dit geval mogelijk over de kwestie worden bericht. Bovendien waren klager en de gemeente dan beter in staat geweest te reageren.
Door toch voor het verschijnen van het rapport van Hoffmann het artikel te publiceren hebben Beijer, Almere DEZE WEEK en Rodi Media B.V. journalistiek onzorgvuldig gehandeld.

Het artikel van 25 juni 2018
De hiervoor bedoelde vrijheid in de selectie van nieuws brengt tevens mee dat het aan de redactie is om te bepalen vanuit welke invalshoek(en) een onderwerp wordt belicht en in welke context het bericht wordt gebracht. Er bestaat geen regel waaruit volgt dat de krant dit vervolgartikel op de voorpagina had moeten publiceren.

Het voorgaande brengt mee dat het de krant vrijstond aandacht te besteden aan het rapport van de Ombudsman op de wijze zoals zij heeft gedaan, waarbij zij opnieuw Beijer aan het woord heeft gelaten. De Raad kan zich voorstellen dat het klager niet welgevallig is dat Beijer zich niet kan vinden in de conclusies van de Ombudsman, maar het staat hem vrij hierover zijn mening te verkondigen. In het artikel is een duidelijk onderscheid gemaakt tussen feiten, beweringen en meningen, waarbij ook aandacht is besteed aan de mening van klager. Er bestaat geen grond voor de conclusie dat sprake is van niet-waarheidsgetrouwe berichtgeving.

Met de publicatie van dit artikel hebben Beijer, Almere DEZE WEEK en Rodi Media B.V. journalistiek zorgvuldig gehandeld.

Relevante punten uit de Leidraad van de Raad: A. en C.
Relevante eerdere conclusies van de Raad: RvdJ 2018/6, RvdJ 2014/49, RvdJ 2012/51
Relevant artikel uit het Reglement voor de werkwijze van de Raad: 9 leden 3 en 5

CONCLUSIE

De Raad is niet bevoegd te oordelen over de uitlatingen van Beijer in Het Parool. Voor zover M. Beijer, Almere DEZE WEEK en Rodi Media B.V. het artikel van 12 juni 2018 hebben gepubliceerd, hebben zij journalistiek onzorgvuldig gehandeld. Verder was hun handelwijze zorgvuldig.

De Raad doet de aanbeveling aan Almere DEZE WEEK om deze conclusie integraal of in samenvatting te publiceren.

Zo vastgesteld door de Raad op 7 januari 2019 door prof.mr. B.E.P. Myjer, voorzitter, S.A. Agterberg, L.A.M.M. Donders, mw. A. Karadarevic en mw. drs. E.M.H. Lemaier, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.