2018/5 deels-onzorgvuldig

Samenvatting

E. Stoker, W. Thijssen en Ph. Remarque (de Volkskrant) hebben in de artikelen “Hof: voormalig topambtenaar Demmink niet schuldig aan verkrachting” en “Valse aanklacht, vals bewijs en geruchten: dit is de zaak-Demmink” aandacht besteed aan een uitspraak van het gerechtshof Arnhem om de verdere vervolging van Demmink te staken. Mevrouw mr. dr. A. van der Plas (klaagster) is als advocaat van twee Turkse jongens die aangifte tegen Demmink hebben gedaan, bij de kwestie betrokken.
Volgens de Raad voor de Journalistiek is in het eerste artikel feitelijk verslag gedaan van de kwestie en was het niet nodig om wederhoor bij klaagster toe te passen. Dit ligt anders bij de tweede publicatie. Dat artikel behelst feiten en meningen waartussen niet steeds een duidelijk onderscheid is gemaakt en kan niet als een feitelijk verslag worden aangemerkt. De termen ‘valse aanklacht’ en ‘valse documenten’ suggereren, zeker bezien in de context, dat klaagster en/of haar cliënten een ‘valse aangifte’ in de zin van het Wetboek van Strafrecht heeft (of hebben) gedaan. De uitspraak van het hof en de toelichting van het OM bieden voor deze vergaande – voor klaagster  diffamerende – suggestie onvoldoende grond. Het toepassen van wederhoor zou tot een genuanceerder en juister beeld over (de handelwijze van) klaagster en haar cliënten hebben geleid. Door dit na te laten heeft de Volkskrant journalistiek onzorgvuldig gehandeld. De Raad doet de aanbeveling aan de Volkskrant deze conclusie ruimhartig te publiceren.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

mr. dr. A. van der Plas

tegen

E. Stoker, W. Thijssen en Ph. Remarque, hoofdredacteur van de Volkskrant

De heer mr. M. Ch. Kaaks, advocaat te Amsterdam, heeft op 28 september 2017 namens mevrouw mr. dr. A. van der Plas (klaagster) – handelend voor zich als ook voor haar cliënten de heren Mustafa Y. en Osman B. – een klacht ingediend tegen mevrouw E. Stoker, mevrouw W. Thijssen en de heer Ph. Remarque, hoofdredacteur van de Volkskrant. Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie van klaagster en mevrouw C. de Vries, managing editor van de Volkskrant, betrokken van 26 oktober 2017 en van 16 en 23 november 2017.

De zaak is behandeld op de zitting van de Raad van 24 november 2017 in aanwezigheid van klaagster, die werd vergezeld door mr. Kaaks. Namens E. Stoker, W. Thijssen en Ph. Remarque (hierna: de Volkskrant) zijn daar mevrouw De Vries en de heer mr. M. van Breda, bedrijfsjurist, verschenen. Mr. Kaaks heeft het standpunt van klaagster toegelicht aan de hand van een pleitnotitie.

DE FEITEN

Op 18 augustus 2017 heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Arnhem, uitspraak gedaan op het verzoek van de officieren van justitie bij het Landelijk Parket aan het hof om het, kort gezegd, goed te vinden dat Demmink niet verder wordt vervolgd. Het hof heeft beslist dat van verdere vervolging van Demmink moet worden afgezien.

Naar aanleiding van deze uitspraak is diezelfde dag op de website van de Volkskrant een artikel van de hand van Stoker en Thijssen verschenen met de kop “Hof: voormalig topambtenaar Demmink niet schuldig aan verkrachting”.
De intro van het artikel luidt:
“De verkrachtingen waarvan Joris Demmink wordt beschuldigd, zijn nooit gebeurd. Daarvan zijn de twee onderzoeksofficieren overtuigd. Met het sepot in deze zaak komt een einde aan tien jaar karaktermoord op de voormalige secretaris-generaal.”
Het artikel bevat verder onder meer de volgende passages:
“Demmink is ‘verheugd’ over de ‘kristalheldere’ uitspraak van het hof, dat vrijdag oordeelde dat hij de verkrachting van twee Turkse jongens niet kan hebben gepleegd. 'Maar hij betreurt ook dat alle aantijgingen de afgelopen tien jaar zijn leven hebben bepaald', zegt Demminks advocaat Jan Leliveld.
Joris Demmink (69) werd in 2007 beschuldigd van de verkrachting in Turkije van twee Turkse jongens van 12 en 14 jaar. De aanklacht was namens hen ingediend door Hüseyin Baybasin, die in 2002 in Nederland tot levenslang was veroordeeld wegens moord en drugshandel. In 2010 diende Baybasins advocaat Adèle van der Plas, namens een van de jongens opnieuw een aanklacht in - de ander weigerde eraan mee te werken.”
en
“De officieren hadden graag getuigen in Turkije gehoord, maar tot hun grote frustratie weigerde Turkije daar aan mee te werken en werd het rechtshulpverzoek tot vier maal toe afgewezen. ‘Maar dat onderzoek had geen andere conclusie kunnen opleveren dan wat uit al Demminks administratie al blijkt’, aldus Van der Zwan.
Van een document dat circuleert op het internet, van een gouverneur uit Istanbul, dat zou aantonen dat Demmink wel degelijk in de omstreden periode in Turkije is geweest, staat voor de onderzoekers vast dat het vals is. ‘Wij hebben zelfs niet kunnen vaststellen dat die gouverneur echt bestaat.’ Het document was door de veroordeelde Baybasin ingebracht als bewijs tegen Demmink.”

Vervolgens is op 20 augustus 2017 op de website van de Volkskrant een artikel verschenen, wederom van de hand van Stoker en Thijssen, met de kop “Valse aanklacht, vals bewijs en geruchten: dit is de zaak-Demmink” en de onderkop “Reconstructie van een karaktermoord”. De intro van dit artikel luidt:
“Wat in 2003 begon als een ronkend verhaal in de mannenbladen Gay Krant en Panorama, eindigde afgelopen vrijdag in een vergaderzaaltje op de tiende verdieping van het Openbaar Ministerie in Rotterdam. Daar lichtten twee onderzoeksofficieren toe waarom Joris Demmink (69), voormalig secretaris-generaal op het ministerie van Justitie, niets te maken heeft met jarenlange beschuldigingen van seks met minderjarigen.”
Verder bevat dit artikel onder meer de volgende passages:
“De officieren onderzochten niet alleen - in opdracht van het gerechtshof - de aanklacht van twee Turkse jongens die in Turkije zouden zijn verkracht, maar ook alle geruchten in de media over slachtoffers van de oud-topambtenaar in Nederland. De uitkomst van hun driejarig onderzoek: er is geen enkel bewijs dat Demmink schuldig is. Sterker; alles wijst erop dat de aanklacht vals is, dat een belastend document is gefalsificeerd, dat de afzender ervan niet bestaat en dat alle geruchten zijn verzonnen. Eén ding staat vast: Demmink is in de omstreden periode - aantoonbaar - niet in Turkije geweest.
Op 15 september 2008, en opnieuw op 25 mei 2010, doet advocaat Adèle van der Plas aangifte namens een (destijds 12 of misschien 14-jarige) Turkse jongen, Osman. Een tweede verondersteld slachtoffer wil geen aangifte doen. Osman stelt aanvankelijk dat hij rond 1995 en later dat hij rond 1997 seksueel door Demmink is misbruikt.”
en
“Van der Plas is tevens advocaat van Hüseyin Baybasin, de Turkse Koerd die in 2002 in Nederland tot levenslang is veroordeeld wegens drugshandel en moord. Baybasins advocaat gaat ervan uit dat Demmink in Turkije minderjarige jongens heeft verkracht, dat de Turkse inlichtingendiensten dit weten, dat  Demmink daardoor chantabel was als secretaris-generaal op  Justitie, en dat hij om die reden de  Turkse autoriteiten heeft  geholpen om de Koerd Baybasin achter de tralies te krijgen. Het is dus niet alleen in het belang van Osman, maar ook in dat van Baybasin om aan te tonen dat Demmink in Turkije (een) jongen(s) heeft verkracht.”
en
“Bovendien vraagt deze Osman vlak voordat hij meewerkt aan de fotoconfrontatie of de ex-politieman de volgende keer een laptop voor zijn dochter wil meebrengen - hij wil voor medewerking graag een wederdienst. De ex-politieman moet later erkennen dat hij ‘niet kritisch en onzorgvuldig’ is geweest.”
en
“Op het internet circuleert een document van 25 december 2002, van een gouverneur van Istanbul, waarop staat dat Demmink op 17 februari en 23 juli 1996 Turkije inreisde. Het OM zegt niet te kunnen vaststellen dat die gouverneur daadwerkelijk bestaat.
Uit onderzoek van zowel de Turkse autoriteiten als van het Nederlands Openbaar Ministerie blijkt dat de inreisdata niet kloppen: in Turkije wordt dit met geen enkel document of stempel bevestigd. Demminks privéagenda wijst uit dat hij de avond voor 17 februari en die dag zelf bij een vriendin was. Concertkaartjes en verschillende getuigen die erbij waren bevestigen dat.”

Nadat klaagster haar bezwaren tegen de publicaties aan de Volkskrant had voorgelegd zijn de kop en onderkop van het artikel van 20 augustus 2017 gewijzigd in “De onttakeling van de zaak-Demmink” en “Reconstructie: verzonnen aanklacht”.
Verder zijn twee van de hiervoor geciteerde passages aangepast en is in dat verband in een naschrift het volgende toegevoegd:
“Verbetering: In een eerdere versie van dit artikel stond dat Osman, de Turkse jongen die aangifte deed tegen Demmink, aan een ex-politieman vroeg om een laptop voor zijn dochter mee te brengen. Dat werd gevraagd door een ander vermeend slachtoffer.”
Ook stond er dat een tweede vermeend slachtoffer geen aangifte wilde doen tegen Demmink. Advocaat Van der Plas heeft namens hem wel aangifte gedaan, maar de persoon in kwestie wilde geen verklaring afleggen.”

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster stelt – kort samengevat – dat in beide publicaties verslag is gedaan van de beslissing van het Arnhemse gerechtshof van 18 augustus 2017 om de verdere vervolging van Demmink te staken, conform het verzoek van het Openbaar Ministerie (OM). Diezelfde dag heeft het Openbaar Ministerie met enkele journalisten een persgesprek gevoerd. Het OM heeft daarin meegedeeld dat het er niet in is geslaagd de tweede aangever – die alleen schriftelijk aangifte heeft gedaan – te horen en dat de schrijver van het document van de Gouverneur van Istanbul nooit bekend is geworden. Verder heeft het OM laten weten dat de data die in dat document staan niet kunnen kloppen omdat Demmink – volgens de uitkomsten van hun eigen onderzoek – op die dagen elders was. De gewraakte publicaties zijn op hierop gebaseerd.
Volgens klaagster wist de krant dat het strafrechtelijk onderzoek door Turkije is tegengewerkt, dat daarom geen onderzoek naar Turkse documenten heeft kunnen plaatsvinden en dat evenmin getuigen in Turkije konden worden gehoord. Tot dit laatste had het gerechtshof in 2014 expliciet opdracht gegeven. Het OM heeft verondersteld dat de Turkse documenten – waaruit zou blijken dat Demmink op de data waarop de zedendelicten zouden zijn gepleegd in Turkije verbleef – niet authentiek zijn. De Volkskrant heeft eenzijdig die veronderstelling aangedikt en daaraan de conclusie verbonden dat valse aangifte is gedaan, gebruikmakend van vervalste documenten. Die conclusie strekt verder dan de uitspraak van het hof zelf en kan ook niet worden ontleend worden aan het persgesprek met het OM. De publicaties gaan daarmee verder dan alleen een feitelijk verslag van een rechterlijke uitspraak.
Klaagster vindt de artikelen uitermate diskwalificerend voor haar en haar cliënten. Zij meent dat de krant wederhoor had moeten toepassen en dat ten onrechte heeft nagelaten. In haar wederhoor had zij er onder meer op kunnen wijzen dat de verslagen van de gesprekken met de Turkse autoriteiten laten zien dat de authenticiteit van het document niet in twijfel wordt getrokken door de afdeling Internationale Rechtshulp van het Turkse Ministerie van Justitie en het Turkse OM. Doordat wederhoor achterwege is gebleven is een zeer eenzijdig en onjuist beeld van de zaak gegeven. Bovendien zijn daardoor slordigheden en onjuistheden opgenomen in de artikelen. Zo is in het artikel van 20 augustus 2017 ten onrechte vermeld dat een tweede vermeend slachtoffer geen aangifte wil doen en dat Osman om de laptop zou hebben gevraagd. De onzorgvuldigheid van de krant wordt nader geïllustreerd door de foto die is geplaatst bij het artikel van 18 augustus 2017. Het onderschrift luidt “Joris Demmink in het beklaagdenbankje in november 2014”, terwijl de afbeelding geen betrekking heeft op de strafzaak tegen Demmink.
In haar toelichting schetst klaagster uitvoerig de achtergronden van de kwestie, waarbij zij verwijst naar de letterlijke teksten van diverse uitspraken in de juridische procedure. Zij concludeert dat de Volkskrant onzorgvuldig heeft gehandeld.

De Volkskrant stelt hier – eveneens kort samengevat – tegenover dat het niet geboden was om wederhoor toe te passen. De artikelen zijn volledig gebaseerd op de publicaties van het hof en de toelichting op het onderzoek door het OM. Het hof heeft alle argumenten van partijen gewogen en deed heel duidelijk en krachtig uitspraak, geheel in de lijn met de conclusie van het OM. De artikelen zijn niets meer dan een feitelijk verslag van deze uitspraak en toelichting. De krant heeft geen verderstrekkende conclusies aan de uitspraak verbonden. Dat wat is gepubliceerd, is rechtstreeks afkomstig uit de uitspraak en de toelichting van de onderzoeksofficieren. Op de zitting voegt Van Breda hieraan nog toe dat de term ‘vals’ niet in juridische (strafrechtelijke) zin is gebruikt, maar moet worden gelezen als ‘onbetrouwbaar’. Dit komt overeen met de uitspraak van het hof. Verder licht Van Breda toe dat nadat klaagster haar bezwaren aan de krant had voorgelegd, werd geconstateerd dat de kop van het internetartikel van 20 augustus 2017 anders was dan die boven het artikel in de papieren editie. De redactie vond de kop van het internetartikel niet onjuist, maar wel wat (te) sensationeel, en heeft die kop toen in overeenstemming gebracht met de kop van het krantenartikel.
Volgens de Volkskrant heeft klaagster er wel terecht op gewezen dat de publicatie van 20 augustus 2017 aanvankelijk twee onvolkomenheden bevatte. Beide zijn inmiddels rechtgezet. Het bijschrift bij de foto was al eerder aangepast. Voor het overige is geen sprake van ‘slordigheden en onjuistheden’.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Kern van de klacht is dat voorafgaand aan de gewraakte publicaties ten onrechte geen wederhoor bij klaagster is toegepast. De Raad zal zich tot deze kern beperken.

De vraag is of de publicaties enkel de verslaggeving van een rechtszaak en van een rechterlijke uitspraak betreffen. In dat geval is het beginsel van hoor en wederhoor, volgens vaste lijn van de Raad, immers niet aan de orde.

De Raad vindt dat in het artikel van 18 augustus 2017 louter feitelijk verslag is gedaan van de rechterlijke uitspraak. Verder is de achtergrondinformatie over de kwestie niet op een zodanige wijze verwerkt, dat wederhoor bij klaagster geboden was.

Dit ligt anders bij de publicatie van 20 augustus 2017. Dit artikel behelst zowel feiten als meningen – onder meer over de achtergrond van de zaak – waartussen niet steeds een voor de lezer duidelijk onderscheid is gemaakt. De publicatie kan dan ook niet als een voor de lezer duidelijk herkenbaar feitelijk verslag van de rechterlijke uitspraak worden aangemerkt. Het stond de Volkskrant derhalve niet vrij ten aanzien van dit artikel wederhoor achterwege te laten.
Verder merkt de Raad op dat indien een journalist zich baseert op rechterlijke beslissingen – waarvan de bewoordingen doorgaans zorgvuldig worden gekozen – hij voorzichtig en nauwkeurig dient te zijn bij het in eigen woorden weergeven van die uitspraken. Voorkomen moet worden dat de parafrases en citaten van dien aard zijn dat daarmee een andere betekenis en/of lading aan de feiten wordt gegeven, dan in de gebruikte bronnen.
De Raad vindt dat de termen ‘valse aanklacht’ en ‘valse documenten’ – zeker bezien in de context, waarin wordt bericht over een strafzaak – suggereren dat klaagster en/of haar cliënten een ‘valse aangifte’ in de zin van het Wetboek van Strafrecht heeft (of hebben) gedaan. Volgens de Raad bieden de uitspraak van het hof en de toelichting van het OM voor deze vergaande – voor klaagster diffamerende – suggestie onvoldoende grond. Het toepassen van wederhoor zou tot een genuanceerder en juister beeld over (de handelwijze van) klaagster en haar cliënten hebben geleid. Door dit na te laten heeft de Volkskrant journalistiek onzorgvuldig gehandeld.

Relevant punt uit de Leidraad van de Raad: B.3
Relevante eerdere conclusies van de Raad: RvdJ 2017/28 en RvdJ 2017/1

CONCLUSIE

Voor zover de klacht erop ziet dat voor de publicatie van 20 augustus 2017 ten onrechte geen wederhoor is toegepast, hebben E. Stoker, W. Thijssen en Ph. Remarque (de Volkskrant) journalistiek onzorgvuldig gehandeld. Verder was hun handelwijze zorgvuldig.

De Raad doet de aanbeveling aan de Volkskrant om deze conclusie integraal of in samenvatting te publiceren.

Zo vastgesteld door de Raad op 31 januari 2018 door mw. mr. J.W. Bockwinkel, voorzitter, mr. I.R.J. Barends, M.C. Doolaard, A. Olgun en mw. J.G.T.M. Wartenbergh, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.


Publicatie in de Volkskrant d.d. 2 februari 2018