2017/5 deels-onzorgvuldig

Samenvatting

L. van Raaij en De Twentsche Courant Tubantia hebben in het artikel “Onderduiken voor jeugdbescherming” aandacht besteed aan de minderjarige zoon van klaagster en zijn gezinssituatie. De kwestie is (vooral) belicht vanuit de invalshoek van de vader, met wie klaagster in conflict is, en de jongen. Aangezien klaagster – de enige ouder met wettig gezag – door de publicatie wordt gediskwalificeerd, hadden Van Raaij en de krant het artikel voor wederhoor aan haar moeten voorleggen. Dat zij Van Raaij bij de voorbereiding niet van informatie heeft willen voorzien, kan daaraan niet afdoen. Bovendien had Van Raaij de advocaat van de jongen moeten benaderen, om zich ervan te vergewissen dat de belangen van de jongen voldoende in ogenschouw zouden worden genomen. Door een en ander na te laten hebben Van Raaij en de krant journalistiek onzorgvuldig gehandeld. Ten aanzien van de privacy van klaagsters zoon is de handelwijze van Van Raaij en de krant niet ontoelaatbaar. Het is niet aannemelijk dat hij in de publicatie voor het grote publiek identificeerbaar is geworden. De Raad doet de aanbeveling aan De Twentsche Courant Tubantia deze conclusie ruimhartig te publiceren.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

X

tegen

L. van Raaij en de hoofdredacteur van De Twentsche Courant Tubantia

Mevrouw X te […] (klaagster) heeft op 20 september 2016, mede namens haar minderjarige zoon Y, een klacht ingediend tegen de heer L. van Raaij en de hoofdredacteur van De Twentsche Courant Tubantia. Hierop heeft mevrouw M. Riemsma, hoofdredacteur, gereageerd op 13 oktober 2016. Vervolgens heeft de heer mr. F.P. Holthuis, advocaat te Den Haag, op 14 november 2016 namens klaagster een aanvullend klaagschrift ingediend. Daarop heeft mevrouw Riemsma geantwoord op 24 november 2016. Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie van Holthuis en Riemsma betrokken van 9 en 15 december 2016.

De klacht is behandeld op de zitting van de Raad van 16 december 2016. Klaagster is daar verschenen, vergezeld door haar echtgenoot en de heer Holthuis. Aan de zijde van de krant waren mevrouw Riemsma en de heer Van Raaij aanwezig.

DE FEITEN

Op 10 september 2016 verscheen in De Twentsche Courant Tubantia een artikel van de hand van Van Raaij met de kop “Onderduiken voor jeugdbescherming”. De intro van het artikel luidt:
 “De 16-jarige Ruben uit Hengelo is op de vlucht. Vaak opgepakt door de politie, kent hij het arrestantencomplex in Borne op zijn duimpje. Ruben is geen crimineel, noch is hij een gevaar voor zichzelf of anderen, vinden hij en zijn vader. Daar denkt Jeugdbescherming Overijssel anders over. Met hulp van vrienden weet Ruben weken uit hun handen te blijven. Tot 17 augustus…”
Het artikel bevat onder meer de volgende passages:
“Ruben heeft een gedragsstoornis ontwikkeld als gevolg van een onrustige gezinssituatie en een vechtscheiding, staat in zijn psychodiagnostisch onderzoek. Er was sprake van huiselijk geweld, meldt het rapport. Ruben vluchtte naar zijn vader na conflicten met moeder en stiefvader. ‘Om hem in bedwang te houden, ging de stiefvader soms boven op Ruben zitten’, meldt het rapport van het crisisinterventieteam. Het was zijn vader die daarop de hulp inriep van jeugdzorg. ‘De verhalen van vader, moeder en Ruben liggen ver uit elkaar’, zegt het crisisteam.”
en
“De vader van Ruben heeft geen wettelijk gezag over zijn zoon. Dat ligt bij de moeder, want ten tijde van de geboorte van Ruben waren ze niet getrouwd. Zijn vader heeft dus in feite niets in te brengen. Als de moeder en jeugdzorg het ergens niet mee eens zijn, gebeurt het niet. Tussen moeder en jeugdbescherming aan de ene kant en vader en Ruben aan de andere kant is een groot verschil van inzicht over de situatie van Ruben.”

Het artikel is afgesloten met de volgende vermelding:
“De namen van de betrokken[en] in dit artikel zijn gefingeerd, om hun privacy te beschermen. De moeder wilde niet meewerken.”

Bij het artikel zijn diverse foto’s van ‘Ruben’ geplaatst. Op een aantal daarvan is zijn gezicht onherkenbaar gemaakt. Een andere foto is schuin van achteren genomen in een cafetaria waar hij werkt. Klaagster is de moeder van ‘Ruben’.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster voert – kort samengevat – aan dat sprake is van onjuiste en tendentieuze berichtgeving. Zo betrof het huiselijk geweld de vader en niet de stiefvader. Verder wordt de advocaat van de vader ten onrechte ook opgevoerd als de advocaat van ‘Ruben’. Van Raaij was ervan op de hoogte dat ‘Ruben’ een andere advocaat had, maar heeft niet de moeite genomen contact met hem op te nemen. Daarnaast is de suggestie gewekt dat ‘Ruben’ vooral op de vlucht is voor zijn moeder en gewelddadige stiefvader, en dat de vader niet de gelegenheid krijgt liefdevol voor zijn zoon te zorgen. Dit wordt versterkt door de advocaat van de vader op te voeren, die zijn verbazing erover uitspreekt dat ‘Ruben’ gesloten is geplaatst, terwijl hij ogenschijnlijk geen problemen heeft.
Wat hier duidelijk ontbreekt is een reactie van klaagster. Haar voornaamste bezwaar is dan ook dat ten onrechte geen wederhoor is toegepast. Zij heeft wel gesproken met de redactie maar heeft ervoor gekozen geen medewerking te verlenen aan de totstandkoming van het artikel. Klaagster vindt dat de privacy en toekomst van haar zoon belangrijker zijn dan een artikel over zijn vlucht voor jeugdzorg. Zij heeft dan ook aan de krant laten weten dat zij geen toestemming geeft tot publicatie. Dit ontslaat de krant echter niet van de verplichting wederhoor toe te passen; niet meewerken en niet mogen reageren op het uiteindelijke artikel zijn twee verschillende dingen, aldus klaagster. Zij heeft twee keer verzocht om vooraf kennis te nemen van de publicatie, zodat zij daarop kon reageren, maar Van Raaij kon haar dat niet toezeggen. Volgens klaagster had de krant – vanwege de bijzondere omstandigheden in deze zaak en het feit dat klaagster de enige ouder is met het wettig gezag over haar zoon – het recht op wederhoor serieus moeten nemen, te meer omdat het artikel nogal wat ernstige beschuldigingen bevat aan haar adres en het adres van haar huidige echtgenoot. De bron van die beschuldigingen is bovendien een direct betrokkene, de biologische vader, die mogelijk een eigen agenda heeft. Nadat Van Raaij het artikel had afgerond, had hij het dan ook voor wederhoor aan haar moeten voorleggen en dat is ten onrechte niet gebeurd, aldus klaagster.
Volgens haar had een juiste belangenafweging er overigens toe moeten leiden dat niet over haar zoon zou zijn gepubliceerd. De door de krant benoemde maatschappelijke misstand betreft het voor geruime tijd in een arrestantencomplex opsluiten van een minderjarige zonder strafblad. Het artikel gaat echter voornamelijk over het conflict tussen vader en moeder, het feit dat hun zoon niet gesloten wil zitten en daarom ondergedoken zit. Die insteek weegt niet op tegen de persoonlijke belangen van klaagsters zoon, die onnodig in de waagschaal worden gelegd door de publicatie.
Ten slotte meent klaagster dat de privacy van haar zoon onnodig is aangetast. Zijn echte naam is weliswaar niet vermeld, maar het artikel bevat een aantal andere persoonlijke gegevens, terwijl op één van de foto’s de zijkant van zijn gezicht duidelijk herkenbaar is en op een andere foto zijn lengte, postuur en haardracht zijn te zien. Door de combinatie van de gegevens en deze foto’s is klaagsters zoon voor een grote groep mensen in de publicatie identificeerbaar. Volgens klaagster is  haar zoon het uiteindelijk niet eens met de inhoud van het artikel en staat hij achter deze klachtprocedure. Daarnaast is hij verontwaardigd over het feit dat Van Raaij hem had beloofd dat hij het artikel vooraf zelf mocht lezen en dat het naar zijn moeder zou worden gestuurd. Beide beloftes zijn ten onrechte niet nagekomen. In dat verband wijst klaagster er nog op dat Van Raaij in plaats van met haar zoon, ook contact had kunnen opnemen met diens advocaat – niet zijnde haar advocaat, noch die van de vader – maar dat eveneens heeft nagelaten.
 
Van Raaij en de krant begrijpen dat de publicatie veel impact heeft op het persoonlijke leven van klaagster en haar zoon, maar zijn van mening dat het artikel weloverwogen en zorgvuldig tot stand is gekomen. Als regionale krant willen zij de jeugdzorg genuanceerd en vanuit alle perspectieven belichten. Zij zijn zich ervan bewust dat het een belangrijk en gevoelig maatschappelijk thema betreft. Van Raaij heeft ‘de jeugdzorg’ in portefeuille en publiceert met regelmaat over dat wat op dit terrein goed en minder goed gaat in Twente. Naar aanleiding van een eerdere reportage over misstanden in de jeugdzorg meldde de vader van Y zich bij Van Raaij omdat hij overeenkomsten zag met zijn eigen ervaringen en daarover met Van Raaij wilde praten. Hij nodigde daarom Van Raaij uit bij een gesprek over de situatie met zijn advocaat, waarbij ook zijn zoon aanwezig was. Dit gesprek was aanleiding voor Van Raaij om gedurende ongeveer drie maanden de jongen en zijn zaak te volgen – met toestemming van de jongen zelf en diens vader – om zo vanuit het perspectief van de jongen een reportage te kunnen maken over de Jeugdzorg, als aanvulling op de eerdere reportage waarbij alleen ouders aan het woord kwamen. Om de serie compleet te maken is overigens een derde verhaal in voorbereiding, en wel een reportage vanuit het perspectief van de jeugdzorg. Aan het onderhavige artikel werd – behalve door de jongen en zijn vader – medewerking verleend door de vrienden van de vader waar de jongen ondergedoken zat en door de eigenaar van het cafetaria waar hij klusjes deed. Daarnaast heeft Van Raaij nog diverse andere bronnen geraadpleegd en Jeugdbescherming om een reactie gevraagd.
Het was de uitdrukkelijke wens van de krant om ook de visie van klaagster bij de reportage te betrekken. Er is ook drie keer contact geweest met klaagster. Op haar initiatief was aanvankelijk een gesprek gepland, dat zij vervolgens heeft afgezegd en uiteindelijk niet heeft plaatsgevonden omdat zij niet meer wilde meewerken. In een telefoongesprek van 29 augustus 2016 heeft klaagster aan Van Raaij kenbaar gemaakt dat zij wel het artikel wilde ontvangen. Dat was toen niet mogelijk omdat het artikel nog niet was geschreven, mede omdat Van Raaij daarin de visie van klaagster tot zijn recht wilde laten komen. Na dat telefoongesprek is de communicatie door klaagster volledig beëindigd. Zij wilde niet meer in gesprek en niet meer benaderd worden. Zij heeft ook niet meer gevraagd of ze het artikel kon lezen zodra het er zou zijn; ze wilde gewoon niet dat het artikel er zou komen. De pogingen tot wederhoor bij klaagster en haar echtgenoot zijn daarna gestaakt. Om een eenzijdig verhaal te voorkomen heeft Van Raaij andere bronnen – zoals rapporten van Jeugdzorg – geraadpleegd.
Het verschil dat klaagster maakt tussen ‘wederhoor’ en ‘medewerking’ zien Van Raaij en de krant hier niet. De ‘medewerking’ zou namelijk bestaan uit ‘wederhoor’: het vertellen van haar kant van het verhaal, wat klaagster juist weigerde.
Van Raaij en de krant betwisten dat sprake is van onjuiste en/of tendentieuze berichtgeving. De verklaring van de jongen over het huiselijk geweld komt overeen met het rapport van het crisis-interventieteam. Bovendien is uitdrukkelijk vermeld dat ‘de verhalen van vader, moeder en zoon ver uit elkaar liggen’. Verder is nergens gemeld dat de advocaat van de vader ook die van de jongen is, maar is juist uitgelegd waarom die advocaat niet voor de jongen kan optreden. Evenmin is de suggestie gewekt dat de jongen ‘vooral op de vlucht is voor zijn moeder’. Het is ook niet juist dat het artikel voornamelijk handelt over het conflict tussen vader en moeder. De portee is dat een minderjarige met hulp van een geheim circuit uit handen van de jeugdbescherming probeert te blijven. De maatschappelijke relevantie van deze publicatie is evident, aldus Van Raaij en de krant.
Verder voeren zij aan dat zij de privacy van de jongen zoveel mogelijk hebben willen beschermen. Daarom hebben zij ervoor gekozen gefingeerde namen te gebruiken voor alle betrokkenen en alleen noodzakelijke details prijs te geven. Zij menen dat de jongen niet eenvoudig traceerbaar is voor een groot publiek. Dat hij wellicht in kleine kring herkenbaar is, kan nooit worden voorkomen.
Ten slotte merken Van Raaij en de krant op dat de jongen vanaf het begin heeft meegewerkt. Na zijn laatste opsluiting heeft hij nog via zijn vader verzocht of Van Raaij hem wilde opzoeken. Ook heeft hij Van Raaij verzocht het artikel snel te publiceren. Er is geen sprake geweest van een belofte dat hij het artikel eerst zou kunnen lezen. Op het moment dat de jongen werd opgepakt was er nog geen besluit genomen over publicatie en daarna was geen contact meer mogelijk. Het artikel is wel gedeeld met de vader en diens advocaat. De vader heeft laten weten dat de jongen helemaal niet boos is vanwege de publicatie.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Uit de toelichting van (de advocaat van) klaagster op de zitting maakt de Raad op dat de kern van de klacht is dat ten onrechte geen wederhoor bij klaagster is toegepast, dat onvoldoende rekening is gehouden met de belangen van haar zoon en dat diens privacy onnodig is aangetast. De Raad zal zich tot deze kern beperken.

De Raad onderkent dat het een taak is van de journalistiek om misstanden aan de kaak te stellen. Het kan dan ook zeker maatschappelijk relevant zijn om te berichten over wantoestanden in de Jeugdzorg, zoals Van Raaij en de krant kennelijk hebben beoogd te doen. De Raad twijfelt niet aan de integere bedoelingen van Van Raaij en de krant ter zake, maar vindt dat de publicatie – door de opzet ervan en de manier waarop het is gepresenteerd – meer een human interest-karakter heeft gekregen waarmee in mindere mate het maatschappelijk belang is gediend.

Verder acht de Raad van belang dat Van Raaij – naar eigen zeggen – is gespecialiseerd in het onderwerp Jeugdzorg, en dat hij en de krant zich bewust waren van de grote gevoeligheid van het thema. Het is te prijzen dat Van Raaij bij de voorbereiding van de publicatie meerdere (onafhankelijke) bronnen heeft geraadpleegd en in díe fase ook de visie van klaagster had willen vernemen. Dat neemt niet weg dat door de weigering van klaagster om aan de totstandkoming van het artikel mee te werken, de kwestie uiteindelijk (vooral) is belicht vanuit de invalshoek van de vader – met wie klaagster evident in conflict is – en de minderjarige jongen. In dat verband is verder relevant dat Van Raaij ervan op de hoogte was dat klaagster de enige ouder is met wettelijk gezag en dat de jongen een eigen advocaat heeft, die zijn belangen behartigt.
Het is niet zonder reden dat het ouderlijk gezag over een minderjarige inhoudt dat de ouder onder meer de zorg draagt over en de verantwoordelijkheid heeft voor het welzijn en de veiligheid van het kind. Dit betekent in een zaak als deze dat de ouder die het ouderlijk gezag heeft zich vanuit die verantwoordelijkheid moet kunnen uiten over opmerkingen die uiteindelijk schadelijk kunnen zijn voor de belangen van de minderjarige, zelfs als deze opmerkingen zijn gemaakt door de minderjarige zelf. 

Nu ook klaagster door het artikel wordt gediskwalificeerd, had het ook om die reden op de weg van Van Raaij en de krant gelegen om ná de afronding het artikel voor wederhoor aan haar voor te leggen. Zij had dan kunnen reageren op uitlatingen die over haar (en haar huidige echtgenoot) waren gedaan. Dat zij Van Raaij bij de voorbereiding niet van informatie heeft willen voorzien, kan daaraan niet afdoen. Ten einde zich ervan te vergewissen dat de belangen van de jongen voldoende in ogenschouw zouden worden genomen, had Van Raaij niet mogen volstaan met het horen van de advocaat van de vader en had hij ook de advocaat van de jongen in de gelegenheid moeten stellen zijn visie op de zaak te geven. Door een en ander na te laten hebben Van Raaij en de krant journalistiek onzorgvuldig gehandeld.

Ten slotte acht de Raad het niet aannemelijk dat de zoon van klaagster in de publicatie voor het grote publiek identificeerbaar is geworden. In het artikel zijn gefingeerde namen gebruikt en zijn verder in beperkte mate persoonlijke gegevens opgenomen. Op twee foto’s is een aantal (gelaats)kenmerken van de jongen zichtbaar en hij had wellicht nóg terughoudender in beeld gebracht kunnen worden. Daarmee kan hij echter niet eenvoudig worden geïdentificeerd, ook niet in combinatie met de vermelde persoonlijke gegevens. Op dit punt is de handelwijze van Van Raaij en de krant niet journalistiek ontoelaatbaar.

Relevante punten uit de Leidraad van de Raad: A., B.3 en C.1

CONCLUSIE

Van Raaij en De Twentsche Courant Tubantia hebben journalistiek onzorgvuldig gehandeld voor zover de klacht betrekking heeft op het toepassen van wederhoor bij klaagster en het afwegen van de belangen van de zoon van klaagster. Ten aanzien van de privacy van klaagsters zoon is de handelwijze van Van Raaij en de krant zorgvuldig.

De Raad doet de aanbeveling aan De Twentsche Courant Tubantia om deze conclusie integraal of in samenvatting te publiceren.

Zo vastgesteld door de Raad op 27 februari 2017 door prof. mr. B.E.P. Myjer, voorzitter, ir. B.L. Hooghoudt, mw. A. Karadarevic, mw. drs. J.X. Nabibaks en mw. H.M.M. Nietsch, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.