2022/37 Niet inhoudelijk behandeld

J.W.G.M. Loonen / J. Dohmen, P. van der Steen en A. Hosman (Alfabet Uitgevers)

Samenvatting

Omdat Alfabet Uitgevers niet meedoet aan de
procedure van de Raad voor de Journalistiek, heeft de Raad de klacht van
J.W.G.M. Loonen over het boek “De vriendenreünie” van de hand van J. Dohmen
en P. van der Steen niet inhoudelijk behandeld. De Raad gaat in deze situatie
alleen tot behandeling van de klacht over in het bijzondere geval dat deze van
algemene strekking of principieel belang is. Daarvan is hier niet gebleken.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

J.W.G.M. Loonen

tegen

J. Dohmen, P. van der Steen en A. Hosman (Alfabet Uitgevers)

De heer J.W.G.M. Loonen te Heide (klager) heeft op 13 augustus 2022 een klacht ingediend tegen de heer J. Dohmen en de heer P. van der Steen, journalisten, en de heer A. Hosman, uitgever bij Alfabet Uitgevers (hierna gezamenlijk: Alfabet Uitgevers). Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie van en met partijen betrokken van 17 augustus 2022, van 5, 15 en 20 september 2022,  en van 10 en 12 oktober 2022.

De klacht is behandeld op de zitting van de Raad van 14 oktober 2022 op basis van de schriftelijke stukken. Een van de Raadsleden heeft zich voorafgaand aan de zitting verschoond, waarna de klacht is beoordeeld door de voorzitter en de overige leden.

DE FEITEN

In mei 2022 heeft Alfabet Uitgevers het boek “De vriendenreünie – Limburgse Praktijken” van de hand van Dohmen en Van der Steen uitgegeven. Klager wordt daarin diverse keren genoemd.

Op de achterzijde van het boek is het volgende vermeld:
“Eén schandaal te veel leidde in 2021 tot het vertrek van het volledige Limburgse provinciebestuur. In de jaren daarvoor haalde ‘het Beieren van Nederland’ al geregeld het nieuws met integriteitsaffaires: belangenverstrengelingen, smeergeld, vriendendiensten en plezierreisjes. Alles passeerde de revue. Nog verder terug in de tijd – in de jaren negentig van de vorige eeuw – was Limburg bestuurlijk ook al van slag door een reeks corruptiezaken. Burgemeesters, wethouders en ambtenaren moesten het veld ruimen en werden veroordeeld. Joep Dohmen schreef er destijds het boek De Vriendenrepubliek over. De term werd een begrip in Limburg en daarbuiten. In De Vriendenreünie richt hij nu samen met Paul van der Steen opnieuw het vizier op de Limburgse bestuurscultuur. Wat is er de afgelopen kwarteeuw gebeurd? Is Limburg gevoeliger voor integriteitsschendingen? Zit er een systeem in de vriendendiensten? En waarom komt van de keer op keer beloofde beterschap weinig terecht? Een onthullend boek over – veelal – mannen met macht en over een intrigerende, hardnekkige ons-kent-ons-cultuur.”
Verder zijn Dohmen en Van der Steen op de achterzijde van het boek als journalisten geportretteerd.

In het ‘Woord vooraf’ op bladzijden 11 en 12 staat het volgende:
“Het eerste deel van De Vriendenreünie gaat over het verleden, de oorzaken, de almacht van het CDA in Limburg en de bestuurscultuur in het provinciehuis. In het tweede deel behandelen we de affaires en komen bestuurders aan het woord. In deel drie gaat het om de effecten en de conclusies. Het bevat ook de reacties van de hoofdpersonen uit dit boek. Voor wie het duizelt van alle namen is een ‘Wie is wie’ toegevoegd.
Aan de basis van dit boek liggen de artikelen die wij voor NRC schreven over de bestuurlijke situatie, en onderzoek dat Joep Dohmen deed met Theo Sniekers, redacteur van De Limburger. Daarnaast deden we aanvullend onderzoek en voerden we gesprekken met zo’n tachtig sleutelfiguren, onder wie politici en ambtenaren. Vooral van deze laatste groep wilden velen hun naam niet vermeld zien. Dat is niet zonder reden: openhartigheid en eerlijkheid worden in Limburg nog te vaak verward met nestbevuiling.
Niet iedereen werkte mee aan onze speurtocht. Veel politici die in affaires opdoken, weigerden ons te woord te staan. Tegenover andere media deden ze wel hun verhaal.”

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt – kort samengevat – het volgende. Het boek is een verlengstuk van een reeks artikelen uit 2021 van Dohmen en Van der Steen over de zogenoemde ‘Loobeekdeal’. Door die deal heeft hij uiteindelijk als wethouder moeten aftreden. De beweringen in die artikelen zijn niet onderbouwd. Klager heeft destijds niet op die artikelen gereageerd, omdat hij met de gemeenteraad de afspraak had om radiostilte in acht te nemen in afwachting van de resultaten van het onafhankelijke onderzoek van Berenschot. Uit het eindrapport van 24 juni 2021 van Berenschot, getiteld ‘Onderzoeksrapport naar de handelwijze van wethouder Loonen in het Loobeekdal’, blijkt dat de beweringen in de artikelen niet kloppen. In het boek komen die onjuiste beweringen desondanks terug en wederom zonder onderbouwing.
Klager benadrukt dat hij nu alleen klaagt over het boek, in het bijzonder over de passage op bladzijde 268 waarin staat dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan belangenverstrengeling bij een gronddeal met Waterschap Limburg. Deze beschuldiging wordt niet nader onderbouwd en strookt niet met de uitkomst van het in het boek genoemde eindrapport van Berenschot. Daarin staat immers dat er in de afgelopen elf jaar op drie momenten enige schijn van belangenverstrengeling is ontstaan, maar dat er geen feiten en omstandigheden zijn geconstateerd op grond waarvan kan worden geconcludeerd dat daadwerkelijk belangenverstrengeling heeft plaatsgevonden. Verder is in het boek ten onrechte vermeld dat hij is geraadpleegd, aangezien hij de daadwerkelijk relevante passages niet voorgelegd heeft gekregen.
Volgens klager is zijn klacht van algemene strekking en/of principieel belang, omdat het openbaar bestuur beïnvloedt dreigt te worden door de werkwijze van Dohmen en Van der Steen.

Mr. J. van den Brink, advocaat te Amsterdam, heeft zich namens Alfabet Uitgevers allereerst op het standpunt gesteld dat klager in zijn klacht niet-ontvankelijk is, omdat de klacht geen betrekking heeft op het boek maar op berichtgeving van NRC en dat die klacht niet-tijdig is ingediend.  Verder heeft hij aangevoerd dat voor zover de klacht gericht is tegen het boek, het niet gaat om een journalistieke gedraging en de Raad daarom niet bevoegd is de klacht te beoordelen. Ten slotte heeft Van den Brink laten weten dat Alfabet Uitgevers zich met een beroep op artikel 9 lid 5 van het Reglement voor de werkwijze van de Raad uit beginsel niet zal verweren.

BEOORDELING VAN DE ONTVANKELIJKHEID
                                                                
Uit de stukken blijkt dat klager zich op 24 mei 2022 per e-mail heeft gewend tot Dohmen met cc aan (onder anderen) Van der Steen en Hosman. De e-mail heeft als onderwerp “FW: Passages uit boek”. In zijn e-mail maakt klager onder meer bezwaar tegen de wijze waarop hij in het boek, in het bijzonder op pagina 268, wordt geportretteerd. Omdat een reactie uitbleef, heeft klager op 8  juni 2022 een herinnering gestuurd aan Dohmen, Van der Steen en Hosman. Dohmen en Van der Steen hebben daarop gereageerd en de bezwaren van klager afgewezen.

Verder heeft klager in e-mails aan de Raad herhaaldelijk benadrukt dat zijn klacht zich richt tegen het boek. Deze e-mailcorrespondentie is toegevoegd aan het dossier en derhalve ook aan Alfabet Uitgevers gestuurd.
Aldus is voldoende duidelijk dat de klacht is gericht tegen het boek. Aangezien klager zijn klacht binnen zes maanden na het verschijnen van het boek – en dus tijdig – heeft ingediend, is hij in zijn klacht ontvankelijk.

BEOORDELING VAN DE BEVOEGDHEID

De Raad is bevoegd klachten over ‘journalistieke gedragingen’ te beoordelen. Op grond van artikel 4 leden 1 en 2 van de Statuten van de Stichting Raad voor de Journalistiek wordt onder ‘journalistieke gedraging’ verstaan: een handelen of nalaten van een journalist in de uitoefening van zijn beroep dan wel een handelen of nalaten in het kader van journalistieke werkzaamheden van iemand die – geen journalist zijnde – regelmatig en tegen betaling meewerkt aan de redactionele inhoud van dagbladen.

In de afgelopen jaren heeft de Raad met zekere regelmaat klachten over boeken inhoudelijk beoordeeld. In lijn met eerdere conclusies overweegt de Raad dat niet ter discussie staat dat Dohmen en Van der Steen journalisten zijn en dat zij ook als zodanig worden gepresenteerd op de achterflap van het boek.
Verder wordt in het ‘Woord vooraf’ uitdrukkelijk een verband gelegd met de artikelen die Dohmen en Van der Steen voor NRC schreven. Bovendien is vermeld dat zij aanvullend onderzoek hebben verricht en dat reacties van de hoofdpersonen uit het boek zijn opgenomen. Blijkens de inleiding van het hoofdstuk ‘Reacties’ zijn aan diverse betrokkenen conceptteksten voorgelegd en hebben hun reacties geleid tot correcties of aanvullingen.
Het boek heeft dus in hoge mate een journalistiek karakter en het schrijven ervan houdt zodanig verband met de beroepsuitoefening van Dohmen en Van der Steen, dat sprake is van een journalistieke gedraging, waarover de Raad bevoegd is te oordelen. Dit geldt ook ten aanzien van Alfabet Uitgevers als eindverantwoordelijke voor het boek.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

In artikel 9 lid 5 van het Reglement voor de werkwijze van de Raad is het volgende bepaald:
“Indien de klacht is ingediend tegen een medium dat of een journalist die zich uit beginsel niet verweert, ziet de Raad af van behandeling, tenzij de klacht volgens de Raad van algemene strekking of principieel belang is.”

Alfabet Uitgevers heeft zich op principiële gronden niet verweerd. De Raad zal dan slechts tot behandeling van de klacht overgaan in het bijzondere geval dat deze van algemene strekking of van principieel belang is. Daarvan is hier niet gebleken.

Klager maakt bezwaar tegen passages in het boek die specifiek gaan over hem. De Raad vindt niet dat de strekking van de klacht het belang van klager in zodanige mate overstijgt, dat sprake is van een algemene strekking. Dat een inhoudelijk oordeel van de Raad mogelijk ook anderen ten goede komt, is daartoe onvoldoende.

Ook ziet de Raad geen aanknopingspunten voor de conclusie dat de klacht betrekking heeft op elementen van het journalistieke proces waarover de Raad zich niet eerder heeft uitgelaten, en daarmee van principieel belang is. De klacht gaat over niet-waarheidsgetrouwe berichtgeving en het toepassen van wederhoor. De Raad heeft hierover in zijn Leidraad algemene uitgangspunten geformuleerd die in diverse conclusies zijn uitgewerkt. Gesteld noch gebleken is dat de door de Raad gehanteerde criteria onvoldoende duidelijk zijn.
Dat Alfabet Uitgevers niet volgens deze criteria zou hebben gehandeld, maakt op zichzelf de klacht nog niet van principieel belang.

De Raad ziet dan ook geen aanleiding de klacht inhoudelijk te behandelen.

Relevante punten uit de Leidraad: A., B.3, en C.
Relevante eerdere conclusies: RvdJ 2022/30, RvdJ 2021/35, RvdJ 2021/31, RvdJ 2019/38 en RvdJ 2011/32

CONCLUSIE

De klacht is niet van algemene strekking of principieel belang en wordt daarom niet inhoudelijk behandeld.

Zo vastgesteld door de Raad op 6 december 2022 door mw. mr. A.E. van Montfrans, voorzitter, mw. mr. N.A.M. van Herten, mw. L.M. van de Langenberg en mw. A Pruis, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mr. G.A. van de Sluis, plaatsvervangend secretaris.