2022/30 Zorgvuldig

H. Passtoors / J.J. Holtland en J. Nijsen (Uitgeverij Podium)

Samenvatting

J.J. Holtland (journalist) en J. Nijsen (uitgever) hebben in het boek “De koerier van Maputo – Een Nederlander in de Zuid-Afrikaanse revolutie” aandacht besteed aan mevrouw H. Passtoors (klaagster), de ex-vrouw van het hoofdpersonage Klaas de Jonge. Holtland heeft aannemelijk gemaakt dat hij klaagster goed heeft voorgelicht over de strekking van het boek en dat hij zich heeft gehouden aan de gemaakte afspraken. Niet is gebleken dat Holtland onder valse voorwendselen bij derden informatie over klaagster heeft verkregen. Ten slotte acht de Raad het niet onzorgvuldig dat Holtland heeft geweigerd om de stukken uit het Politiedossier van klaagster te vernietigen. De Raad begrijpt dat klaagster er moeite mee heeft dat Holtland over die stukken beschikt. Daar staat echter tegenover dat Holtland een gerechtvaardigd journalistiek belang heeft bij het bewaren van die stukken, die als verantwoording dienen voor het boek. Met zijn voorstel om de stukken in bewaring te geven bij een neutrale partij heeft Holtland op een adequate wijze geprobeerd klaagster tegemoet te komen. Holtland en Nijsen hebben journalistiek zorgvuldig gehandeld.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

H. Passtoors

tegen

J.J. Holtland en J. Nijsen (Uitgeverij Podium)

De heer mr. W.H.J. Passtoors heeft op 10 maart 2022 namens zijn zus mevrouw H. Passtoors (klaagster) een klacht ingediend tegen de heer J.J. Holtland en de heer J. Nijsen (destijds uitgever bij Uitgeverij Podium). Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie van partijen betrokken van 11 april 2022, 25 april 2022, 31 mei 2022, 1 en 27 juni 2022.

De klacht is behandeld op de zitting van de Raad van 15 juli 2022 waar klaagster is vertegenwoordigd door haar broer en haar zonen, de heren ir. Ph. Van Leynseele en dr. ir. Y.-P. Van Leynseele. Verder is Holtland verschenen, vergezeld door mevrouw S. Labovic die Nijsen als uitgever bij Uitgeverij Podium is opgevolgd. Partijen hebben hun standpunten toegelicht aan de hand van notities.

DE FEITEN

Op 21 oktober 2021 heeft Uitgeverij Podium het boek “De koerier van Maputo – Een Nederlander in de Zuid-Afrikaanse revolutie” van de hand van Holtland uitgegeven. Op de website van Uitgeverij Podium is de volgende samenvatting van het boek gepubliceerd:
“Op een ochtend in juni 1985 wordt een Nederlander gearresteerd langs een snelweg in Zuid-Afrika. Hij is op heterdaad betrapt bij de smokkel van wapens. Wie is hij en wat dreef hem? Dit is het verhaal van Klaas de Jonge, een antropoloog en mensenrechtenactivist, als vrijwilliger gerekruteerd door de militaire tak van het anc. In de strijd tegen de apartheid helpt hij jarenlang bij de geheime smokkel van geld, pamfletten en explosieven.
In De koerier van Maputo gaat journalist Jenne Jan Holtland met Klaas de Jonge terug naar Afrika, waar De Jonge gevierd wordt als verzetsheld. Door de lens van zijn leven verkent Holtland de grenzen van verzet en idealisme, geweld en pacifisme, overgave en autonomie. Een journalistiek-filosofische roadtrip die decennia omspant, van de dekolonisatie tot aan de dilemma’s van nu.”

In het boek wordt uitgebreid aandacht besteed aan klaagster, de ex-vrouw van De Jonge.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster stelt – samengevat – het volgende. In haar contact met Holtland heeft zij uitdrukkelijk laten weten dat zij hem alleen ‘off the record’ wilde helpen en absoluut geen deel wilde uitmaken van het project over De Jonge. Zij wilde dan ook geen formeel interview geven en ook geen bijkomende (biografische) informatie over haar en haar familie verschaffen. Daarop heeft Holtland meegedeeld dat hij haar onmogelijk helemaal buiten het verhaal kon houden vanwege haar relatie en samenwerking binnen het ANC met De Jonge. Zij heeft daarmee ingestemd – waarbij Holtland uiteraard kon putten uit publieke bronnen – maar heeft erop aangedrongen dat Holtland uitsluitend zou schrijven over ANC-missies en operaties waarbij klaagster en De Jonge samen waren betrokken. Verder heeft zij verzocht om haar kinderen en familie buiten het project te laten.
Klaagster heeft geconstateerd dat haar naam maar liefst 302 keer in het boek voorkomt; zij is bepaald geen zijfiguur, maar een tweede protagonist. Zij ziet niet in wat het  maatschappelijk belang is van dat wat Holtland tegen haar wil over haar in het boek heeft opgenomen, buiten hetgeen zij waren overeengekomen. Zo heeft hij uitvoerig geschreven over de zogenoemde Kerkstraat-operatie tegen de luchtmacht in 1981, waar De Jonge niet bij was betrokken.
Verder voert klaagster aan dat Holtland in Zuid-Afrika en Mozambique met veel mensen heeft gesproken zonder te zeggen dat het om interviews ging. Bovendien vermeldde Holtland niet dat hij enkel de biograaf van De Jonge was en niet van klaagster.
Bovendien is Holtland op jacht gegaan naar zeer persoonlijk materiaal over haar in Zuid-Afrikaanse archieven, terwijl hij heel goed wist dat zij hem daar nooit toestemming voor zou geven. Het gaat om gegevens uit de periode van haar gevangenschap, die – door ervaringen als marteling en doodsbedreiging in het repressieve apartheidsregime – een diep trauma heeft veroorzaakt. Die gegevens zijn dan ook zeer privacygevoelig, aldus klaagster. Holtland heeft haar twee jaar lang niet over deze zoektocht geïnformeerd. Pas in de eerste manuscriptversie die Holtland haar in juni/juli 2021 voor commentaar toezond, zag klaagster plots citaten en andere informatie waarvan zij wist dat ze uit haar Veiligheidsdossier of een verwant dossier moesten komen. Gebleken is dat Holtland het Veiligheidsdossier in strijd met de Zuid-Afrikaanse wet heeft verkregen in het Politiemuseum in Pretoria. Volgens de archivaris van dat museum heeft Holtland enkel om inzage gevraagd als huisvriend van De Jonge en is hem geen toestemming gegeven om de stukken te fotograferen of te scannen. Klaagster benadrukt dat het niet is toegestaan om haar persoonlijke gegevens, die aan de Zuid-Afrikaanse staat toebehoren, op welke manier dan ook te gebruiken zonder toestemming. Zij heeft veel moeite moeten doen om alle documenten die Holtland over haar heeft vergaard te ontvangen. Holtland is in het bezit van een enorme hoeveelheid persoonlijke gegevens over haar, die hij niet nodig heeft gehad voor zijn project. Klaagster heeft er zeer grote moeite mee dat Holtland zich deze gevoelige persoonlijke gegevens heeft toegeëigend. Daarom heeft zij geëist dat alle gegevens die tot haar privéleven behoren vernietigd worden; dat is volgens haar de enige fatsoenlijke oplossing. Dat is echter geweigerd. Klaagster zal ook geen toestemming geven om het dossier onder te brengen bij een Nederlandse instelling; de gegevens zijn zeer persoonlijk en moeten dat blijven.
Op de zitting voegen de zonen van klaagster hieraan toe dat de gegevens gaan over de meest traumatische periode van haar leven en dat zij nu pas bezig is met de verwerking daarvan.
Klaagster concludeert dat diverse (journalistiek) ethische normen zijn overschreden.

Holtland stelt hier – eveneens samengevat – het volgende tegenover. Het is juist dat is afgesproken dat de gesprekken die hij in januari 2018 met klaagster heeft gevoerd, volledig ‘off the record’ zouden zijn. Een tweede afspraak hield in dat hij drie van de vier kinderen van klaagster niet zou benaderen. Aan beide afspraken heeft hij zich gehouden. Daarnaast wilde klaagster liever dat hij alle biografische elementen uit het boek zou laten. Daarop heeft hij geantwoord dat hij dat begreep, maar dat hij juist een verhaal wilde vertellen dat de keuzes van toen invoelbaar maakt voor de lezers van nu en dat een persoonlijke aanpak daarbij het best werkt. Klaagster heeft alle relevante passages ruim voor publicatie toegestuurd gekregen en passages die zij te privé vond, zijn geschrapt.
Volgens Holtland is het een onjuiste voorstelling van zaken dat hij heeft gewroet in klaagsters privéleven. Hij heeft geprobeerd zoveel mogelijk informatie te verzamelen, enerzijds om elders aangetroffen informatie te verifiëren en anderzijds om relevante passages te publiceren. Daarbij heeft hij met open vizier gewerkt en zich nooit voorgedaan als iemand anders. Bij het Politiemuseum heeft hij zich voorgesteld als journalist uit Nederland en vermeld dat hij een boek schreef. Daarbij heeft hij de namen van De Jonge en klaagster genoemd, zonder te zeggen dat hij een huisvriend van De Jonge was. De archivaris heeft twee dozen voor hem klaargezet, die hij vrijelijk kon inzien. Ook mocht hij foto’s en scans maken. Holtland wist niet dat betrokkenen expliciet toestemming moesten geven om het Politiedossier in te zien. De archivaris heeft nagelaten hem daarover te informeren. Nadat hij op de hoogte kwam van de Zuid-Afrikaanse wetgeving heeft hij alles in het werk gesteld om tot een oplossing te komen. Hij heeft contact gezocht met het Politiemuseum en in het boek alle citaten geschrapt die afkomstig waren uit het Politiedossier van klaagster. Hij heeft de stukken nooit gedeeld met derden.
Holtland wil de stukken uit het archief van het Politiemuseum niet vernietigen, omdat hij eindverantwoordelijk blijft voor de vermelde feiten. Wel heeft hij in correspondentie met klaagster laten weten dat andere oplossingen voor hem bespreekbaar zijn. De stukken kunnen bijvoorbeeld in bewaring worden gegeven bij een neutrale partij, waarbij afspraken over inzage ervan op schrift kunnen worden gesteld. Hierbij valt te denken aan het Amsterdamse Instituut voor Sociale Geschiedenis dat over een groot anti-apartheidsarchief beschikt.
Nijsen heeft hieraan toegevoegd dat hij zich geheel kan vinden in Holtlands beschrijving van de gang van zaken. Hij is onder de indruk van de zorgvuldigheid die Holtland steeds heeft betracht.

BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De kern van de klacht heeft geen betrekking op de inhoud van het boek, maar op de werkwijze van Holtland, waaronder begrepen zijn weigering om de stukken uit het Politiedossier – voor zover deze betrekking hebben op klaagster – te vernietigen. De Raad zal zich tot deze kern beperken.

Uitgangspunt is dat journalisten werken met open vizier: zij maken zich als zodanig bekend aan potentiële gesprekspartners en zijn tegenover hen duidelijk over hun journalistieke bedoelingen. Als zij iemand willen interviewen, informeren zij diegene zodanig over de aard van de publicatie, dat de te interviewen persoon voldoende geïnformeerd kan beslissen of deze aan de publicatie wil meewerken.

Holtland heeft aannemelijk gemaakt dat hij klaagster goed heeft voorgelicht over de strekking van het boek en dat hij zich heeft gehouden aan de gemaakte afspraken. Niet is gebleken dat Holtland tegen de afspraken in uit de ‘off the record’ gesprekken met klaagster heeft geciteerd dan wel de informatie uit die gesprekken op een onzorgvuldige wijze heeft gebruikt. De Raad betrekt hierbij dat klaagster tijdig het concept-manuscript heeft ontvangen en dat Holtland de passages heeft geschrapt die klaagster te privé vond.

Verder is niet gebleken dat Holtland onder valse voorwendselen bij derden informatie over klaagster heeft verkregen. En voor zover hij in strijd met  Zuid-Afrikaanse wetgeving documenten uit archieven heeft ontvangen – hetgeen de Raad niet beoordeelt – heeft hij de citaten daaruit die betrekking hadden op klaagster niet gebruikt.

Ten slotte heeft de Raad er begrip voor dat klaagster grote moeite ermee heeft dat Holtland beschikt over de stukken uit het Politiedossier, omdat die zeer privacygevoelige informatie over haar bevatten en een en ander gezorgd heeft voor een herbeleving van haar traumatische ervaringen.
Daar staat tegenover dat Holtland een gerechtvaardigd journalistiek belang heeft bij het bewaren van die stukken, die als verantwoording dienen voor het boek. Daarbij is ook van belang dat hij kan aantonen welke informatie hij juist níet heeft gebruikt.

De Raad vindt het daarom niet onzorgvuldig dat Holtland heeft geweigerd om de stukken uit het Politiedossier van klaagster te vernietigen. Holtland heeft geprobeerd op een journalistiek begrijpelijke en aanvaardbare wijze aan het belang van klaagster tegemoet te komen, door voor te stellen om de stukken – onder nader overeen te komen voorwaarden – in bewaring te geven bij een neutrale partij. Het is spijtig dat klaagster dit vooralsnog niet als een adequate oplossing heeft gezien.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat Holtland en Nijsen journalistiek zorgvuldig hebben gehandeld.

Relevante punten uit de Leidraad: B.1, B.4 en C.1
Relevante eerdere conclusies: RvdJ 2019/50, RvdJ 2019/21 en RvdJ 2018/25

CONCLUSIE

J.J. Holtland en J. Nijsen hebben journalistiek zorgvuldig gehandeld.

Zo vastgesteld door de Raad op 13 september 2022 door mr. W.A.M. van Schendel, voorzitter, L.A.M.M. Donders, mw. M. ten Katen, mw. dr. J. Luttikhold en A. Olgun, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mr. G. Kamminga, plaatsvervangend secretaris.