Trump, de fact-checkers en wij

door Frits van Exter

Frits van Exter

Voorzitter Raad voor de Journalistiek

Aan de journalistieke fact-checkers heeft het niet gelegen dat Donald Trump president wordt. Zij hebben zich uit de naad gewerkt om al zijn onwaarheden te boekstaven. Maar de kiezers kozen voor hun eigen feiten.

 

Op de verkiezingsdag maakte de website PolitiFact de balans op. Het was misschien geen grote verrassing dat Donald Trump aanmerkelijk meer onzin had verkocht, maar de cijfers zijn toch indrukwekkend: van de 313 onderzochte beweringen bleek nog geen zestien procent geheel of grotendeels waar. Hillary Clinton haalde ruim vijftig procent.

Daar bleken de meeste kiezers geen boodschap aan te hebben. De overwinning van Trump, is mede daardoor ook een nederlaag van de mainstream media. Fact-checken leek niet alleen hun antwoord op fact free politics, velen zagen er zelfs het antwoord in op de vraag naar de toekomst van de journalistiek. Zou er tussen alle meningen door weer animo zijn voor feiten?

Amerika is voor de journalistiek een aanstekelijk land. Dus de ontgoocheling zal ook in Nederland te denken geven. NRC-Handelsblad en de Volkskrant kennen populaire fact-check-rubrieken en ik vermoed dat meer media overwegen hun Pinokkio’s of leugendetectoren in te zetten bij de komende verkiezingscampagnes.

Dat zou ons als muziek in de oren moeten klinken. De eerste paragraaf in de Leidraad van de Raad voor de Journalistiek luidt immers: ‘Journalisten berichten waarheidsgetrouw, controleerbaar en zo volledig mogelijk.’

Het gaat in de beroepsgroep de laatste jaren vooral over de vrijheid van meningsuiting en veel minder over waarheidsvinding, stelde Jan Cuilenburg in zijn eerder dit jaar verschenen boek Waarheidsvinding als journalistieke missie. De emeritus hoogleraar communicatiewetenschap, die op 1 november overleed, hield daarin een pleidooi om een voorbeeld te nemen aan de wetenschap.  Cuilenburg: “Kwaliteitsjournalistiek kenmerkt zich door het stelselmatig betwijfelen van ‘waarheden’, niet om twijfel te zaaien, maar als methode van journalistieke waarheidsvinding.”

Je hoefde hem niet uit te leggen dat de waarheid vele gedaanten kent en dat kale feiten 'meningen in vermomming' kunnen zijn, al was het maar door de selectiviteit. Het ging hem om veel meer dan een fact-check-rubriek. Hij noemde waarheidsvinding een missie, gedreven vanuit sterke waarden: ‘vrije, onafhankelijke journalistiek, concurrentie tussen media, openheid voor nieuwe ideeën en verscheidenheid van bronnen, invalshoeken en opvattingen’.

Transparantie en de bereidheid verantwoording af te leggen zijn daar eveneens mee verbonden. En daar kan de Raad voor de Journalistiek een bescheiden bijdrage aan leveren. Bij de meeste klachten is immers ‘de’ waarheid in het geding. Uit de jaarverslagen blijkt dat ‘onjuiste en tendentieuze berichtgeving’ uittorent boven ‘hoor en wederhoor’, ‘pivacy’ en andere categorieën.

Maar de Raad heeft de waarheid ook niet in pacht. Hij beschikt niet over een batterij fact-checkers. De conclusies komen tot stand op basis van hetgeen klager en verweerder aanvoeren. Als alles is geschreven en gezegd, moeten de leden hun eigen verstand aanboren. Zij kunnen misschien niet 'de' waarheid vaststellen, maar zij kunnen meestal wel beoordelen of de journalist voldoende waarheidsgetrouw te werk is gegaan.

Daarbij gaat het overigens vaak niet zozeer om de feiten, alswel om de interpretatie. Zo kún je berichten dat iemand aangifte heeft gedaan tegen een plaatselijke politicus omdat hij hem met een stiletto zou hebben bedreigd, maar is het onzorgvuldig dat laatste ook als feit te melden, als er bij het onderzoek niets van is gebleken. Een journalist kan er, in de geest van Cuilenburg, maar beter van uitgaan dat hij niet weet wat waar is. ‘Twijfel is de koninklijke weg naar waarheid.’

De voorzitter van de Raad voor de Journalistiek heeft geen stem in de beoordeling van klachten. Hij verwoordt slechts zijn eigen mening.

 

Reacties

Nog geen reacties



Wij stellen prijs op een pluriform debat, uw reactie is daarom van harte welkom. Wel hanteren wij een aantal spelregels:

  1. Wij modereren alle reacties vóór publicatie. Daarom kan het soms even duren voordat uw reactie wordt geplaatst. Onbeduidende correcties – zoals taalkundige aanpassingen – leggen we níet eerst aan u voor, ingrijpende wijzigingen wél.
  2. Onderteken uw reactie met uw echte voor- en achternaam en houd u er rekening mee dat uw reactie tot in lengte van dagen op internet toegankelijk blijft. Verzoeken tot verwijdering van eigen bijdragen honoreren wij in principe niet. Dat geldt ook voor het anonimiseren van uw naam.
  3. Houd het beknopt, zakelijk en blijf bij het onderwerp. Reageert u op een andere reageerder, maak dat dan duidelijk in uw bericht (bijvoorbeeld met @naam).
  4. Houd het beschaafd. Reacties die discriminerende uitlatingen, beledigingen of scheldwoorden bevatten, worden niet geplaatst. Dit geldt ook voor reacties die oproepen tot geweld of provoceren.
  5. Het is de bedoeling dat uw reactie de discussie bevordert. Steeds weer hameren op hetzelfde punt heeft geen zin, tenzij met nieuwe argumenten.

Reacties die niet aan deze spelregels voldoen, worden niet geplaatst. Bent u van mening dat een bepaalde reactie van een ander verwijderd moet worden, stelt u ons daarvan dan op de hoogte via raad@rvdj.nl.

Laat een reactie achter
  • Wordt niet openbaar gemaakt