Publieke omroep krijgt ombudsman, geen boeman

door Frits van Exter

Frits van Exter

Voorzitter Raad voor de Journalistiek

Margo Smit treedt 1 januari aan als journalistiek ombudsman van de publieke omroep. Zij dreigt even ‘vrijblijvend’ te worden als de Raad voor de Journalistiek. En dat is maar goed ook.

Smit was al ombudsman bij de NOS, maar zal nu, ‘gevraagd en ongevraagd’, advies geven aan alle omroepen. In het persbericht liet zij optekenen: ‘Als ombudsman wil ik een brug zijn tussen de mensen voor wie al die nieuws-, actualiteiten- en opinievormende programma’s van de NPO gemaakt worden en de mensen die ze maken. Terechte kritiek maakt de journalistiek beter, fouten vragen om correctie, en uitleg over het tot stand komen van journalistieke producties kan leiden tot meer inzicht, begrip en zelfreflectie.’

Het is goed nieuws dat er in Hilversum een ombudsman komt met zo’n missie. Dat is te danken aan Tweede Kamer-lid Ton Elias (VVD). De oud-journalist kreeg vorig jaar de steun van het parlement voor zijn initiatief. Maar de man, die tot zijn ‘even grote spijt als verrassing’ niet op de kandidatenlijst prijkt, kreeg niet helemaal zijn zin. De ombudsman mag redacties adviseren fouten recht te zetten in hun eigen programma’s, maar hij kan ze daartoe niet verplichten.

Elias vindt dat te slap. ‘Er moet een mogelijkheid zijn om als ultimum remedium te zeggen: u zit hier de boel nu werkelijk zo schandalig te vernachelen, met overheidsgeld, waarmee juist fatsoenlijke journalistiek moet worden bedreven; u moet dat rectificeren’, zei hij nog in een laatste bijdrage tijdens het Kameroverleg met staatssecretaris Dekker op 28 november. ‘Misschien komt het maar eens in de twee jaar voor dat een presentator op de buis moet zeggen dat hij faliekant fout zat met zijn verhaal, maar alleen al het feit dat zoiets boven de markt zweeft, dwingt tot zorgvuldiger journalistiek.’

Daartegen maakten de omroepen en het Genootschap van hoofdredacteuren bezwaar. De hoofdredacties zijn eindverantwoordelijk voor de inhoud en dus ook voor het al dan niet rectificeren. Een ombudsman mag van alles aanbevelen en zijn oordeel ook verspreiden via eigen kanalen, maar hij kan niet in de redactionele onafhankelijkheid treden. Elias mag het als ‘ultimum remedium’ zien, een principieel bezwaar neem je niet weg met het pragmatische argument dat het maar een enkele keer aan de orde zal zijn.

Er zijn ook inhoudelijke redenen om van de ombudsman geen boeman te maken. De functie is, ook in de woorden van Margo Smit, vooral bedoeld om een brug te slaan tussen kijker, lezer of luisteraar en de redacties. Daarvoor heb je geen macht maar gezag nodig en dat bouw je op door je niet alleen te verdiepen in klachten van burgers maar ook in afwegingen van redacties. De praktijk van de ombudsmannen bij verschillende dagbladen, maar ook van de Raad voor de Journalistiek, leert dat het zelden om een simpel duimpje omhoog of omlaag gaat. Klager en journalist hebben veel meer aan een zorgvuldige beoordeling van feiten, argumenten en omstandigheden.

Elias denkt dat ‘vrijblijvende adviezen leiden tot vrijblijvende resultaten’ en hij verwijst daarbij naar de Raad voor de Journalistiek, die ook geen dwangmiddelen kent. Als voorzitter droom ik natuurlijk wel eens van een oppermachtig tuchtcollege, maar als ik wakker ben verkies ik toch de werkelijkheid. Het doet beter recht aan het beginsel van persvrijheid en het vrije karakter van ons beroep. Ik merk tijdens zittingen trouwens weinig van die vrijblijvendheid: klagers en verweerders nemen de behandeling zeer serieus. Voor klagers is het belangrijk dat zij gehoord worden door een onafhankelijk college, voor verweerders is het minstens zo belangrijk dat er voldoende oog is voor journalistieke belangen en praktijken. Als de conclusie ‘onzorgvuldig’ is, beveelt de Raad publicatie in het eigen medium aan. De meeste media geven daar gehoor aan, maar zij blijven daarvoor eindverantwoordelijk. Mochten klagers daarover toch niet tevreden zijn, kunnen zij een nieuwe klacht indienen.

Ton Elias zelf heeft de Raad in ieder geval lange tijd ook serieus genomen. In 1982 verweerde hij zich als jong redacteur van een universiteitskrant omstandig en met succes tegen een klacht. In 1999 diende hij als pr-functionaris van een verzekeringsmaatschappij zelf een klacht in tegen een consumenten-programma. Dat hij toen geen gelijk kreeg, kan moeilijk de reden zijn dat hij de Raad nu te vrijblijvend vindt.

Een ombudsman voor de NPO is een grote stap. Hij of zij zal gezag moeten werven onder redacties, die heel verschillende programma’s maken en wellicht ook verschillende opvattingen hebben over journalistieke mores. De mogelijkheid om rectificaties op te leggen zou de ombudsman bij voorbaat tegenover de redacties plaatsen. Dan gaat het niet meer over bruggen en het door Margo Smit genoemde streven naar inzicht begrip en zelfreflectie, maar louter nog om de vraag of er al dan niet gerectificeerd moet worden.

Staatssecretaris Dekker wil niet zo ver gaan als Elias. Hij beaamde bij het Kameroverleg dat je het opleggen van rectificaties aan de rechter moet overlaten. Toch zette hij de omroepen en de nieuwe ombudsman bij voorbaat wel onder druk. ‘Er moet een steviger commitment komen van de omroepverenigingen dat zij de uitspraken van de ombudsman serieuzer nemen, dat de basisregel is dat je een advies opvolgt.’ Het past misschien in een veelomvattender poging van de politiek om de greep op Hilversum te versterken.

De nieuwe ombudsman zit er gelukkig vooralsnog niet mee. Margo Smit: ‘Het is nergens, ook bij andere instanties niet, zo geregeld dat een ombudsman een rectificatie kan afdwingen. Ik heb gewoon straks mijn vaste plek waar ik mijn ei kwijt kan.’ Dat is al heel wat.

De voorzitter van de Raad voor de Journalistiek heeft geen stem in de beoordeling van klachten. Hij verwoordt slechts zijn eigen mening.

 

Reacties

Nog geen reacties



Wij stellen prijs op een pluriform debat, uw reactie is daarom van harte welkom. Wel hanteren wij een aantal spelregels:

  1. Wij modereren alle reacties vóór publicatie. Daarom kan het soms even duren voordat uw reactie wordt geplaatst. Onbeduidende correcties – zoals taalkundige aanpassingen – leggen we níet eerst aan u voor, ingrijpende wijzigingen wél.
  2. Onderteken uw reactie met uw echte voor- en achternaam en houd u er rekening mee dat uw reactie tot in lengte van dagen op internet toegankelijk blijft. Verzoeken tot verwijdering van eigen bijdragen honoreren wij in principe niet. Dat geldt ook voor het anonimiseren van uw naam.
  3. Houd het beknopt, zakelijk en blijf bij het onderwerp. Reageert u op een andere reageerder, maak dat dan duidelijk in uw bericht (bijvoorbeeld met @naam).
  4. Houd het beschaafd. Reacties die discriminerende uitlatingen, beledigingen of scheldwoorden bevatten, worden niet geplaatst. Dit geldt ook voor reacties die oproepen tot geweld of provoceren.
  5. Het is de bedoeling dat uw reactie de discussie bevordert. Steeds weer hameren op hetzelfde punt heeft geen zin, tenzij met nieuwe argumenten.

Reacties die niet aan deze spelregels voldoen, worden niet geplaatst. Bent u van mening dat een bepaalde reactie van een ander verwijderd moet worden, stelt u ons daarvan dan op de hoogte via raad@rvdj.nl.

Laat een reactie achter
  • Wordt niet openbaar gemaakt