Olympische journalistiek – een medaille waard of ‘door het ijs gezakt’?

door

Daphne Koene

secretaris Raad voor de Journalistiek

Heeft u ook zo genoten van de mooie sportmomenten de afgelopen drie weken en bent u in een zwart gat gevallen? Of heeft u zich vooral geërgerd aan de mate waarin dan wel de wijze waarop aandacht aan de Olympische Spelen is gegeven? 

Voor sportjournalistiek gelden dezelfde uitgangspunten als voor andere journalistieke disciplines en dat betekent onder meer dat de redactie vrij is in de selectie van wat zij publiceert. Je kunt het leuk vinden of niet, maar de Olympische Spelen – met alles erop en eraan – waren nu eenmaal een belangrijk onderdeel van de actualiteit. En dus is het niet zo verwonderlijk dat daaraan ruim aandacht is besteed, óók door middel van terugblikken en herhalingen, nu een groot deel plaatsvond in (voor ons) nachtelijke uurtjes.

Waar voor de ‘sporthaters’ alle aandacht überhaupt te veel was, leek de verslaggeving ook voor de ‘sportliefhebbers’ niet of nauwelijks te deugen. Zo vond menigeen dat zijn favoriete sport onvoldoende in beeld werd gebracht, terwijl anderen meenden dat er te veel óf juist te weinig (bij livestreams) werd gesproken.

Zelf had ik hier niet zo’n last van. Thuis stonden radio en tv zoveel mogelijk ingeschakeld op de spelen en wat ik daar niet kon volgen, deed ik op mobiel of computer – en dat soms ook allemaal tegelijkertijd. Als ik dat per ongeluk vergat, kwam het sportnieuws wel via een of ander appje met bliebjes tot mij.

Dat brengt me tot de vraag hoe ‘waarheidsgetrouw en nauwgezet’ de verslaggeving was c.q. had moeten zijn. Diverse keren zat ik naar live-beelden te kijken, waarbij ik via een balk onderin het beeld het nieuws over andere wedstrijden volgde. Je zou kunnen betogen dat het ‘niet nauwgezet’ was dat in die balk niet direct de uitslagen werden vermeld van wedstrijden die op datzelfde moment plaatsvonden, maar pas later in een herhaling werden uitgezonden.
Ik ervoer deze wijze van berichtgeving nou juist wél als zorgvuldig. Het zou mijn kijkplezier ernstig hebben verstoord, als ik bepaalde resultaten van tevoren had geweten. En wie direct van alle uitslagen op de hoogte wilde zijn, kon altijd de Rio-app van de NOS raadplegen.

Zo heeft sportverslaggeving haar eigen dynamiek, niet alleen in de relatie met de kijker maar ook in die met de sporter. Want hoe kritisch mag – of moet – je als sportjournalist eigenlijk zijn? Dat sporters zich teleurgesteld tonen over hun prestaties, ook als ze ‘maar’ zilver halen,  wordt algemeen begrepen. Maar als de camera er te snel te dicht op staat en de verslaggever ook nog eens scherpe vragen stelt, dan is de publieke verontwaardiging groot.

Het is interessant om te lezen dat een aantal topsporters daar genuanceerder over oordeelt en erkent dat emotie – en dus niet alleen euforie, maar ook teleurstelling – hoort bij sport. De emotie van de sporter, dan wel te verstaan. Want hoe zit het met de gevoelens van de journalist? Moet hij neutraal, misschien zelfs wat afstandelijk zijn of juist niet?

Zo ‘ging Twitter los’ nadat Annemiek van Vleuten in de wegwedstrijd bij het wielrennen akelig hard onderuit ging en verslaggevers, Herbert Dijkstra en Maarten Ducrot, ‘gewoon’ bleven doorgaan met het becommentariëren van de wedstrijd. Uiteraard wilde de kijker – ik ook – weten hoe Van Vleuten eraan toe was. Maar de boze Twitteraars leken zich niet te realiseren op welke wijze de journalisten hun werk moesten doen en wat het voorval voor hen betekende. In hun reactie op de kritiek maken zij duidelijk dat het niet goed was geweest, als zij volledig waren meegegaan in de emotie van dat moment.

Bij succes ligt dit anders, “daarvan maakt de journalist onderdeel uit”, aldus gelauwerd sportverslaggever Theo Reitsma[1] in zijn ‘Kijkcursus’ op Radio1. Een prachtig voorbeeld is Hans van Zetten, die als turn-commentator met die sport is vereenzelvigd. Heel turn kijkend Nederland weet nu hoe het zit met ‘nahupjes’ en ‘amplitude’. En met Sanne Wevers heeft ook Van Zetten goud gewonnen.

Nu terug naar rustiger tijden. Hoewel? De Vuelta is net begonnen, de Paralympics komen eraan en deze week wordt het tropisch warm. Ingrediënten voor een mooie ‘sport-nazomer’.

 


 

[1] Theo Reitsma ontving in 2004 de Ere Zilveren Nipkowschijf voor zijn hele oeuvre.

Reacties

Nog geen reacties



Wij stellen prijs op een pluriform debat, uw reactie is daarom van harte welkom. Wel hanteren wij een aantal spelregels:

  1. Wij modereren alle reacties vóór publicatie. Daarom kan het soms even duren voordat uw reactie wordt geplaatst. Onbeduidende correcties – zoals taalkundige aanpassingen – leggen we níet eerst aan u voor, ingrijpende wijzigingen wél.
  2. Onderteken uw reactie met uw echte voor- en achternaam en houd u er rekening mee dat uw reactie tot in lengte van dagen op internet toegankelijk blijft. Verzoeken tot verwijdering van eigen bijdragen honoreren wij in principe niet. Dat geldt ook voor het anonimiseren van uw naam.
  3. Houd het beknopt, zakelijk en blijf bij het onderwerp. Reageert u op een andere reageerder, maak dat dan duidelijk in uw bericht (bijvoorbeeld met @naam).
  4. Houd het beschaafd. Reacties die discriminerende uitlatingen, beledigingen of scheldwoorden bevatten, worden niet geplaatst. Dit geldt ook voor reacties die oproepen tot geweld of provoceren.
  5. Het is de bedoeling dat uw reactie de discussie bevordert. Steeds weer hameren op hetzelfde punt heeft geen zin, tenzij met nieuwe argumenten.

Reacties die niet aan deze spelregels voldoen, worden niet geplaatst. Bent u van mening dat een bepaalde reactie van een ander verwijderd moet worden, stelt u ons daarvan dan op de hoogte via raad@rvdj.nl.

Laat een reactie achter
  • Wordt niet openbaar gemaakt