Mag meedoen aan zelfregulering ook iets opleveren?

door Folkert Jensma

Folkert Jensma

voorzitter Raad voor de Journalistiek a.i. (6 november 2015 - 31 augustus 2016)

Het kabinet deed vorig jaar een wetsvoorstel over het verschoningsrecht waar de journalistiek behoorlijk van is geschrokken. Er ligt een brief van het Genootschap van Hoofdredacteuren aan de Kamer en een deskundigenrapport – het is, zacht gezegd, door het kabinet allemaal nogal zuinig opgeschreven.

Reden om er bij de jaarvergadering van de Raad over te beginnen is dat het Genootschap ook weer een slinger geeft aan de aloude definitiestrijd. Mag iedere publicist zich journalist noemen – en is het relevant om beroepsjournalisten enerzijds, en wetenschappers, opinieleiders of deskundigen anderzijds te onderscheiden? Types die ook aan nieuwsgaring doen en veel publiceren, ook voor het algemene publiek? Het Genootschap vindt van niet – dat vreest voor misverstanden en is voorstander van een ‘ruime betekenis’ van het begrip journalist.

Ik ben dat niet, althans niet meer. De minister heeft wat mij betreft gelijk als hij zegt dat ,,vastgesteld moet worden dat het publieke debat zich niet meer uitsluitend binnen het terrein van de klassieke media afspeelt, maar ook in toenemende mate daarbuiten’’. Publicisten, journalisten – het zijn voor het kabinet overigens juridisch twee loten aan dezelfde stam. Het Genootschap lijkt alle ‘publicisten’ ook journalist te willen noemen – daar zullen ze zelf trouwens nog wel van opkijken, vermoed ik.

Laten we het erop houden dat er een verschoningsrecht zal komen – maar dat de vraag voor wie dat dan precies zal gelden nog onduidelijk is. In ieder geval laat de journalistiek hier zelf een kans liggen om de buitenwereld te helpen begrijpen wie er wel en wie er niet van beroep journalist is. En aan een antwoord op die vraag is in de samenleving behoefte – ik schreef er eerder hier een blog over. Deze definitiestrijd heeft ook een interessant neveneffect voor de zelfregulering. Want wie worden daar dan immers geacht wel of niet aan mee te doen, als de definitie van journalist zo ruim mogelijk moet zijn?

Journalisten, of personen die journalistiek bedrijven, krijgen nu een belangrijk wettelijk privilege toegekend: het recht om bij de strafrechter je mond te houden. Dan wordt het hoe dan ook van cruciaal belang om vast te stellen wanneer iemand een beroep mag doen op de titel ‘journalist’. Dat verdraagt zich dus niet met de wens een ‘zo ruim mogelijke’ betekenis toe te kennen aan het begrip journalist, hoe graag we dat ook zouden willen. Dus door de kring nog ruimer te maken dan de ‘publicisten’ die het kabinet trouwens ook een verschoningsrecht wil geven.

Nu is er, voor zover mij bekend, geen enkele journalistieke organisatie voorstander van het wettelijk regelen van het beroep journalist, á la de advocaten of artsen. Wij van de Raad ook niet. Het is al moeilijk genoeg om vast te stellen wat een ‘journalistieke gedraging’ is – wat nodig is om een klacht ontvankelijk te verklaren. Tegelijk zet het toekennen van een verschoningsrecht deze kwestie wel op scherp. Bij verschoningsrechten horen immers ook plichten - tot verantwoording en transparantie.

In een rechtsstaat mag de burger rekenen op bescherming tegen de macht. Dus ook die van de journalistieke media. De consensus is dat bij media dat begint met zelfregulering, niet met een wettelijk tuchtrecht of iets dergelijks. Maar dan moet die zelfregulering ook wel werken.

Ik heb vorig jaar tijdens de hoorzitting in de Kamer over verschoningsrecht dan ook een stoute suggestie gedaan. De overheid kan zelfregulering stimuleren door deelname eraan te belonen en dus ook door een zekere prijs te zetten op het niet daaraan meedoen. Bij licenties, accreditaties en innovaties faciliteert de overheid immers nu al vaak media. Hoe je het ook keert of wendt, overheden en media werken óók samen. Of het betreffende medium wel aan zelfregulering doet, is een vraag die instelling of overheid daarbij (nu) helemaal nooit stelt. En het betreffende medium dan ook helemaal nooit hoeft te beantwoorden. Wel of niet meedoen aan de Raad is, zolang er geen klacht is ingediend, nu letterlijk irrelevant. Hier ligt dus een kans, een instrument om mee te sturen.

Mijn suggestie aan instanties, bedrijven en overheden is – stel journalisten die vraag wel, als ze iets van u willen. Doet uw medium aan zelfregulering via de Raad voor de Journalistiek? Is de Leidraad van de Raad bij uw medium uitgangspunt voor redactioneel beleid? Wat u met het antwoord doet moet u zelf weten. Maar alleen al het stellen van die vraag kan de journalistiek wakker schudden en tot meer transparantie en verantwoording stimuleren. Het kost namelijk niks, meedoen aan zelfregulering. Maar misschien mag het wel wat opleveren?

En misschien zijn de antwoorden vooral bruikbaar voor overheden of instanties die schaarste moeten verdelen, in de vorm van toegang, subsidie, bandbreedte, zendtijd – you name it. Media die niet aan zelfregulering doen en publieke verantwoording dus afwijzen hoeven dan misschien niet op dezelfde voet te worden behandeld als media die dat wel doen? Misschien mogen die van hun goede gedrag ook enig voordeel genieten? Misschien ligt hier ook de sleutel om de toegang tot het journalistieke verschoningsrecht wat beter aan te duiden.

Ik gooi het balletje toch maar eens op. Het zou een eventueel verschoningsrecht meteen een steviger fundament geven - omdat het journalisten stimuleert zich te onderscheiden van de talloze varianten publicisten - en aldus bijdragen aan een verantwoordelijke(r) journalistiek.  

En met die suggestie wilde ik mijn termijn van nog geen jaar als interim-voorzitter afsluiten. Mijn boodschap is: geef de Raad een steuntje in de rug door deelname eraan te erkennen. Subsidie krijgen we niet (meer), maar immateriële erkenning kunnen we goed gebruiken.  

(dit is een gedeelte uit de voordracht van de voorzitter bij de Jaarvergadering 2016 van de Raad voor de Journalistiek)

Reacties

Nog geen reacties



Wij stellen prijs op een pluriform debat, uw reactie is daarom van harte welkom. Wel hanteren wij een aantal spelregels:

  1. Wij modereren alle reacties vóór publicatie. Daarom kan het soms even duren voordat uw reactie wordt geplaatst. Onbeduidende correcties – zoals taalkundige aanpassingen – leggen we níet eerst aan u voor, ingrijpende wijzigingen wél.
  2. Onderteken uw reactie met uw echte voor- en achternaam en houd u er rekening mee dat uw reactie tot in lengte van dagen op internet toegankelijk blijft. Verzoeken tot verwijdering van eigen bijdragen honoreren wij in principe niet. Dat geldt ook voor het anonimiseren van uw naam.
  3. Houd het beknopt, zakelijk en blijf bij het onderwerp. Reageert u op een andere reageerder, maak dat dan duidelijk in uw bericht (bijvoorbeeld met @naam).
  4. Houd het beschaafd. Reacties die discriminerende uitlatingen, beledigingen of scheldwoorden bevatten, worden niet geplaatst. Dit geldt ook voor reacties die oproepen tot geweld of provoceren.
  5. Het is de bedoeling dat uw reactie de discussie bevordert. Steeds weer hameren op hetzelfde punt heeft geen zin, tenzij met nieuwe argumenten.

Reacties die niet aan deze spelregels voldoen, worden niet geplaatst. Bent u van mening dat een bepaalde reactie van een ander verwijderd moet worden, stelt u ons daarvan dan op de hoogte via raad@rvdj.nl.

Laat een reactie achter
  • Wordt niet openbaar gemaakt