Hinder journalisten nooit met regels

door

Folkert Jensma

voorzitter Raad voor de Journalistiek a.i. (6 november 2015 - 31 augustus 2016)

Tot de vele charmes van de journalistiek behoort de illusie dat ‘wij’ in een totaal vrije wereld leven. Waarin niets ons werk of onze gedachten in de weg staat. Persvrijheid? Die is absoluut! Die gedachte is zo dominant dat we liever niet te veel nadenken over regels, grenzen of normen. Die schijnen dus wel te bestaan, maar die gedachte verdringen we bij voorkeur.

Ik merk het aan den lijve op de redactie waar ik mag rondlopen. Daar sta ik bekend als de ‘regeltjesman’ omdat ik over recht schrijf – en omdat veel collega’s nog een vage herinnering aan mij hebben als ‘de baas’. En bazen zijn het gezag – en die lui werken immers met regels.

Journalisten daarentegen tikken gewoon stukken en willen daarbij niet gehinderd worden. Regels moet je niet zozeer toepassen, als wel je er tegen indekken. Dat is het idee. Dus als ze mij zien maak ik meteen vragen los. “Moet ik deze bron anonimiseren, of kan ik ‘m gewoon de krant in keilen?” Of: “Hoe zat het ook alweer met heling van informatie?”, “Moet ik hier eigenlijk wederhoor op vragen?” Als ik flauw wil doen, zeg ik terug “wat denk je zelf” of “heb je wel eens van het Stijlboek/Leidraad gehoord”. Maar dat levert alleen maar ergernis op.

En dan geef ik maar antwoord, meestal nadat ik het zelf eerst heb opgezocht. Ook een orakel wil zich indekken. Is het een jongere collega en heb ik tijd, dan doe ik een kleine cursus maatstaf zoeken, criteria isoleren, feiten toetsen en dan oordeel vellen, over jezelf in dat geval. Dus: laten zien waar het staat, wat er staat en hoe je dat kunt toepassen. Als er gedonder komt van je stuk, moet je immers zelf je beslissingen verantwoorden.

Een hoofdredacteur is uit hoofde van zijn functie verplicht altijd áchter zijn redacteur te gaan staan. Maar het scheelt enorm als die redacteur ook heeft nagedacht voordat hij deed wat hij deed. Gewoon juridisch handwerk dus, waarvan je hoopt dat het collega’s leert hoe ze praktisch met de regels voor het eigen beroep kunnen omgaan. En hen vooral ook leert erover na te denken. Uiteindelijk komen al die regels, of het nu om de beroepsethiek gaat of de formele wet, voort uit de beroepspraktijk. Uit het maatschappelijk verkeer.

Wederhoor is dan een makkie. Dat kun je overslaan als je stuk kennelijk ‘een persoonlijke mening bevat (bijvoorbeeld columns, recensies en opiniërende bijdragen) en bij berichtgeving van feitelijke aard, zoals verslagen van openbare bijeenkomsten’. (zie de Leidraad van de Raad)

Je moet je dus goed realiseren wat je nu precies aan het maken bent, hoe het wordt gepresenteerd en of dat voldoende duidelijk is voor de lezer/kijker. En in geval van twijfel geldt de vuistregel voor ál het journalistieke handelen – wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet. Dat kun je trouwens ook zien als de dragende norm in het burgerlijk recht – de algemene plicht om onrechtmatig handelen of nalaten te vermijden, door zorgvuldig te zijn. En redelijk en billijk te blijven.

Dan heb je twee van de drie belangrijkste maatschappelijke grenzen al gecoverd. Onzorgvuldig handelen (beroepsethiek: zelfregulering) en onrechtmatig handelen (burgerlijk recht: wettelijke zorgvuldigheidsplicht). De derde grens is strafbaar handelen. In dat domein komen journalisten vrijwel nooit terecht. Inbreken, afluisteren, stelen of helen – het gebeurt ‘bij ons’ uiterst zelden. Hooguit komen smaad of laster nog wel eens in zicht. Voor strafbaar handelen hebben journalisten, net als iedereen, een veel scherpere antenne dan voor ‘onzorgvuldig’ of ‘onrechtmatig’ handelen.

Opvallend is dus hoe weinig journalisten in de praktijk geneigd zijn om hun eigen handelen te toetsen aan geschreven normen. Stijlboeken, Leidraden, interne richtlijnen, men raadpleegt ze liever niet. Het Burgerlijk Wetboek is voor journalisten net zo’n mysterie als voor andere burgers. Het Wetboek van Strafrecht is dat minder, maar – zoals gezegd – op dat terrein kom je maar zelden. En dan heb je het meestal wel in de gaten.

Journalisten varen liever op eigen kompas en laten intuïtief liever de wal het schip keren. Hoe dat eigen kompas is afgesteld, hangt er maar net van af. We kijken liever naar onze baas of raadplegen een ervaren collega. Hoe graag wil de baas de informatie eigenlijk hebben waarom in de nieuwsvergadering is gevraagd? Hoe ver mag ik daar voor gaan? Mediaorganisaties zijn echte pyramides. Voor alles wil een journalist aan zijn informatieplicht voldoen. Publish and be damned – dat zijn wij. En áls we dan zo’n regel blijken te overtreden is de instinctieve reactie altijd om eerst die regel ter discussie te stellen. En daarna uiteraard de bevoegdheid van degene om over ‘ons’ te oordelen. “Maar dáár doen we toch niet aan mee?” vroeg een collega me ooit verschrikt toen ik met een ingediende klacht bij de Raad voor de Journalistiek bij hem kwam aanzetten. Vrijheid gaat voor, en verantwoorden doen we het liefst ook intern. Echt, ik kan er begrip voor opbrengen.

Die intuïtieve drang naar vrijheid wordt gelukkig gedragen door de democratische rechtsstaat waarin we leven. Daarin heeft de pers een grote vrijheid en een stevige marge om de regels te verkennen. Met publicatieverboden, dus nog vóór openbaarmaking, is de rechter hier zeer zuinig. Zelfs staatsgeheimen mag de pers nog openbaren, als tenminste het algemene belang meer gediend is bij onthulling dan bij geheimhouding en je dat ook aannemelijk kunt maken.

Daaruit spreekt ten diepste een groot vertrouwen in de pers als functie. Als alle andere verantwoordings- en controlemechanismen falen, dan is daar als laatste redmiddel nog de pers. Dáár lekken de stukken en bellen de klokkenluiders aan – een vrije pers is het drukventiel van de samenleving. En dat impliceert automatisch dat we op de grens van regels en normen opereren. Zo bezien is een journalist die een boekje met regels naast zijn laptop heeft liggen een contradictie. Of een verdwaalde ambtenaar, natuurlijk.

Journalistieke beroepsregels – of bedrijfsethiek – zijn dan ook een stiefkindje. Dat geeft ook niks. Ze zijn ook zelden dwingend. Wij hebben niet meer dan een ‘leidraad’ ofwel een richtsnoer – een soort algemene richtingzoeker. In andere beroepen heet zoiets al gauw een Reglement, op overtreding waarvan een schorsing volgt of misschien wel ‘schrapping’. Binnen het kader van de Raad voor de Journalistiek trekken we nooit meer dan een vakinhoudelijke conclusie over ‘zorgvuldigheid’. De sanctie, als het dat al is, zit in het oordeel zelf.

Maatregelen leggen we ook niet aan elkaar op. Dat moeten we trouwens ook niet willen. Dat laten we liever aan de rechter over – die is de belangrijkste opvoeder van journalisten.

Maar het is wel heel fijn als we de rechter laten merken dat binnen de journalistiek een levendige praktijk is waarin journalistiek gedrag onderling wordt getoetst. En waar beroepsregels, ook in de lichte variant van een ‘leidraad’, toch enig gewicht hebben.

Reacties

  1. Mooi stuk. Ondanks gemopper hier en daar is de vrijheid en kwaliteit van de pers in NL een groot goed. Om de naam hoog te houden inderdaad geen nieuwe regeltjes opleggen, misschien wel met regelmaat een open debat in de branche of op de eigen redactie over hoe de kwaliteit en reputatie (nog) verder omhoog te brengen. Leuk thema: hoe komt het toch dat 'de media het altijd gedaan hebben?'.

    Joost Ravoo op donderdag 23 juni 2016 11:28



Wij stellen prijs op een pluriform debat, uw reactie is daarom van harte welkom. Wel hanteren wij een aantal spelregels:

  1. Wij modereren alle reacties vóór publicatie. Daarom kan het soms even duren voordat uw reactie wordt geplaatst. Onbeduidende correcties – zoals taalkundige aanpassingen – leggen we níet eerst aan u voor, ingrijpende wijzigingen wél.
  2. Onderteken uw reactie met uw echte voor- en achternaam en houd u er rekening mee dat uw reactie tot in lengte van dagen op internet toegankelijk blijft. Verzoeken tot verwijdering van eigen bijdragen honoreren wij in principe niet. Dat geldt ook voor het anonimiseren van uw naam.
  3. Houd het beknopt, zakelijk en blijf bij het onderwerp. Reageert u op een andere reageerder, maak dat dan duidelijk in uw bericht (bijvoorbeeld met @naam).
  4. Houd het beschaafd. Reacties die discriminerende uitlatingen, beledigingen of scheldwoorden bevatten, worden niet geplaatst. Dit geldt ook voor reacties die oproepen tot geweld of provoceren.
  5. Het is de bedoeling dat uw reactie de discussie bevordert. Steeds weer hameren op hetzelfde punt heeft geen zin, tenzij met nieuwe argumenten.

Reacties die niet aan deze spelregels voldoen, worden niet geplaatst. Bent u van mening dat een bepaalde reactie van een ander verwijderd moet worden, stelt u ons daarvan dan op de hoogte via raad@rvdj.nl.

Laat een reactie achter
  • Wordt niet openbaar gemaakt