Journalistiek onderzoek verbieden, kan dat?

door Folkert Jensma

Folkert Jensma

voorzitter Raad voor de Journalistiek a.i. (6 november 2015 - 31 augustus 2016)

Aan pogingen om publicatie of uitzending te voorkomen zijn journalisten wel gewend. Sterker, het hoort bij het vak. Het dwingt tot zorgvuldigheid en houdt je scherp. Iedere eind- of hoofdredacteur weet bovendien dat de rechter meekijkt.

Die laat de pers overigens een grote eigen verantwoordelijkheid. Er wordt slechts héél af en toe preventief op de rem getrapt. Media krijgen van de rechter vrijwel altijd een voorsprong – éérst publiceren of uitzenden en pas dan toetsen of het onrechtmatig was. Dus in het publieke domein.

Dat is essentieel voor een open democratie – daarin mogen reputaties krassen oplopen, beweringen worden gedaan en conclusies hardop worden besproken. Een democratie vraagt niet alleen om zorgvuldige journalisten, maar ook om burgers en bestuurders die wat kunnen incasseren. En dus ook om een samenleving die niet alles wat ‘in de media’ verschijnt, onmiddellijk als het woord van Mozes behandelt. Ook wel fijn om te weten voor wie een klacht bij de Raad wil indienen – iets van een kreukelzone, annex dikke huid hoort er wel bij.  

De een brengt dat makkelijker op dan de ander – en telecombedrijf Pretium kan weinig tot niets hebben. De rechtspraakdatabank geeft op het trefwoord Pretium maar liefst honderdnegentien uitspraken en arresten. Dan weet je het wel. Die nemen zichzelf zéér serieus. Als je over dat bedrijf wil publiceren, moet je dus goed beslagen (en verzekerd) ten ijs komen.    

Maar ook een journalistiek onderzoek blijkt je al kwalijk genomen te kunnen worden. Pretium deed een unieke stap. Het wilde een onderzoek van journalist Peter Olsthoorn verbieden. Menig journalist zal met die gedachte nog geen rekening hebben gehouden. Een verbod om vragen te stellen? Dus nog voordat je één letter op papier hebt? Kan dat?

De rechtbank Den Haag deed er vorige maand uitspraak over, na een proces dat bijna een jaar duurde. En dat de NVJ, die Olsthoorn steunde, vast duizenden euro’s heeft gekost. Het was de eerste uitspraak in z’n soort.

De journalist werd door het bedrijf ‘stalking’ en belaging verweten – informatie verzamelen uit persoonlijke, wraakzuchtige motieven. Zijn vraagstelling zou belastend zijn geweest, ongefundeerd en onrechtmatig. En hij is al zo lang bezig (2 ½ jaar) dat het geduld van Pretium op was. Olsthoorn moest er gewoon mee ophouden.

Dat brengt de rechtbank tot een antwoord op de tamelijk unieke vraag aan welke normen een journalist is gebonden in de voorfase van een publicatie, dus bij het nieuwsgaren zelve. En hoe lang dat mag duren.

Uiteraard kijk ik dan eerst even of de rechtbank tussen alle jurisprudentie door, ook nog in de Leidraad van de Raad heeft gebladerd. Dat is het geval: r.o. 4.6 "De Leidraad gaat ervan uit dat goede journalistiek waarheidsgetrouw en nauwgezet, onpartijdig en fair, controleerbaar en integer is, maar formuleert op het punt van de in dit geding centraal staande vragen geen concrete regels.’’

Dat is dan wel weer een beetje jammer. Feitelijk is heel deel B van de Leidraad gewijd aan het thema 'voorbereiding' en 'nieuwsgaring'. En in deel C vind je zelfs concrete regels over deze kwestie: ,,Journalisten mogen personen niet langdurig lastig vallen, hinderlijk volgen of schaduwen." Blijft natuurlijk de vraag wat 'langdurig' is, maar als daar twijfel over mocht bestaan staat er zelfs een nootje bij. Langdurig lastig vallen mag namelijk wel "wanneer er evident sprake is van een misstand én wanneer dit noodzakelijk is om de desbetreffende kwestie aan de orde te stellen". Wat de Leidraad betreft zou Olsthoorn dus aannemelijk moeten maken dat het handelen van Pretium (en Delphi) een 'evidente misstand' is - en dat hij veel tijd nodig heeft om dat 'aan de orde te stellen'.

Valt dus best mee, wat er nog in die Leidraad staat.

In dit geval formuleert de rechtbank dus eigen normen die gehanteerd kunnen worden 'in de voorfase van onderzoek en nieuwsgaring'. Van stalking en belaging in juridische zin is in ieder geval geen sprake. Van dwang of inbreuk op iemands ‘persoonlijke levenssfeer’ ook niet. Sterker, Olsthoorn hanteerde steeds een ‘beleefde en voorkomende’ benaderingswijze. De journalist mocht bovendien zijn stellingen proberen te verifiëren, met een in beginsel "kritische, prikkelende, controversiële, suggestieve of negatief ingeklede vraagstelling”. Wat niet mag tijdens een interview zijn “ongefundeerde feitelijke beschuldigingen”. En: hoe ernstiger de beschuldiging, hoe meer die gefundeerd moet zijn in feitenmateriaal. Daarbij dient een journalist “de geïnterviewde persoon voldoende ruimte (te geven) om diens eigen verhaal te doen en om bepaalde veronderstellingen te ontkrachten”. Klinkt allemaal redelijk. Verder werd de lange duur van zijn onderzoek juist mede veroorzaakt door de reputatie van Pretium als procestijger.

De journalist slaagde dus met vlag en wimpel voor het rechterlijk examen zorgvuldig journalistiek onderzoek. En het vak is weer wat rechterlijke overwegingen rijker over journalistieke ethiek.

Reacties

  1. Als burger is het een recht om te weten wat er allemaal gebeurt.... dankzij de social media komt alles zelfs nog sneller bij ons binnen.... dit recht mag nooit en te nimmer worden gecensureerd... voor dit recht hebben onze voorouders gevochten en daar moeten we voor blijven vechten... daarnaast wil je een onderzoek tot in de finesses toe uit zoeken, dan moet een journalist daar alle vrijheid voor krijgen.... we zitten uiteindelijk in een Westerse beschaving, tja en als je iets doet wat schadelijk is voor de maatschappij dan mag je NOOIT gecensureerd worden...

    Collette Hennekam op zondag 27 maart 2016 18:52



Wij stellen prijs op een pluriform debat, uw reactie is daarom van harte welkom. Wel hanteren wij een aantal spelregels:

  1. Wij modereren alle reacties vóór publicatie. Daarom kan het soms even duren voordat uw reactie wordt geplaatst. Onbeduidende correcties – zoals taalkundige aanpassingen – leggen we níet eerst aan u voor, ingrijpende wijzigingen wél.
  2. Onderteken uw reactie met uw echte voor- en achternaam en houd u er rekening mee dat uw reactie tot in lengte van dagen op internet toegankelijk blijft. Verzoeken tot verwijdering van eigen bijdragen honoreren wij in principe niet. Dat geldt ook voor het anonimiseren van uw naam.
  3. Houd het beknopt, zakelijk en blijf bij het onderwerp. Reageert u op een andere reageerder, maak dat dan duidelijk in uw bericht (bijvoorbeeld met @naam).
  4. Houd het beschaafd. Reacties die discriminerende uitlatingen, beledigingen of scheldwoorden bevatten, worden niet geplaatst. Dit geldt ook voor reacties die oproepen tot geweld of provoceren.
  5. Het is de bedoeling dat uw reactie de discussie bevordert. Steeds weer hameren op hetzelfde punt heeft geen zin, tenzij met nieuwe argumenten.

Reacties die niet aan deze spelregels voldoen, worden niet geplaatst. Bent u van mening dat een bepaalde reactie van een ander verwijderd moet worden, stelt u ons daarvan dan op de hoogte via raad@rvdj.nl.

Laat een reactie achter
  • Wordt niet openbaar gemaakt