Een journalist is ook persoonlijk aansprakelijk

door Folkert Jensma

Folkert Jensma

voorzitter Raad voor de Journalistiek a.i. (6 november 2015 - 31 augustus 2016)

Als een bedrijf €4.5 miljoen aan omzet misloopt door een uitzending, is dan behalve de omroep ook de journalist persoonlijk aansprakelijk voor de schade? Dit bericht van 18 april over twee journalisten van EénVandaag zond een klein schokgolfje door de beroepsgroep.

Om te beginnen omdat de rechter behoorlijk streng oordeelde over de kwaliteit van het onderzoek dat de rubriek had gedaan. Er was te veel geleund op twee klokkenluiders. Weliswaar waren er veel experts gesproken, maar de redactie had hen alleen de eigen conclusies voorgelegd, vond de rechter. En geen eigen onderzoek laten doen, of andere instanties in de gelegenheid gesteld de beschuldigingen van de klokkenluiders uit te zoeken. Was dat wel gebeurd, dan zou zijn gebleken dat de kritiek (en dus de uitzending) geen stand hield.

Dit oordeel  van de rechtbank Amsterdam gaf de redactie van EénVandaag in ieder geval een flinke tik op de vingers.

Nu is voorzichtigheid geboden want de omroep gaat in hoger beroep; de redactie reageerde ontgoocheld en zegt ‘tientallen experts’ te hebben gesproken en juist veel onderzoek te hebben gedaan. In ieder geval is de redactie er niet in geslaagd om deze rechters te overtuigen, zoveel is wel duidelijk. Er volgt een herkansing.

Op zichzelf is dit een interessant debat – hoe ver reikt de verantwoordelijkheid van de redactie voor de juistheid van de beweringen van een klokkenluider? De Raad voor de Journalistiek gaat er altijd van uit dat een journalist dergelijke, meestal anonieme informatie alleen kan gebruiken als tevoren de betrouwbaarheid ervan goed is onderzocht. Verder mag een zorgvuldig journalist dergelijke informatie alleen gebruiken als het voldoende nieuwswaarde heeft, publicatie ervan een algemeen belang dient en ‘geen onevenredig groot gevaar voor personen’ oplevert. Lees bijvoorbeeld deze uitspraak in de klacht van COA-directeur Albayrak tegen het NOS Journaal, vanaf ‘ad 1’.

Stel nu dat ook in hoger beroep de rechter oordeelt dat de uitzending onrechtmatig was, kunnen de journalisten dan ook de deurwaarder tegemoet zien? En hoe moet je zo’n aansprakelijkstelling beoordelen? Journalisten zijn al snel geneigd dat als intimidatie te zien – althans in termen van (hun) persvrijheid. Toch is dat niet meteen het geval. Aansprakelijkheid is een normaal verschijnsel in een rechtsstaat – automobilisten, ouders, fietsers, koks, dokters – niemands vrijheid is onbeperkt, zeker niet als een ander schade lijdt door hun handelen. En de oplossing is ook bekend: verzekeringen. Soms zijn die zelfs wettelijk verplicht, als je een auto wil besturen bijvoorbeeld. Maar daarbuiten heeft ook menigeen een aansprakelijkheidsverzekering. Wellicht ook deze twee EénVandaag journalisten.

Navraag leert me dat journalisten in mediazaken vrijwel altijd óók aansprakelijk gehouden worden, naast hun opdrachtgever, voor wat ze publiceren. Alleen als ze ‘louter als spreekbuis’ dan wel ‘willoos werktuig’ opereren, is alleen de opdrachtgever aansprakelijk. Zo werd bijvoorbeeld eerder een cameraman aansprakelijk gesteld voor het uitzenden van de beelden die hij draaide voor een reality tv-programma (rechtbank Arnhem 1998, Informatierecht/AMI 1998,). De rechtbank wees zijn verweer dat niet hij over de uitzending ging, maar de redactie, van de hand. Hij draaide die beelden met de bedoeling ze te laten uitzenden – en dus is hij ook mee aansprakelijk voor de eventuele schade.

Het komt ook met enige regelmaat voor dat journalisten persoonlijk aansprakelijk worden gesteld. Een van mijn collega’s ligt al jaren in de clinch met een persoon die hij (tegen diens zin) in een boek met naam en toenaam in verband bracht met een schandaal. Dat leidde eind vorig jaar tot een arrest van de Hoge Raad waarin zijn aansprakelijkheid, helaas voor hem, werd bevestigd. De rechter vond dat de identiteit van de man gezien zijn relatieve onbekendheid en zijdelingse betrokkenheid inderdaad niet  onthuld had mogen worden. De man wil tenminste een ton, zowel van de uitgever als van de journalist. Hij klaagde overigens eerder bij de Raad, die zijn klacht gegrond verklaarde (RvdJ 2011/32).

Toch hoeft het niet écht zover te komen. In art 6:170 van het Burgerlijk Wetboek staat namelijk dat de werkgever aansprakelijk is voor de fouten van de werknemer. Uiteraard is dat geen blanco cheque. Die aansprakelijkheid wordt alleen overgenomen indien “de kans op de fout door de opdracht tot het verrichten van deze taak is vergroot en degene in wiens dienst hij stond, uit hoofde van hun desbetreffende rechtsbetrekking zeggenschap had over de gedragingen waarin de fout was gelegen.”

Om aan de aansprakelijkheid te ontkomen moet je dus stellen dat je van AvroTros/EénVandaag de opdracht had om onderzoeksjournalistiek te bedrijven en daarbij niet te aarzelen met klokkenluiders in zee te gaan. Bijvoorbeeld omdat de rubriek behoefte had aan groot, eigen nieuws. Dat zou zomaar het geval kunnen zijn. Zulke instructies vergroten namelijk de kans dat je uitglijdt. En je moet aannemelijk maken dat je hoofdredacteur ook echt iets te zeggen had over de manier waarop die opdracht is uitgevoerd.

Als ook AvroTros aansprakelijk is gesteld, zoals hier het geval is, dan ontkomen de journalisten volgens lid 3 aan het bijdragen aan de schadevergoeding, “ tenzij de schade een gevolg is van zijn opzet of bewuste roekeloosheid”. Dit is een beveiliging voor journalistieke werkgevers tegen redacteuren die zich volledig laten meeslepen door hun verhaal, zich nergens iets van aantrekken en hun publicatiemacht gebruiken om een ander opzettelijk schade te berokkenen. In dat geval kan de journalist door zijn eigen werkgever aansprakelijk gesteld worden. Maar dan hebben we het behalve over schadevergoeding vast ook over einde dienstbetrekking. 

Reacties

  1. De vraag of de aansprakelijkheid in hoger beroep en cassatie zal standhouden kan wat mij betreft in het midden blijven. Wat mij in deze casus het meest heeft geraakt , is het om wille van het eigen publiciteitsbelang negeren van klemmende verzoeken van de IGZ om haar onderzoek te laten doen. De uitzending is gebaseerd op het uitgangspunt dat de injectienaalden van het bedrijf een gevaar voor de patiënt kunnen vormen.

    Wanneer er voor het doel van deze reactie veronderstellenderwijs van uit wordt gegaan dat de makers van het programma het bij het juiste eind hadden. Kan het dan in journalistiek opzicht een verantwoorde beslissing worden genoemd dat de IGZ gedurende enige tijd de mogelijkheid is ontnomen om in te grijpen? In de visie van de journalisten die het programma hebben gemaakt, was er sprake van een zeer ernstige situatie als gevolg waarvan op elk moment slachtoffers zouden kunnen vallen ten gevolge van het gebruik van de betreffende injectienaalden. Die situatie lijkt op een tikkende tijdbom waarvan maar één ding zeker is, en dat is dat hij op enig moment afgaat, er is maar één variabele: het wanneer. Is het aan de journalist om het wanneer in te schatten en aldus te gokken met de gezondheid, of nog erger de Levens van mensen die iedere minuut weer ergens ter wereld door die volgens de journalist zo vermaledijde injectienaalden worden geïnjecteerd.

    Opvallend vind ik de economische benadering van Folkert in de 1e zin: "Als een bedrijf € 4,5 miljoen euro aan omzet misloopt…". Het economisch belang dat in het geding is voert de boventoon. Het door Folkert aangezwengelde publiek debat zou niet moeten gaan om het economisch belang, maar om het algemeen maatschappelijk belang dat is gediend bij het bedrijven van professionele journalistiek met inachtneming van ethische normen die gericht zijn op mens en dier als wezen.

    Het EHRM definieert de rol van de pers als die van publieke waakhond die in een democratische samenleving onmisbaar is. Blaffende honden bijten niet zegt het spreekwoord. De pers als publieke waakhond hoort te blaffen wanneer daar aanleiding voor is, maar hoort niet valselijk te bijten. Doet die (publieke waak)hond dat toch, dan hoort hij (al dan niet tijdelijk) gemuilkorfd te worden. De rechtbank heeft geoordeeld dat AvroTros en twee journalisten vals hebben gebeten en daarom (figuurlijk wel te verstaan) gemuilkorfd moeten worden. De vitale functie van de rechterlijke macht als waakhond over het gedrag van de professionele pers, u weet wel die andere vitale waakhond. Is dat vonnis een valse beet? Als samenleving moeten we hopen van niet. Want je leven hoort niet, ook niet in de geringste mate, af te hangen van een daarmee gokkende journalist die op jacht is naar de Pulitzerprijs.

    Deze reactie vindt zijn juridische grondslag in het recht van vrijheid van meningsuiting. U weet wel, dat recht waarop de journalistieke vrijheid is gebaseerd. Dat recht is niet onbegrensd. Evenmin is het een recht waarop de pers een exclusiviteitsclaim geldend kan maken.

    Werner van Bentem op vrijdag 10 augustus 2018 13:39



Wij stellen prijs op een pluriform debat, uw reactie is daarom van harte welkom. Wel hanteren wij een aantal spelregels:

  1. Wij modereren alle reacties vóór publicatie. Daarom kan het soms even duren voordat uw reactie wordt geplaatst. Onbeduidende correcties – zoals taalkundige aanpassingen – leggen we níet eerst aan u voor, ingrijpende wijzigingen wél.
  2. Onderteken uw reactie met uw echte voor- en achternaam en houd u er rekening mee dat uw reactie tot in lengte van dagen op internet toegankelijk blijft. Verzoeken tot verwijdering van eigen bijdragen honoreren wij in principe niet. Dat geldt ook voor het anonimiseren van uw naam.
  3. Houd het beknopt, zakelijk en blijf bij het onderwerp. Reageert u op een andere reageerder, maak dat dan duidelijk in uw bericht (bijvoorbeeld met @naam).
  4. Houd het beschaafd. Reacties die discriminerende uitlatingen, beledigingen of scheldwoorden bevatten, worden niet geplaatst. Dit geldt ook voor reacties die oproepen tot geweld of provoceren.
  5. Het is de bedoeling dat uw reactie de discussie bevordert. Steeds weer hameren op hetzelfde punt heeft geen zin, tenzij met nieuwe argumenten.

Reacties die niet aan deze spelregels voldoen, worden niet geplaatst. Bent u van mening dat een bepaalde reactie van een ander verwijderd moet worden, stelt u ons daarvan dan op de hoogte via raad@rvdj.nl.

Laat een reactie achter
  • Wordt niet openbaar gemaakt