De Mores: Oude en nieuwe journalistieke dilemma’s

door Frits van Exter

Frits van Exter

Voorzitter Raad voor de Journalistiek

Het ging vooral over technologie en verdienmodellen. Nu gaat het om het vertrouwen van het publiek. De media moeten een krachtiger antwoord geven op oude en nieuwe dilemma’s.

Onder de titel ‘de mores’ schrijft Frits van Exter over dilemma’s in de journalistiek, gebaseerd op de praktijk van de Raad voor de Journalistiek. De serie verschijnt twee keer per maand op villamedia.nl, één keer per maand in Villamedia Magazine en op deze site.
 


Op een kermis ergens in de kop van Noord-Holland wordt in de zomer van 2017 een 16-jarige jongen mishandeld. Het slachtoffer plaatst een openbaar bericht op Facebook. Hij vertelt wat hem is overkomen en roept getuigen op zich te melden. De redactie van het Noord-Hollands Dagblad ziet het bericht ook en neemt contact op met de familie. Omdat de moeder niet wil meewerken aan een interview, houdt de redactie het, na verificatie bij de politie, op een kort, zakelijk bericht in de krant, waarin de naam van de jongen wordt vermeld. De moeder is boos. Zij meent dat zij uitdrukkelijk de redactie heeft verboden over haar zoon te berichten. Dat was mede op advies van de politie. De familie voelt zich volgens haar niet veilig.
 
De hoofdredactie toont in haar reactie begrip, maar meent dat zij dit verhaal zo had mogen publiceren. Het bericht op Facebook was immers openbaar en had in de regio beroering gewekt. Het nieuws lag op de digitale straat. Maar, erkent de hoofdredactie, waren wij ons vooraf bewust geweest van de aard van de bezwaren dan hadden we ‘op persoonlijke gronden’ misschien een andere afweging gemaakt. Na het eerste boze telefoontje van de moeder besluit de redactie het bericht niet ook online te plaatsen.

Maar de moeder is niet tevreden. Nu lijkt het alsof zij wel toestemming heeft gegeven voor de publicatie. Zij dient een klacht in bij de Raad, bij ons. Wij vroegen kandidaten hoe zij deze zaak zouden beoordelen. Na ampele overwegingen kwamen zij tot dezelfde conclusie als de Raad,  de een wat beslister dan de ander. De redactie heeft zorgvuldig gehandeld. Misschien was u tot een andere conclusie gekomen. Dat is het lastige en tegelijkertijd het leuke van de Raad: het is nooit zwart-wit, het gaat altijd om afwegingen.
 
De belangrijkste overwegingen waren in dit geval dat het nieuws uit een openbare bron komt, dat het slachtoffer zelf aandrong op het delen van het bericht en dat je van een zestienjarige, eerder dan bijvoorbeeld van een twaalfjarige, mag verwachten dat hij de gevolgen van publicatie op Facebook voldoende kan inschatten. Minstens zo belangrijk is dat de redactie zorgvuldig en met inlevingsvermogen heeft gereageerd, ook door het bericht niet online te plaatsen na de eerste reactie van de moeder op het krantenbericht. Zij beseft dat alles wat kan, niet per se hoeft.
 
Nog niet zo lang geleden was het onvoorstelbaar dat een zestienjarige jongen de halve wereld met zijn eigen nieuws kon bereiken. Laat staan dat een krant zijn berichten daaraan zou ontlenen.
Sommige zaken zijn onveranderd: Een moeder blijft een moeder, de kermissen in Noord-Holland zijn altijd berucht geweest en een redactie moet zijn eigen afwegingen maken.
 
Dat iedereen op voet van schijnbare gelijkheid nieuws kan maken en verspreiden, is de grootste omwenteling die wij meemaken. Dat daardoor waarheden en onwaarheden moeilijker van elkaar te onderscheiden zijn is een bijkomend gevolg.
Tot nog toe, al bijna zo’n twintig jaar, worden wij vooral in beslag genomen door de vraag hoe wij ons meester maken van nieuwe technologie en hoe wij overleven in de transitie van het oude naar nieuwe, nog deels rudimentaire, verdienmodellen. Maar de nieuwe zorgen over desinformatie roepen nu vooral de vraag op hoe het zit met het vertrouwen in de journalistiek, haar waarde en betekenis.

En als er zoveel verandert, kunnen we dan nog wel uit de voeten met vertrouwde ethische beginselen, onze mores? Welke nieuwe dilemma’s komen op ons af?
Ik noem er een paar in willekeurige volgorde:

  • Hoe willen wij ons verhouden tot de grote technologie-concerns? Waarin verschillen onze praktijken (bijvoorbeeld in microtargetting ten behoeve van adverteerders) van de hunne? Google en Facebook stellen vele miljoenen beschikbaar in subsidies voor ‘kwaliteitsjournalistiek’. Nemen we dat zomaar aan? Zijn er grenzen aan de wijze waarop wij sociale media gebruiken als distributiekanaal en marketinginstrument? Zien wij onze klanten als verhandelbaar product? Zijn onze algoritmes werkelijk onbevooroordeeld? Hoe gedragen onze bots zich bij het aan de man brengen van onze waren?
     
  • Voldoen de oude regels ter bescherming van privacy nog wel? Denk bijvoorbeeld aan de klacht van de televisieproducer Gijs van Dam tegen Trouw. De Raad oordeelde dat zijn identiteit niet herleidbaar was in het artikel van Jelle Brandt Corstius over de verkrachting ‘in het prille begin’ van zijn televisieloopbaan. Maar critici vragen zich af of een medium niet meer rekening moet houden met de mogelijkheden om identiteiten te achterhalen via sociale media.
     
  • En als iedereen overal alles vastlegt en verspreidt zonder zich al te veel rekenschap te geven van de gevolgen, moeten journalisten dan stug vasthouden aan hun oude normen of meebewegen?
     
  • Hoe behandelen wij het toenemend aantal verzoeken van burgers om met terugwerkende kracht ‘gewist’ te worden in het online archief?
     
  • Transparantie is een mantra in het debat over de versterking of het herstel van vertrouwen met het publiek. Maar hoe open willen wij werkelijk zijn over onze doelstelling, normen, financiële agenda, werkwijze, gebruik van bronnen, beheer van data?
     
  • En als we dan toch bezig zijn met mantra’s: zou een zichzelf respecterend medium niet een heldere en vindbare regeling voor klachten moeten hebben? In het afgelopen jaar heeft de Raad bij de behandeling van klachten opnieuw vastgesteld dat sommige media hierin tekort schieten. Veel klachten zouden ons nooit hebben bereikt als hoofdredacties in hun omgangsvormen wat gezeglijker zouden zijn. Doe de querulanten af met een éénregelig mailtje, maar neem de rest serieuzer.
     
  • Zijn wij ons werkelijk bewust van de verandering in de verhouding tot het publiek en gedragen wij ons ook daarnaar? Verwelkomen wij bijvoorbeeld het publiek als fact-checker?

  • Denken wij dat wij, door het royaal erkennen en rechtzetten van fouten, punten verliezen of winnen bij ons publiek?
     
  • De druk om online te scoren is hoog. Het aantal nieuwsbronnen is verveelvoudigd en het aantal mogelijkheden om het nieuws te manipuleren neemt snel toe. Wat is er voor nodig om te bewijzen dat wij betrouwbaar zijn? Hoe verifiëren wij bijvoorbeeld de authenticiteit van tekst, beeld, audio, video, en infographics? En doen we dat vóór of ná publicatie?
     
  • Satire is leuk en nuttig, maar is het dat ook nog als het publiek het niet kan onderscheiden van de werkelijkheid?
     
  • En stellen wij ons de vraag of wij ook wíllen publiceren: vooraf of achteraf? Denk aan de discussie over het live streamen van de zoekactie naar de vermiste Anne Faber op Facebook. En denk aan de publicatie van beelden die een helikopter boven de vermoedelijke plaats van delict heeft gemaakt – niet alles wat kan hoeft.
     
  • Moeten wij ons bezinnen op onze primaire functies: willen wij doorgeefluik zijn of poortwachter, die zin van onzin onderscheidt, duidelijk maakt wat relevant is en wat niet, wie wat te zeggen heeft en wie onzin uitkraamt?
     
  • Denken we al echt na over wat ons boven het hoofd hangt? Hoe werkelijk moeten journalistieke toepassingen van virtuele en toegevoegde werkelijkheid zijn? Weten we op de redactie wel genoeg van technologie om er kritisch over te kunnen zijn?
     
  • Is iedereen op de redactie aan boord wat betreft onze mores? Ook de video-makers, de lui van infographics, de social media aanjagers, data-analysten, collega’s die misschien geen journalistieke opleiding hebben?
     
  • Data-journalistiek is helemaal van deze tijd, maar roept ook zijn eigen dilemma’s op. Hoe zeker zijn we van de integriteit van de data die we gebruiken en hoe transparant zijn we daarover?
     
  • Automatisering van berichten en van data-analyses wordt al toegepast. Maar begrijpen we zelf wel hoe kunstmatige intelligentie werkt?

    Op de conferentie van ONO, de internationale vereniging van journalistieke ombudsmannen, in Hilversum, hield Paul Chadwick van de Guardian maandag een hartstochtelijk pleidooi voor meer journalistiek engagement met technologie. Om het publiek te informeren, om het debat over de ethische dilemma’s te voeden en om zelf ook beter verantwoording te kunnen afleggen voor de wijze waarop media technologie gebruiken. ‘Als er klachten komen, kunnen we de computer niet de schuld geven’, aldus Chadwick.

Tot zover, de opsomming is niet compleet. Het zijn oude en nieuwe dilemma’s. Zij dringen zich op een andere manier op door de snelheid, de omvang, de verscheidenheid, de intensiteit.
Het zijn niet per se vragen voor de Raad, laat staan dat ik er antwoorden op heb. Het zijn vragen voor de journalistiek, ook in samenspraak met uitgevers en directies. Het zijn vragen voor de samenleving, die moet kunnen vertrouwen op informatie.
 
De onrust over desinformatie biedt de journalistiek kansen. Naarmate er meer onwaarheden worden verspreid kan de behoefte aan professionals die waarheidsgetrouw willen zijn alleen maar toenemen.
Zoals de experts onder leiding van Madeleine de Cock Buning in hun advies aan de Europese Commissie hebben gezegd: is desinformatie een complex probleem waarop niet één antwoord mogelijk is. Verschillende partijen moeten samenwerken om de vrijheid van meningsuiting, de persvrijheid en de pluriformiteit te beschermen en te versterken.
Daarbij moeten we ons ook bewust zijn van het risico dat de politiek en de grote technologiebedrijven elkaar vinden in een beperking van vrijheden onder het mom van bestrijding van desinformatie.
En daarbij kunnen we niet hard genoeg roepen dat, wil de journalistiek de samenleving een dienst kunnen bewijzen, zij niet alleen onafhankelijk moet zijn, maar ook financieel daartoe in staat moet zijn.
 
Deze tijd vraagt om versterking van de journalistiek: materieel en moreel. En dus ook om versterking van de Raad. De klassieke normen, zoals vervat in de Leidraad, zijn niet in steen gehouwen, maar bieden houvast ook in het zicht van nieuwe dilemma’s. Stevige zelfregulering kan duidelijk maken wat het verschil is tussen goede en slechte journalistiek, tussen journalisten die zichzelf en hun publiek serieus nemen en die dat niet doen.
 
We zijn daarom blij dat wij de komende maanden met inbreng van onze ‘klanten’ gaan onderzoeken hoe we de Raad toekomstbestendiger kunnen maken. Dat zal moeten leiden tot concrete voorstellen. We hebben daarbij goede hoop op steun van Stichting Democratie en Media.
 
U hoort nog van ons.
 
Dit is een bewerkte versie van de toespraak die Frits van Exter op 6 juni hield tijdens de jaarvergadering van de Raad voor de Journalistiek.

Reacties

Nog geen reacties



Wij stellen prijs op een pluriform debat, uw reactie is daarom van harte welkom. Wel hanteren wij een aantal spelregels:

  1. Wij modereren alle reacties vóór publicatie. Daarom kan het soms even duren voordat uw reactie wordt geplaatst. Onbeduidende correcties – zoals taalkundige aanpassingen – leggen we níet eerst aan u voor, ingrijpende wijzigingen wél.
  2. Onderteken uw reactie met uw echte voor- en achternaam en houd u er rekening mee dat uw reactie tot in lengte van dagen op internet toegankelijk blijft. Verzoeken tot verwijdering van eigen bijdragen honoreren wij in principe niet. Dat geldt ook voor het anonimiseren van uw naam.
  3. Houd het beknopt, zakelijk en blijf bij het onderwerp. Reageert u op een andere reageerder, maak dat dan duidelijk in uw bericht (bijvoorbeeld met @naam).
  4. Houd het beschaafd. Reacties die discriminerende uitlatingen, beledigingen of scheldwoorden bevatten, worden niet geplaatst. Dit geldt ook voor reacties die oproepen tot geweld of provoceren.
  5. Het is de bedoeling dat uw reactie de discussie bevordert. Steeds weer hameren op hetzelfde punt heeft geen zin, tenzij met nieuwe argumenten.

Reacties die niet aan deze spelregels voldoen, worden niet geplaatst. Bent u van mening dat een bepaalde reactie van een ander verwijderd moet worden, stelt u ons daarvan dan op de hoogte via raad@rvdj.nl.

Laat een reactie achter
  • Wordt niet openbaar gemaakt