De Mores: NRC, de hoogleraar en de rechter (2)

door Frits van Exter

Frits van Exter

Voorzitter Raad voor de Journalistiek

In het publieke debat hoor je deelnemers wel eens klagen over ‘trial by media’, maar rechters kunnen er ook wat van (zeg ik met alle respect natuurlijk).

Onder de titel ‘de mores’ schrijft Frits van Exter over dilemma’s in de journalistiek, gebaseerd op de praktijk van de Raad voor de Journalistiek. De serie verschijnt twee keer per maand op villamedia.nl, één keer per maand in Villamedia Magazine en op deze site.


Dinsdag bepaalde het gerechtshof in Arnhem dat NRC de naam mag noemen van een hoogleraar in een artikel over zijn vertrek van de Universiteit van Amsterdam wegens grensoverschrijdende gedragingen.
In mei oordeelde de rechter in Amsterdam in kort geding nog anders. Zij honoreerde de eis van de #MeToo-professor zijn naam niet te vermelden – de NRC-redacteuren hadden hem het concept-artikel toegestuurd voor wederhoor.

Nu is een voorlopige uitspraak van een rechter onder tijdsdruk iets anders dan een uitspraak zeven maanden later door het hof. En natuurlijk kunnen rechters, zeker in civiele zaken, tot heel verschillende oordelen komen.

Maar het is toch opmerkelijk en misschien zelfs leerzaam te zien hoe je op grond van grotendeels dezelfde beoordeling van de feiten toch tot een andere uitspraak kunt komen.
 
Zowel de rechter in Amsterdam als zijn collega’s in Arnhem vinden de inzet van de zaak helder: het gaat om ‘een botsing van twee fundamentele rechten’: het recht op de vrijheid van meningsuiting en het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. ‘Er bestaat geen rangorde tussen beide rechten. Het antwoord op de vraag welk van deze beide rechten in dit geval zwaarder weegt, hangt af van alle omstandigheden van het geval, waarbij de wederzijdse belangen moeten worden afgewogen.’
 
En dus gingen zij de omstandigheden afwegen: het gaat om een misstand van maatschappelijk belang, de vooraanstaande hoogleraar was een publiek figuur, de beschuldigingen zijn voldoende onderbouwd en de redactie heeft haar werk zorgvuldig gedaan. Tot zover zijn Amsterdam en Arnhem het met elkaar eens.
 
Mede op grond van jurisprudentie zou je dan mogen verwachten dat de naam in de krant mag.
 
Maar de rechter in Amsterdam woog meer mee. Zij vond dat je er ook bij moest betrekken dat de man al genoeg was gestraft. De hoogleraar had ontslag moeten nemen en zijn kansen op de arbeidsmarkt zouden er niet beter op worden als hij ‘tot in de lengte der jaren’ aan de digitale ‘schandpaal’ genageld wordt. En daarbij wreekt zich volgens deze rechter ook de reputatie van de krant: als je ziet dat een bericht van NRC is, denk je eerder dat het waar is omdat het een kwaliteitsmerk is. Nu bleek zij zelf geen redenen te hebben om te denken dat het artikel niet waar was, zij twijfelde hoogstens net iets meer aan het gehalte van sommige beschuldigingen.
 
Tenslotte meende de rechter dat het ook niet nodig was de naam te vermelden om de misstanden op de universiteit aan de kaak te kunnen stellen. Het kon ook prima zonder.
 
Deze laatste afwegingen gaven in Amsterdam de doorslag ten gunste van het privacybelang. Het riep (met alle respect dus) vragen op. Is het een bruikbaar argument dat iemand al ‘genoeg’ is gestraft? Het zou immers betekenen dat er minder bezwaren zijn tegen de vermelding van een naam van iemand, die nog niet of onvoldoende is gestraft, waarna de publiciteit hem alsnog kan raken – ‘trial by media’ kan toch niet de bedoeling zijn.
 
Het lijkt ook wat ongerijmd om een redactie met een goede reputatie (‘het is waar want het staat in de NRC’) eerder in haar vrijheden te beperken dan een met een mindere.
 
En nog een vraag: moet een rechter bepalen of het ‘nodig’ is een naam te publiceren? Dat is eerder een journalistieke afweging dan een juridische. Het gaat hier immers niet om de noodzaak, maar om de vrijheid.
 
Ook gelet op andere uitspraken in enigszins vergelijkbare zaken, lag het voor de hand dat NRC in beroep zou gaan. Met goed resultaat voor de krant.
 
Het valt op dat het gerechtshof in Arnhem zich niet de vraag stelt of de inbreuk op de privacy te rechtvaardigen is, maar of dat geldt voor de inbreuk op de persvrijheid. Dezelfde zaak, een heel ander vertrekpunt. Op grond van dezelfde afwegingen ziet het hof geen reden ‘om aan te nemen dat in dit geval de keuze om namen te noemen niet tot de journalistieke vrijheid behoort’. Daarbij overweegt het dat het vermelden ‘bijdraagt aan de zeggingskracht van het artikel en aan het algemeen belang’.
 
Het verschil is dat het hof in deze zaak de schending van privacy als een onvermijdelijk gevolg ziet van de uitkomst van de belangenafweging. Zeker in digitale tijden kun je je afvragen of de impact van publiciteit ‘tot in de lengte der jaren’ niet zwaarder moet wegen. Maar dat debat moet dan wel met goede argumenten gevoerd worden.

Tip:

  • Lees hoe je de valkuilen bij het schrijven over #MeToo vermijdt.

Frits van Exter is  voorzitter van de Raad voor de Journalistiek, maar heeft geen stem in de beoordeling van klachten. Hij verwoordt slechts zijn eigen mening.

Reacties

Nog geen reacties



Wij stellen prijs op een pluriform debat, uw reactie is daarom van harte welkom. Wel hanteren wij een aantal spelregels:

  1. Wij modereren alle reacties vóór publicatie. Daarom kan het soms even duren voordat uw reactie wordt geplaatst. Onbeduidende correcties – zoals taalkundige aanpassingen – leggen we níet eerst aan u voor, ingrijpende wijzigingen wél.
  2. Onderteken uw reactie met uw echte voor- en achternaam en houd u er rekening mee dat uw reactie tot in lengte van dagen op internet toegankelijk blijft. Verzoeken tot verwijdering van eigen bijdragen honoreren wij in principe niet. Dat geldt ook voor het anonimiseren van uw naam.
  3. Houd het beknopt, zakelijk en blijf bij het onderwerp. Reageert u op een andere reageerder, maak dat dan duidelijk in uw bericht (bijvoorbeeld met @naam).
  4. Houd het beschaafd. Reacties die discriminerende uitlatingen, beledigingen of scheldwoorden bevatten, worden niet geplaatst. Dit geldt ook voor reacties die oproepen tot geweld of provoceren.
  5. Het is de bedoeling dat uw reactie de discussie bevordert. Steeds weer hameren op hetzelfde punt heeft geen zin, tenzij met nieuwe argumenten.

Reacties die niet aan deze spelregels voldoen, worden niet geplaatst. Bent u van mening dat een bepaalde reactie van een ander verwijderd moet worden, stelt u ons daarvan dan op de hoogte via raad@rvdj.nl.

Laat een reactie achter
  • Wordt niet openbaar gemaakt