De Mores: De lessen van Max

door Frits van Exter

Frits van Exter

Voorzitter Raad voor de Journalistiek

Was Max van Weezel vooral een archetype, symbool van journalistiek vergane glorie? Of valt er ook nu van hem te leren?

Onder de titel ‘de mores’ schrijft Frits van Exter over dilemma’s in de journalistiek, gebaseerd op de praktijk van de Raad voor de Journalistiek. De serie verschijnt twee keer per maand op villamedia.nl, één keer per maand in Villamedia Magazine en op deze site.


Talloos waren de verwijzingen naar de verschijning van Max van Weezel: de flodderige regenjas, het bollende shirt, het in talloze wandelgangen versleten schoeisel en natuurlijk de leren tas uitpuilend met sigarenkistjes, knipsels, aantekenboekjes en de nodige snoeren en batterijen om de telefoon altijd paraat te laten zijn.
 
Het lijken de parafernalia van een verloren tijd. Een tijd waarin de journalist welhaast bivakkeerde op het Binnenhof, dag en nacht in touw was om achter de schermen van het politieke bedrijf te komen. Er was tijd, er was ruimte en er mocht wat gedeclareerd worden – alles voor de definitieve reconstructie, het onthullende interview, de scherpe column.
 
Bij zijn overlijden hebben veel collega’s liefdevol afscheid van hem genomen. Daarin klonk ook weemoed door. Max was immers ‘de laatste der Mohikanen’ (Lex Oomkes, Trouw), ‘wat mensen zich voorstellen bij een Haagse journalist’ (Ariejan Korteweg, Volkskrant) en ‘het archetype journalist’ (Roelf Jan Duin, Parool). En dus: ‘Dan mag het cliché opgaan dat zijn overlijden het einde van een tijdperk inhoudt’ (Mark Kranenburg, NRC).
 
Het risico van zo’n archetype is dat hij ook als archaïsch, als niet meer van deze tijd, wordt bijgezet in het Persmuseum. Dat zou jammer zijn, want ik denk dat we ook nu veel kunnen leren van de mores van Max.
 
Als hoofdredacteur van Vrij Nederland (2008-2016) heb ik intensief met hem samengewerkt. Wij hebben veel plezier gehad, maar zijn ook wel eens met elkaar in aanvaring gekomen, zoals dat kan gaan tussen verslaggever en hoofdredacteur, ieder in zijn rol met zijn eigen (on)hebbelijkheden en zijn eigen versie van de werkelijkheid (zo las ik in necrologieën ook weer de mythe dat de hoofdredactie van VN hem vijf jaar geleden pardoes per telefoon zou hebben bedankt).
 
Maar dit zijn wat mij betreft de lessen van Max waar journalisten hun voordeel mee kunnen blijven doen:

  • Wees verslaggever. Max was altijd in de eerste plaats de man, die erbij wilde zijn om erover te kunnen schrijven. Hij wilde het zelf zien en horen, desnoods op vrijdagavond in een halfvol politiek café in een verregende uithoek van het land. Hij was ook niet zozeer een opiniërende columnist; zijn beste werk was altijd meer de vrucht van waarneming dan van een mening.
  • Wees aardig. Elke journalist moet dit zelf weten, maar Max meende dat je meer bereikt door aardig te zijn. Hij trad zijn bronnen open tegemoet. Hij toonde empathie, ook bij de autorisatie. Sommige collega’s vinden dat een slechte eigenschap – een journalist moet hard zijn - maar hij bood bronnen zoveel ‘comfort’ dat ze daardoor soms meer loslieten dan ze van plan waren. En hij bewaarde de vileine vragen natuurlijk voor het laatst of liet ze over aan een collega die hem vergezelde.
  • Blijf nieuwsgierig. Wie meer dan veertig jaar de politiek volgt, kan denken dat hij alles al een keer heeft gezien, maar Max bewaarde de nieuwsgierigheid van een jonkie. Overigens was hij ook nieuwsgierig naar de kiezers ver buiten het Binnenhof en lang voordat ‘de kloof’ werd ontdekt.
  • Onthoud of zoek op. Max las alles, had een sterk geheugen en een gigantisch papieren archief. Daardoor kon hij beter de goede vragen stellen, de grote lijnen aanwijzen en van verre oude wijn in nieuwe zakken ruiken.
  • Werk samen. Max heeft vanaf het begin, met leermeester Joop van Tijn, gretig samengewerkt met verschillende collega’s. Zij hebben veel aan hem te danken, maar hij ook aan hen. Ik weet uit ervaring dat hoofdredacteuren daar zuinig bij kunnen kijken, maar de som bleek vaak groter dan de delen.
  • Geef door. Max heeft met name op jongere collega’s indruk gemaakt omdat hij altijd bereid was te helpen, zijn kennis en ervaring te delen en, natuurlijk, om de laatste nieuwtjes en roddels uit te wisselen. Dat is van onschatbare waarde.
  • Wees mens. Max heeft zelf in recente interviews duidelijk gemaakt dat, welke reden je ook hebt om je te begraven in je werk, dat niet te zeer ten koste mag gaan van het leven met jezelf en je naasten.

 Max is geen archetype, eerder een voorbeeld.

Frits van Exter is voorzitter van de Raad voor de Journalistiek en verwoordt hier zijn persoonlijke mening.

Reacties

Nog geen reacties



Wij stellen prijs op een pluriform debat, uw reactie is daarom van harte welkom. Wel hanteren wij een aantal spelregels:

  1. Wij modereren alle reacties vóór publicatie. Daarom kan het soms even duren voordat uw reactie wordt geplaatst. Onbeduidende correcties – zoals taalkundige aanpassingen – leggen we níet eerst aan u voor, ingrijpende wijzigingen wél.
  2. Onderteken uw reactie met uw echte voor- en achternaam en houd u er rekening mee dat uw reactie tot in lengte van dagen op internet toegankelijk blijft. Verzoeken tot verwijdering van eigen bijdragen honoreren wij in principe niet. Dat geldt ook voor het anonimiseren van uw naam.
  3. Houd het beknopt, zakelijk en blijf bij het onderwerp. Reageert u op een andere reageerder, maak dat dan duidelijk in uw bericht (bijvoorbeeld met @naam).
  4. Houd het beschaafd. Reacties die discriminerende uitlatingen, beledigingen of scheldwoorden bevatten, worden niet geplaatst. Dit geldt ook voor reacties die oproepen tot geweld of provoceren.
  5. Het is de bedoeling dat uw reactie de discussie bevordert. Steeds weer hameren op hetzelfde punt heeft geen zin, tenzij met nieuwe argumenten.

Reacties die niet aan deze spelregels voldoen, worden niet geplaatst. Bent u van mening dat een bepaalde reactie van een ander verwijderd moet worden, stelt u ons daarvan dan op de hoogte via raad@rvdj.nl.

Laat een reactie achter
  • Wordt niet openbaar gemaakt