De Mores: Bas van Hout en het risico van willekeur

door Frits van Exter

Frits van Exter

Voorzitter Raad voor de Journalistiek

Post van de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ). Ik ben welkom op de algemene ledenvergadering zaterdag 22 juni in Hilversum. Naast de gebruikelijke zaken prijkt op de agenda ook punt 9a. : ‘De kwestie Van Hout en de NVJ’.
Onder de titel ‘de mores’ schrijft Frits van Exter over dilemma’s in de journalistiek, gebaseerd op de praktijk van de Raad voor de Journalistiek. De serie verschijnt twee keer per maand op villamedia.nl, één keer per maand in Villamedia Magazine en op deze site.


Het lid Robert Dulmers eist, mede namens enkele andere collega’s, het royement van journalist Bas van Hout omdat hij in de Volkskrant heeft toegegeven dat hij informant is geweest  van de inlichtingendienst AIVD. Daarmee geeft Dulmers gevolg aan de eerdere oproep van de zelfbenoemde ‘journalist van het volk’, Arnold Karskens, om Van Hout het lidmaatschap te ontnemen wegens ‘grove schending van het beroepsgeheim’.
 
Uit bijgevoegde notitie blijkt dat het NVJ-bestuur er vooralsnog niet voor voelt. Het meent dat het al ver is gegaan door Van Hout publiekelijk te verwijten dat hij ‘de journalistieke erecode (…) op zeer ernstige wijze heeft geschonden’ met de vrees voor een schadelijk effect op de beroepsgroep. Het wil voordat er gesproken wordt over het concrete voorstel een lid uit te stoten, eerst van de leden horen hoe de NVJ ‘met dit soort integriteitskwesties van collega’s hoort om te gaan’.
 
Ik weet niet of het de bedoeling is dat dat een oeverloze discussie wordt, maar de kans is groot en dat is misschien maar goed ook. Wie op een achternamiddag tot royement besluit, zet de deur open naar willekeur.
 
Ik ga er natuurlijk niet over, althans niet meer dan andere NVJ-leden, maar omdat deze rubriek ‘De mores’ heet, voel ik me vrij bij te dragen aan de discussie over de ethiek van het journalistieke verenigingsleven. Met de kanttekening dat ik Bas van Hout niet ken en ook de wereld niet waarin hij en andere misdaadverslaggevers, soms in onderlinge naijver, hun werk doen.
 
Voorop staat dat een journalist geen informant van een inlichtingendienst moet zijn. Daarmee speel je dubbel spel met je bronnen. Het schaadt de integriteit van de beroepsgroep en kan het werk van collega’s zo niet gevaarlijker dan toch lastiger maken.

Het is geen verrassing dat diensten journalisten benaderen, maar het is onbekend hoeveel collega’s ook echt meewerken. Bas van Hout raadt het nu zelf overigens dringend af: ‘Ga nooit, ik herhaal nooit, samenwerken met de AIVD. De overheid is geen betrouwbare partner voor me gebleken. Ingaan op hun verzoek bleek levensgevaarlijk en is de grootste fout uit mijn leven.’
 
Van Hout zegt ook dat het contact (hij voerde van 1997 tot 2002 een reeks gesprekken) hem weinig waardevolle informatie heeft opgeleverd. Op zijn beurt zou hij de dienst alleen hebben getipt over op handen zijnde liquidaties. Hij meende dat dat zijn burgerplicht was. Dat kan voor journalisten een dilemma zijn. Maar er zijn ook andere manieren om Justitie te waarschuwen dat iemands leven op het spel staat. Bovendien waar trek je de grens: moet het per se moord zijn, is de dreiging van bijvoorbeeld lichamelijk geweld geen reden om aan de bel te trekken?
 
Hoezeer je zijn gedrag ook afkeurt, een voorstel tot royement vraagt om meer zorgvuldigheid. Er zou tenminste eigen onderzoek aan vooraf moeten gaan. Daarin zou naar goed journalistiek gebruik ook sprake moeten zijn van hoor en wederhoor.
 
Het lastige is dat de reglementen van de NVJ daar weinig houvast bij bieden. Op grond van welke procedure en criteria kun je overgaan tot uitsluiting? Hoe voorkom je willekeur?
Een precedent is het royement van Micha Kat in 2011, nadat een rechtbank hem had veroordeeld wegens een doodsbedreiging aan het adres van Telegraaf-journalist Bart Mos. Maar dat lijkt me van een andere orde dan schending van het beroepsgeheim.
 
De NVJ wil meer zijn dan een vakbond. Zij wil volgens de statuten ook ‘de naleving van journalistieke gedragsregels’ en ‘bezinning op de geestelijke ethische aspecten van de journalistiek’ bevorderen. Mooi, maar dat is nog iets anders dan het voorschrijven van beroepscodes waaraan de leden zich dienen te houden op straffe van royement.
 
Wie dat wil veranderen, moet rekening houden met voortdurende twisten over de vraag wie deugt en wie niet deugt, wie mag blijven en wie niet.  Het kunnen misschien opwindende vergaderingen worden (‘Wat? Werk jij niet mee met de Raad voor de Journalistiek? Eruit!’) maar het lijkt me op gespannen voet te staan met het uitgangspunt dat het journalisten binnen de wet vrij staat hun eigen mores te voeren.

Overigens, een detail: het lidmaatschap van de NVJ staat ook open voor voorlichters, inclusief van de AIVD.

Tenslotte, is het kies om iemand te royeren op het moment dat hij, door grove nalatigheid van de inlichtingendienst, mogelijk ernstig gevaar loopt? Zou een vereniging, in plaats van uitsluiten, dan niet eerder de gelederen rondom hem moeten sluiten? Wat hem ook valt te verwijten, je blijft met je poten van onze collega af.
  
Frits van Exter is voorzitter van de Raad voor de Journalistiek (en lid van de NVJ), maar heeft geen stem in de beoordeling van klachten. Hij verwoordt slechts zijn eigen mening. 

Reacties

Nog geen reacties



Wij stellen prijs op een pluriform debat, uw reactie is daarom van harte welkom. Wel hanteren wij een aantal spelregels:

  1. Wij modereren alle reacties vóór publicatie. Daarom kan het soms even duren voordat uw reactie wordt geplaatst. Onbeduidende correcties – zoals taalkundige aanpassingen – leggen we níet eerst aan u voor, ingrijpende wijzigingen wél.
  2. Onderteken uw reactie met uw echte voor- en achternaam en houd u er rekening mee dat uw reactie tot in lengte van dagen op internet toegankelijk blijft. Verzoeken tot verwijdering van eigen bijdragen honoreren wij in principe niet. Dat geldt ook voor het anonimiseren van uw naam.
  3. Houd het beknopt, zakelijk en blijf bij het onderwerp. Reageert u op een andere reageerder, maak dat dan duidelijk in uw bericht (bijvoorbeeld met @naam).
  4. Houd het beschaafd. Reacties die discriminerende uitlatingen, beledigingen of scheldwoorden bevatten, worden niet geplaatst. Dit geldt ook voor reacties die oproepen tot geweld of provoceren.
  5. Het is de bedoeling dat uw reactie de discussie bevordert. Steeds weer hameren op hetzelfde punt heeft geen zin, tenzij met nieuwe argumenten.

Reacties die niet aan deze spelregels voldoen, worden niet geplaatst. Bent u van mening dat een bepaalde reactie van een ander verwijderd moet worden, stelt u ons daarvan dan op de hoogte via raad@rvdj.nl.

Laat een reactie achter
  • Wordt niet openbaar gemaakt