De journalistiek kan zichzelf het beste beschermen

door Frits van Exter

Frits van Exter

Voorzitter Raad voor de Journalistiek

Unesco organiseerde onlangs een debat rond de vraag of de Nederlandse journalistiek bescherming verdient. Menigeen zal zich er over verbazen dat de VN-organisatie deze vraag hier aan de orde stelt. Worden we bedreigd dan? Dat is toch meer iets voor Soedan, Myanmar, Yemen, Azerbeidzjan of Turkije. Op de bekende lijstjes over persvrijheid in de wereld prijkt Nederland altijd gerieflijk bovenaan met de Scandinavische landen. Je zou zeggen: niets om je druk over te maken. Unesco kan zich hier beter concentreren op het werelderfgoed, zoals het behoud van de Waddenzee of de Molens van Kinderdijk.


Toch is de vraag terecht, ook in Nederland. Reporters Without Borders en Freedom House signaleren in hun laatste rapporten toenemende druk op de persvrijheid, ook in Europa, in onze wereld. Er is sprake van ‘erosie’: een gestage uitholling, door verschillende politieke, economische, sociale en technologische ontwikkelingen, waar ook wij mee te maken hebben.

Om te beginnen is het klassieke verdienmodel van de journalistiek failliet. Vele redacties en directies sleutelen aan nieuwe modellen. Sommige hebben succes, maar zij weten het afgaande tij nog niet afdoende te keren.
Intussen krimpt het aantal onafhankelijke, professionele journalisten. Redacties worden gesaneerd en meer journalisten verliezen hun baan. De volhouders staan onder enorme druk om continu ‘content’ te produceren, om over het moeizame bestaan van de meeste freelancers nog maar te zwijgen. Dit doet iets met de kwaliteit, allereerst in de regio’s.
Bovendien wordt er een voortdurende bezuinigingsdruk uitgeoefend op de publieke omroep. Den Haag weet goed lippendienst te bewijzen aan de rol van een vrije pers in de democratie, maar blijkt slecht in staat daarnaar te handelen.

Het ware verdienmodel zit in de handel in data, maar de media hebben die boot gemist. Wij, het publiek, dragen onze data over aan de grote platforms zoals Google en Facebook.
Daarbij komt dat het leger ‘desinformanten’ groeit: lui die om politieke en/of commerciële redenen flauwekul – vermomd als informatie – verkopen.

Er gaapt een kloof tussen de journalistiek en degenen die zich niet herkennen in de media. Dat ondermijnt het nodige vertrouwen. De kruistocht van Trump tegen ‘de fakenews media’ blijkt aanstekelijk voor populistische leiders in de gehele wereld, ook in Nederland. De negatieve framing van de journalistiek werkt.
Redacties staan onder groeiende juridische druk van assertieve partijen die niet blij zijn met kritische aandacht. Dat houdt het risico van zelfcensuur in. En nog erger is dat collega’s ook fysiek bedreigd worden door criminelen.

Dit is de neerwaartse druk, de erosie, waar wij mee te maken hebben. En ook, of juist omdát wij zo hoog in die wereldwijde persvrijheidslijstjes staan, moeten wij daar weerstand tegen bieden. Zorgen dat de lat hoog blijft. Maar het glas is gelukkig niet leeg, het is halfvol. Er zijn veel ontwikkelingen waar je blij mee kunt zijn.

Zo is er meer focus op onderzoeksjournalistiek. Oude en nieuwe media timmeren aan de weg met onthullende producties. Meer media werken daarbij samen, ook internationaal.
Er druppelt via verschillende fondsen ook meer geld naar ondersteuning van de journalistiek, met name regionaal en lokaal.

Verder zoeken redacties een nieuwe, tweezijdige relatie met een geïnteresseerd en mondig publiek.
Media tonen zich ook bewuster van hun publieke taak. Zij zijn transparanter, leggen beter verantwoording af, waardoor vertrouwen kan toenemen.
Bovendien maken journalisten zich meester van nieuwe technologieën om feiten op te diepen en om hun verhalen anders, beter te vertellen aan meer mensen.

‘Nepnieuws’ is in zekere zin een wat misleidende term en een hype, maar het leidt er wel toe dat het belang van goede, onafhankelijke journalistiek op de agenda staat. De druk op regulering van de grote platforms en de bestrijding van desinformatie neemt toe.

Het is geen volledige opsomming, maar ‘het laatste nieuws’ is zowel slecht als goed.
Rest de vraag of de journalistiek bescherming verdient. Is de journalistiek een kwetsbaar natuurgebied als de Waddenzee of een uniek historisch erfgoed als de molens aan de Kinderdijk?

Er is veel te zeggen voor betere bescherming, met name in het scheppen van voorwaarden voor media om hun werk te doen.
Maar het goede nieuws bewijst dat de journalistiek zichzelf het beste kan beschermen. Minder tobben in zaaltjes over de toekomst van de journalistiek – dat hebben we de afgelopen jaren wel genoeg gedaan – en meer doen.

De journalistiek moet telkens weer bewijzen, hoe leuk en nuttig het is om je goed te informeren over wat van belang is in de samenleving. Daar gaat het om.

Frits van Exter is  voorzitter van de Raad voor de Journalistiek, maar heeft geen stem in de beoordeling van klachten. Hij verwoordt slechts zijn eigen mening.
Deze tekst is een bewerkte versie van zijn gesproken bijdrage voor het op 12 september jl. gehouden Unesco-debat ‘Het laatste nieuws - Verdient de Nederlandse journalistiek bescherming?’

Reacties

Nog geen reacties



Wij stellen prijs op een pluriform debat, uw reactie is daarom van harte welkom. Wel hanteren wij een aantal spelregels:

  1. Wij modereren alle reacties vóór publicatie. Daarom kan het soms even duren voordat uw reactie wordt geplaatst. Onbeduidende correcties – zoals taalkundige aanpassingen – leggen we níet eerst aan u voor, ingrijpende wijzigingen wél.
  2. Onderteken uw reactie met uw echte voor- en achternaam en houd u er rekening mee dat uw reactie tot in lengte van dagen op internet toegankelijk blijft. Verzoeken tot verwijdering van eigen bijdragen honoreren wij in principe niet. Dat geldt ook voor het anonimiseren van uw naam.
  3. Houd het beknopt, zakelijk en blijf bij het onderwerp. Reageert u op een andere reageerder, maak dat dan duidelijk in uw bericht (bijvoorbeeld met @naam).
  4. Houd het beschaafd. Reacties die discriminerende uitlatingen, beledigingen of scheldwoorden bevatten, worden niet geplaatst. Dit geldt ook voor reacties die oproepen tot geweld of provoceren.
  5. Het is de bedoeling dat uw reactie de discussie bevordert. Steeds weer hameren op hetzelfde punt heeft geen zin, tenzij met nieuwe argumenten.

Reacties die niet aan deze spelregels voldoen, worden niet geplaatst. Bent u van mening dat een bepaalde reactie van een ander verwijderd moet worden, stelt u ons daarvan dan op de hoogte via raad@rvdj.nl.

Laat een reactie achter
  • Wordt niet openbaar gemaakt