2019/40 zorgvuldig

Samenvatting

A. Stoffelen, C. de Vries en P. Remarque (de Volkskrant) hebben in het artikel “Zo gemakkelijk worden kwetsbare ouderen financieel gebruikt” met de bovenkop “Financieel misbruik ouderen” op journalistiek zorgvuldige wijze aandacht besteed aan een familiekwestie waarbij klager is betrokken. Klager heeft meegewerkt aan een interview over de ‘ontvoering’ van zijn moeder om haar gedwongen opname te voorkomen, waarin hij zelf de financiële perikelen van de kwestie aan de orde heeft gesteld. Bovendien wist hij dat Stoffelen ook andere partijen wilde horen. Klager had er daarom op bedacht kunnen en moeten zijn dat in de publicatie (mede) aandacht zou worden besteed aan die financiële perikelen, waarbij onwelgevallige uitlatingen over hem zouden worden gedaan. De Volkskrant behoefde klager niet opnieuw om toestemming voor publicatie te vragen. In de publicatie is duidelijk de visie van klager opgenomen en hij heeft het conceptartikel vooraf ter inzage ontvangen. Er is geen sprake van zodanig onjuiste en/of onvolledige berichtgeving, dat daardoor een vertekend beeld of onzorgvuldige weergave van de kwestie is gegeven. De verwijzing naar de nationaliteit van de echtgenote van klager is niet nodeloos grievend. Verder is van belang dat ter aanduiding van de betrokkenen, onder wie klager, gefingeerde namen zijn gebruikt. Het is onvoldoende aannemelijk dat klager voor het grote publiek identificeerbaar is geworden.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

X

tegen

A. Stoffelen, C. de Vries en P. Remarque, hoofdredacteur van de Volkskrant

De heer X te […] (klager) heeft op 16 maart 2019 een klacht ingediend tegen mevrouw A. Stoffelen, mevrouw C. de Vries en de heer P. Remarque, hoofdredacteur van de Volkskrant (hierna gezamenlijk: de Volkskrant). Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie van klager en De Vries, managing editor, betrokken van 21 maart 2019 en van 8 en 21 april 2019.

De klacht is behandeld op de zitting van de Raad op 26 april 2019. Klager is daar verschenen, vergezeld door de heer Y. Van de zijde van de Volkskrant waren Stoffelen, De Vries en de heer E. Meuleman, chef verslaggeverij, aanwezig.

FEITEN

Op 1 maart 2019 is op de website van de Volkskrant een artikel verschenen van de hand van Stoffelen met de kop “Zo gemakkelijk worden kwetsbare ouderen financieel gebruikt” en de bovenkop “Financieel misbruik ouderen”. De intro van het artikel luidt:
“De zoon van Aly Kok ging bij zijn bejaarde, dementerende moeder wonen en probeerde het beheer van haar financiën te krijgen – volgens haar andere kinderen en hulpverleners. Het uitbuiten van ouderen is moeilijk te bewijzen of tegen te gaan.”
Verder bevat het artikel onder meer de volgende passsages:
“Drie verdachten gearresteerd op verdenking van wederrechtelijke vrijheidsberoving van een vrouw: de piketadvocaat denkt op 31 januari aanvankelijk dat het een zaak van gedwongen prostitutie is waarvoor hij ’s avonds laat naar het politiebureau in Zaandijk wordt geroepen. Blijkt het slachtoffer van de ‘ontvoering’ een 89-jarige dementerende vrouw. De drie verdachten – haar inwonende zoon Henk met zijn vrouw en de kennis bij wie ze zich hebben verstopt – willen Aly Kok behoeden voor een gedwongen opname in het verpleeghuis.”
en
“Reuring in het doorgaans zo stille dorp. Een paar dagen nadat hij is vrijgelaten, doet zoon Henk (60) zijn verhaal in het witte huis waar hij met zijn moeder woonde. Hij herhaalt wat hij eerder al in meerdere artikelen in het Noordhollands Dagblad vertelde: het is een schande dat zijn oude moeder op deze manier uit huis is gehaald. Terwijl hij en zijn vrouw haar met zoveel liefde thuis verzorgden. ‘Een opname is niet nodig, dat wil mijn moeder ook helemaal niet. Mijn broer en zus kunnen het gewoon niet hebben dat ik drie jaar geleden bij haar ben ingetrokken. Daarom maken ze mij uit voor rotte vis.’
Henk besluit in 2015 na een jarenlang verblijf in Thailand terug te keren naar Nederland. ‘Mijn moeder heeft in 2013 een hersenbloeding gehad, waarbij ze hersenschade heeft opgelopen. Het ging minder goed met haar, dus toen ben ik teruggekomen en bij haar ingetrokken.’ Zijn Thaise echtgenote is inmiddels ook in de Noord-Hollandse polder neergestreken.”
en
“Van financiële uitbuiting kan helemaal geen sprake zijn, zegt Henk. ‘Er is toch een bewindvoerder die het geld beheert? Het zou toch gek zijn als ik mijn moeder dan financieel kan uitbuiten?’ Zijn broer Berend: ‘Je zult mij het woord uitbuiting niet in de mond horen nemen. Maar ik zie wel een rode draad de afgelopen jaren: dat mijn broer steeds heeft geprobeerd als bewindvoerder de controle over de financiën van mijn moeder te verkrijgen.’”
Aan het eind van de publicatie is het volgende vermeld:
“De namen van mevrouw Kok en haar familieleden zijn gefingeerd, om haar privacy te beschermen.  De dochter van Aly Kok wil niet geïnterviewd worden, maar laat weten dat zij het relaas van haar broer Berend ondersteunt. Astrid Lakeman, de curator (en eerder bewindvoerder) van Aly Kok, kan vanwege de privacy van haar cliënt niet reageren.”
Klager is de in het artikel bedoelde ‘zoon Henk’.

Voorafgaand aan de publicatie hebben partijen met elkaar gecorrespondeerd. Nadat klager het artikel voor de eerste keer ter inzage had ontvangen, heeft Stoffelen hem op 28 februari 2019 een aangepaste versie gestuurd met de volgende begeleidende tekst:
“Bij deze stuur ik het aangepaste artikel toe. De publicatie was even uitgesteld, maar staat nu gepland voor komende zaterdag 2 maart. Er zijn nog een aantal dingen gewijzigd ten opzichte van de vorige versie. Het leek me goed om je in elk geval vooraf op de hoogte te brengen van wat er in de krant komt. Ik heb het stuk gebaseerd op de documentatie die ik heb ingezien, met name ook de uitspraken van rechtbank en gerechtshof. De informatie die je hebt nagestuurd veranderde dat beeld niet wezenlijk.”
Hierop heeft klager diezelfde dag gereageerd als volgt:
“Je weet of behoort te weten dat veel van de beweringen over mij niet waar zijn. De naar mij geuite beschuldigingen schaden mij en als er wordt gepubliceerd, zal ik aangifte doen. Met de publicatie zal ook het door de rechtbank gestarte mediation traject worden geschaad, waarvoor ik je aansprakelijk zal houden. Ik kan niet instemmen met publicatie.”

Vervolgens heeft op 1 maart 2019 klagers raadsman het volgende aan de Volkskrant bericht:
“Tot mij heeft zich gewend de heer [X] ter zake het navolgende. De inhoud van het artikel dat u op 2 maart 2019 wilt plaatsen is suggestief, bevat onjuistheden en beschadigt de eer en goede naam van cliënt. Publicatie levert daarom jegens cliënt een onrechtmatige daad op.
Ik moge u daarom dringend verzoeken, en zo nodig bent u hierdoor gesommeerd, om mij hedenmiddag om uiterlijk 13:00 uur, schriftelijk te bevestigen dat u het artikel niet zult plaatsen.
Als u toch tot publicatie overgaat, dan zal cliënt de schade die hij zal lijden als gevolg van de (onrechtmatige) publicatie op u verhalen. Ten overvloede merk ik op dat er vanuit de rechtbank een mediationtraject is opgestart, waaraan zowel de curator als cliënt deelnemen. Het artikel zal de verhoudingen onnodig op scherp zetten en levert geen enkele bijdrage aan een oplossing in deze kwestie.”
Daarop heeft De Vries dezelfde dag geantwoord:
“We hebben uw mail in goede orde ontvangen. Wij zijn het niet met u eens dat het artikel onzorgvuldig en suggestief is, dus wij geven geen gehoor aan uw sommatie. Het artikel wordt morgen gepubliceerd. Echter, wij willen wel tegemoet komen aan de bezwaren, door het artikel te anonimiseren zodat uw cliënt en zijn familieleden niet identificeerbaar zijn.”

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager voert – samengevat – het volgende aan. Het artikel bevat onjuistheden en stelt hem ten onrechte in een kwaad daglicht. Klager maakt vooral bezwaar tegen de suggestie dat hij zijn moeder financieel misbruikt. De Volkskrant heeft een podium geboden aan zijn familieleden. De door hen en de curator geuite beschuldigingen zijn zonder nauwgezet onderzoek kritiekloos overgenomen dan wel uit hun verband gehaald. Voorafgaand aan de publicatie heeft hij de krant op aantoonbare onwaarheden gewezen, maar die zijn niet gecorrigeerd. Verder ervaart klager de onnodige verwijzingen naar gedwongen prostitutie en de Thaise nationaliteit van zijn echtgenote als schofferend en suggestief.
Daarbij komt dat het artikel zoveel details bevat en overeenkomsten vertoont met de actuele publicaties in het Noordhollands Dagblad, dat hij – ondanks het gebruik van gefingeerde namen – identificeerbaar is. Hij is veelvuldig op het artikel aangesproken.
Hij is misleid door Stoffelen in haar interviewverzoek, waarbij ze liet weten dat ze wilde publiceren over uithuisplaatsing van ouderen terwijl goede thuiszorg beschikbaar is. In plaats daarvan is het interview – zonder zijn medeweten en toestemming – gebruikt in het kader van ‘financieel misbruik van ouderen’, terwijl hiervan helemaal geen sprake is in zijn familiekwestie. Toen hij het eerste concept ter inzage ontving, zag hij dat de insteek van de publicatie was gewijzigd en heeft hij gelijk laten weten dat hij daarmee niet instemde.

De Volkskrant stelt hier – eveneens samengevat – het volgende tegenover. De aandacht van Stoffelen werd getrokken door artikelen in het Noordhollands Dagblad, waarin werd beschreven hoe klager zijn moeder had ‘ontvoerd’ om haar gedwongen opname te voorkomen. Omdat zij hier meer van wilde weten maakte zij een afspraak met klager, die gedetailleerd zijn verhaal heeft verteld. Dat kwam erop neer dat de instanties en zijn overige familieleden er niet mee instemden dat hij en zijn vrouw de zorg voor zijn moeder op zich zouden nemen. Klager lichtte desgevraagd toe dat hij al lange tijd ruzie heeft met vooral zijn broer en dat hij door zijn broer en zus ervan werd beticht op het geld van zijn moeder uit te zijn. Stoffelen heeft duidelijk gemaakt dat zij ook andere partijen wilde spreken, waarop klager haar de telefoonnummers van zijn broer en zus heeft gegeven. Vervolgens heeft de broer van klager zijn kant van het verhaal verteld. De zus van klager schaarde zich achter dat verhaal, dat inhield dat klager het moeilijk maakte om contact met hun moeder te onderhouden en steeds probeerde zeggenschap te krijgen over hun moeders financiën. Stoffelen is niet zomaar uitgegaan van het verhaal van de broer van klager; een reeks officiële documenten ondersteunde die versie van de gebeurtenissen. Het onderwerp ging daarom een andere kant op dan oorspronkelijk het uitgangspunt was. Stoffelen had vaker gehoord dat dementerende ouderen kwetsbaar zijn voor financiële uitbuiting, ook in hun eigen sociale kring, en heeft vervolgens gesproken met deskundigen op dit gebied. Zij vonden de gang van zaken typerend voor hoe een poging tot financieel misbruik kan gaan. Daarom heeft zij besloten dat dát de insteek van het artikel zou worden. Financiële uitbuiting van ouderen is een ernstige misstand en een artikel daarover levert een bijdrage aan het maatschappelijke debat over dit onderwerp.
Het onderzoek van Stoffelen is het gevolg van een niet-vooringenomen journalistieke houding. Zij had van te voren geen toezeggingen gedaan aan klager over de aard en inhoud van de publicatie. Van misleiding van klager is geen sprake. Het artikel is zoveel mogelijk gebaseerd op de feiten zoals deze blijken uit de uitspraken van de rechtbank en andere officiële stukken. De vermelding van de Thaise nationaliteit van de echtgenote van klager geeft helderheid over een later verblijf van klager in Thailand, waar ook de moeder van klager enige maanden verbleef.
Stoffelen heeft gedegen onderzoek verricht en uitgebreid hoor en wederhoor toegepast. Klager heeft niet aangetoond dat gepresenteerde feiten niet kloppen. Dat hij ontkent de intentie te hebben gehad misbruik te maken van zijn moeders financiën, is weergegeven in het artikel. Hij heeft vooraf inzage gehad in het volledige artikel en vervolgens geprobeerd publicatie te voorkomen. Op de zitting heeft de krant desgevraagd erkend dat klager na de ontvangst van het eerste conceptartikel heeft laten weten dat hij niet instemde met de gewijzigde insteek van de publicatie.
Uiteindelijk is besloten tot anonimisering, mede ter bescherming van de privacy van klagers moeder, die zelf niet meer over publicatie kan beslissen. Bovendien wordt een groter verhaal verteld – over de kwetsbare positie van ouderen en hun vatbaarheid voor financiële uitbuiting – waarvoor het niet nodig was de hoofdpersonen met naam en toenaam te noemen. Klager is hierdoor voldoende onherkenbaar.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Kern van de klacht is dat het interview met klager is gebruikt in een gewijzigde context zonder dat hij daarvoor toestemming heeft gegeven.

Uitgangpunt is dat citaten uit interviews niet mogen worden gebruikt in een andere context dan de geïnterviewde mocht verwachten, gelet op wat hem door de journalist werd meegedeeld. Wanneer de aard of de inhoud van de publicatie in de loop van het redactieproces zodanig worden gewijzigd, dat niet meer wordt voldaan aan wat de geïnterviewde redelijkerwijs mocht verwachten, moet hem of haar opnieuw om toestemming voor publicatie worden gevraagd.

Niet ter discussie staat dat Stoffelen klager heeft benaderd voor een interview over de ‘ontvoering’ van zijn moeder om haar gedwongen opname te voorkomen. Klager heeft in dat kader ingestemd met een gesprek en aan Stoffelen zijn verhaal gedaan.

Volgens de Volkskrant heeft klager vervolgens in het interview, op de vraag waarom zijn familieleden niet willen dat hij en zijn vrouw de zorg voor zijn moeder op zich nemen, geantwoord dat zij hem ervan betichten op het geld van zijn moeder uit te zijn. Klager heeft dit niet weersproken, zodat de Raad ervan uitgaat dat klager deze mededeling inderdaad aan de Volkskrant heeft gedaan. Hieruit volgt dat klager dus reeds ten tijde van het interview erop bedacht had kunnen en moeten zijn, dat in de publicatie (mede) aandacht zou worden besteed aan de financiële perikelen van de kwestie.
Aangezien Stoffelen had meegedeeld dat ze ook andere partijen wilde horen en klager daarom de gegevens van zijn broer en zus aan haar had verstrekt, had hij bovendien op dat moment kunnen weten dat zijn familieleden daarover – voor hem: onwelgevallige – uitlatingen zouden doen.

Gezien het voorgaande is in dit geval geen sprake van een wijziging van de inhoud van de publicatie, waardoor niet meer is voldaan aan wat klager – reeds tijdens het interview – redelijkerwijs mocht verwachten. De Volkskrant had klager dus niet opnieuw om toestemming voor publicatie hoeven vragen.

Daarbij komt dat in de publicatie duidelijk de visie van klager is opgenomen en hij het conceptartikel vooraf ter inzage heeft ontvangen. Klager heeft nog aangevoerd dat door hem aangetoonde feitelijke onjuistheden ten onrechte niet zijn gecorrigeerd. Hij heeft echter niet aannemelijk gemaakt dat de berichtgeving zodanig onjuist en/of onvolledig is, dat daardoor een vertekend beeld of onzorgvuldige weergave van de kwestie is gegeven.
De verwijzing naar de Thaise nationaliteit van de echtgenote van de klager is – bezien in de context van het artikel – journalistiek relevant en niet nodeloos grievend.

Verder is van belang dat ter aanduiding van de betrokkenen, onder wie klager, gefingeerde namen zijn gebruikt. Het is onvoldoende aannemelijk dat klager voor het grote publiek identificeerbaar is geworden. Dat klager, zoals hij stelt, veelvuldig op de publicatie is aangesproken, is daartoe onvoldoende.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat A. Stoffelen, C. de Vries en P. Remarque, hoofdredacteur van de Volkskrant, journalistiek zorgvuldig hebben gehandeld.

Relevante punten uit de Leidraad van de Raad: A., C. en C.1

CONCLUSIE

A. Stoffelen, C. de Vries en P. Remarque (de Volkskrant) hebben journalistiek zorgvuldig gehandeld.

Zo vastgesteld door de Raad op 22 augustus 2019 door mw. mr. J.W. Bockwinkel, voorzitter, L.C. Hauben, mw. L.M. van de Langenberg MSc, A. Olgun en mw. A. Pruis, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.