2019/39 zorgvuldig

Samenvatting

De Gelderlander heeft in het artikel “De enorme impact van een ongeval: ‘Voor hem een taakstraf, voor ons levenslang’” aandacht besteed aan een ongeluk waarbij klager, zijn ex-vrouw en hun twee minderjarige kinderen zijn betrokken. Het artikel bevat het verhaal van de ex-schoonmoeder van klager, die voorafgaand aan de publicatie de moeder van de kinderen daarbij heeft betrokken. De krant heeft dan ook niet journalistiek onzorgvuldig gehandeld door het artikel te publiceren zonder de toestemming van klager en daarin de namen van de kinderen alsmede hun medische toestand te vermelden. De door klager gestelde feitelijke onjuistheden zijn als citaten toegeschreven aan zijn ex-schoonmoeder. Het artikel bevat geen beschuldigingen aan het adres van klager. Op dit punt is evenmin journalistiek onzorgvuldig gehandeld. Dit wordt niet anders wanneer een nauwe band tussen de journaliste en de ex-schoonfamilie van klager zou bestaan, zoals klager stelt maar de Raad niet kan vaststellen.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

X

tegen

de hoofdredacteur van de Gelderlander

De heer X te […] (klager) heeft op 27 maart 2019 een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van de Gelderlander. Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie van klager en de heer P. Jansen, hoofdredacteur, betrokken van 7 en 18 april 2019.

De klacht is behandeld op de zitting van de Raad op 26 april 2019. Klager is daar verschenen, vergezeld door zijn partner, die het standpunt van klager heeft toegelicht aan de hand van een notitie. Ook de heer Jansen was aanwezig.

FEITEN

Op 3 maart 2019 is op de website van de Gelderlander een artikel verschenen met de kop “De enorme impact van een ongeval: ‘Voor hem een taakstraf, voor ons levenslang’”. De intro van het artikel luidt:
“Zondagmiddag 22 mei 2016 start voor de 50-jarige [Y] uit […] chaotisch. Ze schrikt als een fles wasmiddel plots valt en het goedje een spoor achterlaat. Balend maakt ze de vloertegels schoon. Niet lang daarna belt haar oudste dochter. ,,Ze brengt in tranen drie woorden uit: mam, [Z], ongeluk!””
Het artikel behelst een interview met de ex-schoonmoeder van klager en gaat over een ongeluk waarbij klager, zijn ex-vrouw en hun twee minderjarige kinderen zijn betrokken.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager voert – samengevat – het volgende aan. Het artikel is zonder zijn toestemming gepubliceerd. Hij heeft samen met zijn ex-vrouw het tweehoofdig gezag, maar de kinderen zijn aan hem toegewezen en hij voedt ze doordeweeks op. Zijn ex-vrouw heeft hem laten weten dat zij evenmin toestemming voor het artikel heeft gegeven.
De privacywetgeving is geschonden: zowel de namen van zijn kinderen als medische gegevens over hen zijn in het artikel vermeld. Gefingeerde namen hadden niets afgedaan aan het verhaal.
Verder trekt klager de onafhankelijkheid van de journaliste in twijfel, omdat zij een vriendin is van zijn ex-schoonzus en op de hoogte is van de moeilijke gezinssituatie.
Klager licht toe dat het ernstige ongeluk veel impact heeft (gehad) op de hele familie en tot op de dag van vandaag hevige emoties bij hem oproept. Hij acht het zijn plicht als vader om te voorkomen dat publicaties over zijn kinderen verschijnen die tot in lengte van dagen op het internet blijven staan, zonder dat zij daar invloed op hebben. Daarbij bevat het artikel diverse onjuistheden. Zo is de langdurige zorg voor zijn ex-vrouw volgens klager door hem gedaan, maar staat in het artikel dat het door anderen werd gedaan. Zijn kinderen lezen dit later als feiten en zouden daardoor in een loyaliteitsconflict kunnen komen. Daarom heeft klager de klacht ingediend: hij wil later aan zijn kinderen kunnen laten zien dat hij het niet eens is met de manier waarop het artikel tot stand is gekomen. Hij wenst dat het artikel van internet wordt gehaald of op zijn minst wordt geanonimiseerd.

De Gelderlander stelt hier – eveneens samengevat – het volgende tegenover. Er is een aantal keer over het ongeval gepubliceerd. De rechtszaak resulteerde aanvankelijk in een gevangenisstraf voor de veroorzaker van het ongeluk, maar die straf werd in hoger beroep omgezet in een taakstraf. Dit leidde tot grote verontwaardiging bij de betrokkenen en werd ook breder in de maatschappij niet begrepen. De impact van het ongeluk en het onbegrip over de sanctie die aan de veroorzaker werd opgelegd, waren reden om er een artikel aan te wijden. De publicatie betreft het persoonlijke verhaal van de oma en daarvoor is geen toestemming van klager of een andere derde vereist. De grootmoeder heeft het artikel voor publicatie nog wel voorgelegd aan haar dochter, de moeder van de kinderen.
Er is een afweging gemaakt tussen de privacy van betrokkenen en de vrijheid van meningsuiting van de krant, waarbij alle omstandigheden van het geval in ogenschouw zijn genomen. Het belang om te publiceren is evident. De Gelderlander wijst erop dat tijdens de openbare rechtszaken ook de letsels van de betrokkenen aan de orde zijn geweest. De krant wil zo volledig mogelijk over de kwestie berichten en als regionaal medium de zaak zo dicht mogelijk bij de lezer brengen. Daarbij komt dat velen in de regio weten wie bij het ongeluk zijn betrokken, zodat geen aanleiding bestond de namen van de kinderen níet te vermelden. Bovendien veronderstelde de redactie dat zij niemand in een lastig parket zou brengen omdat zowel de oma als de moeder van de kinderen instemde met naamsvermelding. Desgevraagd ter zitting zegt Jansen dat hij wel bereid is om bij uitzondering te bezien of het artikel alsnog kan worden geanonimiseerd, als dat het grootste pijnpunt is van klager.
Van een vriendschap tussen de journaliste en de ex-schoonfamilie van klager is geen sprake. Het was vooraf bekend dat de journaliste de privésituatie van de betrokkenen kent, maar dat was geen reden haar objectiviteit in twijfel te trekken. Het heeft haar journalistieke keuzes niet beïnvloed.
Ten slotte benadrukt de krant dat zij zich realiseert wat voor impact het ongeval heeft gehad op klager en zijn naasten. Maar juist die impact, in combinatie met het gevoel van onrechtvaardigheid en onbegrip over de justitiële uitspraak, rechtvaardigt de publicatie.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad stelt voorop dat hij niet de rechtmatigheid van een journalistieke gedraging beoordeelt. Een dergelijke toetsing is voorbehouden aan de rechter. Het is dan ook niet aan de Raad om te toetsen of sprake is van schending van privacywetgeving.

Verder overweegt de Raad dat de journalist vrij is in zijn selectie van nieuws. Het is aan de journalist om te bepalen vanuit welke invalshoek(en) een onderwerp wordt belicht en in welke context het bericht wordt gebracht.

Dat neemt echter niet weg dat de journalist het belang dat met een publicatie is gediend moet afwegen tegen de belangen die eventueel door de publicatie worden geschaad. Bovendien dient de journalist rekening te houden met de bijzondere kwetsbaarheid van bepaalde groepen, zoals minderjarigen.

In dit geval is van doorslaggevend belang dat het artikel duidelijk het verhaal van de ex-schoonmoeder van klager bevat, die volgens de krant voorafgaand aan de publicatie de moeder van de kinderen daarbij heeft betrokken. Klager heeft niet gesteld, en dit blijkt ook overigens niet, dat de moeder – die met klager het gezamenlijk gezag over de kinderen uitoefent – tegen het interview met de schoonmoeder en de publicatie ervan vooraf bezwaar heeft gemaakt bij de journalist.
Onder deze omstandigheden heeft de krant niet journalistiek onzorgvuldig gehandeld door het artikel te publiceren zonder de toestemming van klager en daarin de namen van de kinderen alsmede hun medische toestand te vermelden.

De Raad constateert verder dat de door klager gestelde feitelijke onjuistheden als citaten zijn toegeschreven aan de ex-schoonmoeder van klager. Hoewel voorstelbaar is dat klager hierdoor pijnlijk is getroffen, heeft de krant ook hiermee niet onzorgvuldig gehandeld. Daarbij weegt mee dat de publicatie geen beschuldigingen aan het adres van klager bevat.

Ten slotte meent de Raad dat ook wanneer een nauwe band tussen de journaliste en de ex-schoonfamilie van klager zou bestaan, zoals klager stelt maar de Raad niet kan vaststellen, dit op zichzelf onvoldoende aanleiding vormt voor het oordeel dat journalistiek onzorgvuldig is gehandeld. Er is namelijk niet op zodanig subjectieve wijze over de kwestie bericht, dat daarmee de belangen van klager onnodig zijn geschaad.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de Gelderlander journalistiek zorgvuldig heeft gehandeld.

Ten overvloede merkt de Raad op dat het de krant zou hebben gesierd als zij – gezien de gevoeligheid van de kwestie – met meer empathie op de klacht had gereageerd.

Relevante punten uit de Leidraad van de Raad: A. en C.1

CONCLUSIE

De Gelderlander heeft journalistiek zorgvuldig gehandeld.

Zo vastgesteld door de Raad op 20 augustus 2019 door mw. mr. J.W. Bockwinkel, voorzitter, L.C. Hauben, mw. L.M. van de Langenberg MSc, A. Olgun en mw. A. Pruis, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.