2019/29 onzorgvuldig

Samenvatting

Het Barendrechts Dagblad heeft in de column “CDA royaal met uw belastingcenten” aandacht besteed aan een door de heer J. Lengkeek (klager) namens het CDA Barendrecht ingediende motie en de behandeling daarvan tijdens een gemeenteraadsvergadering. Uitgangspunt is dat columnisten vrij zijn om hun mening te geven over gebeurtenissen en personen. Klager heeft aannemelijk gemaakt dat de weergegeven interpretatie van (de gang van zaken rond) zijn motie geen recht doet aan de feiten. Gezien de stelligheid van de in column vervatte beweringen, had het Barendrechts Dagblad serieus behoren in te gaan op de gemotiveerde bezwaren van klager.
Daarbij komt dat sinds 1 november 2013 (hoofd)redacties als eerste lijn fungeren in de afhandeling van klachten en klagers verplicht zijn hun bezwaren eerst aan het betrokken medium voor te leggen. Dit brengt mee dat hoofdredacties klachten op een zorgvuldige manier moeten afhandelen. Het Barendrechts Dagblad heeft echter in het geheel niet gereageerd.
Dit leidt tot de conclusie dat het Barendrechts Dagblad journalistiek onzorgvuldig heeft gehandeld. De Raad voor de Journalistiek doet de aanbeveling aan het Barendrechts Dagblad om deze conclusie ruimhartig te publiceren.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

J. Lengkeek

tegen

de hoofdredacteur van het Barendrechts Dagblad

De heer J. Lengkeek te Barendrecht (klager) heeft op 4 januari 2019 een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van het Barendrechts Dagblad. Op 8 februari 2019 heeft de heer R. Dons, directeur van Digitaal Dagblad B.V. (uitgever van het Barendrechts Dagblad) telefonisch aan het secretariaat van de Raad meegedeeld dat hij in deze zaak niet schriftelijk wenst te reageren. Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie van klager betrokken van 14 februari 2019.

De klacht is behandeld op de zitting van de Raad van 22 februari 2019 in aanwezigheid van klager. Een van de leden van de Raad was verhinderd. Klager heeft desgevraagd geen bezwaar gemaakt tegen behandeling van de zaak door de voorzitter en overige leden.

DE FEITEN

Op 15 november 2018 verscheen op de website van het Barendrechts Dagblad een column van de hand van Dons met de kop “CDA royaal met uw belastingcenten”. De column luidt verder:
“Er komt een nieuw onderzoek naar de businesscase en naar de samenwerking tussen de partners in Het Kruispunt, het bruisende ontmoetingscentrum van Barendrecht. Het CDA heeft dinsdagavond gesteund door de andere partijen in de coalitie een motie ingediend die het eerdere rapport van BMC, à raison van 34.000 euro, in de papierversnipperaar doet belanden. Het nieuwe onderzoek wordt weer uitbesteed, want bij de gemeente Barendrecht kan het geld blijkbaar niet op.
Of de bibliotheek in Carnisselande volgend jaar open kan blijven, is nog uiterst onzeker. Die komt door het terugtrekken van Albrandswaard nog 179.000 euro te kort, maar dat maakt voor het CDA en de coalitiepartners niet uit. De VVD en de PvdA, de indieners van de vorige motie, waren dinsdagavond tijdens de gemeenteraadsvergadering wel zo slim om deze keer de eer te gunnen aan het CDA. Fractievoorzitter Johan Lengkeek zag zijn kans schoon, ging er eens goed voor zitten en diende met een buitengewone gretigheid de motie in. Hij zei er, met een bezorgd gezicht, bij vooral de financiële cijfers in het rapport van BMC te missen.
De consultancybureaus als Deloitte, KPMG en Berenschot lopen al warm, want zij willen voor een vergelijkbaar bedrag als waarmee BMC saluerend van pret aan de slag ging dit klusje wel klaren. Een paar interviews met de gebruikers in Het Kruispunt, enkele gesprekjes op het gemeentehuis, het inlezen van wat oude raadsverslagen en je bent al een heel eind. Eén advies: je moet niet dezelfde fout maken als Ronald Speld van BMC door geen aantekeningen te maken en te lang te wachten met uitwerken van de interviews, want dan laat het geheugen je in de steek en staat het rapport vol met fouten, verkeerde namen en onjuiste conclusies.
De partners in Het Kruispunt hebben zich al lang van het eerste rapport gedistantieerd en willen zich op een positieve en toekomstgerichte wijze inzetten om het succes van de eerste twee jaar verder uit te bouwen en toe te werken naar een herziening van het businessmodel. Daarvoor is geen duur consultancybureau als Deloitte, KPMG of Berenschot nodig. Die centen kan de gemeente beter besteden aan de activiteiten in Het Kruispunt
De angst van CDA’er Johan Lengkeek over ongeoorloofde subsidiestromen kan ook worden weggenomen door de wethouders Nico Bults en Tanja de Jonge. Met zes wethouders in een college hebben zij daar immers alle tijd voor. De eerste is een prima wethouder financiën en De Jonge heeft cultuur in haar portefeuille, maar is opgeleid tot registeraccountant. Die twee kunnen heel goed de financiële cijfers van de partners in Het Kruispunt doorgronden en dat bespaart de Barendrechtse samenleving toch mooi 34.000 euro. En als zij niet willen, kan ook raadslid Simon Kelder (VVD) het. Excelsior prijst hem nog steeds vanwege zijn eeuwige zuinigheid.
Toch jammer dat het CDA dit niet bedacht heeft!”

HET STANDPUNT VAN KLAGER

Klager stelt – samengevat – dat de column geen recht doet aan de gemeenteraadsvergadering van 13 november 2018 en de motie die hij daar heeft ingediend. Hij licht toe dat de ‘Motie Kruispunt’ was toegevoegd aan de agenda van de gemeenteraad en mede was ondertekend door vijf andere politieke partijen. De column bevat een onjuiste weergave van wat is besproken onder dit agendapunt en suggereert juist het tegenovergestelde van wat is uitgesproken. Hierdoor is ten onrechte het beeld neergezet dat het CDA gemakkelijk omgaat met belastinggeld van burgers, aldus klager. Hij verwijst naar zijn brief aan het Barendrechts Dagblad van 16 november 2018, waarin hij zijn bezwaren gemotiveerd uiteen heeft gezet. Zo is in de motie onder de overwegingen opgenomen dat in de opdracht tot het uitvoeren van het onderzoek – dat voortkomt uit een andere, door PvdA en VVD ingediende, motie – nooit is opgenomen dat dit door een extern bureau moest gebeuren. Dat is echter wel gebeurd, hetgeen heeft geleid tot hoge kosten voor de gemeente. De overweging in de motie van klager was opgenomen juist met het doel dit niet weer door een extern bureau te laten doen. De zinsnede in het artikel “Het nieuwe onderzoek weer wordt uitbesteed (…)” is dan ook feitelijk onjuist. Volgens klager had Dons dit – naar aanleiding van de motie en het debat waarbij hij aanwezig was – moeten kunnen registreren en had hij dit als zodanig moeten weergeven.
Verder maakt klager bezwaar tegen de zinsnede “De angst van CDA’er Johan Lengkeek over ongeoorloofde subsidiestromen (…)”, waarin de mening van Dons ten onrechte als feit is weergegeven. Klager heeft dit nooit zo uitsproken en nimmer zo bedoeld. Naar aanleiding van het debat en de interrupties heeft hij duidelijk gemaakt dat zijn partij positief is over Het Kruispunt en daarmee vooruit wil. De gemeenteraad alsmede elk beëdigd individueel lid daarvan heeft een controlerende taak. Deze taak ziet onder meer op de controle van de wijze waarop gemeenschaps-geld wordt besteed. In de column is een beeld neergezet dat het CDA op zoek is naar ongeoorloofde subsidiestromen terwijl de inzet van klager (namens zijn partij) rechtstreeks gekoppeld kan worden aan de controlerende taak van de gemeenteraad. Klager benadrukt dat de aangenomen motie geen opdracht bevat tot het uitvoeren van een (extern) onderzoek. Zijn partij heeft het college opgeroepen om een opdracht te formuleren voor een onderzoek en die opdracht als voorstel voor te leggen aan de gemeenteraad. Daarbij wil zijn partij juist niet dat dit door een extern bureau gebeurt. Gezien het voorgaande is de kop “CDA royaal met uw belastingcenten”  tendentieus, aldus klager.
Hij voert ten slotte aan dat het Barendrechts Dagblad niet heeft gereageerd op zijn bezwaren, op geen enkele wijze tegemoet is gekomen aan zijn klacht en deze dus niet naar tevredenheid heeft afgedaan.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad stelt voorop dat Dons namens het Barendrechts Dagblad heeft meegedeeld dat hij zich in deze zaak niet wenst te verweren. Van een principiële afwijzing van de Raad is – voorafgaand aan de zitting – op geen enkele manier gebleken. De Raad zal de klacht dan ook inhoudelijk beoordelen op basis van de stukken die hem voorafgaand aan de zitting bekend waren, alsmede gelet op hetgeen ter zitting aan de orde is gesteld.

Uitgangspunt is dat columnisten vrij zijn om hun mening te geven over gebeurtenissen en personen. Daarbij zijn stijlmiddelen als overdrijven en bewust eenzijdig belichten geoorloofd. Binnen dit kader heeft de columnist een grote vrijheid om feiten te interpreteren.

In dit geval heeft klager aannemelijk gemaakt dat de in de column weergegeven interpretatie van (de gang van zaken rond) zijn motie geen recht doet aan de feiten en dat daardoor bij het lezerspubliek een onjuiste beeld over die feiten kan zijn ontstaan. Dit heeft hij uitvoerig uiteen gezet in zijn brief aan het Barendrechts Dagblad van 16 november 2018. Gezien de stelligheid van de in de column vervatte beweringen had het dan ook op de weg van het Barendrechts Dagblad gelegen om serieus in te gaan op de gemotiveerde bezwaren van klager.

Daarbij komt dat met de ingang van de nieuwe werkwijze van de Raad per 1 november 2013 – waarover de mediasector vooraf uitvoerig is geconsulteerd – (hoofd)redacties als eerste lijn fungeren in de afhandeling van klachten en klagers verplicht zijn hun bezwaren eerst aan het betrokken medium voor te leggen. Achtergrond van deze bepaling is dat – in het kader van een goede zelfregulering door de media – partijen eerst samen overleg voeren om te bezien of zij tot een minnelijke oplossing van het probleem kunnen komen. Het voorgaande brengt mee dat hoofdredacties klachten op een zorgvuldige manier moeten afhandelen. Het Barendrechts Dagblad heeft echter in het geheel niet op de bezwaren van klager gereageerd.

Het voorgaande leidt – in samenhang bezien – tot de conclusie dat het Barendrechts Dagblad journalistiek onzorgvuldig heeft gehandeld.

Relevante punten uit de Leidraad van de Raad: C. en D.
Relevante eerdere conclusie van de Raad: RvdJ 2018/30

BESLISSING

Het Barendrechts Dagblad heeft journalistiek onzorgvuldig gehandeld.

De Raad voor de Journalistiek doet de aanbeveling aan het Barendrechts Dagblad om deze conclusie ruimhartig te publiceren.

Zo vastgesteld door de Raad op 27 mei 2019 door prof.mr. B.E.P. Myjer, voorzitter, dr. H.J. Evers, L.C. Hauben en F.Th.H. Ruys, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.