2019/26 niet-inhoudelijk-behandeld

Samenvatting

Omdat Het Parool niet meedoet aan de procedure van de Raad voor de Journalistiek, heeft de Raad een klacht tegen D. van Unen en Het Parool over het artikel “Commissie onderzoekt misbruik Castrum Peregrini” niet inhoudelijk behandeld. De Raad gaat in deze situatie alleen tot behandeling van de klacht over in het bijzondere geval dat deze van algemene strekking of principieel belang is. Daarvan is hier niet gebleken.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

X

tegen

D. van Unen en de hoofdredacteur van Het Parool

De heer X te (…) (klager) heeft op 9 januari 2019 een klacht ingediend tegen D. van Unen en de hoofdredacteur van Het Parool en op 16 januari 2019 nadere stukken aan zijn klacht toegevoegd.
De hoofdredacteur van Het Parool heeft op 7 maart 2019 aan de Raad bericht dat hij uit beginsel niet wenst mee te werken aan de procedure van de Raad. De heer Van Unen heeft evenmin op de klacht gereageerd.

De zaak is besproken op de zitting van de Raad van 15 maart 2019 op basis van de schriftelijke stukken.

DE FEITEN

Op 28 december 2018 is op de website van Het Parool een artikel van de hand van Van Unen gepubliceerd met de kop “Commissie onderzoekt misbruik Castrum Peregrini”. De intro van het artikel luidt:
“Castrum Peregrini stelt een commissie aan die onder leiding van oud-rechter Frans Bauduin onderzoek gaat doen naar seksueel misbruik in wat destijds een jongensgemeenschap was. Dat vond tussen 1942 en 1986 op grote schaal plaats, bleek begin dit jaar.”
Verder bevat het artikel onder meer de volgende passage:
“Castrum Peregrini werd in 1942 gesticht door de Duitse Wolfgang Frommel en is nog steeds, nu als culturele instelling, gevestigd aan de Herengracht. In de biografie van zijn toenmalige mecenas Gisele d’Ailly werd zichtbaar in welke mate er misbruik werd gepleegd in wat in dat boek ‘een jongensbordeel’ werd genoemd.”

HET STANDPUNT VAN KLAGER

Klager stelt – kort samengevat – dat de zinsnede “in wat in dat boek ‘een jongensbordeel’ werd genoemd” een verwijzing behelst naar een citaat in het boek dat wordt toegeschreven aan wijlen zijn vader, te weten: “Over Percy Gotheim, ‘ die zich na jaren van onthouding in A'dam plotseling in een jongensbordeel waande’, schrijft [de vader van klager]”. Het citaat doet geen recht aan de mening van wijlen zijn vader en Het Parool wenst het citaat ten onrechte niet op een voor hem bevredigende wijze te (her)formuleren, aldus klager.
Hij licht toe dat de schrijfster van het boek heeft geput uit een zeer private briefwisseling van zijn vader met een vriendin en dat voor publicatie daarvan geen toestemming is gevraagd.
De kern van de klacht draait om het woord ‘wanen’. Het begrip wanen kent diverse omschrijvingen, maar ze komen alle er ongeveer op neer dat het gaat om een ‘onterechte voorstelling van zaken’ of ‘ten onrechte menen’. In het boek wordt dus expliciet geschreven dat zijn vader gezegd zou hebben dat Castrum géén jongensbordeel was.
Weliswaar luidde de passage oorspronkelijk “In de biografie van zijn toenmalige mecenas Gisele d'Ailly werd zichtbaar in welke mate er misbruik werd gepleegd in wat ‘een jongensbordeel’ werd genoemd.”, maar de aanpassing ervan is onvoldoende. Daarmee houden Van Unen en Het Parool ten onrechte vast aan de onjuiste omschrijving.
Klager concludeert dat Van Unen en Het Parool in het artikel wijlen zijn vader hebben geciteerd op een manier die haaks staat op zijn mening en zijn uitingen, waardoor (de reputatie van) zijn vader postuum ernstig is geschaad.

BEOORDELING OF DE KLACHT VAN ALGEMENE STREKKING OF PRINCIPIEEL BELANG IS

In artikel 9 lid 5 van het Reglement voor de werkwijze van de Raad is het volgende bepaald:
“Indien de klacht is ingediend tegen een medium dat of een journalist die zich uit beginsel niet verweert, ziet de Raad af van behandeling, tenzij de klacht volgens de Raad van algemene strekking of principieel belang is.”

Van Unen en de hoofdredacteur van Het Parool wensen blijkbaar (nog steeds) uit beginsel geen medewerking te verlenen aan de procedure bij de Raad en hebben zich ook in deze zaak niet verweerd. De Raad zal dan ook slechts tot behandeling van de klacht overgaan in het bijzondere geval dat deze van een algemene strekking of principieel belang is. Daarvan is hier niet gebleken.

Klager maakt bezwaar tegen een specifieke passage die betrekking heeft op zijn overleden vader. De Raad vindt niet dat de strekking van de klacht het belang van klager in zodanige mate overstijgt, dat er sprake is van een algemene strekking. Dat een inhoudelijk oordeel van de Raad mogelijk ook anderen ten goede komt, is daartoe onvoldoende.

Ook heeft de Raad geen aanknopingspunten kunnen vinden voor de conclusie dat de klacht betrekking heeft op elementen van het journalistieke proces waarover de Raad zich niet eerder heeft uitgelaten, zodat de klacht van principieel belang zou zijn. De klacht gaat in hoofdzaak over niet-waarheidsgetrouwe dan wel tendentieuze berichtgeving (als gevolg van het ten onrechte toeschrijven van citaten). De Raad heeft hierover in zijn Leidraad algemene uitgangspunten geformuleerd die in diverse conclusies zijn uitgewerkt. Gesteld noch gebleken is dat de door de Raad gehanteerde criteria onvoldoende duidelijk zijn. De omstandigheid dat de klacht er over gaat dat Van Unen en Het Parool de criteria niet zouden hebben nageleefd, maakt op zichzelf nog niet dat de klacht daarmee van principieel belang is.

De Raad ziet dan ook geen aanleiding de klacht inhoudelijk te behandelen.

Relevante punten uit de Leidraad van de Raad: A.
Relevante eerdere conclusie van de Raad: RvdJ 2019/6
Relevant artikel uit het Reglement voor de werkwijze van de Raad: 9 lid 5

CONCLUSIE

De klacht is niet van algemene strekking of principieel belang en wordt daarom niet inhoudelijk behandeld.

Zo vastgesteld door de Raad op 24 mei 2019 door mw. mr. A.E. van Montfrans, voorzitter, dr. H.J. Evers, J. Hoogenberg, mw. A. Pruis en H.P.M.J. Schneider, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.