2019/24 onzorgvuldig

Samenvatting

C. van Zwol en NRC Handelsblad hebben op journalistiek onzorgvuldige wijze aandacht besteed aan de door Shooting Star Filmcompany (klaagster) geproduceerde film ‘De Dirigent’. Een recensent is vrij om zijn mening te geven over gebeurtenissen en personen, en die mening mag ‘shock, disturb and offend’. Als uitgangspunt dient dat een recensent kennisneemt van het hele product dat hij beoordeelt. Niettemin kunnen zich bijzondere omstandigheden voordoen, waardoor dat niet mogelijk is. In dat geval doet hij er goed aan om zich ten minste ervan te vergewissen of hij een relevant onderdeel heeft gemist. Van Zwol heeft dat niet gedaan. Verder geldt dat recensies geen wezenlijke onjuistheden mogen bevatten. Als de recensent een aantoonbare fout maakt dan loopt hij het risico dat zijn handelen als onzorgvuldig kan worden aangeduid. Dit geldt te meer als de onjuiste of onvolledige opmerking betrekking heeft op het deel van het product waarvan hij niet heeft kennis genomen. Van Zwol en NRC hebben een recensie gepubliceerd die in ieder geval één feitelijke onjuistheid bevatte als gevolg van het feit dat Van Zwol het begin van de film had gemist. Deze omissie is versterkt doordat juist de foute opmerking de opmaat geeft van een verder negatieve toonzetting. Hierna had het op de weg van Van Zwol en NRC gelegen om over te gaan tot een ruimhartige rectificatie, waarin de handelwijze van Van Zwol voor de lezer inzichtelijk was gemaakt. Dat is echter niet gebeurd. De Raad voor de Journalistiek doet de aanbeveling aan NRC Handelsblad om deze conclusie ruimhartig te publiceren.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

Shooting Star Filmcompany

tegen

C. van Zwol en de hoofdredacteur van NRC Handelsblad

De heren D. Schram en P. Nicolaï hebben op 19 november 2018 namens Shooting Star Filmcompany (klaagster) een klacht ingediend tegen de heer C. van Zwol, filmrecensent, en de hoofdredacteur van NRC Handelsblad. Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie van klaagster en mevrouw M. Breedeveld, adjunct-hoofdredacteur, betrokken van 26 november 2018, van 9, 11 en 18 december 2018 en van 4, 7 en 29 januari 2019.

De klacht is behandeld op de zitting van de Raad van 1 februari 2019. Aan de zijde van klaagster waren de heren Schram (mede-eigenaar) en Nicolaï (advocaat) aanwezig. Namens de krant zijn de heer Van Zwol, mevrouw Breedeveld en de heer P. Steenhuis (chef Cultuur) verschenen. Steenhuis heeft het standpunt van de krant toegelicht aan de hand van een notitie.

DE FEITEN

Op 24 oktober 2018 verscheen in NRC Handelsblad een filmrecensie van de hand van Van Zwol die luidt als volgt:
“De getalenteerde en wilskrachtige Nederlandse Amerikaanse Antonia Brico (1902-1989) is een pionier: in 1930 dirigeerde ze als eerste vrouw de Berliner Philharmoniker. De kritieken waren prima, maar dirigeren was een mannenbastion en dus bleef het bij incidentele gastoptredens. Het damesorkest dat Brico in de VS oprichtte, bleek een gimmick: toen het gemengd werd, verflauwde direct de interesse.
Je wilt De Dirigent graag goed vinden: Brico's verhaal is tijdig en relevant. Maar de film komt nooit echt tot leven. Dat begint al met het setdesign: ondanks art-decomeubels en waslijnen met witte onderbroeken duurt het lang voor je beseft dat dit Californië in de jaren twintig voorstelt.
In Oakland ontworstelt Antonia Brico zich aan haar barse pleegmoeder, overwint ze seksistische obstakels – een grijpgrage pianoleraar – en vindt ze steun bij een 'best gay friend'. Dan moet ze kiezen: een loopbaan of de liefde in de knappe en steenrijke vorm van Frank Thomsen?
De spanningsbogen van De Dirigent zijn keurig gemetseld, maar niet altijd even noodzakelijk: Brico's zoektocht naar haar biologische moeder is er één te veel. Net als bij haar film Sonny Boy haalt Maria Peters' hang naar compleetheid de vaart er soms uit. Het acteren is vaak te nadrukkelijk, personages zijn dan niet meer dan plotpunten in Brico's levensreis. En wie Antonia Brico is? Ze moet een licht bezeten, indrukwekkende vrouw zijn geweest die zich de elite binnenvocht en over vooroordelen, afwijzing en weerstand heen walste. Niet de leuke, licht bleue en trieste dame die Christanne de Bruijn speelt. Zo'n vrouwelijke dirigent wint misschien Maestro, maar temt geen levend orkest.”

De recensie is ook – een dag eerder – op de website van NRC verschenen onder de kop Film over indrukwekkende vrouw mist vaart” met de intro:
“Biopic - Antonia Brico moet een licht bezeten, indrukwekkende vrouw zijn geweest. Maar dat komt in ‘De Dirigent’ niet goed uit de verf.”

Op 3 november 2018 is de online-versie aangepast. De volgende passage is geschrapt:
“Dat begint al met het setdesign: ondanks art-decomeubels en waslijnen met witte onderbroeken duurt het lang voor je beseft dat dit Californië in de jaren twintig voorstelt. In Oakland ontworstelt Antonia Brico zich (…)”.
en vervangen door:
“Het New York van de jaren twintig is vol met art-decomeubels en waslijnen met witte onderbroeken. Daar ontworstelt Antonia Brico zich (…)”
Verder is het volgende toegevoegd:
“Correctie (3 december 2018): In een eerdere versie van dit stuk stond dat de film in Oakland, Californië begon. Dat is onjuist. Het eerste deel van de film speelt in New York.”
Deze toevoeging is diezelfde datum ook in de papieren editie verschenen in de rubriek ‘Correcties & Aanvullingen’.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster stelt – samengevat – dat de recensie geen recht doet aan de film, doordat Van Zwol te laat op de persvoorstelling kwam, hij daardoor de hele film met een verkeer bril op heeft bekeken en als gevolg daarvan tot volstrekt verkeerde conclusies is gekomen. Klaagster benadrukt dat zij niet klaagt over het oordeel op zich van Van Zwol, maar over het feit dat als gevolg van een onzorgvuldige procedure – te laat aanwezig zijn – de film niet op een wijze is beoordeeld die uit hoofde van journalistieke normen was vereist. Juist omdat een oordeel van een enkele recensent ‘dodelijk’ kan zijn, rust op hem de plicht om meer zorgvuldigheid te betrachten als hij besluit om ernstige kritiek te uiten en slechts twee sterren te geven, dan in het geval hij tot een mild oordeel komt. De klacht gaat dus vooral over de vraag of een krant fouten mag opschrijven en een hele slechte beoordeling mag geven, terwijl de recensent de film niet volledig heeft gezien.
Volgens klaagster is het evident dat een recensent de gehele film van begin tot het einde moet hebben gezien om een gewogen oordeel te vellen. In dit geval heeft Van Zwol belangrijke beginscènes gemist. Uit die scenes blijkt dat de film zich in New York afspeelt, terwijl Van Zwol heeft geschreven dat “het lang (duurt) voor je beseft dat dit Californië in de jaren twintig voorstelt”. Door deze snerende opmerking is voor de lezer al direct een toon gezet, te weten: dat de film ‘goed vinden’ er niet in zit. Omdat het een lange film is waarin een compleet beeld van het leven van Antonia Brico wordt geschetst (en gespeeld) is de introductie in de beginscènes van groot belang om met het juiste gevoel de film ‘in te gaan’. Ook bevat het begin een sleutel-scene, die helemaal aan het einde wordt ‘gedoubleerd'. Wie het begin heeft gemist, mist daarom bovendien de ontroerende apotheose en beeldrijm.
Klaagster voegt hieraan toe dat de persvoorstelling vijf minuten later is begonnen, in afwachting van laatkomers. Schram weet zeker dat Van Zwol pas binnenkwam ná de belangrijke openingsscène, die acht minuten duurt. Hij zat in de zaal en dacht toen nog “oeps, die heeft wel erg veel gemist nu.”
Na de publicatie heeft klaagster haar kritiek aan de hoofdredactie doorgegeven, die daarop antwoordde dat het wel vaker voorkomt dat recensenten te laat komen en dat de recensie niet ver afwijkt van de andere recensies uit andere kranten. Volgens klaagster had NRC echter naar aanleiding van haar klacht moeten besluiten om hetzij via een interview hetzij via een tweede recensie door een andere recensent de fouten goed te maken die door Van Zwol zijn gemaakt.
Klaagster is door de onzorgvuldigheden ernstig geschaad, omdat publiek wegblijft dat afgaat op het zeer negatieve oordeel van Van Zwol. Het standpunt van de kunstredactie dat dit oordeel niet (veel) zou afwijken van dat van andere recensenten, is aantoonbaar onjuist. Overigens is dat niet relevant, aangezien op grond van de journalistieke normen had mogen worden verlangd dat er een onbevangen beoordeling had moeten plaatsvinden van de gehele film. Volgens klaagster schaadt het de Nederlandse film als er zo lichtzinnig met hun product wordt omgegaan.

Van Zwol en NRC stellen hier – eveneens samengevat – tegenover dat het de taak is van een recensent om een oordeel uit te spreken. Dat oordeel valt soms positief, soms neutraal of negatief uit. Van journalistiek onzorgvuldig handelen is hier geen sprake.
Volgens Van Zwol begon de persvoorstelling van de film zo’n vijf minuten later dan gepland. Hij was ruim op tijd in de bioscoop, maar werd opgehouden door de rij voor de koffie en omdat een andere filmdistributeur iets van hem wilde weten. Daardoor kwam hij vlak na de start de film binnen en miste de eerste tientallen seconden. Naar aanleiding van de klacht is hij opnieuw naar de film gegaan met een stopwatch. Van Zwol heeft toen geklokt om te reconstrueren wat hij gemist had en dat bleken de eerste 30 seconden te zijn. Hij heeft alle relevante scènes gezien, met uitzondering van de titelkaart “New York 1926”, die direct aan het begin is getoond. Dat wat hij heeft gemist was niet essentieel en heeft een onbevangen oordeel niet in de weg gestaan. In dit verband hebben Van Zwol en NRC verwezen naar drie getuigenverklaringen. Op de zitting voegt Van Zwol hieraan desgevraagd toe dat een recensent een film in principe helemaal moet zien en te allen tijde moet voorkomen dat hij te laat komt. Helaas gebeurt het soms, dat dit niet lukt. Verder heeft Van Zwol op de vraag of hij iets heeft gedaan om het gemis ‘goed te maken’ – bijvoorbeeld door na te vragen wat hij had gemist – geantwoord dat hij dit niet heeft gedaan.
Van Zwol en NRC erkennen dat in de recensie een foutieve vermelding staat van de plaats waar de film zich afspeelt. Dat komt waarschijnlijk doordat Van Zwol de begintitel “New York 1926” heeft gemist, in de eerste beelden van de film. Omdat de hoofdpersoon uit de film in werkelijkheid in Oakland, Californië werkte en woonde, heeft Van Zwol een foute verwijzing naar Oakland gemaakt. Deze feitelijke onjuistheid is op de gebruikelijke manier rechtgezet. Daarmee is de klacht afgedaan; er is geen aanleiding om het verzoek van klaagsters om middels een interview of tweede recensie opnieuw aandacht te besteden aan de film te honoreren. Hieraan voegt Steenhuis op de zitting nog toe dat hij naar aanleiding van de klacht de film zelf heeft bekeken en heeft geconcludeerd dat de recensie juist is. Breedeveld merkt in dat verband nog op dat de recensent niet kan worden verweten dat de inhoud van zijn recensie niet zo is als de maker graag zou willen. Daarbij komt dat de toon van de gewraakte recensie bijzonder rustig is.
Van Zwol en NRC concluderen dat de film van klaagster vakkundig is beoordeeld en dat zij zorgvuldig hebben gehandeld.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad stelt voorop dat recensenten – net als columnisten – vrij zijn om hun mening te geven over gebeurtenissen en personen. Daarbij zijn stijlmiddelen als overdrijven en bewust eenzijdig belichten geoorloofd. De recensent hoeft zich bij het geven van zijn, soms ook kritische, mening niet te laten weerhouden door de mogelijkheid dat daardoor ook afbreuk zou kunnen worden gedaan aan de reputatie van de maker. Zijn mening mag, zoals dat ook wel wordt aangeduid: ‘shock, disturb and offend’.

Naar het oordeel van de Raad dient als uitgangspunt dat een recensent kennisneemt van het hele te recenseren artistieke product, hetgeen op de zitting ook door Van Zwol is onderschreven. Er kunnen zich bijzondere omstandigheden voordoen, waardoor het voor de recensent onverhoopt niet mogelijk is van het volledige product kennis te nemen. In dat geval doet hij er goed aan om zich ten minste ervan te vergewissen of hij een relevant onderdeel heeft gemist. Van Zwol heeft desgevraagd meegedeeld dat hij dat niet heeft gedaan.

Het voorgaande brengt overigens niet mee dat een recensent in de regel dient te bewijzen dat hij van het hele product heeft kennisgenomen. Hij mag zelfs de nadruk leggen op een voor hem kenmerkend deel van het artistieke product en daar zijn mening over geven.

Recensies mogen echter, zoals de Raad eerder heeft overwogen, geen wezenlijke onjuistheden bevatten. Als de recensent in zijn recensie een aantoonbare fout maakt dan loopt hij derhalve het risico dat zijn handelen als journalistiek onzorgvuldig kan worden aangeduid. Dit geldt te meer als de onjuiste of onvolledige opmerking betrekking heeft op het deel van het product waarvan hij niet heeft kennis genomen.

Niet ter discussie staat dat Van Zwol en NRC een recensie hebben gepubliceerd die in ieder geval één feitelijke onjuistheid bevatte als gevolg van het feit dat Van Zwol het begin van de film had gemist. Deze omissie is in dit geval versterkt door de omstandigheid dat juist de foute opmerking de opmaat geeft van een verder negatieve toonzetting: “Maar de film komt nooit echt tot leven. Dat begint al met het setdesign: ondanks art-decomeubels en waslijnen met witte onderbroeken duurt het lang voor je beseft dat dit Californië in de jaren twintig voorstelt.” 

Gelet op het hiervoor geformuleerde uitgangspunt en de verantwoordelijkheid ter zake van de betrokken recensent, had het dan ook op de weg van Van Zwol en NRC gelegen om over te gaan tot een ruimhartige rectificatie, waarin de handelwijze van Van Zwol voor de lezer inzichtelijk was gemaakt. Daarvan is hier geen sprake.

Door zo te handelen en na te laten hebben Van Zwol en NRC Handelsblad journalistiek onzorgvuldig gehandeld.

Ten overvloede merkt de Raad op dat bij dit oordeel in het midden kan blijven hoeveel minuten Van Zwol daadwerkelijk heeft gemist – hetgeen niet met zekerheid kan worden vastgesteld – en of Van Zwol al dan niet tot een andere mening over de film was gekomen als hij de hele tijd aanwezig was geweest.

Relevant punt uit de Leidraad van de Raad: C. en D.
Relevante eerdere conclusie van de Raad: RvdJ 2016/16 en RvdJ 2011/25

BESLISSING

Van Zwol en NRC Handelsblad hebben journalistiek onzorgvuldig gehandeld.

De Raad voor de Journalistiek doet de aanbeveling aan NRC Handelsblad om deze conclusie ruimhartig te publiceren.

Zo vastgesteld door de Raad op 17 mei 2019 door prof.mr. B.E.P. Myjer, voorzitter, mr. I.R.J. Barends, mw. dr. Y.M. de Haan, J. Hoogenberg en H.P.M.J. Schneider, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.



Publicatie op www.nrc.nl d.d. 20 mei 2019 en in NRC Handelsblad d.d. 22 mei 2019