2018/47 afgewezen

Samenvatting

De Raad voor de Journalistiek ziet geen aanleiding om een conclusie over een klacht tegen het AD Utrechts Nieuwsblad (RvdJ 2018/22) te herzien. Verzoekster maakt bezwaar tegen de afwegingen die de Raad in zijn conclusie heeft gemaakt, maar heeft niet aannemelijk gemaakt dat de Raad zijn conclusie op basis van onjuiste constateringen heeft genomen. Dat verzoekster zich niet kan vinden in de overwegingen en het oordeel van de Raad, is onvoldoende om een verzoek tot herziening te honoreren.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake het verzoek van

X

tot herziening van de conclusie van de Raad van 19 juni 2018 (RvdJ 2018/22) betreffende haar klacht

tegen

de hoofdredacteur van het AD Utrechts Nieuwsblad

Mevrouw X te […] (verzoekster) heeft op 17 juli 2018 verzocht om herziening van de conclusie van 19 juni 2018 inzake haar klacht tegen de hoofdredacteur van het AD Utrechts Nieuwsblad. Bij de beoordeling van het verzoek is verder correspondentie van verzoekster en de krant betrokken van 21 augustus 2018 en 25 september 2018.
 
Het verzoek is behandeld op de zitting van de Raad van 28 september 2018 in een herzieningskamer buiten aanwezigheid van partijen.

DE FEITEN

Mevrouw X heeft op 29 januari 2018 een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van het AD Utrechts Nieuwsblad over de artikelen “Nieuwegeinse gemeenteraad helemaal klaar met [X]” (van 19 december 2017) en “’[X] wilde een publiek nummertje’” (van 20 december 2017).

De Raad heeft op 19 juni 2018 geconcludeerd dat de hoofdredacteur van het AD Utrechts Nieuwsblad journalistiek zorgvuldig heeft gehandeld en daartoe het volgende overwogen:
“De Raad stelt vast dat het artikel van 19 december 2017 een weergave bevat van een gemeenteraadsvergadering. Voor de lezer is voldoende duidelijk dat Franck heeft beschreven wat hij tijdens die vergadering heeft waargenomen. Bij berichtgeving van feitelijke aard, zoals verslagen van openbare bijeenkomsten, behoeft de journalist in beginsel geen wederhoor toe te passen. Niet is gebleken van bijzondere omstandigheden, waardoor wederhoor in dit geval toch nodig was.
Op basis van wat klaagster aanvoert, kan niet worden gezegd dat een vertekend beeld of onzorgvuldige beschrijving is gegeven van die raadsvergadering. Het stond Franck vrij om de achtergrond van de kwestie – de motieven van klaagster om de interpellatie aan te vragen – onbesproken te laten.
Het stond Franck ook vrij om in het vervolgbericht van 20 december 2017 aandacht te besteden aan de weigering van de interpellatie en daarbij de insteek te kiezen zoals hij heeft gedaan. De journalist is immers vrij in de selectie van nieuws en het is aan hem om te bepalen vanuit welke invalshoek(en) een onderwerp wordt belicht en in welke context het bericht wordt gebracht.
Het is journalistiek gebruikelijk dat een artikel in de kop scherp(er) wordt aangezet; een kop mag een vergroving van de inhoud van het bijbehorende artikel bevatten. Daarmee worden de grenzen van journalistieke zorgvuldigheid alleen overschreden als de kop geen grond vindt in het artikel. Dat is hier niet het geval, het gaat immers om een ingekort citaat van de bestuurskundige, dat in de tekst volledig is weergegeven. De Raad vindt niet dat daarmee een zodanig andere betekenis of lading aan het citaat is gegeven, dat de kop als onnodig grievend moet worden beschouwd.
Verder staat vast dat Franck klaagster voor de publicatie van het artikel heeft benaderd en om een reactie heeft gevraagd. Door ervoor te kiezen niet inhoudelijk per e-mail te reageren, maar via Twitter, heeft klaagster geen adequaat gebruik gemaakt van de mogelijkheid tot wederhoor. Dit kan de krant niet worden tegengeworpen.”
Dit leidt tot de slotsom dat het AD Utrechts Nieuwsblad journalistiek zorgvuldig heeft gehandeld.”

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Verzoekster stelt – kort samengevat – dat uit de conclusie lijkt te volgen dat de Raad  het goedkeurt dat de krant beledigt en belastert, zich ziende blind en horende doof houdt en volkomen onevenwichtig verslag doet. Zij meent dat de balans compleet zoek is. De beoordeling heeft heel steriel, selectief en in extreem enge zin plaatsgevonden. De aangevoerde argumenten bij de klachten zijn niet in samenhang beoordeeld en het hogere doel: zelfregulering, verantwoordelijkheid, ethiek is buiten beschouwing gelaten. Volgens verzoekster is er op punten subjectief geredeneerd in het voordeel van de krant. Bovendien is sprake van vooringenomenheid en op een aantal onderdelen ontbreekt een oordeel van de Raad. Verzoekster mist (belangen)afwegingen in de conclusie. Op welke manier het publiek en de democratie met de artikelen is bediend – ten koste van haar persoon – en hoe de macht door de pers is gecontroleerd, is niet duidelijk geworden. Dit is zelfs geheel buiten beschouwing gelaten, aldus verzoekster. Zij heeft haar standpunten uitgebreid toegelicht en de Raad een groot aantal vragen gesteld, met het verzoek daarop te reageren.
Ten slotte maakt verzoekster bezwaar tegen de wijze waarop haar standpunt is weergegeven in de conclusie. Er is teveel uit de inhoud van haar klacht weggelaten, wat belangrijk is voor de lezers, aldus verzoekster.

Het AD Utrechts Nieuwsblad stelt dat in het herzieningsverzoek sprake is van een combinatie van opinie, veronderstellingen en bij de behandeling in eerste aanleg weerlegde onjuistheden. Klaagster heeft echter geen nieuwe feiten toegevoegd die aanleiding zouden kunnen zijn voor herziening, aldus de krant.
 
BEOORDELING VAN HET VERZOEK

Herziening van een eerder gedane conclusie is alleen mogelijk indien verzoekster aannemelijk maakt dat de conclusie van de Raad berust op ‘ten onrechte als vaststaand of aannemelijk geachte feiten’. Zij heeft dat niet gedaan.

Het verzoekschrift bevat (een nadere uitwerking van) stellingen die verzoekster eerder al in haar klacht heeft geformuleerd en waarover de Raad een oordeel heeft gegeven. Niet aannemelijk is geworden dat de Raad zijn oordeel op basis van onjuiste constateringen heeft gedaan.

In essentie vraagt verzoekster om een herbeoordeling van de klacht omdat zij zich niet kan vinden in de afwegingen die de Raad heeft gemaakt. Het Reglement van de Raad voorziet niet in een dergelijke (hoger beroeps)procedure.
Voor een herziening op grond van (alleen) een nadere toelichting en uitgebreidere uiteenzetting van eerdere stellingen biedt het Reglement geen ruimte.

Dat verzoekster het niet eens is met de overwegingen en het oordeel van de Raad, is onvoldoende om een verzoek tot herziening te honoreren.

Verder heeft verzoekster aangevoerd dat de inhoud van haar klacht onvoldoende is weergegeven. Ook hiermee is niet gebleken dat het oordeel van de Raad berust op ten onrechte als vaststaand of aannemelijk geoordeelde feiten. Het is gebruikelijk dat de Raad in zijn conclusies de standpunten van partijen parafraseert. De kern van verzoeksters argumenten blijkt voldoende uit de conclusie.

De herzieningskamer ziet dan ook geen aanleiding tot herziening van de beslissing.

Relevante eerdere conclusies van de Raad: RvdJ2018/41 en RvdJ 2017/45
Relevant artikel uit het Reglement voor de werkwijze van de Raad: 10a lid 1

BESLISSING

Het verzoek tot herziening wordt afgewezen.

Zo vastgesteld door de Raad op 2 november 2018 door mw. mr. A.E. van Montfrans, voorzitter, mr. I.R.J. Barends, mw. dr. Y.M. de Haan, L.C. Hauben en mw. drs. M.M. Klaassen, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.