2018/44 zorgvuldig

Samenvatting

Het ANP heeft niet journalistiek onzorgvuldig gehandeld door in het bericht “PVV’er beticht van buitensporige uitgaven” de naam van PremiumWorld B.V. (klaagster) te vermelden. Objectief bezien wordt klaagster niet door de publicatie gediskwalificeerd. De klacht betreft de naamsvermelding van een onderneming. De norm ten aanzien van de privacybelangen van personen – die moeten worden afgewogen tegen het maatschappelijk belang van een publicatie – is hier niet van toepassing. Het ANP behoefde niet tot rectificatie of verwijdering van klaagsters naam over te gaan.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

PremiumWorld B.V.

tegen

de hoofdredacteur van het ANP

De heer L. Braams, directeur, heeft op 5 juni 2018 namens PremiumWorld B.V. (klaagster) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van het ANP. Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie van de heer M. van Lingen, hoofdredacteur, betrokken van 16 juli 2018.

De zaak is behandeld op de zitting van de Raad van 31 augustus 2018 in aanwezigheid van de heer Van Lingen. Klager is daar niet verschenen.

Een van de leden van de Raad was verhinderd. Van Lingen heeft desgevraagd geen bezwaar gemaakt tegen behandeling van de zaak door de voorzitter en overige leden.

DE FEITEN

Op 29 mei 2018 heeft het ANP een bericht verspreid met de kop “PVV’er beticht van buitensporige uitgaven”. Het bericht luidt verder:
“PVV-Europarlementariër Auke Zijlstra wordt beticht van buitensporige uitgaven aan relatiegeschenken. Hij besteedde van zijn kantoortoelage een kleine 5000 euro aan 150 leren schrijfmappen voor relaties. Zijlstra laat in een reactie weten verbijsterd te zijn.
In een rapport van accountantskantoor EY wordt de aankoop bij leverancier Premiumworld een ,,buitensporige hoeveelheid gadgets” genoemd.
Zijlstra wijst erop dat hij de afgelopen acht jaar 5,5 ton aan kantoortoelagen heeft ontvangen van het parlement, waarvan hij naar eigen zeggen maar 10.000 heeft uitgegeven. Volgens hem zijn de uitgaven uit 2016 goedgekeurd door zowel het parlement als zijn fractie Europa van Naties en Vrijheid (ENF). Die nam volgens hem in 2017 strengere regels aan, waardoor de uitgaven niet meer door de beugel zouden kunnen.
,,Met al mijn uitgaven volg ik al acht jaar de richtlijnen van de administratie. Ik laat pas leveren bij groen licht. Ik heb nog nooit iets besteld voordat ik er goedkeuring voor had”, aldus Zijlstra.”

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager maakt er bezwaar tegen dat haar naam in het bericht is vermeld. Hierdoor is zij in een negatief daglicht geplaatst en is haar privacy geschaad. Het vermelden van haar naam heeft volgens klaagster geen journalistieke meerwaarde, hetgeen namens het ANP ook is erkend in een telefoongesprek met de directeur van klaagster. Klaagster maakt zich zorgen over haar goede reputatie, die zij in de afgelopen 20 jaar onder andere bij reclamebureaus heeft opgebouwd. Klaagster meent dat het ANP het bericht op haar verzoek had moeten rectificeren dan wel haar naam uit het archief had moeten verwijderen, en dat ten onrechte niet heeft gedaan.

Het ANP stelt hier tegenover dat de berichtgeving is gebaseerd op een vermelding van klaagster in het openbare rapport van het accountantskantoor EY. Het ANP betwist dat klaagster hierdoor in een negatief daglicht is geplaatst. Er is immers geen verband gelegd met de beschuldiging aan het adres van de Europarlementariër. Zelfs als de naamsvermelding van klaagster moet worden opgevat als een te ruime feitenregistratie, dan nog is geen sprake van foutieve berichtgeving. Voor rectificatie bestond dan ook geen aanleiding, aldus het ANP.
Op de zitting voegt Van Lingen hieraan toe dat de vermelding van klaagster kan worden vergeleken met een bericht over ‘een plofkraak met een Audi’; de lezer denkt dan ook niet dat autofabrikant Audi iets fout heeft gedaan. Overigens is er naar aanleiding van de klacht wel intern overleg gevoerd waarom de naam van klaagster is vermeld. Volgens Van Lingen had dit niet gehoeven, maar is het niet onzorgvuldig. Gezien de werkwijze van het ANP – als persbureau – was het niet zinvol om klaagsters naam later te schrappen, omdat dit toch niet meer zou worden overgenomen door andere media.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Klaagster heeft aangevoerd dat de vermelding van haar naam geen journalistieke meerwaarde had. Dit is eerder door het ANP erkend en op de zitting nog eens bevestigd. Dit betekent echter nog niet dat het ANP met die vermelding journalistiek onzorgvuldig heeft gehandeld.

De Raad stelt voorop dat de privacy van personen niet verder mag worden aangetast dan in het kader van de berichtgeving redelijkerwijs noodzakelijk is. Een inbreuk op de privacy is onzorgvuldig wanneer deze niet in redelijke verhouding staat tot het maatschappelijk belang van de publicatie. De klacht gaat echter over de naamsvermelding van een onderneming en niet om de privacy van een persoon. Het belang van klaagster is niet het privacybelang dat de hiervoor geformuleerde norm beoogt te beschermen.

Uitgangspunt is dat een journalist zo volledig mogelijk bericht. Er is geen sprake van een bijzondere omstandigheid die maakt dat de vermelding van klaagsters naam achterwege had moeten blijven. De Raad vindt niet dat klaagster objectief bezien door de publicatie wordt gediskwalificeerd.

Gezien het voorgaande bestaat geen grond voor de conclusie dat het ANP journalistiek onzorgvuldig heeft gehandeld door de naam van klaagster te vermelden. Dit betekent ook dat het ANP niet tot rectificatie of verwijdering van klaagsters naam hoefde over te gaan.
 
Relevante punten uit de Leidraad van de Raad: A. ,C.1.  en D.

CONCLUSIE

Het ANP heeft journalistiek zorgvuldig gehandeld.

Zo vastgesteld door de Raad op 23 oktober 2018 door mw. mr. J.W. Bockwinkel, voorzitter, dr. H.J. Evers, S. Kuijper en mw. L.M. van de Langenberg MSc, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.