2018/26 deels-onzorgvuldig

Samenvatting

H. den Ridder, J. Lazaroms en H. van der Kaa (BN DeStem) hebben in het artikel “Fakkers, bestuurder met enkele affaires” onvolledig bericht over de rol van F. Fakkers (klager) in een benoemingsprocedure bij het Werkvoorzieningsschap West Noord-Brabant (WVS) en over zijn vertrek bij deze organisatie. Bezien in het licht van de kop boven het artikel is hierdoor de integriteit van klager onnodig aangetast en heeft BN DeStem op deze punten journalistiek onzorgvuldig gehandeld. Niet is gebleken dat het artikel verder relevante onjuistheden bevat. Voor zover klager bezwaar heeft gemaakt tegen andere passages, bestaat geen aanleiding voor de conclusie dat de krant ontoelaatbaar heeft gehandeld. De Raad voor de Journalistiek doet de aanbeveling aan BN DeStem om deze conclusie ruimhartig te publiceren.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

F. Fakkers

tegen

H. den Ridder, J. Lazaroms en H. van der Kaa, hoofdredacteur van BN DeStem

De heer F. Fakkers te Fijnaart (klager) heeft op 7 januari 2018 een klacht ingediend tegen de heer H. den Ridder, de heer J. Lazaroms, en mevrouw H. van der Kaa, hoofdredacteur van BN DeStem (hierna gezamenlijk: BN DeStem). Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie betrokken van klager en BN DeStem van 14 februari, 29 maart en 3 april 2018.

De klacht is behandeld op de zitting van de Raad van 6 april 2018 in aanwezigheid van klager. Aan de zijde van BN DeStem is de heer Lazaroms, chef redactie, verschenen.

DE FEITEN

Op 13 juli 2017 is in BN DeStem een artikel van de hand van Den Ridder verschenen met de kop “Fakkers, bestuurder met enkele affaires” en de bovenkop “Moerdijkse wethouder weggestuurd na onvolledigheid bij jaarstukken”. De intro van het artikel luidt:
“Na een politieke carrière die bijna vijftig jaar duurde, werd wethouder Frans Fakkers van de gemeente Moerdijk deze week naar huis gestuurd.”
Verder bevat het artikel onder meer de volgende passages:
“Wethouder Frans Fakkers (76) van de gemeente Moerdijk heeft het debat over de jaarstukken van 2016 niet overleefd. De documenten waren niet op orde en de accountant had weer veel onrechtmatigheden ontdekt.”
en
“Bij het Werkvoorzieningsschap West Noord-Brabant trad hij [Fakkers] in 1986 aan als vicevoorzitter, zes jaar nadat hij het WVS-pand voor het eerst betrad. Voorzitter Toon de Bruijn maakte in 1987 bekend dat hij WVS-directeur Paul Wagtmans wel wilde opvolgen. De Bruijn legde zijn functie als voorzitter tijdelijk neer. Fakkers schoof als vicevoorzitter tijdelijk een plaatsje door. Toen Wagtmans later dat jaar daadwerkelijk vertrok werd Fakkers voorgedragen als directeur. De Roosendaalse wethouder De Bruijn werd gepasseerd. Met dertien stemmen voor en elf tegen benoemde het Algemeen Bestuur hem. Op die benoeming kwam veel kritiek omdat Fakkers als vicevoorzitter de sollicitatie- en selectieprocedure had geleid.
Begin 1988 raakte WVS-directeur Fakkers in opspraak. Volgens voorzitter Leo de Jaeger had directeur Fakkers het bestuur van het schap onvoldoende geïnformeerd over de aanbesteding van nieuwbouwprojecten in Etten-Leur en Roosendaal. De bouw werd begeleid door het Ontwerp en Advies Bureau Fijnaart die daar 4 miljoen gulden voor kreeg. Op een bouwproject van 18 miljoen gulden vond het bestuur dat wel een beetje veel. Onderzoekers van bureau Deloitte en Touche onderzochten de kwestie en oordeelden hard. Fakkers werd op vakantie gestuurd en op 1 oktober 1998 ontslagen.”

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt – samengevat – dat het artikel op een aantal punten niet volledig is, waardoor hij ten onrechte negatief is weggezet. Betreffende zijn rol in de sollicitatie- en selectieprocedure bij het Werkvoorzieningsschap West Noord-Brabant (WVS) voert klager aan dat hij lopende de procedure door het personeel is gevraagd zich kandidaat te stellen. Toen hij besloot in te gaan op het verzoek van het personeel, heeft hij zich teruggetrokken uit de sollicitatie- en selectiecommissie. Dit was destijds al publieke informatie. Nu dit niet is vermeld, is ten onrechte de suggestie gewekt dat hij in die procedure een dubbele pet heeft opgehad. Klager benadrukt dat hij niet tegelijkertijd kandidaat is geweest en lid van de commissie die de voordracht heeft voorbereid.
Ten aanzien van de nieuwbouwprojecten bij WVS is niet vermeld dat de geschillencommissie van het Koninklijk Instituut van Ingenieurs in november 2001 het Ontwerp en Advies Bureau Fijnaart (OAF) in het gelijk stelde. BN DeStem heeft daar toen zelf over bericht. Door dit onvermeld te laten is ten onrechte gesuggereerd dat sprake was van fouten van OAF en/of klager. Klager wijst in dit verband ook nog op artikelen van BN DeStem uit de periode september/oktober 1998 over de kwestie met de koppen “F. Fakkers eervol ontslag aangezegd”, “’Integriteit van Fakkers is niet aan de orde’” en “WVS: ‘Fakkers fleste de boel niet’”.
Ten slotte meent klager dat het artikel een aantal zinsneden bevat – zoals ‘hij kroop weer op het pluche’ – die de negatieve beeldvorming over hem onnodig versterken.

BN DeStem stelt hier tegenover dat Den Ridder een verhalend beeld heeft willen schetsen van de carrière van klager; daar horen de ups en de downs bij.
Ten aanzien van de benoemingsprocedure bij WVS had klager aanvankelijk een dubbele pet op, tot de OR van het schap hem vroeg kandidaat te worden en hij zich terugtrok. Hierover zijn kritische geluiden uit de gelederen van andere kandidaten gekomen.
Voor wat betreft de passage over de nieuwbouwprojecten zijn de opmerkingen van klager over de geschillencommissie correct. De conclusies van de commissie hadden duidelijker kunnen en moeten worden weergeven. Het was completer geweest om te melden dat de commissie OAF en klager later in het gelijk had gesteld. Dat dit niet is gebeurd, is geen bewuste omissie. Overigens is het een feit dat het WVS-bestuur in 1998 geen vertrouwen meer had in klager. Er had aan de passage toegevoegd kunnen worden dat er geen bewezen malversaties aan het ontslag ten grondslag lagen. Maar dat wat is gepubliceerd, is niet feitelijk onjuist.
Op de zitting deelt Lazaroms desgevraagd nog mee, dat het artikel voornamelijk tot stand is gekomen op basis van de collectieve herinneringen op de redactie.
BN DeStem betwist uitdrukkelijk dat zij heeft geprobeerd klager zwart te maken. Na de gewraakte publicatie heeft de krant nog meerdere malen over klager geschreven, onder meer over zijn mogelijke terugkeer naar de politiek.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Uit de toelichting van klager begrijpt de Raad dat de kern van zijn klacht is dat onvolledig – en daardoor tendentieus – is bericht over de rol van klager in de benoemingsprocedure bij het Werkvoorzieningsschap West Noord-Brabant (WVS) en over zijn vertrek bij deze organisatie.

Ten aanzien van zijn rol in de benoemingsprocedure bij WVS heeft klager uitdrukkelijk gesteld dat hij direct is opgestapt uit de sollicitatie- c.q. selectiecommissie, nadat hem was gevraagd zich kandidaat te stellen en hij had besloten daarop in te gaan. Dit is door BN DeStem niet betwist.
Door onvermeld te laten dat klager zich uit de commissie heeft teruggetrokken, is ten onrechte de indruk gewekt dat klager in die procedure ‘een dubbele pet’ heeft opgehad.

Voor wat betreft het vertrek van klager bij WVS heeft BN DeStem erkend dat het beter was geweest als was vermeld dat de geschillencommissie later OAF en klager in het gelijk had gesteld. Bovendien valt niet in te zien waarom de krant – gezien haar eerdere berichtgeving in september/oktober 1998 – niet duidelijk heeft vermeld dat klager ‘eervol’ is ontslagen en dat zijn integriteit niet ter discussie stond.

Bezien in het licht van de kop boven het artikel “Fakkers, bestuurder met enkele affaires” vindt de Raad dat de krant met deze omissies de integriteit van klager onnodig heeft aangetast. BN DeStem heeft op deze punten onvolledig en daarmee tendentieus over klager bericht.

Niet is gebleken dat het artikel verder relevante onjuistheden bevat. Voor zover klager bezwaar heeft gemaakt tegen andere passages, bestaat geen aanleiding voor de conclusie dat de krant ontoelaatbaar heeft gehandeld.

Een en ander leidt tot de conclusie dat voor zover de klacht is gericht tegen de wijze waarop is bericht over de rol van klager in de benoemingsprocedure bij het Werkvoorzieningsschap West Noord-Brabant (WVS) en over zijn vertrek bij deze organisatie, Den Ridder, Lazaroms en Van der Kaa (BN DeStem) journalistiek onzorgvuldig hebben gehandeld. Voor het overige was hun handelwijze zorgvuldig.

Relevant punt uit de Leidraad van de Raad: A.
Relevante eerdere conclusie van de Raad: RvdJ 2015/17

CONCLUSIE

Voor zover de klacht is gericht tegen de wijze waarop is bericht over de rol van klager in de benoemingsprocedure bij het Werkvoorzieningsschap West Noord-Brabant (WVS) en over zijn vertrek bij deze organisatie, hebben H. den Ridder, J. Lazaroms en H. van der Kaa (BN DeStem) journalistiek onzorgvuldig gehandeld. Voor het overige was hun handelwijze zorgvuldig.

De Raad voor de Journalistiek doet de aanbeveling aan BN DeStem om deze conclusie ruimhartig te publiceren.

Zo vastgesteld door de Raad op 5 juli 2018 door mr. Th. Groeneveld, voorzitter, L.A.M.M. Donders, dr. H.J. Evers, S. Kuijper en A. Mellink MPA, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.