2018/25 deels-onzorgvuldig

Samenvatting

A. Akkermans, R. Menkhorst en uitgeverij Querido Fosfor hebben journalistiek onzorgvuldig gehandeld door in het boek “Bibeb – Biechtmoeder van Nederland” een hoofdstuk ‘De Zoon’ op te nemen dat gaat over W.W.F. Schaper (klager), zonder dit vooraf aan hem ter inzage voor te leggen.
Verder was hun handelwijze zorgvuldig. Het is niet aannemelijk dat aan klager toezeggingen zijn gedaan over de wijze waarop de van hem verkregen informatie zou worden verwerkt en de rol die hij al dan niet in het boek zou spelen. Klager had er niet van uit mogen gaan dat hij geen rol zou spelen in het boek. Daarbij komt dat hij – met uitzondering van het hoofdstuk ‘De zoon’ – tijdig het conceptmanuscript heeft ontvangen met het verzoek om feitelijke onjuistheden te corrigeren. Dat klager hierop niet adequaat heeft gereageerd kan Akkermans, Menkhorst en Querido Fosfor niet worden tegengeworpen. De Raad voor de Journalistiek doet de aanbeveling aan uitgeverij Querido Fosfor om deze conclusie ruimhartig te publiceren.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

W.W.F. Schaper

tegen

A. Akkermans, R. Menkhorst en uitgeverij Querido Fosfor

De heer W.W.F. Schaper te Den Haag (klager) heeft op 29 november 2017 een klacht ingediend tegen mevrouw A. Akkermans, mevrouw R. Menkhorst en uitgeverij Querido Fosfor (hierna gezamenlijk Querido). Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie betrokken van klager en de heer F. Westerman, editor at large Querido Fosfor, van 7 en 20 december 2017, van 24 januari 2018 en van 29 maart 2018.

De klacht is behandeld op de zitting van de Raad van 6 april 2018 in aanwezigheid van klager en zijn raadsman mr. J. Meddens. Aan de zijde van Querido zijn Akkermans, Menkhorst, Westerman en mevrouw A. Portegies, uitgever Querido Fosfor, verschenen. Querido heeft haar standpunt toegelicht aan de hand van twee notities.

DE FEITEN

Op 30 mei 2017 heeft uitgeverij Querido Fosfor het boek “Bibeb – Biechtmoeder van Nederland” (hierna: het boek) van de hand van journalisten Akkermans en Menkhorst uitgegeven. Het boek gaat over Elisabeth Maria Lampe-Soutberg, die onder het pseudoniem Bibeb bekend werd door haar diepte-interviews met bekendheden, die zijn gepubliceerd in Vrij Nederland. Klager is de zoon van Bibeb. Hij wordt in het boek herhaaldelijk genoemd. Bovendien is onder de titel “De zoon” een apart hoofdstuk aan hem gewijd.

In de periode november 2015 – april 2017 hebben klager en de auteurs regelmatig e-mailcontact gehad. Verder zijn zij vijf keer bij elkaar gekomen – in de woning van klager, waar zijn moeder zelf decennialang heeft gewoond – en wel op 2 november en 7 december 2015, en op 25 januari, 7 maart en 23 september 2016.

Op 1 april 2017 heeft klager per e-mail de ontvangst van het concept van het boek bevestigd. In zijn bericht aan de auteurs schrijft hij:
“Zojuist, dus al wat later op deze eerste dag van april, heb ik jullie zending ontvangen.
De gevolgen van mijn geringe maar toch aanwezige goedgelovigheid heb ik daarom al ervaren. Maar voor het geval ik het nu mis heb, en jullie zending plus vraag niet als grap is bedoeld, hier een enkel woord als antwoord.
A. Voor 7 april
Voor het in rust en met aandacht lezen van dergelijke teksten (hoeveel bladzijden weet ik niet want de nummering is mij niet gegeven) heb ik veel tijd en geduld nodig - gerekend vanaf het moment dat ik heb besloten om te gaan lezen! Mede daarom zal ik het gevraagde commentaar niet geven voor de 7e.
B. Titel
De idee achter de titel ontgaat me; het geeft me wel de ruimte om te denken dat dit aangeeft dat jullie de kern van Bibeb niet hebben begrepen.
Anders gezegd: door deze titel heb ik stellig de idee dat jullie geen juist idee hebben over, nog worstelen met, de beantwoording van bijvoorbeeld de volgende vragen:
1.    wat heeft haar bewogen om zo [te] leven als ze deed?,
2.    hoe kunnen we haar omgang met haar gesprekspartners en haar werkwijze begrijpen?,
3.    waarom wilden velen graag door haar geïnterviewd worden?
C. Eerste bladzijde
Zo gering mijn goedgelovigheid is, zo groot is mijn nieuwsgierigheid - soms leidt dat tot lastige momenten en heden beleefde ik er zo eentje: ik las jullie eerste bladzijde! (waarna het lezen door mij is gestopt), en ik kan melden dat het door Rinus gestelde over Bibeb, m.n. over de bron van haar ‘publiekelijke gereserveerdheid’, volstrekt onjuist is.
Deze mening is niet alleen gebaseerd op de jarenlange omgang met Bibeb - overigens niet direct te benoemen als ‘niet zo relevant’, lijkt me -, maar ook op een schriftelijk stuk hierover - afkomstig van de geciteerde.
Rinus was voor Bibeb een belangrijk mens (en omgekeerd gold dat zeker ook, gezien wat ik hier aan post heb), daar hoeft niemand aan te twijfelen - ook Rinus niet. Maar aandacht voor grenzen, die ook hier bestaan, is wel belangrijk: Rinus was niet in alles de hoofdpersoon in het leven van Bibeb. Leven met die realiteit is kennelijk nog steeds moeilijk voor hem. {Jammer dat wat ik hierover eerder aan jullie heb gemeld niet op die eerste bladzijde terug te vinden was.}”

Hierop heeft Akkermans op 3 april 2017 per e-mail gereageerd en klager onder meer het volgende bericht:
“Ons boekje is geen 1 april grap natuurlijk, pas na jouw mail beseften we het opmerkelijke en haast grappige toeval van de datum. Fijn dat je het pakket goed hebt ontvangen, en goed om te horen dat je al een begin hebt gemaakt met het verhaal. (…)
Het verhaal gaat over Bibeb door de ogen van velen. We hebben geprobeerd om een zo getrouw mogelijke schets van haar te maken, maar het kan natuurlijk dat er uitspraken in voorkomen waar jij het niet of gedeeltelijk niet mee eens bent. We hopen op je begrip voor deze keuze.
Over de datum: we begrijpen dat het kort dag is. Het boekje is relatief dun (30 duizend woorden, zo’n 100 pagina’s). Uiteraard is er wel iets meer tijd voor jou om te reageren, maar vanaf 7 april gaan we beginnen met de laatste slag voor de eindcorrectie. We zouden heel graag willen dat je het hele verhaal leest, maar mocht dat op dit moment niet mogelijk zijn, dan zouden we je nog los de passages waarin jij voorkomt kunnen sturen? Veel dank alvast voor je tijd en je aandacht, mocht je deze week willen afspreken of bellen dan kan dit natuurlijk. We horen graag.”

Vervolgens heeft Akkermans klager in een e-mail van 13 april 2017 het volgende geschreven:
“We zijn benieuwd of je ons manuscript gelezen hebt? De dag na Pasen [dinsdag 18 april 2017, RvdJ] worden de drukproeven naar de pers gestuurd, tot die tijd kunnen we eventueel nog iets aanpassen. We horen graag van je en met groet.”
Hierop heeft klager op 18 april 2017 gereageerd en de auteurs onder meer het volgende bericht:
“Hierbij enkele m.i. belangrijke opmerkingen.
Wil je me per mail berichten zodra je de inhoud hebt gelezen?
I. Ik zal jullie manuscript (voorlopig) niet lezen.
Toelichting (…)
II. Het is onjuist om mij als sprekende observator van Bibeb op te nemen in jullie werk.
Deze opvatting stoelt op de volgende twee argumenten (…)
Samenvattend: jullie beoogde publicatie betreft dus uitspraken van mensen die allemaal vooraf instemden met een gesprek waarvan voor hen het doel bekend was: publicatie van hun opmerkingen. Dat geldt totaal niet voor mij, noch voor mijn door jullie bijeen gesprokkelde aandeel.
III. Tot slot
Kijkend naar mijn aandacht en getoonde betrokkenheid bij jullie werk wordt de teleurstelling over het verloop van de door jullie gestuurde gebeurtenissen – zeker die van de laatste twee weken – groter dan groot. Het blijkt dat het door mij geschonken vertrouwen door jullie wordt misbruikt. De nu volgende toelichting is bedoeld om onduidelijkheid hierover te voorkomen. (…)
Samenvattend
1.    Ik herhaal dat ik geen toestemming geef om in bedoeld werk (of in enig werk dat mogelijk later tot stand komt) genoemd te worden, of zo geciteerd te worden dat het duidelijk is dat mijn opmerking gaat over Bibeb of een ander gezinslid van toen, dan wel dat ik zo ter sprake kom dat het de indruk kan wekken dat ik dit zo tegen jullie heb gezegd, of heb gemaild, en wetende, of heb kunnen weten, dat dit mogelijk door jullie gepubliceerd zou kunnen worden.
Ik verwacht dat jullie aldus zullen handelen, dat is conform onze mondelinge afspraken hierover en passend in de wijze waarop we tot voor kort hebben samengewerkt. Indien jullie dit niet van plan zijn dan verwacht ik dat ik hierover per direct word ingelicht.
2.    Mijn idee over de basis voorwaarden om een samenwerking wederzijds als goed te beleven wordt kennelijk niet door jullie gedeeld. Ik zei het al.
Ik stop daarom vanaf nu definitief met mijn medewerking aan jullie (eventuele verdere) onderzoek van Bibeb.”

Hierna heeft klager op 10 mei 2017 per e-mail aan uitgeverij Querido Fosfor het volgende geschreven:
“Ik heb ernstige en fundamentele bezwaren tegen het boven genoemde boek.
Ik heb al eerder en vele malen aangegeven dat ik niet mee wil werken aan dit boek, zie bijv. mijn mail van 28-09-16, 18-04-17 en 08-05-17: hierop is geen antwoord gekomen, of een antwoord waaruit bleek dat mijn bezwaren niet gehoord werden.
Daarnaast staan er, met verwijzing naar mijn inbreng, onjuistheden in die schadelijk zijn voor het beeld van mijn moeder en mij, onjuistheden die voor mij nu (privé en voor mijn werk) schadelijk zijn.
Verder ben ik als persoon te herkenbaar in dit boek: mijn naam en mijn beroep worden vermeld - ook dat wenste en wens ik niet, en ook dat wisten de auteurs. Ik stel vast dat het vermelden ervan volstrekt niet relevant is voor de strekking van het boek.
Deze vermelding, en dus herkenbaarheid, zal een schadelijke invloed hebben op mijn werk als psychotherapeut.
Ik verzoek u deze opmerkingen serieus te nemen en mijn wensen, t.w. verwijdering van tekstgedeelten, van mijn naam en van mijn beroep door te voeren.
We zijn in overleg met een advocaat hierover, maar zijn ook bereid om eerst met jullie te overleggen.”

Hierop heeft Portegies diezelfde dag per e-mail gereageerd als volgt:
“Van Adinda Akkermans en Roos Menkhorst begrijp ik dat u hen in de afgelopen anderhalf jaar diverse malen bij u thuis hebt ontvangen, dat u in de loop der tijd weliswaar enkele malen uw vertrouwen in hun boekproject hebt opgezegd, maar dat u daarna steeds opnieuw uw medewerking heeft verleend door opnieuw met hen af te spreken en van informatie te voorzien.
Dit is ook gebeurd nadat de doelstelling van het boek aan u bekend was. Op 23 september 2016 hebben de auteurs zeer lang met u gesproken, ook over het doel van het boek. U heeft toen geen enkel bezwaar kenbaar gemaakt, u was volgens de auteurs zelfs enthousiast over het plan. U schrijft die dag ook nog dat u zich gemakkelijker voelt om enigszins met opzet en werkdoel te helpen. U feliciteert de auteurs ook met het verkrijgen van subsidie. In uw mail van 28 september 2016 zag u het anders, maar de auteurs hebben in (onder andere) een telefoongesprek van 30 november 2016 duidelijk aangegeven dat zij over hun contact met u zouden schrijven. De auteurs vragen in dat gesprek ook of het goed is dat de stukken die gaan over de bezoeken worden toegezonden, waarop u bevestigend heeft geantwoord. U eindigt het gesprek met het toewensen van succes aan de auteurs en de wens dat het iets moois mag worden.
De auteurs hadden uit deze feitelijke gang van zaken niet behoeven op te maken dat de vele gesprekken met u als niet gevoerd moesten worden beschouwd en dat zij de inhoud van die gesprekken niet mochten gebruiken.
U vermeldt in uw mail aan de directie dat er onjuistheden in het boek zouden staan, maar u vermeldt deze onjuistheden niet. De auteurs bestrijden dat er onjuistheden in het boek staan en dat het boek tekstgedeelten bevat die schadelijk zijn voor het beeld van uw moeder en u of voor u en uw werk. In een biografisch werk worden altijd personen genoemd die in nauw verband staan met de persoon die onderwerp is van het boek. Uit de jurisprudentie blijkt dat het worden genoemd in een biografisch werk — ook indien dit zonder toestemming gebeurt — niet onrechtmatig is. Hetzelfde geldt voor het noemen van uw beroep. Overigens zal dat beroep al in ruimere kring bekend zijn, u zou uw beroep anders niet kunnen uitoefenen.
De auteurs hebben u de mogelijkheid geboden om, net als alle andere personen die zij voor hun boek gesproken hebben, wijzigingen aan te brengen in de tekst — een mogelijkheid waarvan u besloot geen gebruik te maken. Ik ben dan ook van mening dat de beide auteurs voldoende zorgvuldigheid hebben betracht om tot publicatie over te gaan en dat de publicatie niet onrechtmatig is jegens u.
Wij zullen om bovengenoemde redenen niet aan uw verzoeken voldoen. Indien u wenst, zijn wij echter wel bereid om met u in gesprek te gaan.”

Vervolgens heeft op 24 mei 2017 een gesprek plaatsgevonden tussen klager en zijn raadsman enerzijds en de auteurs en uitgeverij anderzijds. Het gesprek en de daaropvolgende correspondentie tussen partijen, hebben niet tot een minnelijke oplossing geleid.  

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt – samengevat – dat hij tegen zijn uitdrukkelijke wens in een opvallende rol speelt in het boek. Daarnaast is met de feiten zeer onzorgvuldig omgesprongen. De publicatie en de inhoud die aan hem wordt toegeschreven, hebben hem zeer gegriefd. De publicatie heeft daarbij een negatief effect gehad op zijn werk.
Klager licht toe dat zijn bezwaren in de eerste plaats betrekking hebben op de gevolgde werkwijze in de aanloop naar de publicatie. Hij heeft meermaals verzocht om afspraken vast te leggen over het gebruik van door hem verstrekte informatie. Ook heeft hij meerdere keren laten weten dat hij zelf geen rol wilde spelen in het boek. Verder heeft hij herhaaldelijk gemeld dat hij niet wenste mee te werken aan de door de schrijfsters op dat moment beoogde publicatie. Ondanks zijn verzoeken hebben zij echter geen afspraken vastgelegd en hem in de waan gelaten dat hij geen rol zou spelen in het boek als hij dat niet zou willen. Dat was in ieder geval voor klager een uitgangspunt voor alle gesprekken. Niettemin heeft hij een belangrijke rol in het boek gekregen, waarbij veel van zijn persoonlijke informatie is opgenomen. Hij is de meest voorkomende persoon en er is zelfs een hoofdstuk aan hem gewijd. Klager voelt zich hierdoor ernstig misleid. Hij benadrukt in dit verband dat hij op enkele momenten zijn beperkte medewerking heeft verleend – te weten: het geven van openbare en feitelijke informatie en werkadviezen – daar waar hem het vertrouwen werd gegeven dat er met zijn grenzen rekening werd gehouden. Op momenten dat bleek dat dit niet het geval was, heeft hij zijn medewerking opgezegd. Zo heeft hij nog in februari 2017 per e-mail laten weten niet mee te willen werken aan een publicatie waarin het gaat over de relatie tussen hem en zijn moeder. Op die mail is geen enkele reactie van de auteurs gekomen tot op zaterdag 1 april 2017, zonder enige vooraankondiging, het concept bij hem werd bezorgd. Op de zitting voegt Meddens hieraan toe dat de auteurs zorgvuldiger hadden moeten omgaan met de afspraak dat klager het concept vooraf kon inzien. Na een productieproces van ongeveer anderhalf jaar, hebben zij ineens te veel druk op klager gelegd om binnen zo’n korte tijd te reageren terwijl zij wisten dat het een voor klager moeilijk onderwerp betrof en hij niet sprekend opgevoerd wilde worden. Hierbij komt dat pas na het verschijnen van het boek hem is gebleken dat de inhoud van het concept op een belangrijk punt afweek van de uiteindelijke publicatie: het hoofdstuk ‘De zoon’ ontbrak in het concept. De inhoud daarvan heeft hij dus niet vooraf kunnen lezen. Deze werkwijze is unfair en niet transparant, aldus klager.
Daarnaast stelt hij dat het boek talloze onjuistheden bevat. Behalve dat de auteurs een aantal onschuldige fouten hebben gemaakt, hebben zij bewust onjuiste informatie verstrekt waardoor een negatief beeld is ontstaan. Daarbij is klager zelfs geciteerd met een uiting die op zich al pijnlijk is, maar die zeker niet voor zijn rekening dient te komen. Zo is onder meer ten onrechte de suggestie gewekt alsof hij gezegd zou hebben dat hij Bibeb niet als zijn moeder zou hebben gezien.
In het gesprek van 24 mei 2017 is klager ingegaan op een lange reeks van fouten. Daarna heeft hij correcties aangedragen voor de meest ernstige misslagen, maar daarmee is helaas slechts in beperkte mate iets gedaan. Aan de opzet van het boek is als zodanig niets veranderd. Wel is op zijn verzoek een nawoord opgenomen waarin hij enige afstand heeft kunnen nemen van de tekst. Tegelijk hebben de schrijfsters echter gekozen voor een dankwoord aan hem, waarmee is onderstreept hoe belangrijk zijn medewerking is geweest. Klager ervaart dit dankwoord, dat niet past in de sfeer van het gesprek, eerder als een trap na dan als een tegemoetkoming.

Querido stelt hier tegenover dat de auteurs vanaf het begin klager met open vizier tegemoet zijn getreden. Zij hebben hem benaderd als journalisten die een biografisch boek over zijn moeder wilden schrijven. Tijdens de bijeenkomsten maakten zij aantekeningen in hun notitieblok. Er is nooit aan de orde gesteld dat de verkregen informatie niet gebruikt mocht worden of dat klager ‘off the record’ sprak. Ook voorafgaand aan de reeks gesprekken heeft hij geen restricties gesteld. Dat klager zelf als personage voorkomt in het boek kan voor hem niet als een verrassing zijn gekomen, daarover is met hem diverse keren gesproken.
De relatie tussen klager en de auteurs is vanaf het begin grillig geweest. Tijdens het proces heeft klager meerdere keren zijn medewerking opgezegd, om die vervolgens – met complimenten en vleierijen – weer toe te zeggen. Hierdoor, zo deelt Akkermans desgevraagd op de zitting mee, zijn ook uiteindelijk geen schriftelijke afspraken tot stand gekomen. Wel is mondeling toegezegd dat klager het concept vooraf ter inzage zou ontvangen. De auteurs wisten dat hun boek voor klager om persoonlijke redenen een belastend project was. Zij hebben zich nooit opdringerig opgesteld en hebben klager alle ruimte gegeven om niet mee te werken. Hij koos er steeds opnieuw voor om geïnterviewd te worden en betrokken te blijven, in ieder geval tot en met de ontmoeting van 23 september 2016. En ook op de vraag in november 2016 of het goed was dat ze hem het manuscript zouden sturen, inclusief de stukjes over hun ontmoetingen, reageerde hij positief.
De auteurs hebben klager in de aanloop van de publicatie steeds op de hoogte gehouden van de gebeurtenissen. Op 3 februari 2017 heeft Akkermans klager gemaild dat zij en Menkhorst waren begonnen met schrijven en dat ze zich zouden opsluiten in een huisje om het manuscript af te ronden. Daarop volgde geen reactie. Vervolgens is het concept op 31 maart 2017 aan klager toegestuurd. In de begeleidende brief staat dat de bezoeken aan de woning van klager onderdeel zijn van het verhaal. In zijn e-mail van 1 april heeft klager laten weten dat hij meer tijd nodig had voor zijn commentaar. Wel heeft hij alvast op de gekozen titel gereageerd en op de opmerkingen die Rinus Ferdinandusse op de eerste pagina heeft gemaakt. Hij heeft toen echter geen bezwaar gemaakt tegen het feit dat hij een personage zou zijn in het boek. De auteurs hebben klager vervolgens meer tijd geboden en aangeboden om de passages waarin hij voorkomt los te mailen. Daarop heeft klager niet gereageerd. Ten slotte is klager op 13 april nog meegedeeld dat de drukproeven op de dag na Pasen naar de pers zouden worden gestuurd. Volgens Querido heeft klager ruim op tijd vóór publicatie alle mogelijkheid gekregen om te reageren op de tekst, waarin hij – net als alle andere geïnterviewden – feitelijke onjuistheden mocht corrigeren. Klager heeft daarvan geen gebruik gemaakt. Op de zitting licht Querido nog toe, dat later pas een apart hoofdstuk ‘De zoon’ aan het manuscript is toegevoegd. Omdat klager inmiddels had laten weten dat hij niet van plan was het manuscript te lezen, is hem dit hoofdstuk niet meer vooraf toegestuurd.
De auteurs realiseerden zich dat klager zich niet kon vinden in het beeld dat zijzelf (en anderen) in het boek van Bibeb schetsen. Dat kon echter geen reden zijn om van publicatie af te zien. Omdat zij een goede verstandhouding met klager op prijs stelden, hebben zij hem uitgenodigd voor een gesprek. Daarop reageerde klager niet. Wel meldde hij zich op 10 mei 2017 per e-mail bij de uitgeverij, waarna het gesprek van 24 mei heeft plaatsgevonden. Daarin is gesproken over de wens van klager om zich van het geschetste beeld te distantiëren. Naar aanleiding daarvan is afgesproken dat een nawoord van klager zou worden toegevoegd aan het e-book en dat dit nawoord ook zou worden toegevoegd aan een eventuele herdruk van het papieren boek en de site van de uitgeverij. Ook kreeg klager opnieuw de mogelijkheid enkele feitelijke onjuistheden te corrigeren.
Querido concludeert dat klager steeds correct en coulant is bejegend.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Klager heeft bezwaar gemaakt tegen de gevolgde werkwijze in de aanloop naar de publicatie. Zijn klacht is erop gericht dat de auteurs ondanks zijn herhaalde verzoeken geen afspraken hebben vastgelegd, hem in de waan hebben gelaten dat hij geen rol zou spelen in het boek als hij dat niet zou willen en hem uiteindelijk – tegen zijn zin – een belangrijke rol in het boek hebben gegeven. Verder heeft klager aangevoerd dat het boek diverse feitelijke onjuistheden bevat.

De Raad heeft kennisgenomen van de uitvoerige e-mailcorrespondentie tussen partijen. Daaruit blijkt dat klager meerdere malen de wens heeft uitgesproken om schriftelijke afspraken te maken over zijn medewerking. Het zou beter zijn geweest als dit was gebeurd, zodat het onderhavige geschil mogelijk was voorkomen. Dat dit niet het geval is geweest, valt niet alleen de auteurs te verwijten. Klager had zelf initiatief kunnen nemen en afspraken kunnen formuleren, maar dat heeft hij nagelaten. Zo had hij zelf opvolging c.q. invulling kunnen geven aan wat hij de auteurs schreef op 2 november 2015: “En nu ik toch zo bezig ben, nog een punt van aandacht: als jullie met jeugdig elan de reis naar Omsk starten!, wat gaan we afspreken als we het met elkaar grondig oneens worden?, = als ik van mening ben dat ik verkeerd door jullie word geciteerd, dat ik vind dat je onjuistheden meldt?” Daarbij neemt de Raad in aanmerking dat klager zich in zijn contacten met de auteurs herhaaldelijk (ook) adviserend en coachend heeft opgesteld.

De Raad constateert dat partijen geen heldere, schriftelijke afspraken hebben gemaakt over de medewerking van klager, waaronder begrepen de wijze waarop de van klager verkregen informatie zou worden verwerkt en de rol die klager al dan niet in het boek zou spelen. Gelet op hetgeen partijen hebben aangevoerd, acht de Raad het niet aannemelijk dat mondeling aan klager toezeggingen op dit punt zijn gedaan. Klager had dan ook niet ervan uit mogen gaan dat hij geen rol zou spelen in het boek.

Daarbij komt dat klager tijdig het concept-manuscript heeft ontvangen met het verzoek om feitelijke onjuistheden te corrigeren. Op zijn verzoek is hem een langere termijn gegund om te reageren en is hem het aanbod gedaan om de passages waarin hij voorkomt, apart aan hem te mailen. Dat klager hierop niet heeft gereageerd kan Querido niet worden tegengeworpen. De Raad vindt niet dat  klager aan een onredelijke tijdsdruk is blootgesteld.

Het ontgaat de Raad echter waarom niet ook het later toegevoegde hoofdstuk ‘De zoon’ vooraf aan klager is voorgelegd. Dat klager in zijn e-mail van 18 april 2017 aan de auteurs had laten weten dat hij het manuscript (voorlopig) niet zou lezen, ontsloeg hen niet van de verplichting dit hoofdstuk na te sturen. Het hele proces van totstandkoming van het boek bestond immers uit het door klager verlenen, onthouden, verlenen en weer onthouden van medewerking. De auteurs legden bij elke onthouding van medewerking weer contact met klager, die daar dan weer op inging. Van een consequente houding van klager was dus geen sprake. Gelet op de mondelinge toezegging om klager vooraf de concepttekst ter inzage voor te leggen, had Querido bij de introductie van dit aparte hoofdstuk er dan ook niet van mogen uitgaan dat klager consequent zou handelen en van lezing zou afzien. Door dit hoofdstuk te publiceren zonder dat klager daarin vooraf inzage heeft gehad, hebben Akkermans, Menkhorst en uitgeverij Querido Fosfor journalistiek onzorgvuldig gehandeld. Dit klemt te meer, daar het duidelijk een voor klager zeer gevoelige materie betrof. Voor het overige was hun handelwijze zorgvuldig.

Relevant punt uit de Leidraad van de Raad: A. en B.4
Relevante eerdere conclusie van de Raad: RvdJ 2013/2

CONCLUSIE

Voor zover A. Akkermans, R. Menkhorst en uitgeverij Querido Fosfor het hoofdstuk ‘De zoon’ hebben gepubliceerd zonder dit vooraf voor inzage aan klager voor te leggen, hebben zij journalistiek onzorgvuldig gehandeld. Voor het overige was hun handelwijze zorgvuldig.

De Raad voor de Journalistiek doet de aanbeveling aan uitgeverij Querido Fosfor om deze conclusie ruimhartig te publiceren.

Zo vastgesteld door de Raad op 5 juli 2018 door mr. Th. Groeneveld, voorzitter, L.A.M.M. Donders, dr. H.J. Evers, S. Kuijper en A. Mellink MPA, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.



Publicatie op singeluitgeverijen.nl/querido/bibeb op/omstreeks 10 juli 2018