2018/24 zorgvuldig

Samenvatting

NRC Handelsblad heeft in het artikel “’Nepnieuws’ lobbyisten over hersendood vervuilt donordebat” niet journalistiek onzorgvuldig bericht over Comité Orgaandonatie Alert (klager). In de kop is de term ‘vervuilt’ ten onrechte niet tussen aanhalingstekens geplaatst. Dit geldt ook voor de term ‘onjuiste informatie’ in de passage “Actiegroep Comité Orgaandonatie Alert probeert met onjuiste informatie Eerste Kamerleden te overtuigen van het idee dat mensen die hersendood zijn niet echt dood zijn.” Deze omissies zijn echter niet van zodanige aard dat daarmee ontoelaatbaar is gehandeld. Uit het artikel blijkt dat de termen ‘nepnieuws’, ‘onjuiste informatie’ en ‘vervuilen’ worden toegeschreven aan geraadpleegde bronnen. De krant mocht de Gezondheidsraad en de Nederlandse Vereniging voor Neurologie als betrouwbaar en gezaghebbend beschouwen, en behoefde geen nader onderzoek te verrichten naar de verschillen van inzicht tussen deze instanties en klager. Bovendien is de reactie van klager adequaat in het artikel verwerkt.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

Comité Orgaandonatie Alert

tegen

de hoofdredacteur van NRC Handelsblad

Mevrouw A. Wood-de Haas heeft op 5 februari 2018 namens het Comité Orgaandonatie Alert te Berkhout (klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van NRC Handelsblad. Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie betrokken van mevrouw M. Breedeveld, adjunct-hoofdredacteur, van 20 februari en 29 maart 2018.

De klacht is behandeld op de zitting van de Raad van 6 april 2018. Namens klager waren daar mevrouw Wood-de Haas en mr. F. Stadermann aanwezig. Aan de zijde van de krant zijn mevrouw Breedeveld, de heer E. van Steenbergen en mevrouw E. van Outeren verschenen. Mr. Stadermann heeft het standpunt van klager toegelicht aan de hand van een notitie.

DE FEITEN

Op 28 januari 2018 is op de website nrc.nl een artikel van de hand van Van Steenbergen en Van Outeren verschenen met de kop “’Nepnieuws’ lobbyisten over hersendood vervuilt donordebat”. De intro van het artikel luidt:
“Hebben mensen straks automatisch ‘geen bezwaar’ tegen orgaandonatie na hun dood als ze geen keuze registreerden? Wel als de Eerste Kamer deze weken instemt. Voor- en tegenstanders voeren een verhitte lobby.”
In een kader staat:
“Het nieuws in het kort:
·         De Gezondheidsraad, een onafhankelijk adviesorgaan van parlement en regering, heeft senatoren in een e-mail gewaarschuwd dat ze zich niet moeten laten beïnvloeden door „onjuiste berichtgeving” rond orgaandonatie.
·         Dinsdag debatteert de Eerste Kamer over de initiatiefwet van Tweede Kamerlid Pia Dijkstra (D66), waarin wordt vastgelegd dat voor volwassenen die géén keuze vastleggen in het donorregister automatisch wordt ingevuld dat zij ‘geen bezwaar’ maken tegen orgaandonatie.
·         Senatoren worden naar eigen zeggen ‘bestookt’ met persoonlijke verhalen van patiënten en e-mails van lobbyisten. Veruit de meeste e-mails gaan over hersendood.
·         Actiegroep Comité Orgaandonatie Alert probeert met onjuiste informatie Eerste Kamerleden te overtuigen van het idee dat mensen die hersendood zijn niet echt dood zijn.”
Verder bevat het artikel onder meer de volgende passages:
“Maar de felste tegenstand komt uit onverwachte hoek – en met valse argumenten. Hoe dichter het debat nadert, hoe meer e-mails senatoren per dag ontvangen. En niet alleen de zorgwoordvoerders, maar álle 75 senatoren die over de wet moeten stemmen, worden bedolven door buitengewoon schokkende verhalen. Veel van de alarmerende berichten blijken te komen van het Comité Orgaandonatie Alert. Dat blijkt een groep bezorgde burgers onder aanvoering van Annet Wood, een beeldend kunstenaar uit het Noord-Hollandse Berkhout. Het comité maakt zich zorgen over het vaststellen van de zogenoemde ‘hersendood’ voordat organen voor transplantatie uit een lichaam worden genomen. Op de website van het comité staat: „Na veel studie zijn wij tot de conclusie gekomen dat het niet onwaarschijnlijk is dat de donor die hersendood is verklaard, bij het uitnemen van organen helse pijn lijdt.” Het comité maakt een ‘zwartboek’ over orgaandonatie, en een ‘notitie hersendood en orgaandonatie’. Wie de notitie van twaalf pagina’s schreef blijft geheim. Bovenaan staat: ‘de naam van de auteur is bekend bij de websitebeheerder’. Of het iemand met enige medische kennis is, blijft onduidelijk. Ook zijn er mails gestuurd aan de Eerste Kamer door „mensen die zeggen dat ze hersendood verklaard zijn geweest en al met een open rits op de operatietafel lagen” om hun organen uit te nemen, vertelt Eerste Kamerlid Martine Baay (50Plus) over de berichten die zij ontvangt.”
en:
“Het wettelijk vastgelegde hersendoodprotocol is, kort gezegd, een check om te bepalen of iemands hersenen onomkeerbaar zijn uitgevallen. Als dat zo is, wordt de hersendood vastgesteld: het is het officiële tijdstip van overlijden.”
en onder de subkop “Een vervuild debat”:
“Zelfs tegenstanders van Pia Dijkstra’s wet zeggen dat de groep sceptici het debat probeert te „vervuilen”. Het wetsvoorstel van Dijkstra gáát ook helemaal niet over het hersendood-protocol. Toch is in de laatste weken de spanning opgelopen bij senatoren en partijen die vóór de wet zijn. De Nederlandse Vereniging voor Neurologie schrijft een ferme brief aan de Eerste Kamer. Het debat over orgaandonatie, schrijft voorzitter George Kienstra, „dreigt te worden beïnvloed door onjuistheden en persoonlijke meningen over hersendood”. In de brief staat: „Er bestaan geen verschillende visies noch verschillende definities van hersendood tussen afzonderlijke landen of individuele medische professionals. Alle berichten hierover zijn pertinent onjuist […] Er zijn geen voorbeelden van hersendood verklaarde personen die na het doorlopen van het hersendoodprotocol nog in leven zijn. Hersendood is dood en dat is onomkeerbaar.” Ook de Gezondheidsraad stuurt een e-mail aan de Eerste Kamerleden waarin de brief van de neurologen wordt onderschreven. Een woordvoerder van de Gezondheidsraad: „Wij wilden, net zoals het ministerie, graag dat het debat zuiver werd gehouden en daarom was een waarschuwing voor nepnieuws op zijn plaats.” Kunstenaar Annet Wood erkent in een e-mail dat haar comité het donordebat aangrijpt om een punt te maken van het criterium over hersendood, terwijl de wet daar feitelijk niet over gaat. In een e-mail geeft kunstenares Wood dat ook toe. „Maar stel dat onze vrees terecht is dat het criterium hersendood niet deugt. Dan hoort de wet niet ook nog eens te worden uitgebreid?” Ze is niet op de hoogte gebracht van de waarschuwingen die neurologen en Gezondheidsraad over haar comité hebben verstuurd. Ze snapt wel waarom die instanties niet met haar willen praten: „De resultaten van ons onderzoek kunnen niet worden betwist.”

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager maakt bezwaar tegen de bewering dat het comité zich schuldig maakt aan het verspreiden van nepnieuws en tegen de suggestie dat hij met onjuiste informatie de leden van de Eerste Kamer heeft proberen te overtuigen van het idee dat mensen die hersendood zijn, niet echt dood zijn. Het comité benadrukt dat het zich serieus bezighoudt met voorlichting over orgaandonatie. Uitgangspunt bij orgaandonatie is, dat iemand die hersendood is, in aanmerking kan komen voor het doneren van zijn organen. Door het comité is serieus bronnenonderzoek gedaan naar het begrip ‘hersendood’. Daaruit blijkt dat het begrip ‘hersendood’ omstreden is. Wereldwijd zijn er artsen die betwijfelen of een donor inderdaad helemaal niets voelt, wanneer hij hersendood is verklaard en operatief bij hem organen worden verwijderd. Het comité baseert zich derhalve op feiten, die allemaal zijn te vinden op zijn website. De redactie was op de hoogte van de publicaties van het comité en had dus kunnen weten dat de mening van het comité over hersendood strijdig is met de mening van de Gezondheidsraad en van de Nederlandse Vereniging voor Neurologie. De redactie had daarom onderzoek kunnen en moeten doen naar de verschillen van inzicht en had het comité nooit mogen beschuldigen van het verspreiden van onjuiste informatie. Door de mening van de Gezondheidsraad als maatgevend te beschouwen, heeft de krant zich niet onpartijdig opgesteld. Ter ondersteuning van zijn standpunt wijst klager erop dat hij de Reclame Code Commissie aan zijn kant heeft. Deze commissie heeft naar aanleiding van klachten van het comité herhaaldelijk bepaald dat het verwarrend is om bij orgaandonatie te spreken van ‘overlijden’. Volgens uitspraken van de commissie is bij orgaandonatie geen sprake van overlijden naar gangbaar taalgebruik, maar van overlijden volgens een specifieke invulling van ‘hersendood’, te weten: een fysieke situatie waarbij sprake is van ademhaling (beademing) en bloedcirculatie.
Het comité heeft een aantal malen per e-mail de senatoren geïnformeerd, met verwijzing naar literatuur, dat de overheid omtrent het begrip ‘hersendood’ verwarring zaait. Het comité begreep dat de wetswijziging los stond van een eventuele discussie over het begrip ‘hersendood’. Het heeft de senatoren benaderd vanuit de gedachte dat als de vrees terecht is dat orgaandonatie niet deugt omdat het criterium hersendood niet deugt, de wet niet moet worden uitgebreid. Er was dus wel degelijk een verband tussen de invulling van het begrip ‘hersendood’ en de voorgestelde wetswijziging. De benadering van klager kan daarom niet als ‘vervuiling’ van het debat worden aangemerkt.
Klager meent dat het artikel lasterend en tendentieus is, waardoor hij in zijn goede naam en eer is aangetast. Hij acht het van het grootste belang dat er een rectificatie wordt opgenomen.

NRC Handelsblad stelt hier tegenover dat in voorbereiding op de behandeling van de donorwet in de Eerste Kamer diverse senatoren, medisch specialisten en andere deskundigen zijn geïnterviewd. Daaruit bleek dat velen van hen zich zorgen maakten om de ‘vervuiling’ van het debat. Zij vertelden dat Eerste Kamerleden werden ‘bestookt’ met berichten over hersendood, die voornamelijk afkomstig waren van het comité. Dit was niet alleen opmerkelijk – in de nieuwe wet zou niets worden veranderd aan de bestaande praktijk dat organen kunnen worden uitgenomen – maar volgens de bronnen ook zorgelijk: het comité zou verhalen verspreiden die aantoonbaar onjuist zijn. Aanleiding om hierover te schrijven was dat de Gezondheidsraad en de Nederlandse Vereniging voor Neurologie zich met de kwestie hadden bemoeid, door senatoren te waarschuwen voor ‘nepnieuws’ en ‘onjuistheden’. Dat was een uitzonderlijke inmenging in het politieke debat en kenmerkend voor hoe ver de lobby ging. Nadat met betrokkenen was gesproken, is klager over de bevindingen geïnformeerd en zijn per e-mail enkele vragen gesteld. De reactie is opgenomen in de berichtgeving.
De bewering dat klager nepnieuws heeft verspreid en de suggestie dat hij heeft geprobeerd met onjuiste informatie Eerste Kamerleden te overtuigen, zijn toegeschreven aan transparante, herleidbare bronnen. De term ‘nepnieuws’ is opgetekend uit de mond van de woordvoerder van de Gezondheidsraad en staat als citaat tussen aanhalingstekens. Op de zitting deelt Van Outeren mee dat volgens de senatoren sprake was van ‘vervuilen’, omdat het wetgevingsproces niet ging om het definiëren van ‘hersendood’ en zij de informatie ‘verstorend’ vonden. Breedeveld voegt hieraan desgevraagd toe, dat de aanhalingstekens een keer zijn vergeten, en dat het niet de bedoeling is geweest om de termen voor eigen rekening te nemen.  
Verder benadrukt de krant dat de Gezondheidsraad hét onafhankelijk wetenschappelijk adviesorgaan en autoriteit voor medische kwesties is. De redactie neemt de expertise van de Gezondheidsraad dan ook zeer serieus. Bovendien is duidelijk de mening van het comité weergegeven. Overigens heeft de redactie geen kant gekozen in de discussie over de betekenis van ‘hersendood’.
NRC Handelsblad meent dat de redactie, juist gezien de materie, uiterst zorgvuldig heeft gehandeld en ziet geen reden voor rectificatie.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Kern van de klacht is dat over klager is beweerd dat hij nepnieuws en onjuiste informatie over hersendood heeft verspreid en daarmee het Eerste Kamerdebat over de nieuwe donorwet heeft vervuild, omdat het begrip hersendood in dat debat niet ter discussie stond.

De Raad overweegt dat het journalistiek gebruikelijk is dat een artikel in de kop scherp wordt aangezet; een kop mag een vergroving van de inhoud van het bijbehorende artikel bevatten. Daarmee worden de grenzen van journalistieke zorgvuldigheid alleen overschreden als de kop geen grond vindt in het artikel.

Verder constateert de Raad dat in de kop “’Nepnieuws’ lobbyisten over hersendood vervuilt donordebat” de term ‘vervuilt’ niet tussen aanhalingstekens is geplaatst. Dit is evenmin gebeurd met de term ‘onjuiste informatie’ in het kader met kop “Het nieuws in het kort” in de passage “Actiegroep Comité Orgaandonatie Alert probeert met onjuiste informatie Eerste Kamerleden te overtuigen van het idee dat mensen die hersendood zijn niet echt dood zijn.”
Hierdoor is de indruk gewekt dat de krant de termen ‘vervuilt’ en ‘onjuiste informatie’ als feiten heeft willen presenteren. Ter zitting heeft de krant benadrukt dat dit niet het geval is, zodat sprake is van omissies.

De Raad vindt deze omissies niet van zodanige aard dat de krant kan worden verweten hiermee journalistiek onzorgvuldig te hebben gehandeld. Bezien in de context kunnen de kop en hiervoor geciteerde passage niet als onredelijk beschadigend voor klager worden aangemerkt. Uit het artikel blijkt immers duidelijk dat de termen ‘nepnieuws’, ‘onjuiste informatie’ en ‘vervuilen’ worden toegeschreven aan geraadpleegde bronnen, en waarom de bronnen van deze termen gebruik hebben gemaakt. De krant mocht de Gezondheidsraad en de Nederlandse Vereniging voor Neurologie als betrouwbaar en gezaghebbend beschouwen, en behoefde geen nader onderzoek te verrichten naar de verschillen van inzicht tussen deze instanties en klager. Daarbij komt dat klager om commentaar is gevraagd en diens reactie adequaat in het artikel is verwerkt. In het geheel bezien is derhalve geen zodanig vertekend beeld of onzorgvuldige weergave van de kwestie gegeven, dat daarmee journalistiek onzorgvuldig is gehandeld.

Een en ander leidt tot de conclusie dat NRC Handelsblad journalistiek zorgvuldig heeft gehandeld.

Relevante punten uit de Leidraad van de Raad: A. en B.3
Relevante eerdere conclusie van de Raad: RvdJ 2017/39

CONCLUSIE

NRC Handelsblad heeft journalistiek zorgvuldig gehandeld.

Zo vastgesteld door de Raad op 29 juni 2018 door mr. Th. Groeneveld, voorzitter, L.A.M.M. Donders, dr. H.J. Evers, S. Kuijper en A. Mellink MPA, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.