2018/22 zorgvuldig

Samenvatting

Het AD Utrechts Nieuwsblad heeft in het artikel “Nieuwegeinse gemeenteraad helemaal klaar met X” op journalistiek zorgvuldige wijze aandacht besteed aan een vergadering van de gemeenteraad waar X (klaagster) deel van uitmaakt. Er is niet gebleken dat een vertekend beeld of onzorgvuldige beschrijving is gegeven van die raadsvergadering. Het toepassen van wederhoor was niet nodig, omdat het een verslag van een vergadering betrof.
De krant heeft ook zorgvuldig gehandeld met de publicatie van het vervolgartikel “’X wilde een publiek nummertje’”. De kop is een ingekort citaat van een bestuurskundige, dat in de tekst volledig is weergegeven. Daarmee is geen zodanig andere betekenis of lading aan het citaat gegeven, dat de kop als onnodig grievend moet worden beschouwd. Klaagster is vooraf om een reactie gevraagd. Door ervoor te kiezen niet inhoudelijk per e-mail te reageren, maar via Twitter, heeft klaagster geen adequaat gebruik gemaakt van de mogelijkheid tot wederhoor. Dit kan de krant niet worden tegengeworpen.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

X

tegen

de hoofdredacteur van het AD Utrechts Nieuwsblad

X (klaagster) heeft op 29 januari 2018 een klacht  ingediend tegen de hoofdredacteur van het AD Utrechts Nieuwsblad. Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie betrokken van klaagster en van de heren A. Prins en R. Franck, respectievelijk redactiechef en verslaggever van AD Utrechts Nieuwsblad, van 30 en 31 januari 2018, van 2, 4 en 23 februari 2018 en van 2, 13 en 15 maart 2018.

De zaak is behandeld op de zitting van de Raad van 16 maart 2018 in aanwezigheid van klaagster. Namens de krant waren de heren Prins en Franck aanwezig. Partijen hebben hun standpunten toegelicht aan de hand van notities.

DE FEITEN

Op 18 december 2017 is op de website ad.nl/utrecht een artikel verschenen van de hand van Franck met de kop “Nieuwegeinse gemeenteraad helemaal klaar met X”. De intro van het artikel luidt:
“De Nieuwegeinse gemeenteraad is helemaal klaar met X. Het raadslid van de partij Y kreeg maandagavond niet de ruimte voor een aangekondigde interpellatie (ondervraging) van burgemeester Backhuijs over vermeende integriteits-schendingen.”
Het artikel luidde verder:
“X trok in haar toelichting op de interpellatie de vergelijking met de Limburgse gemeente Brunssum. Daar nam de burgemeester ontslag om geen verantwoording te dragen voor het optreden van wethouder Palmen. Het raadslid suggereerde dat burgemeester Backhuijs een soortgelijke stap zou moeten zetten vanwege een in haar ogen dubieuze grondtransactie van PvdA-wethouder Adriani en de in X's ogen onterechte declaratie van CU-raadslid Monrooij. 
Unaniem stemden de overige fracties tegen de interpellatie. CDA-raadslid Blom hekelde daarbij de werkwijze van X zelf. „Ze zegt feiten te hebben, maar doet geen aangifte en ze bestookt ons met mails die treiterend en beschadigend zijn voor anderen.”
Ook de andere fracties voerden eenstemmig aan X geen podium te willen geven voor het beschadigen van anderen.”
Een dag later is het artikel verschenen in de papieren editie van AD Utrechts Nieuwsblad. Die dag is aan het online-artikel de volgende passage toegevoegd:
“Volgens X is dat niet aan de gemeenteraad, maar aan de kiezers. Ze diende een motie in die vaststelt dat de integriteit van het bestuur van Nieuwegein op alle mogelijke manieren ondergraven en failliet is.
Burgemeester Backhuijs verwierp met klem de aantijgingen van X en deed een emotionele oproep. ,,U bent degene die deze gemeente beschadigt. Ik verzoek u dringend daar mee op te houden”, zei hij met een brok in de keel. ,,U bent meester in verdraaien van feiten en om uw mening als feiten te presenteren. We zijn goed bezig met integriteit. De manier waarop X dat doet is buiten elke proportie”.
De motie van X kreeg vervolgens alleen haar eigen stem.”

Vervolgens is op 20 december 2017 in AD Utrechts Nieuwblad een artikel van Franck verschenen met de kop “’X wilde een publiek nummertje’” en de bovenkop “Bestuurskundige: ingrijpen Nieuwegeinse raad is bijzonder”. De intro van dit artikel luidt:
“Uniek is het niet, maar bijzonder is het wel dat de Nieuwegeinse gemeenteraad maandagavond X unaniem verbood burgemeester Backhuijs te ondervragen. Dat zegt hoogleraar lokaal bestuur Marcel Boogers van universiteit Twente.”
Het artikel bevat verder onder meer de volgende passage:
“X vroeg een interpellatie aan om de burgemeester te ondervragen over vermeende belangenverstrengeling en andere integriteitsschendingen door wethouder Hans Adriani (PvdA) en raadslid Martin Monrooij (CU). De gemeenteraad ontnam haar eensgezind die mogelijkheid. De andere raadsleden meenden dat haar aantijgingen onvoldoende gefundeerd zijn en zouden leiden tot beschadiging van personen. Volgens Boogers is dat precies de reden waarom wel vaker dergelijke ondervragingen worden geweigerd in het land. ,,Meestal wordt een interpellatie wel gegund door de raad. Het is een belangrijk instrument. Maar als het over het functioneren van personen gaat, is het presidium meer de plaats om dat te bespreken. X heeft er kennelijk een publiek nummertje van willen maken en de raad heeft haar dat niet gegund.”
Zelf meende X maandagavond dat slechts de kiezers van Nieuwegein gaan over wie wel en niet mogen spreken in de gemeenteraad. Ze was een dag later niet bereid dat desgevraagd verder toe te lichten. Wel herhaalt ze via twitter haar aantijgingen in de richting van de Nieuwegeinse gemeenteraad. Op vragen over haar politieke toekomst met het oog op de naderende gemeenteraadsverkiezingen gaat ze niet in. Ze kwalificeert de berichtgeving in deze krant als ‘fakenews’.”

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster stelt – kort samengevat – dat het artikel van 18/19 december 2017 eenzijdig en stemming makend is en zij ten onrechte is beschuldigd van het verzenden van treitermails en het beschadigen van anderen. Zij wijst erop dat de mails die zij had verstuurd, nette mails waren met bewijsstukken over de corruptie in Nieuwegein. Verder meent klaagster dat Franck ten onrechte heeft nagelaten wederhoor toe te passen. Hij heeft haar pas ná de publicatie via e-mail benaderd. De bewering van Franck dat zij telefonisch onbereikbaar was, is onjuist. Overigens zat hij tijdens de raadsvergadering vlak bij haar, dus hij had haar daar eenvoudig vragen kunnen stellen. Om deze reden was klaagster aangewezen op sociale media om haar kant van het verhaal te doen. Toen Franck haar uiteindelijk benaderde, wilde hij alleen een reactie op het weigeren van het interpellatiedebat, maar niet op de inhoud van dat debat en op de kern van de berichtgeving over haar persoon.
Klaagster maakt ook bezwaar tegen de aanvulling van het online-artikel met informatie die Franck niet uit eigen waarneming heeft verkregen. Franck heeft nagelaten de bron te vermelden en te berichten dat het debat er toch is gekomen. Overigens is zij ook niet in de gelegenheid gesteld op de aanvulling te reageren. Op de zitting verklaart zij desgevraagd dat dit artikel geen feitelijke onjuistheden bevat. Zij vindt het onzorgvuldig dat de kern van haar betoog – de beschuldiging van corruptie – teniet is gedaan, en haar mails zijn geframed als ‘treitermails’. Deze onzorgvuldige berichtgeving gaat ten koste van het vertrouwen in het openbaar bestuur, aldus klaagster.
Ten aanzien van het artikel van dinsdag 20 december maakt klaagster vooral bezwaar tegen de kop. In de woorden die de hoogleraar zou hebben gebruikt is het al smakeloos, maar wat de krant er in de kop van heeft gemaakt is nog erger. Zij vindt de titel onder meer seksistisch, kwetsend en smadelijk. Ook in dit artikel heeft Franck informatie gebruikt die hij van een bron kreeg toegespeeld, zonder die bron te vermelden. Klaagster wijst erop dat Franck niet aanwezig was op het moment dat het debat plaatsvond en dat de opnames van de vergadering tijdens het drukken van de krant nog niet beschikbaar waren. Zij vindt het misleidend dat Franck doet voorkomen alsof hij zelf alles heeft gehoord. Het is onjuist dat zij niet bereid was een toelichting te geven. Ze is niet gevraagd naar de inhoud van haar argumenten, maar mocht alleen reageren op de weigering van de interpellatie. Dat vond ze niet voldoende. Op de zitting verklaart klaagster desgevraagd dat ze het beter vond om via Twitter te reageren, omdat iedereen dan haar eigen reactie kan lezen. Die uitvoerige reacties op Twitter zijn overigens afgedaan met een enkele regel.
Klaagster benadrukt dat de hele kwestie draait om diepgewortelde en bewijsbare corruptie in het stadsbestuur van Nieuwegein. Franck heeft het echter doen voorkomen alsof het simpelweg gaat om ‘functioneren van personen’. Dit is een kwalijke vorm van het bagatelliseren van ernstige integriteitsschendingen.
Klaagster concludeert dat beide artikelen niet waarheidsgetrouw, niet nauwgezet, niet onpartijdig, niet fair, niet controleerbaar en niet integer zijn.

Het AD Utrechts Nieuwsblad stelt hier tegenover dat het artikel van 19 december een verslag is van de raadsvergadering van de avond ervoor. Franck heeft dit geschreven vanaf de perstribune en zich gebaseerd op de citaten uit het debat. Hij heeft niet voortijdig de zaal verlaten en heeft volledig uit eigen waarneming verslag gedaan. Franck vond het vooral opmerkelijk dat klaagster geen interpellatie mocht plegen en heeft daarover adequaat bericht. Bij de publicatie van een dergelijk verslag is het toepassen van wederhoor niet nodig. De kwestie kwam erop neer dat klaagster de interpellatie was geweigerd omdat de overige raadsleden haar geen podium wilden bieden voor wat zij als verdachtmakingen beschouwden. Een fractielid repte daarbij van ‘treitermails’, hetgeen als citaat in de berichtgeving is verwerkt. Dit geldt ook voor de korte reactie van klaagster dat de Nieuwegeinse kiezers het laatste woord hebben. Het staat een verslaggever vrij om die insteek te kiezen. Er is geen aandacht besteed aan de zaken die voor klaagster aanleiding waren tot het aanvragen van de interpellatie, omdat op grond van de uitgebreide informatie op haar website haar aantijgingen niet zo hard zijn als ze zelf doet voorkomen. De redactie maakt voortdurend inschattingen of kwesties de moeite waard zijn om zich daarin nader te verdiepen. Dat leek hier niet het geval. Bovendien moet de krant dagelijks prioriteiten stellen in haar berichtgeving. Op de zitting voegt Prins hieraan toe dat een onderzoek naar de integriteitskwestie buiten de reikwijdte van de verslaglegging van dat moment viel.
De volgende dag besloot Franck een follow-up te maken, omdat de krant het opmerkelijk vond dat een gekozen volksvertegenwoordiger door al haar collega’s werd verboden de burgemeester over integriteit te ondervragen. Hij heeft eerst geprobeerd klaagster telefonisch te bereiken, maar kreeg de melding dat de lijn ‘buiten gebruik was’. Direct daarna heeft hij klaagster per e-mail benaderd. Klaagster heeft daarop geantwoord en gevraagd hoeveel ruimte zij zou krijgen. Franck heeft haar toen bericht dat haar reactie in essentie zou worden weergeven. Daarna bleef het stil ‘op de mail’ en bleek even later dat klaagster was overgeschakeld op Twitter als openbaar communicatiekanaal. Uiteindelijk heeft de redactie de tweets van klaagster inderdaad gebruikt voor enig wederhoor, en is vermeld dat klaagster de berichtgeving als ‘fakenews’ bestempelde.
Als gevolg van eerder gemaakte afwegingen is in dit artikel opnieuw geen aandacht besteed aan de inhoudelijke bezwaren van klaagster. De focus lag op de bijzonderheid van het ontzeggen van een interpellatie. Voor nadere duiding is een bestuurskundige geraadpleegd. De kwalificatie die klaagster aan de kop geeft, werpt de krant verre van zich. Het betreft een staande uitdrukking, gebruikt door de bestuurskundige, die verwoordt dat iemand ergens erg graag aandacht voor wil hebben.
De krant meent dat zij journalistiek zorgvuldig heeft gehandeld.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad stelt vast dat het artikel van 19 december 2017 een weergave bevat van een gemeenteraadsvergadering. Voor de lezer is voldoende duidelijk dat Franck heeft beschreven wat hij tijdens die vergadering heeft waargenomen. Bij berichtgeving van feitelijke aard, zoals verslagen van openbare bijeenkomsten, behoeft de journalist in beginsel geen wederhoor toe te passen. Niet is gebleken van bijzondere omstandigheden, waardoor wederhoor in dit geval toch nodig was.
Op basis van wat klaagster aanvoert, kan niet worden gezegd dat een vertekend beeld of onzorgvuldige beschrijving is gegeven van die raadsvergadering. Het stond Franck vrij om de achtergrond van de kwestie – de motieven van klaagster om de interpellatie aan te vragen – onbesproken te laten.

Het stond Franck ook vrij om in het vervolgbericht van 20 december 2017 aandacht te besteden aan de weigering van de interpellatie en daarbij de insteek te kiezen zoals hij heeft gedaan. De journalist is immers vrij in de selectie van nieuws en het is aan hem om te bepalen vanuit welke invalshoek(en) een onderwerp wordt belicht en in welke context het bericht wordt gebracht.
Het is journalistiek gebruikelijk dat een artikel in de kop scherp(er) wordt aangezet; een kop mag een vergroving van de inhoud van het bijbehorende artikel bevatten. Daarmee worden de grenzen van journalistieke zorgvuldigheid alleen overschreden als de kop geen grond vindt in het artikel. Dat is hier niet het geval, het gaat immers om een ingekort citaat van de bestuurskundige, dat in de tekst volledig is weergegeven. De Raad vindt niet dat daarmee een zodanig andere betekenis of lading aan het citaat is gegeven, dat de kop als onnodig grievend moet worden beschouwd.
Verder staat vast dat Franck klaagster voor de publicatie van het artikel heeft benaderd en om een reactie heeft gevraagd. Door ervoor te kiezen niet inhoudelijk per e-mail te reageren, maar via Twitter, heeft klaagster geen adequaat gebruik gemaakt van de mogelijkheid tot wederhoor. Dit kan de krant niet worden tegengeworpen.
Dit leidt tot de slotsom dat het AD Utrechts Nieuwsblad journalistiek zorgvuldig heeft gehandeld.

Relevante punten uit de Leidraad van de Raad: A. en B.3
Relevante eerdere conclusies van de Raad: RvdJ 2018/9 en 2014/45

CONCLUSIE

Het AD Utrechts Nieuwsblad heeft journalistiek zorgvuldig gehandeld.

Zo vastgesteld door de Raad 19 juni 2018 door mw. mr. J.W. Bockwinkel, voorzitter, L.C. Hauben, mw. J.R. van Ooijen, H.P.M.J. Schneider en mw. M. Stenneke, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.