2018/21 onthouding-oordeel zorgvuldig

Samenvatting

B. Nielsen en Dagblad van het Noorden hebben in het artikel “Uitstel veiling van huis Diette Doesburg” op journalistiek zorgvuldige wijze verslag gedaan van de zitting in een kort geding tussen D. Doesburg-Maas (klaagster) en de curatoren in het faillissement van Maas Shipyard Waterhuizen B.V.  Met de aanduidingen ‘uitstel’ (in de kop) en ‘opschorten’ (in het slot) is geen onjuiste betekenis of lading gegeven aan de op die zitting getroffen schikking. Ook verder is niet gebleken dat het artikel een vertekend beeld of onzorgvuldige weergave van de zitting geeft. Het toepassen van wederhoor was in dit geval niet nodig.
Wat betreft de bezwaren van klaagster dat de curatoren een schuld in de failliete boedel hebben gecreëerd en dat dit haar ten onrechte wordt aangerekend, onthoudt de Raad zich van een oordeel.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

D. Doesburg-Maas

tegen

B. Nielsen en de hoofdredacteur van Dagblad van het Noorden

Mevrouw D. Doesburg-Maas te Groningen (klaagster) heeft op 10 augustus 2017 een klacht  ingediend tegen B. Nielsen en de hoofdredacteur van Dagblad van het Noorden. Naar aanleiding daarvan heeft de secretaris van de Raad per e-mail van 14 augustus 2017 klaagster geïnformeerd over de procedure van de Raad. Op 8 januari 2018 heeft klaagster de Raad meegedeeld dat zij haar klacht wenst te handhaven. Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie van klaagster en de heer E. Wijnholds, hoofdredacteur, betrokken van 8 en 19 februari 2018 en van 13 maart 2018.

De zaak is behandeld op de zitting van de Raad van 16 maart 2018 in aanwezigheid van klaagster, vergezeld door de heer J. Gejas. Namens de krant waren de heren Nielsen en Wijnholds aanwezig. Klaagster heeft haar standpunt toegelicht aan de hand van een notitie.

DE FEITEN

Op 18 juli 2017 is in Dagblad van het Noorden een artikel van de hand van B. Nielsen verschenen met de kop “Uitstel veiling van huis Diette Doesburg”. De intro van dit artikel luidt:
“Diette Doesburg en haar curatoren nemen ieder een makelaar in de hand om haar woning aan de Ossenmarkt in Groningen onderhands te verkopen.”
Verder bevat het artikel onder meer de volgende passages:
“Dat is de uitkomst van het kort geding dat Doesburg als failliete werfonderneemster gisteren tegen haar curatoren Wim Entzinger en Peter Fousert (PlasBossinade) aanspande om een gedwongen veiling te voorkomen. Die curatoren willen 7 miljoen van haar zien. Een zinloze exercitie, oordeelde Diette Doesburgs advocaat Eddy Heuzeveldt over de poging van de curatoren Doesburgs huis donderdag te veilen. Hij schetste een beeld alsof de opbrengst van de woning aan de Ossenmarkt bij lange na niet voldoende zou zijn om de hypotheek van ongeveer 1,1 miljoen af te lossen. De curatoren staan op het standpunt dat ze juist alles in het werk moeten stellen om de 7 miljoen euro op Doesburg te verhalen. Dat is het bedrag dat ze moet betalen omdat ze aansprakelijk is voor het boedeltekort van het failliete Maas Shipyard.”
en
“De curatoren hebben tot taak zo veel mogelijk geld op te halen voor de failliete boedel. Maar vermoedelijk is die 7 miljoen bij Doesburg niet te halen, tenminste afgaand op de geschetste situatie in de rechtbank. Ze stelde dat een derde voor haar de kosten van het huis betaalt (3500 euro per maand). ,,De curatoren hebben niet geschroomd beslag te leggen op haar AOW”, aldus Heuzeveldt.”
en
“Als er één ding duidelijk werd tijdens het kort geding van Diette Doesburg-Maas tegen haar curatoren Entzinger en Fousert, dan is het dat beide partijen – zeer zacht uitgedrukt – weinig met elkaar op hebben. Ze beweren over en weer dat ze bereid zijn om over schikkingen te praten en beiden zeggen nooit een reactie van de tegenpartij te krijgen. Leonie Ettema, kantoorgenoot van de curatoren, benadrukte nog eens de bereidheid tot een ‘totaaloplossing’: ,,Door mevrouw Doesburg is geen enkel teken gegeven dat zij of haar man bereid is tot een minnelijke schikking.””
en
“De veiling van de woning zou ook nog in het voordeel van de Doesburgs zijn, zo betoogde Ettema, ‘want met de veiling van de woning wordt bereikt dat ze goedkoper gaan wonen en dat hun maandelijkse inkomsten kunnen worden gebruikt om de schuldeisers te betalen’. Ze voegde daar even later aan toe: wie zijn schulden betaalt, verarmt niet. De veiling werd in samenspraak opgeschort tot 31 oktober.”

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster stelt – kort samengevat – dat het artikel diverse onjuistheden bevat. Zo is de veiling van haar huis niet uitgesteld of opgeschort, maar ingetrokken. De onderhavige procedure is op verzoek van beide partijen doorgehaald. Dit blijkt uit de stukken van de rechtbank en de bevestiging daarvan door notaris Bossinade. Verder heeft Nielsen geschreven ‘dat curatoren niet hebben geschroomd beslag te leggen op haar AOW’, maar daarbij onvermeld gelaten dat dit beslag moet worden opgeheven. Nielsen schrijft voortdurend over ‘haar curatoren’, terwijl het gaat om de curatoren van Maas Shipyard Waterhuizen B.V. waar MOG B.V. bestuurder van is en niet klaagster.
Volgens haar is ook onjuist dat ‘de curatoren 7 miljoen van haar willen zien’. Het betreft een begroting van een vordering op MOG B.V. die helemaal niet vaststaat. Het door Nielsen vermelde hypotheekbedrag van ongeveer 1,1 miljoen is én niet waar én is tijdens de zitting helemaal niet besproken. Zij wijst erop dat de curatoren tot taak hebben zoveel mogelijk geld op te halen voor de failliete boedel. Nielsen laat echter onvermeld dat de curatoren juist dat achterwege hebben gelaten. De crediteuren hebben door de handelwijze van de curatoren niets ontvangen. Ook heeft klaagster niet gesteld, zoals in het artikel is vermeld, dat een derde voor haar de kosten van het huis betaalt van € 3.500 per maand. Dit bedrag staat alleen in de pleitaantekeningen van de curatoren en is uit de lucht gegrepen. Ook het citaat “Door mevrouw Doesburg is geen enkel teken gegeven dat zij of haar man bereid is tot een minnelijke schikking” is bezijden de werkelijkheid. Het zijn de curatoren die een schikking hebben afgehouden. Zij heeft er bij de rechter nog eens op gewezen dat er in 2005 een vaststellingsovereenkomst is getekend die de curatoren niet zijn nagekomen, terwijl MOG B.V. toen al € 1.575.000 aan de positieve boedel heeft betaald.
Deze belangrijke punten heeft Nielsen echter geheel ten onrechte achterwege gelaten, net als het antwoord op het betoog van Ettema, kantoorgenoot van de curatoren, dat ‘wie zijn schulden betaalt, niet verarmt’. Klaagster heeft daarop gereageerd dat dit op zich juist is, ware het niet dat Maas Shipyard Waterhuizen B.V. geen enkele schuld heeft bij PlasBossinade, maar dat PlasBossinade door zinloos procederen de boedel heeft verarmd en de crediteuren aantoonbaar heeft benadeeld.
Klaagster meent dat Nielsen selectief kennis neemt van verslagen en gerechtelijke stukken, waardoor sprake is van onjuiste en onvolledige berichtgeving. Zij heeft op de zitting de gang van zaken rond alle in de afgelopen jaren gevoerde procedures uitvoerig toegelicht. Volgens klaagster is zij door Nielsen tot slachtoffer gemaakt en heeft hij haar daarmee in haar verdere carrière geschaad. Op de zitting van de Raad heeft klaagster in dat verband nog benadrukt dat meestal over haar wordt bericht op basis van uitspraken van anderen, zonder dat die aan haar worden voorgelegd. Zij wenst dat er juist over haar wordt geschreven, met toepassing van wederhoor.

Nielsen en Dagblad van het Noorden stellen hier tegenover dat PlasBossinade weliswaar heeft gemeld dat de veiling van 20 juli 2017 is ingetrokken, maar niet dat sprake is van afstel van executie. Tot 31 oktober 2017 hadden beide partijen de tijd het pand onderhands te verkopen, daarna zouden de curatoren weer de mogelijkheid van een veiling hebben. Uit het faillissementsverslag van 24 januari 2018 blijkt dat de curatoren de executie van het arrest van 12 mei 2015 (het invorderen van het boedeltekort) weer opstarten nu de woning niet is verkocht. Dit houdt in dat ze doorgaan om die 7 miljoen binnen te halen; een veiling, beslag, faillissement, alles is mogelijk. 
De zinsnede “Curatoren hebben niet geschroomd beslag te leggen op haar AOW.” is een citaat van de advocaat van klaagster. En voor wat betreft de aanduiding ‘haar curatoren’ wijzen Nielsen en de krant op een eerdere procedure bij de Raad (RvdJ 2017/28). Toen heeft klaagster niet ontkend dat de bestuursaansprakelijkheid van MOG B.V. vaststaat en dat als die vennootschap niet kan betalen, D. Maas Beheer B.V. en klaagster aan de orde komen. Met andere woorden: het is uiteindelijk klaagster zelf die aansprakelijk is.
Volgens Nielsen en de krant blijkt uit een door de rechter-commissaris geaccordeerd faillissementsverslag dat het boedeltekort op ongeveer € 7 miljoen is vastgesteld. Er staat nog een deel open in de vorm van een betwiste vordering van ongeveer € 6 ton; dat deel is begroot. Verder is de lezing van Nielsen van de gebeurtenissen tijdens de zitting anders dan die van klaagster.  Klaagster geeft bovendien de curatoren de schuld ervan dat de crediteuren tekort komen, terwijl het doorgaans zo is dat de gefailleerde daarvan de oorzaak is. Voorts heeft klaagster steeds betoogd dat PlasBossinade door zinloos procederen de boedel heeft verarmd, maar heeft zij zelf  tot in cassatie geprocedeerd. Zij heeft dit punt vaker aangevoerd, maar de rechtbank heeft dat niet overgenomen. Op de zitting van de Raad verklaart Nielsen dat hij de openbare behandeling van de rechtszitting volledig heeft bijgewoond en de curatoren daar de gegevens heeft horen uitspreken, zoals hij deze in het artikel heeft verwerkt.
Gelet op het voorgaande is er geen aanleiding om de berichtgeving te rectificeren. Het artikel bevat een verslag van een kort geding en geeft weer wat zich daar die dag heeft afgespeeld. Het toepassen van wederhoor was daarom niet nodig.
Ten slotte merken Nielsen en de krant op dat klaagster een bekende persoonlijkheid is in Noord-Nederland. De diverse rechtszaken waarbij zij is betrokken, de maatschappelijke onrust die is ontstaan door de strijd over en het faillissement van haar scheepswerf en het feit dat klaagster in het verleden ook regelmatig zelf de publiciteit zocht, maken dat er een grote mate van publiek belang is bij berichtgeving over de voortgang van de afhandeling van het faillissement.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad stelt vast dat het artikel een verslag behelst van de zitting van 17 juli 2017 in een kort geding tussen klaagster en de curatoren in het faillissement van Maas Shipyard Waterhuizen B.V. Gezien de inhoud van het artikel is het voor de gemiddelde lezer duidelijk dat de publicatie de observaties van Nielsen bevat. Hij heeft beschreven en duiding gegeven aan wat tijdens de zitting aan de orde is gekomen.

Blijkens het door klaagster overlegde proces-verbaal van de zitting hebben partijen hun standpunten toegelicht aan de hand van pleitnotities en hebben zij vervolgens een minnelijke regeling bereikt, die – kort gezegd – inhoudt: dat de aangekondigde veiling van klaagsters woning wordt ingetrokken, dat beide partijen zich tot en met 31 oktober 2017 inspannen om te komen tot onderhandse verkoop van de woning en dat de curatoren het door hen gelegde beslag op de AOW-uitkering van klaagster tot en met 31 oktober 2017 opschorten.

In eerdere zaken heeft de Raad overwogen dat indien een journalist zich baseert op juridische stukken, hij moet voorkomen dat parafrases en citaten van dien aard zijn dat daarmee een andere betekenis of lading aan de feiten wordt gegeven. Uit het proces-verbaal blijkt weliswaar dat de reeds aangekondigde veiling – gepland op 20 juli 2017 – zou worden ingetrokken, maar niet dat een veiling definitief van de baan is. De regeling ziet immers op de periode vanaf de zitting tot en met 31 oktober 2017.
De Raad vindt dan ook niet dat Nielsen door de aanduidingen ‘uitstel’ (in de kop) en ‘opschorten tot 31 oktober’ (in het slot) een onjuiste betekenis of lading aan de minnelijke regeling heeft gegeven.
De aanduiding ‘haar curatoren’ is evenmin ontoelaatbaar. Zoals de Raad in een eerdere procedure tussen partijen (RvdJ 2010/54) heeft overwogen, heeft klaagster zich geprofileerd als het gezicht van het failliet verklaarde bedrijf Maas Shipyard Waterhuizen B.V., zodat klaagster en dat bedrijf als het ware vereenzelvigd kunnen worden.

Voorts heeft klaagster niet betwist dat de citaten “De curatoren hebben niet geschroomd beslag te leggen op haar AOW”, “Door mevrouw Doesburg is geen enkel teken gegeven dat zij of haar man bereid is tot een minnelijke schikking.” en wie zijn schulden betaalt, verarmt niet”  afkomstig zijn van degenen aan wie Nielsen ze heeft toegeschreven. Dat zij de inhoud ervan betwist en/of graag had gezien dat deze van een nadere toelichting waren voorzien, maakt niet dat het opnemen van deze citaten – gelet op de context van de berichtgeving – journalistiek onzorgvuldig is.

Ook verder is niet gebleken dat Nielsen een vertekend beeld of onzorgvuldige weergave van de zitting in kort geding heeft gegeven. Een journalist hoeft bij berichtgeving van feitelijke aard, zoals verslagen van rechtszaken, in beginsel geen wederhoor toe te passen. Voor een uitzondering op deze regeling bestond geen aanleiding.

De overige bezwaren van klaagster komen er in de kern op neer dat zij meent dat de curatoren een schuld in de failliete boedel hebben gecreëerd die haar ten onrechte wordt aangerekend. Net als in de vorige procedure tussen partijen (RvdJ 2017/28) kan de Raad niet vaststellen of het standpunt van klaagster, dat door Nielsen en de krant gemotiveerd is betwist, juist is. De materie is hiervoor te complex en de Raad doet in dit verband geen zelfstandig feitenonderzoek. Op dit punt onthoudt de Raad zich daarom van een oordeel.

Relevante punten uit de Leidraad van de Raad: A. en B.3
Relevante eerdere conclusies van de Raad: RvdJ 2017/28 en RvdJ 2017/1, RvdJ 2016/27 en RvdJ 2010/54

CONCLUSIE

Nielsen en Dagblad van het Noorden hebben op journalistiek zorgvuldige wijze verslag gedaan van de zitting in kort geding, waarin klaagster partij was. Voor zover de bezwaren van klaagster erop neerkomen dat de curatoren een schuld in de failliete boedel hebben gecreëerd en dat dit haar ten onrechte in de schoenen wordt geschoven, onthoudt de Raad zich van een oordeel.

Zo vastgesteld door de Raad 11 juni 2018 door mw. mr. J.W. Bockwinkel, voorzitter, L.C. Hauben, mw. J.R. van Ooijen, H.P.M.J. Schneider en mw. M. Stenneke, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.