2017/36 niet-inhoudelijk-behandeld

Samenvatting

A. Stegeman en Noordkaap TV Producties doen voortaan niet mee aan de procedure van de Raad voor de Journalistiek. De Raad gaat in een dergelijke situatie alleen tot behandeling van de klacht over in het bijzondere geval dat deze van algemene strekking of principieel belang is. De Raad heeft niet kunnen vaststellen dat daarvan sprake is en heeft daarom de klacht over een uitzending van het televisieprogramma Stegeman op de Bres niet inhoudelijk behandeld.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

X

tegen

A. Stegeman en de hoofdredacteur van Stegeman op de Bres (Noordkaap TV Producties)

De heer mr. R.J.G. Ensink, advocaat te Breda, heeft op 16 juni 2017 namens mevrouw X (klaagster) een klacht ingediend tegen A. Stegeman en de hoofdredacteur van Stegeman op de Bres (Noordkaap TV Producties). Vervolgens heeft mr. Ensink in een e-mail van 19 juni 2017 toegelicht hoe de klacht door het medium is afgewikkeld.
Mevrouw mr. J. van den Berg, advocaat te Amsterdam, heeft namens A. Stegeman en Noordkaap TV Producties laten weten dat zij zich uit beginsel niet zullen verweren tegen de door klaagster ingediende klacht. Zij heeft daarbij verwezen naar artikel 9 lid 5 van het Reglement voor de werkwijze van de Raad.
Naar aanleiding daarvan heeft mr. Ensink nog gereageerd in een brief van 25 augustus 2017.

De zaak is besproken op de zitting van de Raad van 1 september 2017 op basis van de schriftelijke stukken. Voorafgaand aan de zitting heeft de Raad de uitzending bekeken.

DE FEITEN

Op 21 mei 2017 is in een uitzending van het televisieprogramma Stegeman op de Bres van Noordkaap TV Producties (uitgezonden door SBS6) aandacht besteed aan een geschil tussen klaagster en een voormalige vriendin van haar. In de uitzending wordt bericht dat klaagster uit financiële nood bij haar vriendin heeft aangeklopt, die haar vervolgens onderdak heeft aangeboden in een tweede huisje dat op dat moment te koop stond. Volgens de vriendin is klaagster gemaakte afspraken over het betalen voor gebruik van gas en licht niet nagekomen. Verder zou klaagster het huisje als ‘vernield krot’ hebben achtergelaten en diverse spullen hebben meegenomen.
In de uitzending zegt Stegeman het volgende:
“Ze [klaagster] vraagt op internet donateurs voor een stichting die mensen met financiële problemen helpt. Zou zij op die manier het geld van Wendy [de vriendin] proberen te regelen, door anderen te laten betalen? Reden genoeg om eerst zelf met haar af te spreken en te onderzoeken waar ze mee bezig is.”
Hierna is te zien dat in een horecagelegenheid twee medewerkers van het programma een gesprek hebben met klaagster, waarbij zij zich voordoen als potentiële donateurs en willen weten met wie ze te maken hebben. Het deel van het gesprek dat in beeld is gebracht, waarvan de beelden zijn opgenomen met een verborgen camera, is als volgt verlopen:      
            Redacteur: “Marian, hoi. Alles goed?”
            Klaagster: “Ja. Ik ben Marian.”
            Redacteur: “Tonny.”
            Stegeman in een voice-over: “Ze begint meteen te vertellen over haar eigen
            problemen.”
            Klaagster: “Ik raakte mijn huis kwijt en toen kwam ik op het chaletpark De Kievit
            terecht. En via kennissen had ik toch een dak boven mijn hoofd.”
            Redacteur: “Wat super dat die mensen dat gedaan hebben dan.”
            Klaagster: “Ja.”
            Redacteur: “Kennissen van u?”
            Klaagster: “Dat waren kennissen van mij. Maar dat chalet stond al jaren te koop en is
            inmiddels verkocht.”
            Redacteur: “Hoefde u in dat chalet geen huur te betalen?”
            Klaagster: “Nee.”
            Stegeman in een voice-over: “Geen huur? Maar wel 350 euro per maand aan gas, water
            en licht. Maar dat geld betaalt ze maar niet, wat Marlies [moeder van Wendy] en Wendy
            ook proberen.”
Het gesprek met klaagster wordt vervolgens kort onderbroken door een gesprek van Stegeman met Wendy en haar moeder. Dit verloopt als volgt:
            Marlies: “We hebben de deurwaarder erop gezet. Voor de deurwaarder deed ze niet
            open, want haar man lag slecht, zei ze.”
            Stegeman: “Jullie hadden het gevoel iets goeds te doen voor haar.”
            Wendy: “Ja, en ik had een huisje over, dat stond toch in de verkoop. En dan help je
            iemand en dan word je zo belazerd.”
            Marlies: “En ik denk dat je nooit meer iemand helpt.”
            Wendy: “Nee.”
            Stegeman: “Nee, want dat vertrouwen heeft echt wel een deuk opgelopen.”
Hierna zegt Stegeman in een voice-over: “Als Marian niet weet dat ze wordt opgenomen
            doet zij zich juist voor als iemand die absoluut niet tegen onrecht kan.”
            Klaagster: “Ik ben zelf minima en ik doe het voor de minima. En als er mensen zijn die
            daar misbruik van maken, dan vind ik dat gewoon heel erg, dat doet mij zeer. Dan denk ik: Je bent op de wereld om elkaar een beetje te helpen en niet om te besodemieteren.”
            Redacteur: “Nee.”
            Klaagster: “Want daar hou ik niet van. Ja, ik hoop dat de mensen tegen mij ook eerlijk
            zijn, want dat ben ik andersom ook.”
Opnieuw volgt een korte onderbreking door een gesprek van Stegeman met Wendy en haar moeder.
            Marlies: “Echt, dat liegen, dat doet ze gewoon, uit gewoonte. Ze gelooft het ook zelf.”
            Stegeman: “Zou zij zich dat realiseren, wat ze jullie aandoet?”
            Wendy: “Ik denk, ja, ik heb het haar verteld, maar ik denk niet dat het doordringt bij
            haar. Die leeft in zo’n bubbel, in haar eigen leven, dat ze zichzelf kan redden.”
Stegeman vervolgt in een voice-over: “We maken met Marian een nieuwe afspraak om
            door te praten over ons zogenaamde donateurschap. En dan zullen we haar
            confronteren en dwingen te gaan betalen.”
            Klaagster: “Dat is goed. Bedankt.”
            Redacteur: “Dank u.”
            Klaagster: “Jij ook bedankt.”
            Redacteur: “Tot kijk.”
            Klaagster: “En we spreken elkaar binnenkort.”
            Redacteur: “Ja, dat gaat helemaal goedkomen.”

Even later in de uitzending volgt een confrontatie tussen klaagster en Stegeman. Vlak daarvoor heeft het vervolggesprek tussen de medewerkers van Stegeman en klaagster plaatsgevonden. Stegeman zegt hierover:
“Het gesprek dat binnen plaatsvindt, was puur een lokmiddel. Het duurt dan ook niet onnodig lang. Al snel krijgen we Marian in het vizier als ze wil vertrekken.”
Dit gesprek wordt verder niet in beeld gebracht – afgezien van een kort, onherkenbaar gemaakt, beeld van klaagster – en evenmin wordt vermeld wat daarin is besproken.

HET STANDPUNT VAN KLAAGSTER

Klaagster stelt allereerst dat ten onrechte geen wederhoor is toegepast. In de uitzending worden voortdurend beschuldigingen aan haar adres geuit zonder dat haar de mogelijkheid is geboden zich daartegen te verweren. Daarbij benadrukt klaagster dat de confrontatie met Stegeman – waarbij zij is ‘overvallen’ en ter plaatse onvoorbereid diende te reageren – niet kan worden beschouwd als het deugdelijk toepassen van wederhoor. Daarbij komt dat zij toen niet wist dat de uitzending ook nog uitlatingen van anderen zou bevatten alsmede een ‘reconstructie’ van het geschil. Zij is op geen enkele wijze in de gelegenheid gesteld zich daartegen te verweren.
Verder meent klaagster dat haar privacy onnodig is geschonden. In de uitzending is herhaaldelijk haar voornaam genoemd, is slechts haar gezicht onherkenbaar gemaakt terwijl haar verschijning verder herkenbaar blijft, is haar paspoort in beeld gebracht, wordt duidelijk in welke gemeente zij woont en welke doeleinden haar stichting nastreeft. Op deze wijze is haar identiteit eenvoudig vast te stellen.
Ook maakt klaagster er bezwaar tegen dat zonder haar toestemming gebruik is gemaakt van de gemaakte beelden. Dat zij tijdens de confrontatie impliciet toestemming zou hebben gegeven voor het maken van de opnamen, maakt niet dat zij ook heeft ingestemd met het gebruiken ervan, aldus klaagster.
Ten slotte voert klaagster aan dat de medewerkers van Stegeman onder valse voorwendselen contact met haar hebben gelegd. Die handelwijze was niet nodig, omdat het vestigingsadres van haar stichting bekend is en zij daar vaak aanwezig is. Bovendien is ook haar woonadres eenvoudig op te vragen. Volgens klaagster is haar bemoeienis met de stichting volstrekt irrelevant voor het private geschil met haar vriendin. Niettemin is de suggestie gewekt dat die wel ter zake doet en is zelfs de indruk gewekt dat er getwijfeld moet worden aan de integriteit van klaagster ten opzichte van de stichting en haar ‘klanten’. Verder is van belang dat de medewerkers zeer concrete toezeggingen hebben gedaan over de donatie, waarop zij heeft mogen vertrouwen. Zo is gesproken over een specifiek bedrag van 25.000 euro en het doel waarvoor dat aangewend zou moeten worden. Bovendien is besproken wanneer de schenkingsakte ondertekend zou worden en dat er richtlijnen omtrent het openbaar maken daarvan van toepassing waren. Met de toegezegde donatie in het vooruitzicht is klaagster verplichtingen aangegaan, die zij nu niet meer kan – en naar achteraf blijkt: nooit heeft kunnen – nakomen, aangezien die schenking nooit heeft plaatsgevonden.
Nadat aan klaagster is bericht dat Stegeman en Noordkaap TV Producties ‘uit beginsel’ geen verweer voeren, heeft zij hieraan toegevoegd dat artikel 9 lid 5 van het Reglement voor de werkwijze van de Raad buiten toepassing moet worden gelaten, nu de validiteit van een beroep op deze bepaling niet kan worden getoetst. Als een medium of journalist ‘geen zin’ heeft in een procedure kan voornoemde bepaling zonder nadere toelichting als ontsnappingsmogelijkheid worden ingezet, hetgeen alle overige bepalingen van het Reglement zinledig maakt, aldus klaagster. Verder voert zij in dit verband aan dat de klacht haar eigen belang in zodanige mate overstijgt dat sprake is van een klacht van algemene strekking. Dit geldt volgens klaagster in bijzondere mate voor de gehanteerde methode waarbij met haar mondeling een overeenkomst van schenking tot stand is gebracht, waarvan echter van meet af aan vaststond dat die overeenkomst nooit nagekomen zou worden, terwijl het voor de makers bekend was dat zij met deze overeenkomst in het vooruitzicht verplichtingen zou aangaan waarvan zij de kosten uit de toegezegde schenking zou voldoen. Hierdoor heeft zij aanzienlijke schade geleden. Met het oog op voorkoming van toepassing van deze methode in de toekomst meent klaagster dat haar klacht hierover haar persoonlijke situatie overstijgt. Daarom verzoekt zij de Raad een uitspraak te doen over de toelaatbaarheid van deze methode in algemene zin. Op dit punt is tevens sprake van een kwestie van principieel belang, ook in haar individuele geval, aldus klaagster.

BEOORDELING OF DE KLACHT VAN ALGEMENE STREKKING OF PRINCIPIEEL BELANG IS

Naar aanleiding van de door klaagster ingediende klacht hebben Stegeman en Noordkaap TV Producties onder verwijzing naar artikel 9 lid 5 van het Reglement voor de werkwijze van de Raad (hierna: het Reglement) aan de Raad uitdrukkelijk bericht dat zij zich ‘uit beginsel’ niet zullen verweren. Uit de omstandigheid dat Stegeman en Noordkaap naar dat artikel verwijzen en de daarin voorkomende woorden ‘uit beginsel’ hanteren leidt de Raad af dat Stegeman en Noordkaap blijkbaar vanaf nu wensen te vallen onder de bepaling van artikel 9 lid 5 Reglement. In dat artikel is het volgende bepaald:
 “Indien de klacht is ingediend tegen een medium dat of een journalist die zich uit beginsel niet verweert, ziet de Raad af van behandeling, tenzij de klacht volgens de Raad van algemene strekking of principieel belang is.”
Met de zinsnede ‘uit beginsel’ is tot uitdrukking gebracht dat de bepaling niet voorziet in de mogelijkheid dat media per geval besluiten al dan niet hun medewerking aan de procedure bij de Raad te verlenen. Een beroep op deze bepaling betekent dat het betrokken medium en/of de journalist principieel niet wenst mee te werken aan een tegen hem gerichte procedure voor de Raad en, naar mag worden verondersteld, zich ook niets wenst aan te trekken van wat de Raad eventueel in een tegen hem gerichte zaak beslist. In feite is sprake van een principiële afwijzing van de Raad. In het artikel is niet vastgelegd dat een beroep op de bepaling moet worden voorzien van een toelichting. Dat neemt niet weg dat het zeker bij een nieuwe ‘principiële niet-verweerder’ voor de Raad, en meer in het algemeen voor de journalistieke ethiek en zelfregulering, nuttig zou zijn als ook nader inzicht wordt gegeven in de onderliggende motieven van deze principiële afwijzing. Dat telt nog eens in het bijzonder als een medium en/of journalist zich in eerdere klachtenprocedures wel altijd placht te verweren.
De Raad zal ook in dit geval slechts tot behandeling van de klacht overgaan in het bijzondere geval dat deze van een algemene strekking of principieel belang is. De Raad heeft niet kunnen vaststellen dat hiervan sprake is.

Allereerst overweegt de Raad dat hij op basis van de uitzending en hetgeen klaagster heeft aangevoerd niet met zekerheid kan vaststellen dat sprake is van het uitlokken c.q. aangaan van een (mondelinge) overeenkomst van schenking ten gunste van klaagster en/of haar stichting, waarbij het voor de makers van meet af aan vaststond dat die overeenkomst nooit zou worden nagekomen. Dat de medewerkers van Stegeman zich hebben voorgedaan als potentiële donateurs en dat dat bedoeld was als lokmiddel is duidelijk. Maar dat er in het gesprek met klaagster al zulke keiharde toezeggingen voor een donatie van aanmerkelijke omvang zijn gedaan dat klaagster op basis daarvan financiële verplichtingen kon aangaan, wordt alleen door klaagster gesteld en is niet anderszins onderbouwd of ondersteund door de beelden in de uitzending. Voor zover de klacht betrekking heeft op deze specifieke werkwijze kan de beoordeling niet met de vereiste zorgvuldigheid geschieden. Voor een weloverwogen oordeel ter zake is een bredere kennis van de feiten nodig dan waarover de Raad beschikt. De Raad kan geen gefundeerd oordeel geven zonder diepgaand feitenonderzoek, hetgeen echter mede door de houding van Stegeman en Noordkaap niet mogelijk is. De procedure bij de Raad leent zich er niet voor dat de Raad een dergelijk feitenonderzoek buiten (een der) partijen om verricht.
Het voorgaande brengt mee dat de Raad in deze zaak niet met voldoende zekerheid kan vaststellen of op dit punt sprake is van een klacht van algemene strekking of principieel belang. Bij zijn verdere beoordeling zal de Raad dit punt dan ook buiten beschouwing laten.

Klaagster maakt bezwaar tegen een uitzending, die gaat over een concreet geschil tussen haar en een vroegere vriendin, en de wijze waarop die tot stand is gekomen. De Raad vindt niet dat de strekking van de klacht het belang van klaagster in zodanige mate overstijgt, dat er sprake is van een algemene strekking. Dat een inhoudelijk oordeel van de Raad mogelijk ook anderen ten goede komt, kan daaraan niet afdoen.

Verder heeft de Raad geen andere aanknopingspunten kunnen vinden voor de conclusie dat de klacht betrekking heeft op elementen van het journalistieke proces waarover de Raad zich niet eerder heeft uitgelaten, zodat de klacht van principieel belang zou zijn. De klacht gaat over het toepassen van wederhoor in het algemeen en onvoorbereid met draaiende camera in het bijzonder, privacyschending, het zonder toestemming gebruik maken van heimelijk gemaakte opnamen en het werken met ‘open vizier’. De Raad heeft hierover in zijn Leidraad algemene uitgangspunten geformuleerd die in diverse conclusies zijn uitgewerkt. Klaagster heeft niet aannemelijk gemaakt dat de door de Raad gehanteerde criteria onvoldoende duidelijk zijn. De omstandigheid dat de klacht erover gaat dat Stegeman en Noordkaap TV Producties de criteria niet zouden hebben nageleefd, maakt op zichzelf nog niet dat de klacht daarmee van principieel belang is.

De Raad ziet geen mogelijkheid de klacht inhoudelijk op een zorgvuldige manier te behandelen.

Relevante punten uit de Leidraad van de Raad: A., B.1, B.3 en C.1
Relevante eerdere conclusies van de Raad: RvdJ 2017/31 en RvdJ 2011/60
Relevant artikel uit het Reglement voor de werkwijze van de Raad: 9 lid 5

CONCLUSIE

De klacht is niet van algemene strekking of principieel belang en wordt daarom niet inhoudelijk behandeld.

Zo vastgesteld door de Raad op 2 oktober 2017 door prof. mr. B.E.P. Myjer, voorzitter, mw. M.J.H. Doomen, ir. B.L. Hooghoudt, S. Kuijper en mw. M. Stenneke, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.