2017/35 zorgvuldig

Samenvatting

T. van Dooren, hoofdredacteur van Stadskrant Veghel, heeft in het artikel “[Y] krijgt Nederlands paspoort: ‘Ik ben zo trots’” bericht over de ex-vrouw van klager. Het artikel bevat een nodeloos grievende passage over klager. Van Dooren heeft in een als ‘rectificatie’ betiteld bericht ondubbelzinnig duidelijk gemaakt dat – en waarom – het artikel naar zijn mening niet deugde. Bovendien heeft hij daarin ruiterlijk zijn excuses gemaakt. Hierdoor heeft hij de onzorgvuldige berichtgeving op een in de journalistiek passende wijze rechtgezet en uiteindelijk journalistiek zorgvuldig gehandeld.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

X

tegen

T. van Dooren, hoofdredacteur van Stadskrant Veghel

De heer X te […] (klager) heeft op 26 april 2017 een klacht ingediend tegen de heer T. van Dooren, hoofdredacteur van Stadskrant Veghel. In zijn reactie daarop, die door de Raad op 6 juni 2017 is ontvangen, heeft Van Dooren laten weten bereid te zijn alsnog een rectificatie te plaatsen. Partijen hebben vervolgens overleg gehad om te bezien of zij samen tot een oplossing konden komen, naar aanleiding waarvan op 28 juni 2017 een rectificatie is geplaatst. Vervolgens heeft klager op 4 juli 2017 aan de Raad bericht dat hij zijn klacht alsnog wenste door te zetten. Hierop heeft Van Dooren nog gereageerd op 2 augustus 2017.

De klacht is behandeld op de zitting van de Raad van 1 september 2017 in aanwezigheid van klager. Van Dooren is daar niet verschenen.

DE FEITEN

Op 10 maart 2017 is in Stadskrant Veghel een artikel van de hand van Van Dooren verschenen met de kop “[Y] krijgt Nederlands paspoort: ‘Ik ben zo trots’”. Het artikel, dat gaat over de ex-vrouw van klager, bevat de volgende passages:
“Zes jaar geleden vertrok [Y] vanuit […] naar Nederland. Ze trouwde met een man van […] afkomst die al dertig jaar in Nederland woonde.”
en
“[Y] geniet van haar leven in […]. Toch is dat niet altijd zo geweest. Haar huwelijk strandde toen ze samenwoonde. “De rolverdeling was fout. Wanneer [Y] hier kwam, zag ze hoe een man en vrouw met elkaar om horen te gaan.” Het escaleerde toen [Y] met haar twee oudste dochters ’s nachts bij familie [Z] op de stoep stond. “Wij hebben geholpen om haar dochters naar […] te laten vluchten. De thuissituatie was onhoudbaar. Een van de kinderen sliep op zolder zonder verwarming en met weinig eten.” Nadat haar huwelijk was ontbonden ontstond er een angstige periode.”

Op 28 juni 2017 is in Stadskrant Veghel onder de kop “Rectificatie” de volgende tekst geplaatst:
“In de vrijdageditie van 10 maart 2017 staat een verhaal over [Y] en het verkrijgen van een Nederlands paspoort. In het artikel wordt wellicht de suggestie gewekt dat wij als Stadskrant Veghel de kant kiezen van mevrouw [Y]. Dat is nooit onze bedoeling geweest. De formulering is ongelukkig geweest. Over de thuissituatie van mevrouw [Y] en haar ex-man hebben wij geen informatie. Laat staan een oordeel. Onze welgemeende excuses voor het ongemak. Stadskrant Veghel”

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager voelt zich door het artikel van 10 maart 2017 erg gegriefd. Ten onrechte wordt daarin de indruk gewekt dat hij zijn ex-vrouw en kinderen niet goed zou hebben behandeld. Hoewel zijn naam niet is vermeld, kan hij – door alle persoonlijke details – eenvoudig in het artikel worden herkend, zeker in het verspreidingsgebied van de krant. Door het artikel is zijn goede naam, zowel in privé als in zijn beroepsleven, zwaar aangetast.
Op de zitting voegt hij hieraan toe dat hij niet begrijpt hoe Van Dooren, die een vriend is van zijn zoon, dit heeft kunnen schrijven. Verder merkt hij op dat hij op een school werkt, waar iedereen hem kent. Hij is op het artikel aangesproken en is erg aangedaan door de hele zaak.
Na de publicatie heeft klager contact opgenomen met de krant en heeft hij gesproken met Van Dooren. Daarna werd hij gebeld door de bladmanager, die toezegde dat er een rectificatie zou worden geplaatst. Een paar dagen later nam Van Dooren contact met hem op met de vraag wat hij wilde. Daarop heeft hij geantwoord dat hij een rectificatie wilde met bijbehorende excuses, die geplaatst zou worden op de voorpagina. Dit werd hem beloofd, maar gebeurde niet.
Pas nadat hij de klacht bij de Raad had ingediend, is uiteindelijk alsnog een rectificatie geplaatst. Klager vindt die echter onvoldoende. De grootte staat niet in verhouding met het artikel van 10 maart, dat over twee pagina’s was gepubliceerd met foto’s erbij. Bovendien stond de rectificatie op de derde pagina. Klager acht de kans groot, dat niemand dat heeft gezien. Ten slotte merkt klager op dat hij de heer en mevrouw Z, die met zijn ex-vrouw op de foto staan en haar volgens het artikel zouden hebben geholpen, niet kent.

Van Dooren deelt in zijn eerste reactie mee dat het nooit de bedoeling is geweest klager in diskrediet te brengen. Dat is klager ook meerdere malen gezegd in de met hem gevoerde telefoongesprekken. Klager suggereerde in die gesprekken dat het zou gaan om een persoonlijke vete of om het geloof, maar van beide is geen sprake. Verder wijst hij erop dat het in de passage waartegen klager bezwaar heeft, gaat om uitspraken van geïnterviewden. Zij staan achter hun uitspraken, aldus Van Dooren. Hij erkent dat de formulering van de passage wat onhandig is geweest, al krijgt niemand de ‘schuld’. Ook dit is aan klager kenbaar gemaakt. Vervolgens is met hem gesproken over een rectificatie. Maar klager eiste een stuk van dezelfde grootte op dezelfde plek. Daar is de redactie niet mee akkoord gegaan en die toezegging is ook nooit gedaan. Wel is aan klager meegedeeld dat hij nog een e-mail zou ontvangen. Dat is er niet meer van gekomen en dat is slordig.
In de tweede reactie – na plaatsing van de rectificatie – heeft Van Dooren laten weten dat het voor de redactie niet mogelijk is een rectificatie te plaatsen van hetzelfde formaat als het artikel van 10 maart 2017. Het voorstel van klager om zijn verhaal te doen over zijn ex-vrouw, kan niet worden gehonoreerd, dan blijft de krant aan de gang. De rectificatie staat op een pagina die altijd goed wordt gelezen en is bovendien in een blauw kader geplaatst, zodat de tekst extra opviel. Daarbij is de kop ‘Rectificatie’ vergroot en vetgedrukt. Ten slotte is door de ondertekening duidelijk gemaakt, dat de reactie afkomstig is van de krant en niet van iemand anders. Mocht klager bijvoorbeeld op zijn werk nog op het artikel worden aangesproken, dan is Van Dooren bereid een en ander verder telefonisch toe te lichten. Hij heeft geprobeerd het zo netjes te regelen en betreurt het dat de zaak hiermee niet is afgedaan.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Klager heeft allereerst bezwaar gemaakt tegen het artikel van 10 maart 2017.  

De Raad acht het aannemelijk dat klager – ondanks dat zijn naam niet is vermeld – binnen het verspreidingsgebied van de krant in het artikel kan worden herkend. De kern van het artikel is dat de ex-vrouw van klager trots is dat ze een Nederlands paspoort heeft gekregen en ook dat ze, toen haar huwelijk was misgelopen, op voorbeeldige wijze is opgevangen door een ouder Nederlands echtpaar. Maar dan worden er ook allerlei opmerkingen vermeld waarom dat huwelijk zou zijn misgelopen waarbij met details de indruk wordt gewekt dat klager zijn vrouw en kinderen niet goed zou hebben behandeld.
Het eenzijdig en kritiekloos verspreiden van dit soort gevoelige beweringen was zeker in het kader van het artikel nodeloos grievend voor klager en daarmee journalistiek onzorgvuldig.

Van Dooren heeft direct in het eerste contact met klager erkend dat de formulering onhandig is geweest. Vervolgens heeft hij op 28 juni 2017 een rectificatie geplaatst. In gevallen als deze, waarin een rechtzetting is gepubliceerd, moet de Raad beoordelen of daarmee de eerdere onzorgvuldigheid in voldoende mate is hersteld.

Na het artikel van 10 maart 2017 is geruime tijd verstreken, voordat de rectificatie uiteindelijk is geplaatst. Van Dooren heeft aangevoerd dat klager voorwaarden stelde, waaraan de redactie niet wilde of kon voldoen. Dat neemt niet weg dat Van Dooren uit eigen beweging eerder een rectificatie had kunnen plaatsen. Bovendien heeft hij nagelaten klager nog per e-mail verder te informeren, zoals hij had toegezegd. Zijn handelwijze op dit punt is op z’n minst ‘slordig’, zoals hij zelf ook erkent. Nadat Van Dooren de klacht via de Raad had ontvangen, heeft hij echter zijn aanbod tot het plaatsen van een rectificatie herhaald en is hij niet lang daarna daartoe overgegaan. Daarbij heeft hij het bericht voor de lezer herkenbaar als ‘rectificatie’ betiteld en in een opvallend blauw kader gepubliceerd. In de rectificatie heeft hij ondubbelzinnig duidelijk gemaakt dat – en waarom – het artikel van 10 maart naar zijn mening niet deugde. Bovendien heeft hij daarin ruiterlijk zijn excuses gemaakt. Op deze wijze heeft Van Dooren alsnog de onzorgvuldige berichtgeving van 10 maart op een in de journalistiek passende wijze rechtgezet.
De Raad heeft er begrip voor dat klager liever had gezien dat de rectificatie op de voorpagina was geplaatst in hetzelfde formaat als het oorspronkelijke artikel. Dit is echter zeer ongebruikelijk en in beginsel ook niet vereist.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat Van Dooren uiteindelijk journalistiek zorgvuldig heeft gehandeld.

Relevante punten uit de Leidraad van de Raad: A. en D.
Relevante eerdere conclusie van de Raad: RvdJ 2014/7

CONCLUSIE

Van Dooren, hoofdredacteur van Stadskrant Veghel, heeft journalistiek zorgvuldig gehandeld.

Zo vastgesteld door de Raad op 2 oktober 2017 door prof. mr. B.E.P. Myjer, voorzitter, mw. M.J.H. Doomen, ir. B.L. Hooghoudt, S. Kuijper en mw. M. Stenneke, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.