2017/34 deels-onzorgvuldig

Samenvatting

B. van Hulten, J. de Lang en Kassa (BNNVARA) hebben in een uitzending van het televisieprogramma Kassa aandacht besteed aan klachten van huurders over Young Dominium Management B.V. (klaagster) als verhuurder van studentenwoningen. Voor de aan het adres van klaagster geuite beschuldigingen bestond voldoende grondslag. De redactie heeft deugdelijk onderzoek verricht en daarbij diverse bronnen geraadpleegd. Op dit punt is journalistiek zorgvuldig gehandeld. Echter, voor zover de klacht is gericht tegen de wijze waarop wederhoor is toegepast, was de handelwijze journalistiek onzorgvuldig. De redactie had niet mogen volstaan met een minimale weergave van de reactie van klaagster in de uitzending. Daardoor was de berichtgeving niet in balans. Met de verwijzing naar de (uitgebreide) schriftelijke reactie van klaagster op de website van Kassa is de balans onvoldoende hersteld. De Raad doet de aanbeveling aan Kassa om deze conclusie ruimhartig te publiceren.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

Young Dominium Management B.V.

tegen

B. van Hulten, J. de Lang en de hoofdredacteur van Kassa (BNNVARA)

Mr. H. Hielkema, advocaat te Amsterdam, heeft op 2 juni 2017 namens Young Dominium Management B.V. (klaagster) een klacht ingediend tegen mevrouw B. van Hulten, mevrouw J. de Lang en de hoofdredacteur van Kassa (verder gezamenlijk: Kassa). Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie van mr. Hielkema en mevrouw mr. B. den Ouden, Hoofd Juridische Zaken BNNVARA, betrokken van 29 juni 2017 en 6 juli 2017.

De klacht is behandeld op de zitting van de Raad van 7 juli 2017. Namens klaagster waren de heer S. Sari (directeur van klaagster, hierna: Sari), mevrouw mr. E. de Bie en mr. Hielkema aanwezig. Aan de zijde van Kassa zijn mevrouw Van Hulten (presentatrice), mevrouw De Lang (redacteur), de heer E. Schievink (eindredacteur) en mevrouw mr. Den Ouden verschenen. Mr. Hielkema heeft het standpunt van klaagster toegelicht aan de hand van een notitie.

Voorafgaand aan de zitting heeft de Raad de gewraakte uitzending bekeken.

FEITEN

Op 3 december 2016 is in een uitzending van het televisieprogramma Kassa aandacht besteed aan het studentenwooncomplex HiCondo. Klaagster is verhuurder van 354 woningen in dit complex. Nadat het item door presentatrice Van Hulten is ingeleid, volgt een reportage over het wooncomplex, dat ook in beeld wordt gebracht. In de reportage zijn vijf studenten aan het woord gelaten – van wie vier onherkenbaar zijn gemaakt – die klachten hebben over klaagster. Van één van hen is ook de advocaat geïnterviewd. De voice-over deelt mee dat een van deze studenten samen met 54 andere bewoners een zaak bij de Huurcommissie tegen klaagster heeft aangespannen. In dat verband zegt de heer Bakker, van Stichting Ongewenst verhuurgedrag, onder meer:
“Bij het Wijksteunpunt Wonen zijn enkele tientallen klachten binnengekomen uit dit specifieke complex en dan gaat het vooral om de huurprijs, de servicekosten, aspecten van de privacy, de aantasting van hun woongenot. Maar er zijn ook andere zaken, zaken zoals bejegening en intimidatie. En dat zijn natuurlijk veel lastigere aspecten om aan te pakken.”
Na de reportage bespreekt Van Hulten in de studio de klachten over klaagster met de heer L. Ivens, wethouder Bouwen en Wonen van de gemeente Amsterdam. Ivens zegt onder meer:
“We hebben het Wijksteunpunt Wonen gevraagd om in kaart te brengen wat hier speelt. Dat hebben ze nu gedaan, dus dat is in kaart gebracht. Wij hebben nu via dat Wijksteunpunt Wonen gezegd: “En nu gaan we er ook een advocaat op zetten en gaan we ze ook écht een stap verder helpen om het recht te halen.” Want ja uiteindelijk als je gewoon te veel huur betaalt, als je dubbel je servicekosten betaalt, als er sprake is van intimidatie, als maar de helft hiervan waar is, dan is het al reden genoeg dat deze mensen echt richting de verhuurder juridische stappen moeten ondernemen en daar helpen we graag bij.”
Hierop zegt Van Hulten:
“Jullie helpen de studenten. Die verhuurder wil dus niet reageren voor de camera, die zegt dat er een groep bewoners is die leugens verspreidt en hem moedwillig kwaad doet. Hij is bezig met een grote rechtszaak tegen die bewoners. Is dat wat jullie bedoelen, jullie ondersteunen de studenten in die rechtszaak of gaan jullie zelf iets beginnen?”
Ivens antwoordt hierop:
“Nee, wij zijn aan het kijken wat deze studenten ook in het zwartboek hebben aangegeven, wat er allemaal mis is om te zeggen wat voor stappen zíj kunnen ondernemen om dát te gaan doen. Dus niet alleen maar de verdediging. (…)”
Even later zegt Van Hulten nog:
“De volledige reactie van deze verhuurder kun je vinden op onze site”.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster – steeds in de persoon van Sari – voert aan dat de uitzending een groot aantal beschuldigingen aan haar adres bevat, afkomstig van een klein groepje bewoners (vijf van de in totaal 354 bewoners), de voice-over en wethouder Ivens. Volgens klaagster heeft Kassa onvoldoende ondernomen om de juistheid van de aantijgingen te controleren en onvoldoende wederhoor toegepast. Niet alle in de uitzending geuite beschuldigingen zijn vooraf aan haar voorgelegd en voor zover zij wel in de gelegenheid is gesteld te reageren, is haar reactie niet adequaat in de uitzending verwerkt. Hierdoor is een onjuist en tendentieus beeld van haar gepresenteerd als slechte verhuurder – de term ‘huisjesmelker’ wordt gebezigd – die de rechten van haar huurders stelselmatig niet respecteert, haar huurders intimideert en bedreigt, en die een veel te hoge huurprijs vraagt.
Klaagster licht toe dat zij op 30 november 2016 telefonisch werd benaderd door redacteur De Lang met het bericht dat drie dagen later in een uitzending aandacht zou worden besteed aan klachten van huurders over HiCondo. In het ongeveer tien minuten durende gesprek heeft De Lang de klachten opgesomd die zij in een overzicht had gezet. Na dat gesprek heeft De Lang haar dat overzicht per e-mail toegestuurd met het verzoek daarop te reageren. Klaagster is in de e-mail uitgenodigd voor een gesprek in het complex en om live te reageren in de uitzending. Omdat zij zich er niet prettig bij voelde om voor de camera te reageren, heeft zij ervoor gekozen uitgebreid schriftelijk te reageren op de aan haar voorgelegde klachten. Dat heeft zij gedaan in een e-mail van 2 december 2016, waarbij zij verder heeft laten weten dat zij niet beschikbaar was voor een gesprek in de studio of een interview in het complex.
Volgens klaagster is in het item uitsluitend het eenzijdige verhaal van een paar huurders gepresenteerd. Helemaal aan het eind wordt verwezen naar “de volledige reactie van deze verhuurder”. De inhoud van de reactie wordt niet genoemd in de uitzending, maar kan alleen worden nagelezen op de website van het programma, waar de reactie overigens moeilijk is te vinden. Daarbij komt dat waarschijnlijk geen kijker na de uitzending op de website van Kassa klaagsters reactie gaat lezen. Bovendien is het geen ‘volledige’ reactie, omdat niet alle aantijgingen vooraf zijn voorgelegd. Zo heeft zij niet kunnen reageren op de beschuldigingen van huisvredebreuk en bedreigend gedrag door de beheerder. Als klaagster dit van tevoren had geweten, was zij misschien wél naar de studio gegaan en had zij zich aldaar kunnen verweren tegen de onjuiste uitlatingen. Ook wist zij niet dat wethouder Ivens in de studio aanwezig zou zijn.
Op de zitting voegt klaagster hieraan nog toe dat de zaken voor de Huurcommissie niets te maken hebben met huisjes melken of huurders afknijpen. Ongeveer 40 huurders hebben gebruik gemaakt van hun recht de aanvangshuurprijs te laten toetsen. Elke verhuurder krijgt met dit soort procedures te maken.
Volgens klaagster was de uitzending niet waarheidsgetrouw, niet nauwgezet, niet onpartijdig, niet fair en niet volledig. Zij ondervindt nog steeds last van de onterechte negatieve publiciteit die de uitzending teweeg heeft gebracht.

Kassa stelt daartegenover dat de aanstaande verkiezing ‘Huisjesmelker van het jaar 2016’, georganiseerd door de jongerenafdeling van de SP, aanleiding was om onderzoek te doen naar ongewenst gedrag van verhuurders. De redactie werd ‘getipt’ over klaagster door het Meldpunt Ongewenst Verhuurgedrag (het Meldpunt) van de Stichting !WOON (voorheen: het Wijksteunpunt Wonen), een door de gemeente Amsterdam gefinancierde instantie die bewoners informeert over hun rechten. Het Meldpunt vertelde de redactie dat zij een grote hoeveelheid uiteenlopende klachten had ontvangen over klaagster van tientallen huurders van het complex HiCondo. Er was dus voldoende maatschappelijke c.q. journalistieke aanleiding om aandacht aan de kwestie te besteden. Voorafgaand aan de uitzending is gedegen onderzoek verricht. De redacteur sprak niet alleen met de vijf huurders die in de uitzending aan het woord zijn gekomen, maar ook met meerdere andere huurders, die los van elkaar de verschillende klachten bevestigden. Daarnaast sprak zij met de heer Bakker van het Meldpunt, die bevestigde dat tientallen huurders zich met (gegronde) klachten tot het Meldpunt hadden gewend. Verder heeft de redacteur gesproken met raadslieden die om uiteenlopende redenen namens verschillende huurders procedures voerden tegen klaagster. Deze procedures zijn vooralsnog voor klaagster overwegend slecht afgelopen. Bovendien had de redacteur inzage in een (concept) Zwartboek dat de jongerenafdeling van de SP in samenspraak met tientallen huurders maakte. Ook dat Zwartboek bevestigt het beeld van grootschalig en structureel grensoverschrijdend gedrag door klaagster. De klachten die in de uitzending zijn genoemd, zijn aldus voldoende onderzocht en voldoende op feiten gebaseerd.
Verder is Kassa van mening dat zij op zorgvuldige wijze wederhoor heeft toegepast. Voorafgaand aan haar e-mail van 30 november 2016 heeft redacteur De Lang een langdurig telefoongesprek gevoerd met Sari. Daarin heeft zij Sari uitgebreid geïnformeerd over het voorgenomen item, de verschillende klachten met hem besproken en hem uitgenodigd om daarop voor de camera te reageren. Volgens Sari waren alle klachten echter het gevolg van een complot van een paar vervelende huurders waartegen hij rechtszaken had lopen. Hij was niet in de gelegenheid om op de dag van de uitzending naar de studio te komen en wilde ook niet op een ander moment voor de camera reageren. Op zijn verzoek zegde de redacteur toe de klachten op schrift te stellen, maar legde daarbij wel uit dat een mondelinge reactie de voorkeur had; schriftelijk wederhoor is immers ‘eendimensionaal’ en leidt niet tot een dialoog waarin de beklaagde zijn kant van het verhaal genuanceerd kan belichten en gedetailleerd kan reageren. Hierna heeft De Lang de e-mail gestuurd waarin een aantal klachten is omschreven, is vermeld dat in de uitzending aandacht zou worden geschonken aan de SP-verkiezing ‘Huisjesmelker van het jaar’ en klaagster nogmaals is uitgenodigd voor een gesprek. Daarbij zijn nagenoeg alle in de uitzending besproken klachten voorgelegd. Het enige punt dat vooraf niet is benoemd, betreft een klacht over een douchewand. Het bezwaar van klaagster dat op dit punt geen wederhoor is toegepast, is terecht. Kassa heeft echter niet de indruk dat door het opnemen van deze klacht een onevenwichtig verhaal is ontstaan waarop klaagster onvoldoende heeft kunnen reageren. In elk geval maakt dit niet dat de gehele uitzending hierdoor als (deels) onzorgvuldig te betitelen valt. De kern van klaagsters reactie – te weten: het is allemaal niet waar, een groep bewoners verspreidt leugens en doet haar moedwillig kwaad, en zij is bezig met een grote rechtszaak tegen die bewoners – is door presentatrice Van Hulten in overduidelijke bewoordingen weergegeven. Weliswaar heeft klaagster daarnaast in haar e-mail van 2 december 2016 op onderdelen van klachten nog wat nuanceringen gegeven, maar voor de weergave van zo’n puntsgewijze nuancering leent een uitzending zich niet. Bovendien bestond daarvoor journalistiek gezien geen aanleiding, omdat het aan de beschuldigingen jegens klaagster niets af doet. Die staan nog steeds overeind. Volgens Kassa moeten (en mogen) programmamakers de reactie van een betrokkene parafraseren en kunnen zij voor de (rest van de) nuanceringen volstaan met publicatie daarvan op de website. Dat is in dit geval ook gedaan, waarbij Van Hulten het publiek bovendien expliciet op de reactie heeft geattendeerd. De reactie is op de voor Kassa gebruikelijke wijze op de website geplaatst en de kijkers zullen geen enkele moeite hebben gehad om de reactie (terug) te vinden. Op de zitting voegt Kassa hieraan toe dat haar website veel bezoekers trekt met een piek vlak na de uitzending. Volgens Kassa is de kernvraag of door haar handelwijze de kijker onjuist is geïnformeerd. Zij meent dat dit niet het geval is en dat zij evenwichtig over de kwestie heeft bericht. In dit verband deelt Van Hulten nog mee dat de redactie van het begin af aan extra alert en terughoudend is geweest, juist omdat het een delicate kwestie betrof.
Kassa concludeert dat de uitzending en de wijze van totstandkoming zorgvuldig zijn geweest.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad heeft de kern van de klacht zo opgevat dat deze bestaat uit de volgende onderdelen:

  1. de uitzending bevat ernstige beschuldigingen aan het adres van klaagster, terwijl daarvoor onvoldoende grondslag bestaat;
  2. er is onvoldoende wederhoor toegepast.

De Raad zal deze onderdelen achtereenvolgens bespreken.

Ad a.
Media hebben een belangrijke taak om misstanden in de samenleving aan de kaak te stellen. Het is dan ook maatschappelijk relevant en journalistiek geboden om onderzoek te verrichten naar en/of te berichten over (mogelijk) ontoelaatbaar gedrag van klaagster als verhuurder van studentenwoningen.
Hetgeen in de uitzending naar voren is gebracht, aangevuld met wat Kassa heeft aangevoerd,  vormt voldoende basis voor de in de uitzending aan het adres van klaagster geuite beschuldigingen. Uit de stukken en de mondelinge toelichting van Kassa maakt de Raad op dat de redactie deugdelijk onderzoek heeft verricht en daarbij diverse bronnen heeft geraadpleegd. De redactie heeft naast subjectieve bronnen – personen met wie klaagster in conflict is – ook onafhankelijke bronnen, zoals het Meldpunt Ongewenst Verhuurgedrag, geraadpleegd.
Op dit punt hebben Van Hulten, De Lang en Kassa niet journalistiek onzorgvuldig gehandeld.

Ad 2.
De redactie heeft voorafgaand aan de uitzending klaagster zowel telefonisch als per e-mail uitgebreid geïnformeerd over de aard van de uitzending en de inhoud en/of strekking van de beschuldigingen. Klaagster is vervolgens in de gelegenheid gesteld schriftelijk te reageren en heeft dat genuanceerd gedaan. In dat verband heeft de redactie erkend dat één specifieke klacht niet vooraf voor commentaar aan klaagster is voorgelegd.
Verder is klaagster de gelegenheid geboden om voor de camera haar reactie te geven. Dat zij van die mogelijkheid geen gebruik heeft willen maken, kan de redactie niet worden aangerekend. De Raad heeft er ook begrip voor dat de redactie de voorkeur geeft aan een reactie ‘voor de camera’. Dat neemt niet weg dat als een betrokkene die in de uitzending wordt beschuldigd, niet voor de camera wil verschijnen maar wel op een andere wijze op de beschuldigingen heeft gereageerd, die reactie op een adequate manier in de uitzending moet worden verwerkt. Dit heeft de redactie onvoldoende gedaan door te volstaan met de mededeling in de uitzending dat “de verhuurder zegt dat er een groep bewoners is die leugens verspreidt en hem moedwillig kwaad doet” en dat “hij bezig is met een grote rechtszaak tegen die bewoners”.
De Raad neemt bij zijn oordeel in aanmerking dat het bijna vijftien minuten durende item nagenoeg geheel is gewijd aan het bespreken van de ernstige beschuldigingen aan het adres van klaagster, die hierdoor in hoge mate wordt gediskwalificeerd. Naar het oordeel van de Raad had in de uitzending een meer inhoudelijke (samengevatte) weergave van klaagsters reactie opgenomen moeten worden. Zo had bijvoorbeeld in een voice-over en/of een in beeld gebrachte tekst vermeld kunnen worden op welke grond klaagster bepaalde beschuldigingen betwist.
Door de minimale, niet inhoudelijke, weergave van de reactie van klaagster – die door Van Hulten min of meer terloops in haar gesprek met de wethouder wordt gebracht – was de berichtgeving in de uitzending niet in balans. Met de verwijzing naar de (uitgebreide) schriftelijke reactie van klaagster op de website van Kassa is de balans onvoldoende hersteld. Er mag niet van worden uitgegaan dat de kijkers van de uitzending deze reactie ook tot zich zullen nemen. De conclusie luidt dan ook dat Van Hulten, De Lang en Kassa journalistiek onzorgvuldig tegenover klaagster hebben gehandeld door de wijze waarop zij het wederhoor van klaagster in de uitzending hebben verwerkt.

Relevante punten uit de Leidraad van de Raad: A., B.3 en C.
Relevante eerdere conclusies van de Raad: RvdJ 2017/28, RvdJ 2017/16, RvdJ 2015/15 en RvdJ 2012/16

CONCLUSIE

Voor zover de klacht erop is gericht dat de uitzending ernstige beschuldigingen aan het adres van klaagster bevat, terwijl daarvoor onvoldoende grondslag bestaat, hebben Van Hulten, De Lang en Kassa journalistiek zorgvuldig gehandeld. Zij hebben echter journalistiek onzorgvuldig gehandeld door de wijze waarop zij wederhoor hebben toegepast.

De Raad doet de aanbeveling aan Kassa om bij voorkeur in een uitzending aan deze beslissing aandacht te besteden en anders deze beslissing integraal of in samenvatting op haar website te publiceren.

Zo vastgesteld door de Raad op 13 september 2017 door mw. mr. J.W. Bockwinkel, voorzitter, mw. M.J.H. Doomen, dr. H.J. Evers, L.C. Hauben en A. Mellink MPA, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.