2017/31 niet-inhoudelijk-behandeld

Samenvatting

Omdat De Telegraaf niet meedoet aan de procedure van de Raad voor de Journalistiek, heeft de Raad een klacht tegen P. Ploeg en De Telegraaf niet inhoudelijk behandeld. De Raad gaat in deze situatie alleen tot behandeling van de klacht over in het bijzondere geval dat deze van algemene strekking of principieel belang is. Daarvan is hier niet gebleken.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

X

tegen

P. Ploeg en de hoofdredacteur van De Telegraaf

De heer X (klager) heeft op 3 juni 2017 een klacht ingediend tegen P. Ploeg en de hoofdredacteur van De Telegraaf.

De hoofdredacteur van De Telegraaf heeft in het verleden herhaaldelijk aan de Raad bericht dat hij niet wenst mee te werken aan de procedure van de Raad. Bij het doorsturen van de klacht is daarom aan de hoofdredacteur meegedeeld dat indien hij niet binnen de termijn van drie weken inhoudelijk heeft geantwoord, dit als een stilzwijgende afwijzing wordt beschouwd. De heer Ploeg noch de hoofdredacteur van De Telegraaf heeft op de klacht gereageerd.

De zaak is besproken op de zitting van de Raad van 7 juli 2017 op basis van de schriftelijke stukken.

DE FEITEN

Op 20 april 2017 is in De Telegraaf een artikel van de hand van Ploeg verschenen met de kop “‘Bedrijvendokter’ opnieuw in de fout”. Klager is de bedoelde ‘bedrijvendokter’.

HET STANDPUNT VAN KLAGER

Klager voert – kort samengevat – aan dat Ploeg zonder toepassing van wederhoor een artikel met veel feitelijke onjuistheden over hem heeft geschreven. Bovendien is zonder toestemming een herkenbare foto van hem geplaatst. Verder maakt hij er bezwaar tegen dat Ploeg niet op zijn e-mails heeft gereageerd. Ten slotte stelt klager dat de krant zijn klacht niet adequaat heeft afgehandeld door te laat en op een onbeduidende plaats een rectificatie te publiceren.

BEOORDELING OF DE KLACHT VAN ALGEMENE STREKKING OF PRINCIPIEEL BELANG IS

In artikel 9 lid 5 van het Reglement voor de werkwijze van de Raad is het volgende bepaald:
“Indien de klacht is ingediend tegen een medium dat of een journalist die zich uit beginsel niet verweert, ziet de Raad af van behandeling, tenzij de klacht volgens de Raad van algemene strekking of principieel belang is.”

Ploeg en de hoofdredacteur van De Telegraaf wensen blijkbaar (nog steeds) uit beginsel geen medewerking te verlenen aan de procedure bij de Raad en hebben zich ook in deze zaak niet verweerd. De Raad zal dan ook slechts tot behandeling van de klacht overgaan in het bijzondere geval dat deze van een algemene strekking of principieel belang is. Daarvan is hier niet gebleken.

Het artikel bevat specifieke opmerkingen over klager, waartegen hij bezwaar maakt. De Raad vindt niet dat de strekking van de klacht het belang van klager in zodanige mate overstijgt, dat er sprake is van een algemene strekking. Dat een inhoudelijk oordeel van de Raad mogelijk ook anderen ten goede komt, is daartoe onvoldoende.

Ook heeft de Raad geen aanknopingspunten kunnen vinden voor de conclusie dat de klacht betrekking heeft op elementen van het journalistieke proces waarover de Raad zich niet eerder heeft uitgelaten, zodat de klacht van principieel belang zou zijn. De klacht gaat in hoofdzaak over niet-waarheidsgetrouwe berichtgeving, het toepassen van wederhoor, schending van privacy en rectificatie. De Raad heeft hierover in zijn Leidraad algemene uitgangspunten geformuleerd die in diverse conclusies zijn uitgewerkt. Gesteld noch gebleken is dat de door de Raad gehanteerde criteria onvoldoende duidelijk zijn. De omstandigheid dat de klacht er over gaat dat Ploeg en De Telegraaf de criteria niet zouden hebben nageleefd, maakt op zichzelf nog niet dat de klacht daarmee van principieel belang is. De Raad ziet dan ook geen aanleiding de klacht inhoudelijk te behandelen.

Relevante punten uit de Leidraad van de Raad: A., B.3,  C.1 en D.
Relevante eerdere conclusies van de Raad: RvdJ 2017/18, RvdJ 2017/9 en RvdJ 2017/3
Relevant artikel uit het Reglement voor de werkwijze van de Raad: 9 lid 5

CONCLUSIE

De klacht is niet van algemene strekking of principieel belang en wordt daarom niet inhoudelijk behandeld.

Zo vastgesteld door de Raad op 24 augustus 2017 door mw. mr. J.W. Bockwinkel, voorzitter, mw. M.J.H. Doomen, dr. H.J. Evers, L.C. Hauben en A. Mellink MPA, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.