2017/27 onzorgvuldig

Samenvatting

NRC Handelsblad heeft in het artikel “NRC checkt: ‘Erdogan krijgt na het referendum positie als in Frankrijk of VS’” aandacht besteed aan een uitlating van prof. mr. T.P. Spijkerboer (klager) in zijn opiniestuk “Nederland moet nu zwijgen over het vrije woord”. De krant heeft de uitlating van klager opgevat in een door hem niet bedoelde wijze en vervolgens op juistheid getoetst. Zij had zich er echter van moeten vergewissen dat zij de strekking van de uitlating van klager goed had begrepen. Door dit na te laten en de uitlating vervolgens als ‘onwaar’ te bestempelen, heeft de krant journalistiek onzorgvuldig gehandeld. De Raad doet de aanbeveling aan NRC Handelsblad deze conclusie ruimhartig te publiceren.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

prof. mr. T.P. Spijkerboer

tegen

de hoofdredacteur van NRC Handelsblad

De heer prof. mr. T.P. Spijkerboer te Amsterdam (klager) heeft op 9 april 2017 een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van NRC Handelsblad. Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie van klager en van mevrouw M. Breedeveld, adjunct-hoofdredacteur, betrokken van 11 april 2017 en van 1 mei 2017.

De klacht is behandeld op de zitting van de Raad van 9 juni 2017 in aanwezigheid van klager en de heer E. Kalse, lid van de hoofdredactie.

FEITEN

Op 12 maart 2017 verscheen op de website van NRC een opiniestuk van klager – hoogleraar migratierecht – met de kop “Nederland moet nu zwijgen over het vrije woord”. De introductietekst luidt:
“Meer macht voor president Erdogan is een slecht idee, schrijft Thomas Spijkerboer. Maar de voorstanders daarvan moeten het wel kunnen bepleiten.”
Aanleiding voor het opiniestuk was het intrekken door de Nederlandse regering van de landingsrechten van het vliegtuig van de Turkse minister Cavusoglu en het afkondigen van een noodverordening door de burgemeester van Rotterdam. Deze maatregelen zijn getroffen om te voorkomen dat de Turkse minister van Familiezaken Kaya ten behoeve van het door de Turkse president Erdogan uitgevaardigde referendum het woord kon voeren in het Turkse consulaat, en om te voorkomen dat het publiek het consulaat kon bereiken. Het artikel bevat de volgende passages:
“Deze ongebruikelijke maatregelen zijn genomen omdat de Nederlandse overheid het niet goed vond dat zij Turkse Nederlanders kwamen oproepen om bij het referendum op 16 april te stemmen voor een presidentieel systeem, waarbij de huidige president Erdogan een positie zou krijgen die veel lijkt op die van zijn Franse of Amerikaanse collega.” (hierna ook genoemd: de uitlating)
en:
“In Turkije hebben rechtsstatelijke waarborgen nooit erg veel om het lijf gehad, maar na de staatsgreep van juli vorig jaar zijn ze de nek omgedraaid. Dan ook nog eens meer macht leggen bij de president die daar leiding aan geeft, is een slecht idee. Maar het is een idee dat wel geuit mag worden.”

Het opiniestuk is de volgende dag in de papieren versie van de krant afgedrukt.

Vervolgens verscheen op 27 maart 2017 in NRC in de rubriek ‘nrc.checkt’ een artikel van de hand van M. Leijendekker, redacteur buitenland, met de kop “NRC checkt: ‘Erdogan krijgt na het referendum positie als in Frankrijk of VS’.” Onder de subkop “De aanleiding” is de eerstgenoemde passage uit het opiniestuk geciteerd. Onder de subkop “Waar is het op gebaseerd?” het volgende vermeld:
“Spijkerboer antwoordt desgevraagd: ,,Ik vrees dat dat gewoon de krant was.” Met ‘de krant’ bedoelt hij de pers in het algemeen, voegt hij er ter verduidelijking aan toe.”
Onder de subkop “De Conclusie” is ten slotte vermeld:
“Thomas Spijkerboer schreef dat als het referendum in Turkije wordt aangenomen, de Turkse president een machtspositie zou krijgen die vergelijkbaar is met die van de Amerikaanse of Franse president. Deskundigen op het gebied van politieke stelsels zeggen dat de macht van een Turkse president veel groter zou zijn. Daarom beoordelen we de uitspraak als onwaar.”

Klager heeft op 29 maart 2017 zijn bezwaren tegen dit artikel voorgelegd aan de hoofdredacteur van NRC en verzocht om rectificatie. In zijn brief heeft hij uiteengezet dat de gecheckte zinsnede uit zijn context is gehaald en daardoor als onwaar kon worden aangemerkt. Verder heeft hij uitgelegd dat in de context gelezen de bijzin een beknopte uitleg bevat van wat een presidentieel systeem is, en dat de uitlating waar is. Tot slot heeft hij geschreven:
“Dat doet er niet aan af dat Leijendekker’s stuk een zinvolle nuancering aanbrengt. Maar het gaat daarbij om een nuancering (nou Spijkerboer, dit is kort door de bocht, hier valt nog wel meer over te zeggen), en niet om een onwaarheid.”
Toen klager op 3 april 2017 nog geen reactie van de krant had ontvangen, heeft hij die dag zijn klacht aan de Ombudsman van NRC gestuurd. De Ombudsman, de heer S. de Jong, heeft op 5 april 2017 per e-mail gereageerd. De strekking van zijn e-mail is gelijk aan de inhoud van zijn hieronder genoemde artikel van 8 april 2017. De hoofdredacteur van NRC heeft op 5 april 2017 het verzoek van klager om rectificatie afgewezen, en zich daarbij aangesloten bij de inhoud van genoemd e-mailbericht van de Ombudsman.

Op 8 april 2017 is van de hand van de Ombudsman van NRC een artikel verschenen onder de titel “Fact checks zijn mooi, maar geen eindredactie achteraf”. In dit artikel schrijft de Ombudsman, onder meer, het volgende:
“De krant ziet, in mijn ogen terecht geen grond voor een rectificatie. De context van het opiniestuk had in dit geval niet veel uitgemaakt; Spijkerboer wijst op de gebrekkige rechtsstatelijke waarborgen in Turkije, maar dat zegt nog niets over de juistheid van een vergelijking tussen presidentiële systemen. Hij vindt de uitbreiding aan Erdogans bevoegdheden ,,een slecht idee”, maar ook dat slaat niet op de inhoud van die nagestreefde bevoegdheden. (…) Ik heb hier al vaker geschreven over de opzet van de factcheckrubriek, en de vraag welke beweringen daar het meest geschikt voor zijn: feitelijke beweringen die eenduidig te toetsen zijn. (…) Wat de bewering van Spijkerboer betreft: die is niet kwantitatief maar vergelijkend en ook nogal vaag geformuleerd (,,veel lijkt op…”). Minder geschikt, zou ik zeggen, maar nog niet ongeschikt; de nadere uitleg in Leijendekkers stuk was in elk geval nuttig en informatief.
Maar toch. Als de krant een vergelijking van presidentiële systemen relevant vindt, kun je je afvragen of het niet meer voor de hand had gelegen daar een stuk over te maken, in plaats van een auteur die er op de Opiniepagina een ongelukkige bijzin aan wijdt twee weken later in een fact check te kapittelen.
Trouwens, ook hier: als die bijzin van Spijkerboer onwaar is, waarom heeft de redactie die dan niet uit het stuk gehaald voordat het werd afgedrukt?”

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt zich op het standpunt dat NRC onbehoorlijk heeft gehandeld door zijn uitlating uit de context te halen en vervolgens als ‘onwaar’ aan te merken, terwijl deze uitlating in de context die voor de hand lag, waar althans niet onwaar is. De uitlating kan op twee manieren worden opgevat: (i) de Turkse president krijgt volgens de voorgestelde wijziging evenveel macht als de Amerikaanse of de Franse of (ii) het voorstel strekt tot invoering van een presidentieel systeem, en dat is wat ze in Frankrijk en de VS hebben. Een vergelijking met de bevoegdheden van de Franse en Amerikaanse president (ad i) speelt in het opiniestuk geen rol. De kern van het stuk gaat om de toelaatbaarheid van hetgeen de Turkse ministers hier wilden komen betogen, te weten: bij het referendum stemmen voor invoering van een presidentieel systeem (ad ii). De verwijzing naar landen die ook een presidentieel systeem hebben is in deze context, en ook nog eens in het voorbijgaan, gedaan. In dat verband wijst klager erop dat hij in zijn opiniestuk heeft opgemerkt dat de voorstellen voor staatsrechtelijke verandering bestreden moeten worden vanwege de treurige staat van rechtsstatelijke waarborgen in Turkije. Bovendien hebben de Franse en Amerikaanse president een positie die op relevante punten uiteen loopt. Ook uit deze elementen volgt dat het hem niet te doen was om een vergelijking met de bevoegdheden van de presidenten in de VS en Frankrijk.
Klager benadrukt dat de kern van zijn bezwaar is dat de strekking van zijn uitlating is vervormd en vervolgens als ‘onwaar’ is aangemerkt. Hierdoor is zijn reputatie als wetenschapper en als auteur aangetast.
Op de zitting deelt hij desgevraagd nog mee dat toen Leijendekker voorafgaand aan de publicatie contact met hem opnam, het hem duidelijk was dat hij werd benaderd voor de factcheck-rubriek. Het is toen echter niet tot hem doorgedrongen dat er iets werd gecheckt dat hij niet bedoeld had. Klager erkent dat zijn uitlating enigszins onduidelijk is geweest. Tegen een conclusie als ‘voor verbetering vatbaar’ of ‘ te kort door de bocht’ had hij dan ook geen bezwaar gehad. Het stempel ‘onwaar’ gaat hem te ver.

NRC stelt daar tegenover dat het artikel is verschenen in de dagelijkse rubriek ‘nrc.checkt’. Daarin houdt de redactie beweringen tegen het licht die in de media zijn verschenen. Uitgangspunt daarbij is het toetsen van een concrete bewering op feitelijke juistheid. In de rubriek komen ook uitspraken voor die in NRC zelf zijn verschenen. De rubriek heeft een vaste vorm, die bestaat uit vier onderdelen met vier tussenkopjes: “De aanleiding”, “Waar is het op gebaseerd?”, “En, klopt het?” en “Conclusie”. In de conclusie komt de auteur tot een oordeel. De varianten die de krant gebruikt, zijn “waar”, “grotendeels waar”, “half waar”, “grotendeels onwaar”, “onwaar”, “niet te checken” en “ongefundeerd”.
Ten aanzien van het checken van de bewering van klager betwist de krant dat voor één context is gekozen en een andere context bewust buiten beschouwing is gelaten. Volgens de krant was er maar één context, te weten die van een onderlinge vergelijking van presidentiële systemen. Deze context volgde allereerst uit de letterlijke tekst van de passage, bezien tegen de achtergrond van het feit dat Turkije al een president had. Verder schrijft klager in zijn opiniestuk: “Dan ook nog eens meer macht leggen bij de president die daar leiding aan geeft, is een slecht idee”. Aan de orde was dus niet de vraag of Turkije na het referendum alsnog een presidentieel stelsel zou invoeren, wel hoe ver de bevoegdheden van de Turkse president zouden gaan strekken. De uitlating opvatten als een summiere uitleg van het begrip presidentieel systeem lag daarmee niet voor de hand. Het is dan ook logisch dat Leijendekker de uitlating heeft besproken in het kader van de machtspositie die al dan niet vergelijkbaar zou worden met die van de Franse en Amerikaanse president.
De krant is dan ook van mening dat zij niet onbehoorlijk heeft gehandeld. Wel deelt de krant de visie van de Ombudsman dat in dit geval het oorspronkelijke stuk misschien beter had kunnen worden aangepast, dan de onderhavige passage te selecteren voor de rubriek factcheck.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad deelt het standpunt van klager dat diens uitlating, gelet op de letterlijke tekst ervan, op twee manieren kan worden opgevat: (i) de Turkse president krijgt volgens de voorgestelde wijziging evenveel macht als de Amerikaanse of de Franse of (ii) het voorstel strekt tot invoering van een presidentieel systeem, en dat is het systeem dat Frankrijk en de VS hebben.
 
De Raad volgt de krant niet in haar betoog dat het logisch was de uitlating (enkel) te bespreken in het kader van de machtspositie die al dan niet vergelijkbaar zou worden met die van de Franse en Amerikaanse president. Kern van het opiniestuk is dat klager bij het huidige gebrek aan rechtstatelijke waarborgen in Turkije, versterking van de machtspositie van de president door de invoering van een presidentieel systeem een slecht idee vindt. Hoewel klager heeft erkend dat zijn uitlating onduidelijk is geweest, had de krant aan de in dit verband aangehaalde passage over ‘meer macht leggen bij de president’ niet de conclusie mogen verbinden dat klager met de uitlating kennelijk uitsluitend het oog had – of kon hebben – op de reikwijdte van de bevoegdheden van de Turkse president en niet op de vraag of Turkije na het referendum wel of niet een presidentieel stelsel zou invoeren.

De Raad is van oordeel dat de uitlating opgevat op wijze (i) onwaar is en opgevat op wijze (ii) waar is. NRC heeft zich er bij de selectie van de uitlating voor de rubriek ‘nrc.checkt’ geen rekenschap van gegeven dat de uitlating voor tweeërlei uitleg vatbaar was. Zij heeft de uitlating opgevat op wijze (i), dus dat de Turkse president volgens de voorgestelde wijziging evenveel macht als de Amerikaanse of de Franse president krijgt, en deze op feitelijke juistheid getoetst.
NRC had zich ervan moeten vergewissen dat zij de strekking van de uitlating van klager goed had begrepen. Door dit na te laten en de uitlating vervolgens uitsluitend in de – door klager niet bedoelde zin – op feitelijke juistheid te toetsen en als ‘onwaar’ te bestempelen, heeft NRC onzorgvuldig jegens klager gehandeld. Daarbij weegt mee dat een onterecht stempel als hier aan de orde is, zijn reputatie kan schaden.

Dat Leijendekker klager voorafgaand aan de publicatie heeft benaderd en klager toen heeft volstaan met een summiere reactie kan aan het voorgaande niet afdoen. Gelet op hetgeen de Raad hiervoor heeft overwogen, had het op de weg van Leijendekker gelegen om op dat moment bij klager te verifiëren of hij de uitlating goed had begrepen.

Een en ander leidt tot de conclusie dat NRC Handelsblad journalistiek onzorgvuldig heeft gehandeld.

Relevant punt uit de Leidraad van de Raad: A.

CONCLUSIE

NRC Handelsblad heeft journalistiek onzorgvuldig gehandeld.

De Raad doet de aanbeveling aan NRC Handelsblad om deze conclusie integraal of in samenvatting te publiceren.

Zo vastgesteld door de Raad op 14 augustus 2017 door mw. mr. J.W. Bockwinkel, voorzitter, mw. M.J.H. Doomen, dr. H.J. Evers, mw. J.R. van Ooijen en H.P.M.J. Schneider, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.