2017/18 niet-inhoudelijk-behandeld

Samenvatting

Omdat Radar niet meedoet aan de procedure van de Raad voor de Journalistiek, heeft de Raad de klacht van de heer B.C. Santanera c.s. tegen A. Hertsenberg en Radar niet inhoudelijk behandeld. De Raad gaat in deze situatie alleen tot behandeling van de klacht over in het bijzondere geval dat deze van algemene strekking of principieel belang is. Daarvan is hier niet gebleken.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

B.C. Santanera, Torino Amsterdam B.V. en Magnetic Fields Research Medical Centre New York-Tokyo-Zurich-Nederland B.V.

tegen

AVROTROS en A.M. Hertsenberg, hoofdredacteur van Radar

De heer W.E. van Bentem, rechtskundig adviseur te Garrelsweer, heeft op 31 januari 2017 namens de heer B.C. Santanera en diens vennootschappen Torino Amsterdam B.V. en Magnetic Fields Research Medical Centre New York-Tokyo-Zurich-Nederland B.V. (klagers) een klacht ingediend tegen AVROTROS en mevrouw A.M. Hertsenberg, hoofdredacteur van Radar.

De hoofdredacteur van Radar heeft in het verleden herhaaldelijk aan de Raad bericht dat hij niet wenst mee te werken aan de procedure van de Raad. Bij het doorsturen van de klacht is daarom aan de hoofdredacteur meegedeeld dat indien hij niet binnen de termijn van drie weken inhoudelijk heeft geantwoord, dit als een stilzwijgende afwijzing wordt beschouwd. In een e-mail van 9 februari 2017 heeft mevrouw A. van Tricht, juridische zaken AVROTROS, namens de eindredactie laten weten dat Radar zich ex art. 9 lid 5 van het Reglement voor de werkwijze van de Raad uit beginsel niet zal verweren.

De zaak is besproken op de zitting van de Raad van 19 mei 2017 op basis van de schriftelijke stukken.

DE FEITEN

Op 8 maart 2004 is in een uitzending van Radar aandacht besteed aan de BioStabil 2000, een door Santanera ontwikkeld product. Deze uitzending is herhaald op 4 januari 2010. Daarnaast is op 22 januari 2010 een artikel over de BioStabil 2000 op de website van Radar geplaatst.
Vervolgens is op 26 september 2016 in een uitzending van Radar opnieuw aandacht besteed aan de BioStabil 2000.

HET STANDPUNT VAN KLAGERS

Klagers voeren – kort samengevat – aan dat Radar ten aanzien van de uitzending van 8 maart 2004 journalistiek onzorgvuldig heeft gehandeld, door de journalistieke kernwaarden (waarheidsgetrouw, nauwgezet, fair en integer) te schenden. Bovendien heeft Radar het beginsel van controleerbaarheid geschonden en ten onrechte nagelaten wederhoor toe te passen. Verder wijzen zij erop dat in 2005 een rapport van de TU Delft openbaar is geworden. Daarin worden de voor klagers negatieve uitlatingen die in de uitzending van 8 maart 2004 zijn gedaan, bestreden. Dit had voor Radar aanleiding moeten zijn om tot rectificatie over te gaan, maar dat is niet gebeurd. Door de uitzending van 2004 te herhalen op 4 januari 2010 en op 22 januari 2010 op haar website hierover te publiceren, heeft Radar opnieuw journalistiek onzorgvuldig gehandeld. Met deze handelwijze heeft Radar op grove wijze bedrog gepleegd, aldus klagers. Voorts menen zij dat het in strijd is met zorgvuldige journalistiek om – wetende van het eerder gepleegde bedrog – in de uitzending van 26 september 2016 opnieuw aan die eerdere uitzendingen te refereren.
Volgens klagers is hun klacht van algemene strekking en principieel belang. Het algemeen belang vergt dat de klacht door de Raad wordt behandeld, nu AVROTROS een publieke omroep is, die met publieke middelen wordt gefinancierd. Daarnaast wordt het algemeen en principieel belang ingekleurd door het feit dat sprake is van een ernstige vorm van (kijkers)bedrog. Het algemeen belang vergt dat een dergelijk bedrog vanuit journalistieke waarden door de Raad kan worden beoordeeld, aldus klagers.

BEOORDELING OF DE KLACHT VAN ALGEMENE STREKKING OF PRINCIPIEEL BELANG IS

De Raad stelt voorop dat voor zover de klacht is gericht tegen de uitzendingen van 8 maart 2004 en 4 januari 2010 als zodanig, Santanera reeds op 30 april 2014 een klacht tegen deze eerdere uitzendingen bij de Raad heeft ingediend. De voorzitter en secretaris van de Raad hebben in hun conclusie van 12 mei 2014 (VS 2014-9) beslist dat die klacht evident niet-tijdig is ingediend. De Raad heeft het beroep van Santanera tegen deze beslissing in zijn conclusie van 18 september 2014 (RvdJ 2014/B6) ongegrond verklaard. Dat in de uitzending van 26 september 2016 naar de eerdere uitzendingen is verwezen, maakt niet dat een klacht tegen die uitzendingen alsnog voor een zelfstandige beoordeling in aanmerking komt.

Ten aanzien van de klacht tegen de uitzending van 26 september 2016 overweegt de Raad het volgende.

In artikel 9 lid 5 van het Reglement voor de werkwijze van de Raad is het volgende bepaald:
“Indien de klacht is ingediend tegen een medium dat of een journalist die zich uit beginsel niet verweert, ziet de Raad af van behandeling, tenzij de klacht volgens de Raad van algemene strekking of principieel belang is.”

De hoofdredacteur van Radar wenst uit beginsel geen medewerking te verlenen aan de procedure bij de Raad en heeft zich ook in deze zaak niet verweerd. De Raad zal dan ook slechts tot behandeling van de klacht overgaan in het bijzondere geval van een algemene strekking of principieel belang.

De Raad ziet geen aanleiding de klacht over de manier waarop Radar meent journalistiek te kunnen bedrijven aan te merken als van algemene strekking of principieel belang. De Raad vindt niet dat de strekking van de klacht het belang van klagers in zodanige mate overstijgt, dat er sprake zou zijn van een algemene strekking. Dat een inhoudelijk oordeel van de Raad mogelijk ook anderen ten goede komt, kan daaraan niet afdoen.

Ook heeft de Raad geen aanknopingspunten kunnen vinden voor de conclusie dat de klacht betrekking heeft op elementen van het journalistiek proces waarover de Raad zich niet eerder heeft uitgelaten, zodat de klacht van principieel belang zou zijn. De Raad heeft in zijn Leidraad algemene uitgangspunten geformuleerd die in diverse conclusies zijn uitgewerkt. Klagers hebben niet aannemelijk gemaakt dat de door de Raad gehanteerde criteria onvoldoende duidelijk zijn.
De omstandigheid dat de klacht er over gaat dat (de hoofdredacteur van) Radar die criteria niet zou hebben nageleefd, maakt op zichzelf nog niet dat de klacht daarmee van principieel belang is. De Raad ziet dan ook geen aanleiding de klacht inhoudelijk te behandelen.

Relevante eerdere conclusies van de Raad: RvdJ 2017/9, RvdJ 2017/3, RvdJ 2016/39, RvdJ 2015/10
Relevant artikel uit het Reglement voor de werkwijze van de Raad: 9 lid 5

CONCLUSIE

De klacht is niet van algemene strekking of principieel belang en wordt daarom niet inhoudelijk behandeld.

Zo vastgesteld door de Raad op 19 juni 2017 door prof. mr. B.E.P. Myjer, voorzitter, S. Kuijper, A. Mellink MPA, mw. H.M.M. Nietsch en A. Olgun, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.