2016/9 zorgvuldig

Samenvatting

J. Roodnat en NRC Handelsblad hebben journalistiek zorgvuldig gehandeld met de publicatie van het interview met Nicolien Mizee “’Schrijver zijn maakt mij niks uit. Ik schreef altijd al alles op’” over haar nieuwe roman “De halfbroer”. C.M. Mizee-Andriessen, de moeder van de schrijfster, maakt bezwaar tegen het gebruik van de term ‘vampiermoeder’. Het is aannemelijk dat de gemiddelde lezer de passage zal beschouwen als een duiding van een romanfiguur door Roodnat en niet als een diskwalificatie van klaagster. Bovendien heeft de schrijfster de hele tekst vooraf ter inzage ontvangen en niet verzocht om aanpassing van deze formulering.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

C.M. Mizee-Andriessen

tegen

J. Roodnat en de hoofdredacteur van NRC Handelsblad

Mevrouw C.M. Mizee-Andriessen te Haarlem (klaagster) heeft op 15 november 2015 een klacht ingediend tegen mevrouw J. Roodnat en de hoofdredacteur van NRC Handelsblad. Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie betrokken van klaagster en van de heer M. Krielaars, Chef Boeken NRC Handelsblad, van 1 en 29 december 2015.

De zaak is behandeld op de zitting van de Raad van 15 januari 2016. Klaagster was daar aanwezig, vergezeld door haar partner prof. F. Verhulst, die het standpunt van klaagster heeft toegelicht aan de hand van een notitie. Aan de zijde van de krant zijn mevrouw Roodnat, de heer Krielaars en mevrouw M. Breedeveld, plaatsvervangend hoofdredacteur, verschenen.

DE FEITEN

Op 14 augustus 2015 verscheen in NRC Handelsblad een artikel van de hand van Roodnat met de kop “’Schrijver zijn maakt mij niks uit. Ik schreef altijd al alles op’”. De publicatie behelst een interview met Nicolien Mizee, de dochter van klaagster, naar aanleiding van het verschijnen van haar nieuwe roman “De halfbroer”. De intro van het artikel luidt:
“Na negen jaar zwijgen is er een nieuwe roman. Dit keer hebben de hoofdpersoon en haar eerste minnaar dezelfde vader. ,,Naarmate je beter formuleert, wordt het allemaal gekker.”
Verder bevat het artikel onder meer de volgende passages:
“’Ik dacht, nu is het gebeurd”, zegt Nicolien Mizee (1965). ,,Ik had het allemaal een keer gedaan. Een autobiografisch boek. Toen een iets minder autobiografisch boek. En toen een compleet verzonnen boek. Wat nu? Ik probeerde het, ik dacht, ik ben toch schrijver? Er kwam niks.””
en
“Negen jaar later, deze zomer, kwam Mizee met een nieuwe roman. De halfbroer. Over de ontdekking van de hoofdpersoon dat haar eerste minnaar dezelfde vader heeft als zij. ,,Op de uitgeverij vonden ze het een spectaculaire geschiedenis. Je hoeft het alleen maar op te schrijven, zeiden ze. Maar mij kon het eigenlijk niks schelen dat Paul, Arthur in dit boek, mijn halfbroer is.”
Die halfbroer zorgde voor de titel, maar in Mizees roman is hij een edelfigurant in een verhaal dat over veel meer gaat. Over het overleven van een absurde jeugd, met een tiranniek overspelige vader en een vampiermoeder. Over de muffe mallemolen van depressies. Over een vrouw die tot haar verrassing smoorverliefd wordt.”
en
Is alles wat je beschrijft echt gebeurd?
,,In eerste instantie wel. Voor De Halfbroer heb ik nog het minste verzonnen. (…)””
en
Je beschrijft in ‘De Halfbroer’ hoe je bij het schrijven zit te janken.
,,Voor Toen kwam moeder met een mes heb ik bepaalde scenes huilend geschreven. Ik dacht: wat is dat zielig. Dat kind wil het zo graag gezellig hebben. En de moeder bederft dat. De vraag is: waarom doet die moeder dat? Mijn moeder en ik hebben geen contact meer, maar dat betekent niet dat ik maar raak schrijf. Van al te nare dingen zie ik af. Ik was van plan om de moeder in De Halfbroer weg te laten, ik wilde haar niet wéér zo negatief opvoeren. Maar het ging niet. Ze is doorslaggevend en ook nog eens een geweldig personage.””

Klaagster heeft in een brief van 11 september 2015 aan de redactie kenbaar gemaakt dat de sterke nadruk die ligt op het autobiografische karakter van het boek De Halfbroer in combinatie met het grievende taalgebruik van Roodnat, haar veel pijn heeft gedaan. Omdat een reactie uitbleef, heeft zij de redactie op 2 oktober 2015 een herinnering gestuurd. Bij brief van 16 oktober 2015 heeft Krielaars hierop gereageerd en onder meer aan klaagster geschreven:
“Joyce Roodnat is al meer dan dertig jaar redacteur van NRC Handelsblad. Ze behoort tot de beste en meest ervaren interviewers die wij hebben. Dat u zich in het geval van het vraaggesprek met uw dochter Nicolien niet in haar woorden kunt vinden, is jammer, maar mijns inziens onterecht.
Ik blijf erbij dat Roodnat zich in dat interview alleen op de inhoud van de boeken van uw dochter richt en niet op een werkelijk bestaande situatie. De door haar gebruikte ‘vampiermoeder’ slaat duidelijk op de moeder in Nicoliens werk. Een van de titels van haar eerdere boeken luidt niet voor niets Toen kwam moeder met het mes. Ook hierin wordt een niet altijd even gunstig beeld geschetst van de moeder. De moederfiguur is kortom een duidelijk thema in het oeuvre van uw dochter.”
en
“Ik wil ook nog eens onderstrepen dat het oeuvre van uw dochter onder de noemer fictie valt. En al zegt Nicolien in het gesprek met Roodnat dat ze voor haar boeken niet veel heeft hoeven verzinnen, toch blijft het verzonnene in haar werk overheersen. Iedere gewone krantenlezer, die u en uw dochter niet kent, zal dat beamen. Dat zou anders zijn geweest wanneer Nicolien haar autobiografie zou hebben geschreven.
Het is bovendien de taak van een interviewer om in het geval van autobiografisch getint proza een vraag over die autobiografische elementen te stellen. Dat zullen interviewers van Gerard Reve ook hebben gedaan in het geval van De Avonden.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster stelt – samengevat – dat op 8 mei 2015 een recensie van het boek De Halfbroer in NRC is verschenen. Daarin is sterk benadrukt dat de roman autobiografisch is. Dit wordt ook in het interview van haar dochter met Roodnat gesteld. Noch in de roman noch in de antwoorden van haar dochter zijn voor klaagster kwetsende uitdrukkingen te vinden. Roodnat heeft in haar artikel het autobiografische karakter benadrukt en heeft vervolgens de formulering ‘vampiermoeder’ gebruikt. Klaagster ervaart die beschrijving als zeer kwetsend.
Verder maakt klaagster bezwaar tegen de wijze waarop Krielaars heeft gereageerd en dat hij  in zijn brief geheel niet is ingegaan op haar klacht. Bovendien heeft Krielaars de verwarring nog vergroot door een vergelijking te maken met interviews met Gerard Reve. Er zijn klaagster geen interviews met Reve bekend, waarin de interviewer akelige conclusies trekt over de ouders van Reve.
Op de zitting benadrukt Verhulst nog namens klaagster, dat haar dochter op dit moment niet zo stabiel is. Zij heeft zich daarom bij het autoriseren van het interview beperkt tot de vragen en de bijbehorende antwoorden. Bovendien is zij niet verantwoordelijk voor de inleiding van Roodnat. Zij heeft zich inmiddels gedistantieerd van de uitdrukkingen die Roodnat in de inleiding tot het interview heeft gebruikt.

Roodnat en NRC stellen daar – samengevat – tegenover dat Roodnat zich voor haar typering van de moederfiguur heeft gebaseerd op de wijze waarop deze overkwam in de drie autobiografische romans van Nicolien Mizee. De boeken van Mizee zijn romans en geen autobiografie; de moederfiguur is in deze boeken een romanfiguur. Wat autobiografisch is en wat niet, doet niet ter zake zolang een boek een roman heet te zijn. Romanpersonages moeten door de interviewer treffend worden neergezet om de lezer een goede indruk te kunnen geven van de hoofdpersonen in die romans. Er kan wellicht worden getwist over de interpretatie van Roodnat, maar zij heeft dat naar eer en geweten geschreven.
Het zou anders zijn geweest als Roodnat in het interview had gevraagd naar de ‘echte’ moeder van Nicolien Mizee. Dit is echter niet gebeurd. Hoogstens heeft Roodnat gevraagd naar het autobiografische karakter van de boeken waar het de vader van de schrijfster betreft.
Op de zitting deelt Roodnat nog mee dat Nicolien Mizee de hele tekst vooraf heeft gezien en overal op heeft mogen reageren, maar dat niet heeft gedaan. Verder voegt Krielaars nog toe dat nabije familie zich meestal wel ergens in een boek herkent. Zij hebben klaagster uiteraard niet willen kwetsen. Bij nader inzien geeft hij toe dat hij daarvoor in zijn brief aan klaagster wel excuses had kunnen aanbieden.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Kern van de klacht is dat het gebruik van de term ‘vampiermoeder’ zonder goede grond is gebruikt en nodeloos grievend is voor klaagster.

Roodnat heeft in de inleiding van haar interview met Nicolien Mizee een eigen kenschets van de moederfiguur in het boek De Halfbroer gegeven. Het stond Roodnat vrij dat te doen. Weliswaar is beschreven dat het boek autobiografische elementen bevat, maar dat betekent niet dat zij met de term ‘vampiermoeder’ klaagster heeft willen aanduiden. Hoewel het begrijpelijk is dat klaagster de passage persoonlijk opvat en de term als zeer pijnlijk ervaart, acht de Raad het aannemelijk dat de gemiddelde lezer de passage zal beschouwen als een duiding van een romanfiguur door Roodnat en niet als een diskwalificatie van klaagster. Daarbij komt dat de schrijfster de hele tekst vooraf ter inzage heeft ontvangen en niet heeft verzocht om aanpassing van deze formulering. Alle omstandigheden in aanmerking genomen, zijn met het gebruik van de term ‘vampiermoeder’ geen grenzen overschreden van wat journalistiek toelaatbaar is.

Verder heeft Krielaars in zijn brief aan klaagster serieus op de klacht gereageerd. Dat klaagster zich niet in die reactie kan vinden, is onvoldoende voor de conclusie dat de klachtafhandeling onzorgvuldig is geweest.

Een en ander leidt tot de conclusie dat Roodnat en NRC Handelsblad journalistiek zorgvuldig hebben gehandeld.

BESLISSING

Roodnat en NRC Handelsblad hebben journalistiek zorgvuldig gehandeld.

Zo vastgesteld door de Raad op 4 maart 2016 door mr. Th. Groeneveld, voorzitter, mw. M.J.H. Doomen, dr. H.J. Evers, mw. J.R. van Ooijen en mw. M.J. Rietkerk, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.