2016/41 onthouding-oordeel onzorgvuldig

Samenvatting

Het Noordhollands Dagblad heeft in strijd met gemaakte afspraken het artikel “Burgemeester Bergen bedreigd” niet vooraf ter inzage aan de gemeente Bergen (klaagster) gestuurd. Bovendien heeft de krant in het artikel ten onrechte een verband gelegd tussen de bedreiging van de burgemeester en een in de gemeente lopende kwestie rond illegale bewoning. Hiermee heeft de krant journalistiek onzorgvuldig gehandeld. De Raad onthoudt zich van een oordeel over de handelwijze van journalisten M. Bergman en P.P. Schmaal. De Raad doet de aanbeveling aan het Noordhollands Dagblad om deze conclusie ruimhartig te publiceren.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

de gemeente Bergen

tegen

M. Bergman, P.P. Schmaal en de hoofdredacteur van het Noordhollands Dagblad

De heer L. van der Plaats, communicatieadviseur, heeft op 22 juli 2016 namens de gemeente Bergen (klaagster) een klacht ingediend tegen de heer M. Bergman, de heer P.P. Schmaal en de hoofdredacteur van het Noordhollands Dagblad. Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie betrokken van de heer G. van ’t Hek, adjunct-hoofdredacteur, van 14 augustus 2016.

De zaak is behandeld op de zitting van de Raad van 9 september 2016. Namens klaagster zijn daar de heer Van der Plaats en de heer H. Eshuijs, hoofd bedrijfsvoering a.i. en loco-secretaris, verschenen. Aan de zijde van de krant waren de heren Bergman, Van ’t Hek en F. Hoogendoorn, chef redactie, aanwezig.

DE FEITEN

Op 1 juni 2016 is de burgemeester van de gemeente Bergen, mevrouw H. Hafkamp, geïnterviewd door de journalisten Bergman en Schmaal. Voorafgaand aan het interview zijn de volgende afspraken gemaakt:
-          in ieder geval de passages waarin de gemeente, burgemeester of wethouder worden aangehaald of geciteerd, mogen vooraf op feitelijke onjuistheden worden gecontroleerd;
-          er wordt niet ingegaan op individuele gevallen, zoals de atelierwoningen aan de Herenweg in Bergen, of de onrechtmatig gebouwde recreatiewoningen aan de Oude Heerenweg in Groet.

De transcriptie van het voor deze zaak relevante deel van het interview luidt:                                                                                                 
Bergman: “De laatste tijd is er een verharding in Bergen richting het college. Heeft u zich ooit geïntimideerd of bedreigd gevoeld recentelijk?”
Hafkamp: “Niet door deze twee heren.”
Bergman: “Maar in uw rol als handhaver?”
Hafkamp: “Jawel. Punt. Daar doe ik liever geen mededelingen over.”
Bergman: “Ja, dat zou ook een enorm aanzuigende werking kunnen hebben.”
Hafkamp: “In zijn algemeenheid: ik weet nog toen ik wethouder in Leeuwarden was, toen was er een familie die niets anders deed dan bezwaarschriften indienen. Daar was een anderhalf ambtenaar fulltime mee bezig. Er zijn meer gemeenten die behept zijn met inwoners die op die manier denken hun gelijk te moeten halen.”
Bergman: “Toch mijn nieuwsgierigheid. Is het naar uw tevredenheid afgehandeld, die bedreiging, intimidatie?”
Hafkamp: “Dat loopt nog. Maar dat staat los van de – daar wil ik geen misverstanden over laten bestaan, maar goed ik weet het niet – van de heren die hier bezig zijn. Het is wel zo dat de invloed van de social media, ik vind dat zorgwekkend. (…)””

Op vrijdag 3 juni 2016 verscheen op de voorpagina van het Noordhollands Dagblad editie Alkmaarsche Courant een artikel met de kop “Burgemeester Bergen bedreigd”. Het artikel luidt verder:
“Burgemeester Hetty Hafkamp van Bergen wordt bedreigd in de kwestie van de illegale bewoning. Dit heeft zij in een gesprek met deze krant gezegd.
Bergen is de laatste maanden verwikkeld in een soms heftige strijd rond de handhaving van illegaal gebouwde woningen. Bewoners sleepten de gemeente voor de rechter, tot de Raad van State aan toe. Tot frustratie van sommigen legde het college het oordeel van het hoogste rechtscollege in een aantal gevallen naast zich neer. In een van die zaken is volgens Hafkamp een bedreiging aan het adres van de burgemeester geuit. Hafkamp treedt niet in details. ,,De zaak loopt momenteel.””

Vervolgens verscheen op zaterdag 4 juni 2016 in het Noordhollands Dagblad een artikel van de hand van Bergman en Schmaal met de kop “Hafkamp is trots op handhavingsbeleid”, waarin – samen met een aantal andere artikelen – aandacht wordt besteed aan de verhouding tussen de gemeente Bergen enerzijds en burgers, rechters en Raad van State anderzijds.

Ten slotte verscheen op donderdag 9 juni 2016 in het Noordhollands Dagblad een artikel onder de kop “’Aftreden Hafkamp oplossing’”. Dit artikel bevat onder meer de volgende passages:
“De bom is gebarsten in Bergen. Een groep bewoners vindt dat burgemeester Hetty Hafkamp moet aftreden. Gisteren is bij de politie door deze betrokkenen tegen Hafkamp aangifte gedaan wegens smaadschrift en laster. De burgemeester vindt de beschuldigingen ‘uit de lucht gegrepen’. Hafkamp liet zich vorige week in deze krant ontvallen bedreigd te zijn. De burgemeester zei dat in een interview dat het handhavingstraject rond de illegale bewoning als onderwerp had.”
en
“Namens Hafkamp reageert woordvoerder Lucien van der Plaats: ,,De aanklacht is uit de lucht gegrepen. Burgemeester Hafkamp heeft nooit beweerd dat de bedreiging afkomstig was van een van deze mensen, of dat er ook maar enige relatie is met onrechtmatige bewoning of de handhaving daarvan. De burgemeester vindt het erg pijnlijk dat een dergelijke suggestie bij deze mensen is gewekt, maar neemt er nadrukkelijk afstand van.””

De klacht is gericht tegen het artikel van 3 juni 2016.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster voert aan dat het artikel van 3 juni 2016 in strijd met de gemaakte afspraken niet eerst aan haar is voorgelegd, terwijl de burgemeester daarin wordt aangehaald. Dit is extra kwalijk, omdat tot twee keer toe ten onrechte is geïmpliceerd dat de bedreiging verband houdt met de kwestie van de illegale bewoning. Dat komt voor rekening van de krant, aangezien de burgemeester in het interview dit verband op geen enkele wijze heeft gelegd.
Direct na de publicatie heeft klaagster bezwaar gemaakt tegen het feit dat de afspraak over inzage vooraf was geschonden. Enkele dagen later – nadat een aantal betrokkenen in de kwestie van de illegale bewoning aangifte tegen de burgemeester had gedaan wegens smaadschrift en laster – heeft klaagster verder verzocht om rectificatie. Volgens klaagster heeft het onjuist gelegde verband de reputatie van de burgemeester ernstig beschadigd en daarvoor verwacht zij genoegdoening van de krant. Omdat die is uitgebleven, heeft klaagster haar bezwaren voorgelegd aan de Raad.

Bergman, Schmaal en de krant stellen hier tegenover dat het interview van 1 juni betrekking had op de in de gemeente spelende kwestie van illegale bewoning, zoals de handhaving van de regels op dit vlak en de diverse zaken die door de Raad van State zijn behandeld. Tijdens dat interview heeft de burgemeester bevestigend geantwoord op de vraag of zij wel eens is bedreigd in haar rol als handhaver. Plaatsvervangend redactiechef Minkema vond een dag later dat dit aspect een nieuwsbericht waard was voor de krant van 3 juni 2016. Voor de plaatsing van dat artikel is in ieder geval Schmaal, die tijdelijk werkervaring bij de krant opdeed, niet verantwoordelijk. De ‘bedreiging’ is inderdaad door de krant geplaatst in de context van het interview, dat maar één onderwerp had: de kwesties van illegale bewoning. In het bericht is niet verwezen naar specifieke personen of kwesties die met de ‘bedreiging’ te maken hadden. Voor zover de reputatie van de burgemeester is beschadigd, houdt dit geen verband met de inhoud van het nieuwsbericht van 3 juni 2016, hooguit met de interpretatie daarvan door de groep inwoners die zich aangesproken voelde, aldus de krant.
Volgens de krant bevat het nieuwsbericht van 3 juni 2016 slechts één toelichtend citaat: “De zaak loopt momenteel”. Daarmee is geen sprake van een schending van de afspraken rond het interview. Het uitgewerkte interview is overigens geheel volgens afspraak van tevoren aan klaagster gemaild – vóór plaatsing van het nieuwsbericht – en vervolgens op 4 juni 2016 geplaatst. De krant zag dan ook geen aanleiding voor een rectificatie, maar heeft in het artikel van 9 juni 2016 klaagster wel de ruimte gegeven op de kwestie terug te komen. 

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Als uitgangspunt dient dat een journalist gemaakte afspraken behoort na te komen. Niet ter discussie staat dat klaagster was toegezegd dat zij de passages waarin de burgemeester zou worden aangehaald of geciteerd, voorafgaand aan publicatie mocht controleren op feitelijke onjuistheden. Hoewel deze afspraak is gemaakt ten behoeve van de publicatie van het interview zelf (de publicatie op 4 juni 2016), meent de Raad dat de krant zich ook hieraan diende te houden ten aanzien van de publicatie van het nieuwsbericht op 3 juni 2016, dat immers direct aan dit interview is ontleend.
De Raad volgt de krant niet in het standpunt dat het artikel van 3 juni 2016 slechts het toelichtende citaat “De zaak loopt momenteel” bevat, zodat geen sprake is van een schending van de afspraak. De zin ‘Burgemeester Hetty Hafkamp van Bergen wordt bedreigd in de kwestie van de illegale bewoning.’ wordt door de zinsnede ‘Dit heeft zij in een gesprek met deze krant gezegd.’ duidelijk in de mond van de burgemeester gelegd. Dit geldt eveneens voor de zin ‘In een van die zaken is volgens Hafkamp een bedreiging aan het adres van de burgemeester geuit’. De burgemeester wordt in deze passages niet letterlijk geciteerd, maar wel degelijk aangehaald. De krant had deze passages dus vooraf aan klaagster moeten voorleggen. Door dit niet te doen, heeft de krant unfair tegenover klaagster gehandeld.

Verder blijkt uit (de transcriptie van) het interview dat de burgemeester juist expliciet heeft gezegd dat zij niet ‘door deze twee heren’ is bedreigd. Dit heeft zij later in het gesprek nog eens herhaald met de woorden ‘Dat [de zaak over de bedreiging] loopt nog. Maar dat staat los van de (…) heren die hier bezig zijn.’ Volgens klaagster doelde de burgemeester daarmee op de personen die strijd voeren tegen de gemeente in de kwestie die centraal stond in het interview (de illegale bewoning). De Raad is dan ook van oordeel dat in het artikel van 3 juni 2016 ten onrechte een verband is gelegd tussen de kwestie van de illegale bewoning en de bedreiging van de burgemeester. De krant heeft aldus niet-waarheidsgetrouw over de kwestie bericht.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de krant met de publicatie van 3 juni 2016 journalistiek onzorgvuldig heeft gehandeld. De publicatie van 9 juni 2016 kan niet als voldoende rechtzetting worden beschouwd, nu de krant daarin niet heeft duidelijk gemaakt dat zij in strijd met de gemaakte afspraak had gehandeld en onjuist over de kwestie had bericht.
De Raad kan niet vaststellen in hoeverre Bergman en Schmaal betrokken zijn geweest bij de totstandkoming van het artikel van 3 juni 2016 en of zij mede verantwoordelijk kunnen worden gehouden voor het ten onrechte leggen van het verband als hiervoor bedoeld. De Raad onthoudt zich daarom van een oordeel over hun handelwijze.

Relevant punt uit de Leidraad van de Raad: A.
Relevante eerdere conclusie van de Raad: RvdJ 2016/17 en RvdJ 2013/2

CONCLUSIE

Het Noordhollands Dagblad heeft journalistiek onzorgvuldig gehandeld. De Raad onthoudt zich van een oordeel over de handelwijze van M. Bergman en P.P. Schmaal.

De Raad doet de aanbeveling aan het Noordhollands Dagblad om deze conclusie integraal of in samenvatting te publiceren.

Zo vastgesteld door de Raad op 14 november 2016 door mw. mr. C.C.W. Lange, voorzitter, dr. H.J. Evers, ir. B.L. Hooghoudt, mw. A. Karadarevic en F.Th.H. Ruys, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.



Publicatie in het Noordhollands Dagblad d.d. 18 november 2016