2016/39 niet-inhoudelijk-behandeld

Samenvatting

Omdat journalist B. Thimister (De Telegraaf) niet meedoet aan de procedure van de Raad voor de Journalistiek, heeft de Raad de klacht van Stichting de Toekomst voor jong en oud – h.o.d.n. (Dutch) Scorpions – niet inhoudelijk behandeld. De Raad gaat in deze situatie alleen tot behandeling van de klacht over in het bijzondere geval dat deze van algemene strekking of principieel belang is. Daarvan is hier niet gebleken.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

Stichting de Toekomst voor Jong en Oud, h.o.d.n. (Dutch) Scorpions

tegen

B. Thimister (De Telegraaf)

De heer mr. L.P.H. Hameleers, advocaat te Roermond, heeft op 24 juni 2016 namens Stichting de Toekomst voor Jong en Oud, h.o.d.n. (Dutch) Scorpions, te Sittard (klaagster) een klacht ingediend tegen journalist B. Thimister (De Telegraaf).

De hoofdredacteur van De Telegraaf heeft in het verleden herhaaldelijk aan de Raad bericht dat hij niet wenst mee te werken aan de procedure van de Raad. Bij het doorsturen van de klacht is daarom aan Thimister meegedeeld dat indien hij niet binnen de termijn van drie weken inhoudelijk heeft geantwoord, dit als een stilzwijgende afwijzing wordt beschouwd. Thimister heeft niet op de klacht gereageerd.

De zaak is besproken op de zitting van de Raad van 9 september 2016 op basis van de schriftelijke stukken.

DE FEITEN

Op 13 juni 2016 is in De Telegraaf een artikel van de hand van Thimister verschenen onder de kop “Motorclub perste Andy de Heus af”. Het artikel bevat onder meer de volgende passage:
“De vermoorde Andy de Heus (30) uit Echt was verwikkeld in een afpersingskwestie met motorclub Scorpions.”

HET STANDPUNT VAN KLAAGSTER

Klaagster voert – kort samengevat – aan dat sprake is van onjuiste, eenzijdige en tendentieuze berichtgeving. Dutch Scorpions is geen motorclub of motorbende en er is geen sprake van afpersing van Andy de Heus. Daarmee heeft Thimister gehandeld in strijd met punt A. van de Leidraad van de Raad. Verder heeft Thimister nagelaten wederhoor toe te passen, zodat punt B.3 van de Leidraad is geschonden. Volgens klaagster betreft haar klacht basisprincipes van journalistiek handelen, zodat de Raad daarover inhoudelijk zou moeten oordelen.

BEOORDELING OF DE KLACHT VAN ALGEMENE STREKKING OF PRINCIPIEEL BELANG IS

In artikel 9 lid 5 van het Reglement voor de werkwijze van de Raad is het volgende bepaald:
“Indien de klacht is ingediend tegen een medium dat of een journalist die zich uit beginsel niet verweert, ziet de Raad af van behandeling, tenzij de klacht volgens de Raad van algemene strekking of principieel belang is.”

Thimister wenst blijkbaar uit beginsel geen medewerking te verlenen aan de procedure bij de Raad en heeft zich ook in deze zaak niet verweerd. De Raad zal dan ook slechts tot behandeling van de klacht overgaan in het bijzondere geval dat deze van een algemene strekking of principieel belang is. Daarvan is hier niet gebleken.

De Raad ziet thans geen aanleiding de klacht over de manier waarop Thimister journalistiek bedrijft aan te merken als van algemene strekking of principieel belang. Het artikel bevat specifieke opmerkingen over klaagster, waartegen zij bezwaar maakt. De Raad vindt niet dat de strekking van de klacht het belang van klaagster in zodanige mate overstijgt, dat er sprake zou zijn van een algemene strekking. Dat een inhoudelijk oordeel van de Raad mogelijk ook anderen ten goede komt, kan daaraan niet afdoen.

Ook heeft de Raad geen aanknopingspunten kunnen vinden voor de conclusie dat de klacht betrekking heeft op elementen van het journalistieke proces waarover de Raad zich niet eerder heeft uitgelaten, zodat de klacht van principieel belang zou zijn. De klacht gaat over niet-waarheidsgetrouwe en tendentieuze berichtgeving, en het toepassen van wederhoor. De Raad heeft hierover in zijn Leidraad algemene uitgangspunten geformuleerd – waarnaar klaagster in haar klacht ook heeft verwezen – die in diverse conclusies zijn uitgewerkt. Klaagster heeft niet aannemelijk gemaakt dat de door de Raad gehanteerde criteria onvoldoende duidelijk zijn. Dat Thimister wellicht heeft gehandeld in strijd met die criteria, maakt op zichzelf nog niet dat de klacht daarmee van principieel belang is. De Raad ziet dan ook geen aanleiding de klacht inhoudelijk te behandelen.

Relevante punten uit de Leidraad van de Raad: A. en B.3
Relevante eerdere conclusie van de Raad: RvdJ 2016/2
Relevant artikel uit het Reglement voor de werkwijze van de Raad: 9 lid 5

CONCLUSIE

De klacht is niet van algemene strekking of principieel belang en wordt daarom niet inhoudelijk behandeld.

Zo vastgesteld door de Raad op 14 oktober 2016 door mw. mr. C.C.W. Lange, voorzitter, dr. H.J. Evers, ir. B.L. Hooghoudt, mw. A. Karadarevic en F.Th.H. Ruys, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.