2016/38 zorgvuldig

Samenvatting

In oktober 2014 heeft de heer E.H. van der Drift (klager) contact gehad met het Eindhovens Dagblad over een klacht tegen zijn voormalig advocaat en een naar aanleiding daarvan lopende tuchtrechtzaak. Vervolgens heeft klager de krant in mei 2016 een beslissing gestuurd van de Raad van Discipline, die de voormalig advocaat van klager een tweede maatregel heeft opgelegd, met het verzoek daarover te publiceren. De Raad voor de Journalistiek kan niet vaststellen dat de krant destijds aan klager heeft toegezegd aan een dergelijke beslissing aandacht te besteden en dat die belofte nu niet is nagekomen. Maar ook als een dergelijke toezegging wel zou zijn gedaan, dan nog heeft de krant niet journalistiek onzorgvuldig gehandeld door daarop terug te komen. Aangezien een zeer ruime periode is verstreken, het om een nieuwe maatregel gaat en de zaak is toegespitst op de strijd tussen klager en zijn voormalig advocaat, mocht de krant besluiten niet tot publicatie over te gaan.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

E.H. van der Drift

tegen

de hoofdredacteur van het Eindhovens Dagblad

De heer E.H. van der Drift heeft op 18 mei 2016 een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van het Eindhovens Dagblad. Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie betrokken van klager en L. van Houtert, plaatsvervangend hoofdredacteur, van 20 en 25 mei 2016 en van 1 augustus 2016.

De zaak is behandeld op de zitting van de Raad van 9 september 2016 in aanwezigheid van klager. De krant is daar niet verschenen.

DE FEITEN

In oktober 2014 heeft klager contact gehad met de krant over een klacht die hij had ingediend tegen zijn voormalige advocaat en de naar aanleiding daarvan lopende tuchtrechtzaak. In een e-mail van 17 oktober 2014 heeft klager onder meer het volgende aan de krant geschreven:
“Hierbij bevestig ik ons gevoerde telefoongesprek van vandaag, waarin we afspraken dat ik mijn verhaal in uw ED kan doen na de hoorzitting bij het Hof van Discipline.”
Daarop heeft Van Houtert diezelfde dag geantwoord als volgt:
“Zoals gezegd zullen we de zaak bij het Hof van Discipline met belangstelling volgen en publiceren als het daar tot een veroordeling komt.”

Op 10 mei 2016 heeft klager de krant een beslissing gestuurd van de Raad van Discipline van 9 mei 2016 en in zijn begeleidende e-mail het volgende geschreven:
“Conform afspraak zend ik u in de bijlage de tweede maatregel die mr Stallen gisteren van de Raad van Discipline heeft gekregen. U heeft het stuk met de maatregel waarschuwing die ze in augustus 2014 ontving van de Raad van Discipline Den Bosch voor het geven van de verkeerde cassatie termijn en hierdoor mij het belangrijkste rechtsmiddel Cassatie bij de Hoge Raad te hebben ontnomen. Nu heeft ze de maatregel berisping gekregen omdat ze verzuimde in november 2014 mijn schadeclaim te melden bij HDI haar verzekeraar. Volgens afspraak en belofte zou uw krant het Eindhovens Dagblad bij een tweede maatregel publiceren.”
Nadat klager twee herinneringen aan de krant heeft gestuurd, heeft Van Houtert op 18 mei 2016 aan klager het volgende bericht:
“Na ampel beraad hebben we besloten deze kwestie te laten rusten. Het lijdt geen twijfel dat u een punt heeft, maar we achten de zaak voor onze lezers niet zo interessant.”
Naar aanleiding daarvan heeft klager Van Houtert nogmaals verzocht aandacht te besteden aan de tweede maatregel zie zijn voormalig advocaat opgelegd heeft gekregen. Van Houtert heeft aan dat verzoek niet voldaan.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager voert aan dat de krant ten onrechte de met hem in oktober 2014 gemaakte afspraak niet nakomt om te publiceren over de tweede maatregel die aan zijn voormalig advocaat is opgelegd. Volgens klager heeft zijn voormalig advocaat grove fouten gemaakt en komt het bijna nooit voor dat een advocaat in amper twee jaar tijd twee maatregelen opgelegd krijgt. Hij meent dat de zaak van groot maatschappelijk belang is en dat het de taak van de journalist is om hierover te publiceren teneinde de lezers te waarschuwen. Zo kan worden voorkomen dat nieuwe cliënten door onwetendheid ook slecht behandeld kunnen worden door zijn voormalig advocaat, aldus klager.

De krant stelt hier tegenover dat de redactie aanvankelijk het voornemen om te publiceren heeft kenbaar gemaakt aan klager. De redactie is daar in tweede instantie op teruggekomen omdat zij de kwestie voor de lezers niet relevant acht. Volgens de krant is het aan de redactie om een afweging te maken en te beslissen om al dan niet te publiceren.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Als uitgangspunt dient dat journalisten vrij zijn in de selectie van wat ze publiceren. Daarbij wegen ze het belang dat bij een publicatie is gediend af tegen de belangen die eventueel door de publicatie worden geschaad. Daar staat tegenover dat eveneens als uitgangspunt dient dat een journalist gemaakte afspraken behoort na te komen.

De Raad constateert dat in de e-mailcorrespondentie tussen klager en de krant op 17 oktober 2014 is gesproken over een hoorzitting en mogelijke veroordeling bij het Hof van Discipline, terwijl klager in mei 2016 een beslissing van de Raad van Discipline aan de krant heeft gestuurd met het verzoek daarover te publiceren.

De Raad kan niet met zekerheid vaststellen dat de krant de intentie heeft gehad (ook) aan klager toe te zeggen dat aandacht zou worden besteed aan een tweede maatregel van de Raad van Discipline en dat die belofte nu niet zou zijn nagekomen. Voor de conclusie dat de krant onzorgvuldig heeft gehandeld door niet te publiceren over de tweede maatregel is dan geen aanleiding.

Maar ook als de krant een dergelijke toezegging wel zou hebben gedaan, dan nog vindt de Raad in dit geval niet dat de krant journalistiek onzorgvuldig heeft gehandeld door hierop terug te komen. Daarbij neemt de Raad allereerst in aanmerking dat sinds de correspondentie van 17 oktober 2014 een zeer ruime periode – meer dan anderhalf jaar – is verstreken en het nu om een nieuwe maatregel gaat. Daar komt bij dat de zaak inmiddels in zeer grote mate is toegespitst op de strijd tussen klager en zijn voormalig advocaat. Hoewel een artikel over de aan de voormalig advocaat van klager opgelegde tweede maatregel een breder belang zou kunnen dienen – zoals klager heeft aangevoerd – mocht de krant onder deze omstandigheden en na afweging van alle belangen besluiten niet tot publicatie over te gaan.

Relevant punt uit de Leidraad van de Raad: A.
Relevante eerdere conclusies van de Raad: RvdJ 2016/17 en RvdJ 2010/10

CONCLUSIE

Het Eindhovens Dagblad heeft journalistiek zorgvuldig gehandeld.

Zo vastgesteld door de Raad op 14 oktober 2016 door mw. mr. C.C.W. Lange, voorzitter, dr. H.J. Evers, ir. B.L. Hooghoudt, mw. A. Karadarevic en F.Th.H. Ruys, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.