2016/37 onzorgvuldig

Samenvatting

M. Menger en het Noordhollands Dagblad hebben in het artikel “Liquidatie zonder sporen na te laten” een systeem willen blootleggen waarin een burgemeester eraan meewerkte om het  tijdens de oorlog liquideren van NSB’ers door het verzet na de oorlog administratief te verhullen. Daarbij hebben zij de vermoorde personen uit de anonimiteit willen halen. In dat verband is de grootvader van klager genoemd en is vermeld dat hij ‘altijd op jacht was naar mensen uit het verzet’. Menger en de krant hadden zich rekenschap moeten geven van de gevoelens bij de nabestaanden van de betrokken NSB’ers. De vergaande aantijgingen aan het adres van klagers grootvader zijn bovendien gebaseerd op indirecte aanwijzingen. Menger en de krant hebben dan ook journalistiek onzorgvuldig gehandeld door in de context van de berichtgeving de naam van de grootvader van klager te vermelden. Op verzoek van klager ziet de Raad af van de aanbeveling aan het Noordhollands Dagblad om deze conclusie ruimhartig te publiceren.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

X

tegen

M. Menger en de hoofdredacteur van het Noordhollands Dagblad

De heer mr. T.H.S.P. de Jonge, advocaat te Amsterdam, heeft op 6 juni 2016 namens de heer X (klager) een klacht ingediend tegen M. Menger en de hoofdredacteur van het Noordhollands Dagblad. Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie betrokken van mr. De Jonge en de heer G. van ‘t Hek, adjunct-hoofdredacteur, van 6 en 29 juni 2016.

De zaak is behandeld op de zitting van de Raad van 8 juli 2016. Namens klager is daar mr. De Jonge verschenen, die het standpunt van klager heeft toegelicht aan de hand van een notitie. Van de zijde van de krant waren de heren Menger en Van ’t Hek aanwezig.

DE FEITEN

Op 4 mei 2016 verscheen in het Noordhollands Dagblad een artikel van de hand van Menger onder de kop “Liquidatie zonder sporen na te laten”. Het artikel bevat onder meer de volgende passages:
“Het echte lot van Jan Hendrik Fiesler zal altijd wel geheim blijven. Het enige dat de speurtocht naar de liquidatie van deze man aan het einde van de Tweede Wereldoorlog heeft opgeleverd, bestaat uit aanwijzingen dat het ergens buitendijks moet zijn gebeurd. Het was bepaald niet de enige terechtstelling in de buurt. Een kogel, en dan een haastige begrafenis ergens ver uit het zicht van nieuwsgierige ogen. Dat scenario lijkt het meest voor de hand liggend. Ook omdat tijdens de uiterst verwarrende en bedreigende periode van eind ’44 tot en met de bevrijding een mensenleven bepaald geen kostbaar goed leek. Dit was de tijd dat fanatieke Duitsers en de landwachters nog intensiever op jacht gingen naar onderduikers en (vermeende) verzetsmensen. En dus ook een tijd waarin het verzet soms keiharde acties moest ondernemen, om erger te voorkomen.”
en           
“Het enige wat bleef, was een aantekening in het bevolkingsregister van Wijdenes, opgemaakt op 29 november 1945. Burgemeester Cornelis Mol verklaart, ‘daarvan uit eigen kennis wetenschap dragende’, dat op 17 november in zijn gemeente Fiesler, Jan Hendrik overleden is bevonden. Maar wat voor eigen wetenschap zou Mol dan hebben gehad? Nog een opmerkelijk feit: uit het Noord-Hollands Archief blijkt verder dat Mol die periode nog twee overlijdensberichten formeel heeft laten vastleggen in het gemeentehuis.(…) Drie doden, allemaal op dezelfde dag, eind 1945. Dit wijst erop dat dit wel eens een manier zou kunnen zijn om eventuele liquidaties achteraf in het bevolkingsregister op te nemen.
Of er nog mensen zijn die uit eigen familiekring kennis hebben van wat er precies is gebeurd? Ja. Wat opvalt, is dat velen – ook de tweede generatie – anoniem wil blijven. Want dit is ook een deel van de Tweede Wereldoorlog dat mensen achter zich willen laten. Er komt wel een reactie van twee andere liquidaties tegen het einde van de oorlog.”
en
“Ook in Venhuizen speelden dat soort nachtmerries. Verzetsman ‘Tom’ (overleden in 1995) was zeer actief bij het verzet en schreef pas tegen het einde van z’n leven enkele bondige memoires op. Daarin ook een verwijzing naar twee afrekeningen. (…) Tom maakt ook gewag van een landwachter die [de] ‘de jager’ wordt genoemd. Omdat hij altijd op jacht was naar mensen van het verzet. Ook hij is uit de weg geruimd. Waar dat gebeurde?”
en
“Pas later wordt na onderzoek in de archieven meer duidelijk: Het gaat om [Y] uit [woonplaats]. Die is op december 1945 ‘dood bevonden’ in Venhuizen. En opmerkelijk genoeg is dat ondertekend door de burgemeester van... Wijdenes, Cornelis Mol.”
en
“Feit is dat er een vonnis werd voltrokken, omdat niemand eind ’44 zijn leven nog zeker was. En omdat het verraad met talloze mensenlevens werd betaald. De mannen uit het verzet hadden geen keus. En deden er na de oorlog het zwijgen toe. (…) De enige echte hoofdrolspelers kunnen er niets meer over zeggen. Ze hebben alleen indirecte aanwijzingen achter gelaten.”

Klager is de kleinzoon van de in het artikel genoemde Y.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat het artikel verregaande aantijgingen aan het adres van zijn grootvader bevat, die niet gestaafd (kunnen) worden en ten onrechte als feiten zijn gepresenteerd. Hij weet dat zijn grootvader lid was van de NSB, maar vindt het kwalijk dat zijn grootvader wordt neergezet als ‘jager’ op verzetsmensen, zonder dat daarvoor voldoende bewijs is gegeven. Klager heeft geen weet van enig deugdelijk (strafrechtelijk-) onderzoek naar de gedragingen van zijn grootvader, laat staan van een veroordeling door de bevoegde autoriteiten. Ook is hij niet bekend met de overlijdensdatum van zijn grootvader. Daarom maakt hij er tevens bezwaar tegen dat als feit is gesteld dat zijn grootvader tijdens de oorlog zou zijn gedood. Volgens klager is de berichtgeving over zijn grootvader niet althans onvoldoende controleerbaar; de krant heeft zich slechts gebaseerd op handgeschreven aantekeningen van verzetsman ‘Tom’.
Verder voert klager aan dat zijn grootvader zich uiteraard niet meer kon verweren, waarmee wederhoor onmogelijk was. Nu de aantijgingen niet gestaafd kunnen worden, had de naam van zijn grootvader niet vermeld mogen worden. Door de naamsvermelding is een ongerecht-vaardigde inbreuk gemaakt op de privacy van zijn grootvader en diens nazaten met dezelfde achternaam, die weinig of niet voorkomt in [woonplaats].
Verder merkt klager op dat gebeurtenissen uit de Tweede Wereldoorlog nog steeds kunnen leiden tot heftige en irrationele acties van mensen. Overigens zijn de namen van degenen die kennelijk verantwoordelijk zijn geweest voor de dood van zijn grootvader, niet genoemd. In het artikel is in dit verband vermeld: “Wat opvalt, is dat velen – ook de tweede generatie – anoniem wil blijven. Want dit is ook een deel van de Tweede Wereldoorlog dat mensen achter zich willen laten.” Klager vindt het onbegrijpelijk dat de krant ten aanzien van een inbreuk op de privacy van nazaten van een verzetsman een hele andere afweging maakt dan ten opzichte van de nazaten van een NSB-lid.
Ten slotte meent klager dat de krant zijn klacht niet zorgvuldig heeft afgehandeld.

Menger en de krant stellen hier tegenover dat het artikel een vervolg is op het verhaal “Zoeken naar oorlogsdode in Oosterleek” van 16 april 2016. Daarin wordt de zoektocht beschreven van een familielid van de in de oorlog geliquideerde Fiesler. Dat verhaal leidde na een oproep daartoe tot diverse nieuwe aanknopingspunten en tips, waaronder contact met nabestaanden van verzetsman ‘Tom’ uit Venhuizen, die niet te koop willen lopen met diens verzetsverleden.
Menger heeft in het artikel het systeem willen blootleggen waarin een burgemeester die het verzet goedgezind was, eraan meewerkte om verzetsdaden na de oorlog administratief te verwerken dan wel te verhullen. Dit is een verhaal met (regionaal) grote historische waarde, dat het verdient – zeker rond de jaarlijkse herdenkingen en vieringen begin mei – te worden verteld. Daarbij was het onvermijdelijk om namen te noemen, juist vanwege de naoorlogse bijschrijvingen in het bevolkingsregister. Menger wilde juist de vermoorde mensen uit de anonimiteit halen. De keuze om de werkelijke naam van verzetsman ‘Tom’ niet te vermelden, houdt daarmee geen enkel verband. Menger en de krant erkennen dat het oprakelen van een oorlogsverleden als pijnlijk kan worden ervaren, maar menen dat tegenwoordig over het algemeen behoorlijk genuanceerd wordt geoordeeld over de oorlog en de rollen die mensen daarin speelden. Dat de nabestaanden van Fiesler juist zo open hun zoektocht naar eenzelfde verleden houden, illustreert dat bij uitstek. Volgens Menger en de krant zijn de passages over de grootvader van klager wel degelijk gecontroleerd; de belangrijkste bronnen daarvoor zijn ook in het artikel vermeld. Van een ongerechtvaardigde inbreuk op de privacy van klagers grootvader en diens nabestaanden is geen sprake.
Ten aanzien van het afhandelen van klacht merkt de krant op dat er herhaaldelijk contact met klager is geweest, nadat hij zijn bezwaren aan de krant had voorgelegd. De afhandeling is wel degelijk zorgvuldig geweest, ook al was de uitkomst ervan klager niet welgevallig.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Kern van de klacht is dat de naam van de grootvader van klager in het artikel is vermeld, terwijl aan zijn adres ernstige beschuldigingen zijn geuit die niet gestaafd (kunnen) worden.

De Raad gaat uit van de integere bedoelingen van Menger om een systeem bloot te leggen waarin een burgemeester eraan meewerkte om het tijdens de oorlog liquideren van NSB’ers door het verzet na de oorlog administratief te verhullen en om daarbij de vermoorde personen uit de anonimiteit te halen.

Dit neemt niet weg dat Menger zich vanwege de gevoeligheid van het onderwerp rekenschap had moeten geven van de gevoelens hierover bij de nabestaanden van de betrokken NSB’ers, zoals hij dat heeft gedaan bij de nabestaanden van de verzetsmensen. Niet valt in te zien waarom de namen van verzetsmensen wél geanonimiseerd konden worden en de namen van NSB’ers niet.

Daar komt bij dat ten aanzien van de grootvader van klager ernstige aantijgingen zijn geuit, te weten dat hij ‘altijd op jacht was naar mensen van het verzet’, hetgeen beduidend verder gaat dan dat hij ‘meeloper’ was. De aantijgingen zijn bovendien gebaseerd op ‘indirecte aanwijzingen’, zoals in het artikel is vermeld, terwijl de ware toedracht niet is komen vast te staan.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat Menger en de krant journalistiek onzorgvuldig hebben gehandeld door in de context van de berichtgeving de naam van de grootvader van klager te vermelden. Dat nabestaanden van de heer Fiesler juist voor de openbaarheid hebben gekozen, kan daaraan niet afdoen.

Ten overvloede overweegt de Raad dat de chef van de redactie wel serieus op de klacht heeft gereageerd. Dat klager zich niet in die reactie kan vinden, is onvoldoende voor de conclusie dat ook de klachtafhandeling onzorgvuldig is geweest.

Relevante punten uit de Leidraad van de Raad: C.1
Relevante eerdere conclusies van de Raad: RvdJ 2016/26, RvdJ 2016/9, RvdJ 2015/5

CONCLUSIE

Menger en het Noordhollands Dagblad hebben journalistiek onzorgvuldig gehandeld.

Op verzoek van klager ziet de Raad af van de aanbeveling aan het Noordhollands Dagblad om deze conclusie integraal of in samenvatting te publiceren.

Zo vastgesteld door de Raad op 29 september 2016 door mr. Th. Groeneveld, voorzitter, mw. dr. Y.M. de Haan, mw. J.J. Rietkerk, F.Th.H. Ruys en mw. J.G.T.M. Wartenbergh, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.