2016/36 zorgvuldig

Samenvatting

E.J. Rozendaal heeft in een column op de website van de PZC onder de kop “Broodje aap” op journalistiek zorgvuldige wijze aandacht besteed aan asociaal gebruik van sociale media. Het stond Rozendaal vrij om een relatie te leggen tussen racistische opmerkingen aan het adres van Sylvana Simons en Twitterberichten van P.A. de Boevere (klaagster) rond een bijeenkomst in Breskens over de komst van een asielzoekerscentrum. De column, die duidelijk ironisch is bedoeld, bevat geen journalistiek ontoelaatbare kwalificaties of vergelijkingen.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

P.A. de Boevere

tegen

E.J. Rozendaal en de hoofdredacteur van de PZC

Mevrouw P.A. de Boevere te Breskens (klaagster) heeft op 2 juni 2016 een klacht ingediend tegen de heer E.J. Rozendaal en de hoofdredacteur van de PZC. Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie betrokken van de heer Rozendaal en de heer A.L. Kroon, hoofdredacteur, van 16 juni 2016.

De zaak is behandeld op de zitting van de Raad van 8 juli 2016 in aanwezigheid van Rozendaal. Klaagster is daar niet verschenen.

DE FEITEN

Op 31 mei 2016 verscheen op de website van de PZC een column van de hand van Rozendaal onder de kop “Broodje aap”. De column luidt verder als volgt:
“Het worden steeds meer asociale media, zei directeur Cyriel Triesscheijn van Artikel 1, de organisatie van antidiscriminatiebureaus, vorige week in De Volkskrant. Aanleiding was de stortvloed aan racistische opmerkingen die Sylvana Simons op Twitter en Facebook over zich heen kreeg, nadat ze zich aansloot bij de politieke partij Denk.
Ik heb een iets ander voorbeeld, wat dichter bij huis, voor dezelfde stelling. Na afloop van het raadsdebat over een asielzoekerscentrum in Breskens twitterde Petra de Boevere: ‘Heb vanavond gehoord dat in ruil voor zwijgen over diefstallen COA elke maand de goederen die gestolen worden komt betalen bij winkeliers.’ Behalve uitbaatster van een slijterij in Sluis is De Boevere ook recordtwitteraar van Zeeland en haar onbewezen bewering werd in no-time door bijna honderd van haar volgers geretweet. Of het waar was, wist ze niet, maar ze ‘hoorde het wel van verschillende bronnen’, die ze niet prijsgaf. Wat best merkwaardig is, want twitterde ze: ‘Ik doe burgerverslag gisteravond. Dan filter ik niet. Taak journalistiek is duiding. Pak het op.’
De PZC belde het her en der na en zag er geen artikel in, omdat het gerucht werd ontkend. De Volkskrant kwam wel met een verhaal, met de opmerkelijke conclusie ‘niet te checken’, terwijl ook zij vooral ontkenningen te horen kregen. Het duidelijkst die van het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers: “Het is absoluut een broodjeaapverhaal.” Ondertussen was het gerucht, dat suggereert dat asielzoekers dieven zijn en gevestigde instanties dat vooral geheim willen houden, lekker rondgetoeterd op de sociale media. En de Sluise Twittergoeroe wast haar handen in onschuld.
Zo kan ik het ook. Het schijnt dat slijterijmeisjes in krimpgebieden om half acht 's ochtends al een fles Zeeuwierjenever achter hun kiezen hebben. Heb ik gehoord. Misschien kan Omroep Zeeland dat eens uitzoeken.”

Vervolgens heeft klaagster diezelfde dag een open brief aan Rozendaal gepubliceerd op haar website meisjevandeslijterij.nl, waarin zij haar bezwaren tegen de column uiteen heeft gezet. Hierin schrijft klaagster onder meer:
“Voelt dat nu goed zo’n column schrijven waarin je door flinke delen context weg te laten karaktermoord op iemand pleegt? (…) Ik zal je van wat meer context voorzien. (…)
Op 24 mei vond in Breskens de inspraakbijeenkomst plaats over het AZC. Omdat er geen livestream aanwezig was besloot ik live twitterverslag te doen. Die avond twitterde ik over bijdragen van insprekers en lokale politici, en over de sfeer. Al mijn tweets van die avond heb ik even voor je in een documentje gezet. (…) De tweet die 98 keer werd geretweet was er één van vele tientallen die avond. Ik deed zo objectief mogelijk verslag. In eerste instantie had ik de uitspraak van de inspreker die vertelde dat het COA winkeliers de gestolen spullen vergoedde niet getwitterd, ik vond het een redelijk absurde uitspraak. Na afloop werd deze uitspraak echter door drie andere aanwezigen bevestigd wat mij erg nieuwsgierig maakte of het ook echt waar zou kunnen zijn. Dus plaatste ik de twee tweets, de eerste met de uitspraak, de tweede waarin ik me afvroeg of het waar kon zijn. Er is best wat voor te zeggen dit door het COA te laten afhandelen in het licht van de druk op het justitioneel apparaat bijvoorbeeld, maar als dat zo is hoeft dat niet geheimzinnig in mijn ogen. Er waren in die tent meerdere journalisten aanwezig die de uitspraak van de inspreker op de openbare bijeenkomst niet vermeldenswaardig vonden, ik filterde echter niet, ik ben ook geen journalist. Zo heb ik ook een uitspraak van een voorstander dat moslims nooit op het strand komen gewoon getwitterd. (…)
De volgende dag belden diverse journalisten me, de PZC belde overigens niet. De NRC, de Volkskrant en de Telegraaf wel. Het COA vertelde elke journalist die dag dat het een ‘broodje aap’ was. Er werden zelfs kamervragen gesteld en ’s avonds kreeg ik een DM van Klaas Dijkhoff met de vraag of het COA me mocht bellen. Onze staatssecretaris was het met me eens dat ongeacht of het gerucht waar of onwaar is het wel onderzoek vergt. Het is namelijk een hardnekkig gerucht in meerdere delen van het land. Het hoofdkantoor van het COA belde me vlak daarna en vroeg allereerst of het mij ook was overkomen. Dat vond ik op zich een vreemde vraag als het toch een broodje aap was. Vervolgens zei het COA letterlijk: “Zolang we niet weten of het gebeurt vertellen we de journalisten die er naar vragen dat het niet waar is.” Diezelfde avond nog beantwoordde de staatssecretaris de kamervragen waarbij hij aankondigde dat het COA actief op zoek gaat naar waar het gerucht op is gestoeld. (…)
Ik belde vanmiddag je hoofdredacteur, die zegt dat je de journalistieke vrijheid hebt om mij in een column te beschadigen. Want ik zou maar moeten overwegen minder te twitteren. Met vileine columns, het verdraaien van feiten en kwaadsprekerij twitteraars met meer volgers dan je lief is proberen de mond te snoeren. Daar komen we vast veel verder mee met zijn allen. En bedankt, ik ben dankzij jouw column volgens velen nu een racist (sinds wanneer is het COA eigenlijk een ras?) die dit uit mijn duim zou zuigen terwijl ik die avond verslag deed van de inspreekbijeenkomst en er daarbij voor koos dit ongefilterd te doen, dit in tegenstelling tot je collega-journalisten die wel filterden. Van wegkijken is volgens mij echter nog nooit iemand wijzer geworden. Ik heb nooit mensen persoonlijk beschadigd, dat heb jij vandaag wel degelijk gedaan. En dat neem ik je dan ook ten zeerste kwalijk.”

Rozendaal heeft later die dag een reactie onder die brief geplaatst, waarin hij laat weten van mening te zijn dat hij niet over de schreef is gegaan.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster maakt er bezwaar tegen dat haar naam en bedrijf in de column zijn vermeld in een racistische context. Zij verwijst in dat verband naar de inhoud van de open brief, die zij op haar website heeft geplaatst. Haar grootste probleem is dat de krant ook gelezen wordt door klanten die niet online actief zijn, waardoor zij geen kennis kunnen nemen van haar kant van het verhaal en de inhoud van de column zullen geloven. Klaagster meent dat rectificatie en excuses voor de persoonlijke beschadiging gerechtvaardigd zijn.

Rozendaal en de krant stellen hier tegenover dat het stuk duidelijk als een column is gemarkeerd. Rozendaal heeft de vrijheid gebruikt die het genre hem biedt en heeft de grenzen daarvan niet overschreden. In zijn column geeft Rozendaal een helder voorbeeld van het, in zijn ogen, asociale gebruik van sociale media. Daarbij sluit hij aan bij een eerdere publicatie in de Volkskrant naar aanleiding van racistische opmerkingen aan het adres van Sylvana Simons. Rozendaal schrijft dat hij voor de stelling over asociale media een ánder voorbeeld, dichter bij huis, heeft. Hiermee heeft hij klaagster niet in een racistische, maar in een veel ruimere context geplaatst. De weergave van wat er gebeurde aan het eind en na afloop van de bijeenkomst in Breskens is noodgedwongen kort – vanwege de omvang van de column – maar compleet genoeg. Omdat het Twitterbericht van klaagster ging over winkeliers in plaatsen waar een asielzoekerscentrum is gevestigd, was het relevant om de naam en het bedrijf van klaagster te vermelden. Daar komt bij dat klaagster zich online manifesteert als iemand met duidelijke statements over haar vak, over het gebruik van sociale media en over actuele (politieke) kwesties. De zinsnede “Of het waar was, wist ze niet” komt rechtstreeks uit een van de Twitterberichten van klaagster op de avond van de bijeenkomst in Breskens. En de zinsnede “maar ze ‘hoorde het wel van verschillende bronnen’, die ze niet prijsgaf” is behalve naar haar Twitterberichten ook een verwijzing naar het artikel in de Volkskrant over deze kwestie. Het punt dat Rozendaal wilde maken staat in de een-na-laatste alinea: dat kwalijke geruchten over asielzoekers worden rondgetoeterd op sociale media, in dit geval niet door de eerste de beste twitteraarster, die vervolgens stelt dat de journalistiek het maar moet uitzoeken. Vervolgens komt Rozendaal in de slotalinea met zijn ‘gerucht’ en de suggestie dat Omroep Zeeland dat maar eens moet uitzoeken; een duidelijk voorbeeld van ironie en overdrijving. De titel van de column ondersteunt de overdrijving. Niet alleen is de titel een verwijzing naar de aangehaalde reactie van het COA, maar is deze ook duidelijk bedoeld als verwijzing naar de slotalinea: met de column stuurt hij ook een ‘broodje aap’ de wereld in.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad stelt voorop dat columnisten vrij zijn om hun mening te geven over gebeurtenissen en personen. Daarbij zijn stijlmiddelen als overdrijven en bewust eenzijdig belichten geoorloofd.

Voor de lezer is voldoende duidelijk dat de column ironisch is bedoeld en de persoonlijke mening van Rozendaal behelst over asociaal gebruik van sociale media. Het stond Rozendaal vrij om in dat verband een relatie te leggen tussen de racistische opmerkingen aan het adres van Sylvana Simons en de Twitterberichten van klaagster rond de actuele bijeenkomst in Breskens over de komst van een asielzoekerscentrum.

In de column komen geen kwalificaties of vergelijkingen voor die, gezien de aard van de publicatie, journalistiek ontoelaatbaar zijn. Dat klaagster door de column onaangenaam is getroffen is daarvoor onvoldoende. De column is niet zodanig kwetsend of beledigend, dat daarmee grenzen zijn overschreden van wat journalistiek zorgvuldig is.

Een en ander leidt tot de conclusie dat Rozendaal en PZC journalistiek zorgvuldig hebben gehandeld.

Relevant punt uit de Leidraad van de Raad: C.
Relevante eerdere conclusies van de Raad: RvdJ 2015/16 en RvdJ 2013/19

CONCLUSIE

Rozendaal en PZC hebben journalistiek zorgvuldig gehandeld.

Zo vastgesteld door de Raad op 23 september 2016 door mr. Th. Groeneveld, voorzitter, mw. dr. Y.M. de Haan, mw. J.J. Rietkerk, F.Th.H. Ruys en mw. J.G.T.M. Wartenbergh, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris