2016/33 zorgvuldig

Samenvatting

D. de Joode en het Brabants Dagblad hebben in het artikel “Heusden krijgt opnieuw gelijk: terechte sloop pand Wijksestraat 3” op journalistiek zorgvuldige wijze bericht over een bestuursrechtelijke procedure waarbij P.F.M. Schreuder, C.A.P.M. Schreuder en A.F.L.M. Schreuder (klagers) zijn betrokken. De uitspraak van de Raad van State is op een  journalistiek juiste wijze vertaald. Ook verder is niet gebleken dat een vertekend beeld of onzorgvuldige weergave van de kwestie is gegeven.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

P.F.M. Schreuder, C.A.P.M. Schreuder en A.F.L.M. Schreuder

tegen

D. de Joode en de hoofdredacteur van het Brabants Dagblad

De heer ing. A.M.L. van Rooij te Sint-Oedenrode heeft op 18 maart 2016 namens de heren P.F.M. Schreuder, C.A.P.M. Schreuder en A.F.L.M. Schreuder (klagers) een klacht ingediend tegen de heer D. de Joode en de hoofdredacteur van het Brabants Dagblad. Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie van klagers en M. van Assen, hoofdredacteur, betrokken van 18 en 20 april, 23 mei en 29 juni 2016.

Nadat de behandeling op verzoek van klagers is uitgesteld, is de klacht behandeld op de zitting van de Raad van 8 juli 2016. Partijen zijn daar niet verschenen.

DE FEITEN

Op 3 maart 2016 verscheen in het Brabants Dagblad een artikel van de hand van De Joode onder de kop “Heusden krijgt opnieuw gelijk: terechte sloop pand Wijksestraat 3”. Het artikel luidt verder als volgt:
“De gemeente Heusden heeft in november 2014 terecht het bouwval aan de Wijksestraat 3 in de vesting Heusden gesloopt. Dat heeft de Raad van State bepaald. Het bouwwerk van de gebroeders Schreuders stond destijds op instorten, aldus de gemeente. Vanwege het gevaar dat dat opleverde, gelastte Heusden de eigenaren de bouwval te slopen. Toen de gebroeders Schreuders na herhaaldelijk aandringen geen gehoor gaven aan die bestuursdwang, besloot de gemeente uiteindelijk zelf opdracht te geven tot sloop. De broers Schreuders vroegen in eerste instantie de rechtbank om het sloopbevel te vernietigen. Ze vonden de gedwongen sloop onverantwoord, omdat het overgebleven pand naast nummer 3 – eigendom van de gemeente – door de sloop juist ook op instorten zou staan. De broers kregen echter nul op het rekest. Daarop werd de Raad van State ingeschakeld. Daar vingen de broers vorig jaar tijdens een spoedprocedure al bot. De rechters in Den Haag stelden toen al vast dat de broers bijvoorbeeld geen goed bouwkundig rapport in handen hadden, waaruit de dreigende instorting zou blijken. Nu heeft de Raad van State in de bodemzaak die uitspraak bevestigd. De grond waarop het gesloopte pand stond is inmiddels na onteigening in handen van de gemeente. Heusden wil er huizen gaan bouwen. Wat er precies komt en wanneer is nog niet bekend.”

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klagers stellen – kort samengevat – dat De Joode onder verantwoordelijkheid van de hoofdredacteur in zeer ernstige mate valsheid in geschrifte heeft gepleegd ten gunste van een binnen de gemeente Heusden opererende grensoverschrijdende criminele organisatie. Uit onderzoek is gebleken dat De Joode het valselijk opgemaakte artikel niet heeft gebaseerd op een persbericht van de gemeente Heusden, omdat de gemeente geen persbericht over deze kwestie heeft verspreid, aldus klagers.

De Joode en de krant stellen hier tegenover dat het artikel tot stand is gekomen naar aanleiding van de openbare uitspraak van de Raad van State van 27 januari 2016 in deze kwestie. De Joode en de krant twijfelen niet aan de juistheid van de berichtgeving of aan de journalistieke zorgvuldigheid bij de nieuwsgaring. Van schending van relevante journalistieke gedragsregels is geen sprake.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Joode heeft in het artikel aandacht besteed aan een uitspraak van de Raad van State in een bestuursrechtelijke procedure waarbij klagers zijn betrokken en heeft daarbij de achtergronden van de kwestie geschetst.

De Raad merkt op dat voor zover klagers hebben aangevoerd dat de handelwijze van de gemeente Heusden en de oordelen van de gerechtelijke instanties niet juist zijn, hij zich daarover niet uitspreekt. Ter beoordeling van de Raad staat of De Joode en de krant op journalistiek zorgvuldige wijze over de kwestie hebben bericht.

Volgens de Raad is de uitspraak van de Raad van State op een journalistiek juiste wijze vertaald. Met de samenvatting is geen andere betekenis of lading aan de feiten gegeven, dan in de gebruikte bron het geval is. Ook verder is niet gebleken dat een vertekend beeld of onzorgvuldige weergave van de kwestie is gegeven.

Een en ander leidt tot de conclusie dat De Joode en de hoofdredacteur van het Brabants Dagblad journalistiek zorgvuldig hebben gehandeld.

Relevant punt uit de Leidraad van de Raad: A.
Relevante eerdere conclusie van de Raad: RvdJ 2013/58

CONCLUSIE

De Joode en de hoofdredacteur van het Brabants Dagblad hebben journalistiek zorgvuldig gehandeld.

Zo vastgesteld door de Raad op 20 september 2016 door mr. Th. Groeneveld, voorzitter, mw. dr. Y.M. de Haan, mw. J.J. Rietkerk, F.Th.H. Ruys en mw. J.G.T.M. Wartenbergh, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.