2016/30 onzorgvuldig

Samenvatting

H. Vriend en RTV Rijnmond hebben journalistiek onzorgvuldig gehandeld door reacties van R. Seesing (klager) van hun website te verwijderen en hem een zogeheten IP-ban op te leggen, zodat hij geen reacties meer kan plaatsen, zonder te onderbouwen dat voor die maatregelen voldoende aanleiding bestond. De Raad doet de aanbeveling aan RTV Rijnmond om deze conclusie ruimhartig te publiceren.

Conclusie van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

R. Seesing

tegen

H. Vriend en de hoofdredacteur van RTV Rijnmond

De heer R. Seesing te Hoogvliet (klager) heeft op 24 maart 2016 een klacht ingediend tegen de heer H. Vriend en de hoofdredacteur van RTV Rijnmond. Bij de beoordeling van de klacht is verder correspondentie betrokken van klager en de heer J. van Vegchel, manager redactionele bedrijfsvoering RTV Rijnmond, van 30 maart, 11 april, 20 april en 19 juni 2016.

De zaak is behandeld op de zitting van de Raad van 24 juni 2016. Partijen zijn daar niet verschenen.

DE FEITEN

Klager heeft gedurende geruime tijd reacties geplaatst op het internet-forum van RTV Rijnmond. In september 2015 ontving hij een bericht dat hij als reageerder werd uitgesloten en een zogeheten ‘IP-ban’ kreeg. Klager heeft daarop navraag gedaan naar de reden hiervoor en ontving vervolgens op 5 oktober 2015 een e-mail van Vriend met de volgende inhoud:
“Tot ergernis van sommige mensen staan we vrij veel reacties toe op onze site, hoe grof dan ook. We kennen de Rijnmonders als mensen met het hart op de tong die niet direct en zonder poespas ongezouten hun mening over allerlei zaken geven. We grijpen niet vaak in, zeker niet als reageerders elkaar binnen een bericht tot de orde roepen. Als we dan overgaan tot een IP-ban, is er echt wel wat aan de hand met een reactie. Dan is iemand echt over de schreef gegaan en dat gold kennelijk ook voor u. Om die reden heffen we uw IP-ban niet op. We willen dat zoveel mogelijk mensen op onze berichten reageren, maar we willen niet dat onze site een plek wordt waar iedereen naar hartenlust kan beledigen, schelden, bedreigen of anderszins zich kan misdragen.”

Omdat klager niet begreep op welke specifieke gronden hem een IP-ban was opgelegd – zijn berichten waren verwijderd – heeft hij om nadere uitleg verzocht. Klager heeft Vriend in een e-mail onder meer het volgende geschreven:
“Uw redenatie “dat gold kennelijk ook voor u” kan niet als reden aangevoerd worden zolang daar geen duidelijke aanwijzingen voor zijn. In uw bericht spreekt u dat mijn ban niet opgeheven wordt omdat u op uw site geen beledigingen of bedreigingen toestaat.
Aangezien u dus weigert aan te geven welke grond er was om mij een ban te geven suggereert u hiermee dat ik me dus blijkbaar heb schuldig gemaakt aan bedreigingen. Iemand beschuldigen (of zelfs suggereren) van het uiten van bedreigingen vind ik laakbaar. Ik mag er van uitgaan dat als de eindredactie van RTV Rijnmond iemand ongefundeerd beschuldigd van belediging en/of bedreiging(en), dezelfde eindredactie toch ook in staat is om deze beschuldigingen te onderbouwen.(…)”

Omdat een nadere reactie van Vriend uitbleef, heeft klager de redactie via het berichtensysteem van Facebook benaderd. Toen hij daarop geen inhoudelijke reactie ontving heeft hij de redactie ten slotte een brief gestuurd. Daarop heeft hij geen antwoord ontvangen.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager maakt er – kort samengevat – bezwaar tegen dat hij er zonder nadere onderbouwing van is beschuldigd dat hij met zijn reacties ‘kennelijk over de schreef is gegaan’. Volgens klager heeft hij zich nooit schuldig gemaakt aan beledigingen of bedreigingen. Hij is er uiteindelijk in geslaagd alle verwijderde berichten weer boven water te krijgen en begrijpt niet waar de beschuldiging van Vriend vandaan komt.

Vriend en de omroep stellen hier allereerst tegenover dat het bezwaar van klager geen ‘journalistieke gedraging’ betreft en de Raad daarom niet bevoegd is de klacht inhoudelijk te beoordelen.
Voor het geval de Raad zich toch bevoegd acht, menen Vriend en de omroep dat zij bij het modereren van reacties handelen in de geest van de Leidraad van de Raad en conform wat zij zelf maatschappelijk fatsoenlijk en verantwoordelijk vinden. Dit leidt tot een werkwijze die bestaat uit het achteraf en zo mogelijk vooraf verwijderen van reacties die niet voldoen aan de gangbare fatsoensnormen. Reageerders die veelvuldig over de schreef zijn gegaan krijgen een IP-ban. Het is staand beleid dat de omroep niet in discussie gaat met de ontvangers van zo’n ban. Volgens Vriend en de omroep is het onbillijk om van hen te verlangen dat zij met reageerders in discussie gaan over het hoe, waarom en wanneer van het modereren. Dergelijke discussies zijn naar verwachting ook weinig vruchtbaar, omdat bijna per definitie sprake is van een subjectieve afweging van (fatsoens)normen waarover zelden overeenstemming zal bestaan tussen de reageerder en de omroep.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad stelt voorop dat een redactie verantwoordelijk is voor de inhoud van ingezonden brieven en van reacties die worden geplaatst op de website van het betrokken medium. Het verwijderen c.q. niet-plaatsen van reacties – waaronder ook moet begrepen het opleggen van een IP-ban – is een journalistieke gedraging. 

Een redactie is te allen tijde verantwoordelijk voor en aanspreekbaar op de inhoud van haar digitale publiciteitsmedium. Van een publiek domein is geen sprake en het is aan de omroep om te bepalen wat de inhoud is van haar website. Het verdient de voorkeur dat een redactie de voorwaarden voor de selectie en plaatsing van reacties publiceert. Niet verwacht mag worden dat alle reacties vooraf worden gemodereerd en eventueel verwijderd. Wel kan de redactie besluiten geplaatste reacties te verwijderen.

RTV Rijnmond heeft voor de website en deelname aan het forum kennelijk – blijkens de e-mail van Vriend aan klager – algemene voorwaarden en huisregels opgesteld, die eruit bestaan dat reageerders niet mogen ‘beledigen, schelden, bedreigen of zich anderszins misdragen’.
De Raad acht deze regels niet onredelijk. Klager heeft door de deelname aan het forum deze algemene regels geaccepteerd. Het toepassen van deze regels kan in beginsel dan ook niet aan Vriend en de omroep worden tegengeworpen.

Dat neemt niet weg dat indien een medium ertoe overgaat reacties te verwijderen omdat een reageerder in strijd met de voorwaarden voor plaatsing zou hebben gehandeld, het medium zijn  handelwijze moet onderbouwen hetzij direct dan wel nadat de reageerder tegen die handelwijze bezwaar maakt.

Klager heeft vervolgens tegen het opleggen van de IP-ban bezwaar gemaakt, in die zin dat hij heeft verzocht om hem uit te leggen waar die maatregel op was gebaseerd. De afhandeling van de klacht door Vriend c.q. de omroep is eveneens een journalistieke gedraging die door de Raad kan worden beoordeeld.

Ook deze afhandeling van de klacht is onjuist. Vriend c.q. de omroep had niet mogen volstaan met een opsomming van de algemene regels en de constatering dat klager ‘kennelijk echt over de schreef is gegaan’. Zij hadden dit nader moeten onderbouwen door klager aan de hand van concrete voorbeelden uit te leggen op welke punten zijn reacties kennelijk zo herhaaldelijk niet voldeden aan de door de omroep gestelde criteria dat tot de sanctie van een IP-ban is besloten. Dit hebben zij ten onrechte nagelaten, waardoor niet aannemelijk is geworden dat voldoende aanleiding bestond voor de conclusie dat klager (herhaaldelijk) in strijd met de regels voor plaatsing van reacties heeft gehandeld.

Een en ander leidt tot de conclusie dat Vriend en RTV Rijnmond journalistiek onzorgvuldig hebben gehandeld.

Relevant punt uit de Leidraad van de Raad: D.
Relevante eerdere conclusies van de Raad: RvdJ 2016/5, RvdJ 2013/6

CONCLUSIE

Vriend en RTV Rijnmond hebben journalistiek onzorgvuldig gehandeld.

De Raad doet de aanbeveling aan RTV Rijnmond om deze conclusie integraal of in samenvatting te publiceren.

Zo vastgesteld door de Raad op 9 september 2016 door prof. mr. B.E.P. Myjer, voorzitter, mw. dr. Y.M. de Haan, mw. A. Karadarevic, mw. M.J. Rietkerk en mw. J.G.T.M. Wartenbergh, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.